ECLI:NL:RBOVE:2026:6420

ECLI:NL:RBOVE:2026:6420

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 26-10-2026
Datum publicatie 26-10-2026
Zaaknummer 08-029734-23, 08-004090-23 (gev.) (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 36-jarige man tot een gevangenisstraf van acht jaren en betaling van schadevergoeding van totaal € 17.247,81. De verdachte heeft samen met anderen een gewapende overval gepleegd. In de woning is vergaand geweld gepleegd, is gedreigd met een vuurwapen en zijn twee slachtoffers geruime tijd van hun vrijheid beroofd. Daarnaast heeft verdachte de beschikking gehad over (minst genomen) een nabootsing van een vuurwapen en heeft verdachte zich gedurende een periode schuldig gemaakt aan de heling van goederen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08-029734-23, 08-004090-23 (gev.) (P)

Datum vonnis: 26 oktober 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1990 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven aan de [adres 1] ,

nu verblijvende in de PI [verblijfplaats] .

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

5 oktober 2026 en 26 oktober 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. K. Blonk, advocaat in Rotterdam, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat namens de benadeelde partij [slachtoffer 1] door mr. J. Klomp, advocaat in Enschede, is aangevoerd.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, onder parketnummer 08-029734-23, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 12 december 2021 in Enschede, al dan niet samen met anderen:

feit 1: diefstal met geweld heeft gepleegd;

feit 2: [slachtoffer 1] (hierna ook: [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] (hierna ook: [slachtoffer 2] ) wederrechtelijk van hun vrijheid heeft beroofd;

feit 3: (primair) heeft geprobeerd [slachtoffer 1] te doden, (subsidiair) [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, dan wel (meer subsidiair) heeft geprobeerd [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

De verdenking komt er, onder parketnummer 08-004090-23, na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 5 oktober 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: (primair) een vuurwapen van het merk Zoraki, type 906, dan wel (subsidiair) een nabootsing daarvan voorhanden heeft gehad;

feit 2: (primair) een vuurwapen van het merk Walther, type PP, dan wel (subsidiair) een nabootsing daarvan voorhanden heeft gehad;

feit 3: verschillende goederen heeft geheeld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

in de zaak met parketnummer 08-029734-23

1hij op of omstreeks 12 december 2021, in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig geldbedrag en/of een paspoort (behorend tot [slachtoffer 1] ) en/of meerdere sleutels en/of meerdere (mobiele) telefoons (Samsung Galaxy Z Fold en/of Samsung S10) en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):- zich voorzien van een geheel of gedeeltelijk over zijn/hun hoofd/gezicht getrokken (bivak)muts(en) en/of masker(s), althans (in ieder geval) voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt gezicht en/of al dan niet voorzien van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar de woning (gelegen aan de [adres 2] ) heeft/hebben begeven en/of- (vervolgens) de woning – waarin die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] zich op dat moment bevond(en) - (met geweld) is/zijn binnengedrongen, door de (voor)deur open te trappen (welke vervolgens tegen het gezicht van voornoemde [slachtoffer 1] aan kwam en/of waardoor voornoemde [slachtoffer 1] vervolgens ten [alias 6] kwam) en/of- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 1] meermalen in/op/tegen het gezicht, op/tegen het hoofd, in/op/tegen de rug en/of (elders) op/tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of heeft/hebben geslagen en/of gestomp en/of- (vervolgens) de armen van voornoemde [slachtoffer 1] op de rug heeft/hebben vastgebonden (met tape) en/of- (vervolgens) de armen van voornoemde [slachtoffer 1] meermalen heeft/hebben verplaatst door de woning en/of naar de schuur en/of- (vervolgens) de telefoon van voornoemde [slachtoffer 2] (tegen een knie) kapot heeft/hebben geslagen en/of- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 2] meermalen op/tegen het hoofd, althans op/tegen het lichaam, heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of- (vervolgens) (met veel geweld) de woning overhoop heeft/hebben gehaald en/of- (vervolgens) de polsen en/of de enkels en/of de benen van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan elkaar heeft/hebben (vast)gebonden (met tape) en/of tape op de mond en/of rondom het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben aangebracht en/of voornoemde [slachtoffer 2] met haar middel aan een stoel heeft/hebben vastgebonden (met tape) en/of- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 1] meermalen op de grond heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of - (vervolgens) een (al dan niet gevulde) (glazen) fles, althans een hard voorwerp,(met kracht) op/tegen (het hoofd van) voornoemde [slachtoffer 1] (kapot) heeft/hebben geslagen en/of gegooid en/of- (vervolgens) met een snoeischaar in de hand voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben meegedeeld – zakelijk weergegeven- dat hij/ze zijn vinger zou(den) gaan afknippen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2hij op of omstreeks 12 december 2021, in de gemeente Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door (bij) voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in een woning, gelegen aan de [adres 2] , de polsen en/of de enkels en/of de benen aan elkaar vast te binden (met tape) en/of tape op de mond en/of rondom het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan te brengen en/of voornoemde [slachtoffer 2] met haar middel aan een stoel vast te binden (met tape), en/of (aldus) voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gedurende enige (langere) tijd (op verschillende plaatsen) in die woning te beletten zich vrijelijk te bewegen en/of vrijelijk voornoemde woning te verlaten;

3hij op of omstreeks 12 december 2021, in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven,- terwijl voornoemde [slachtoffer 1] op de grond lag – voornoemde [slachtoffer 1] meermalen in/op/tegen het gezicht, in/op/tegen het hoofd, in/op/tegen de rug en/of (elders) op/tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of- een (al dan niet gevulde) (glazen) fles (met kracht) op/tegen (het hoofd van) voornoemde [slachtoffer 1] (kapot) heeft/hebben geslagen en/of gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 december 2021, in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een persoon, genaamd [slachtoffer 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht (te weten een (op twee plaatsen) gebroken neus en/of een gebroken oogkas en/of bloed in/bij de hersenen/in de schedel), door voornoemde [slachtoffer 1] :- terwijl voornoemde [slachtoffer 1] op de grond lag- meermalen in/op/tegen het gezicht, op/tegen het hoofd, in/op/tegen de rug en/of (elders) op/tegen het lichaam te trappen en/of te schoppen en/of te slaan en/of te stompen en/of - een (al dan niet gevulde) (glazen) fles, althans een hard voorwerp, (met kracht) op/tegen (het hoofd van) voornoemde [slachtoffer 1] (kapot) te slaan en/of te gooien;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 december 2021, in de gemeente Enschede, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon, genaamd [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, voornoemde [slachtoffer 1] :- terwijl voornoemde [slachtoffer 1] op de grond lag- meermalen in/op/tegen het gezicht, op/tegen het hoofd, in/op/tegen de rug en/of (elders) op/tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of- een (al dan niet gevulde) (glazen) fles, althans een hard voorwerp, (met kracht) op/tegen (het hoofd van) voornoemde [slachtoffer 1] (kapot) heeft/hebben geslagen en/of gegooid.

in de zaak met parketnummer 08-004090-23

1hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode gelegen tussen 5 november 2022 tot en met 24 december 2022 in Nederland, een wapen van categorie III (te weten een vuurwapen (pistool) van het merk Zoraki, type 906), voorhanden heeft gehad;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode gelegen tussen 5 november 2022 tot en met 24 december 2022 in Nederland, een wapen van categorie I onder 7 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was (te weten een nabootsing van een vuurwapen (pistool) van het merk Zoraki, type 906), voorhanden heeft gehad;

2hij op of omstreeks 24 november 2022 in Nederland, een wapen van categorie III (te weten een vuurwapen (pistool) van het merk Walther, type PP), voorhanden heeft gehad;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 november 2022 in Nederland, een wapen van categorie I onder 7 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was (te weten een nabootsing van een vuurwapen (pistool) van het merk Walther, type PP), voorhanden heeft gehad;

3hij in of omstreeks de periode van 23 mei 2022 tot en met 19 januari 2023 in de gemeente Enschede, in elk geval in Nederland, een hoeveelheid goederen, te weten:- een hoeveelheid goud en/of- een hoeveelheid zilver en/of- drie, althans een of meer airco’s (merk Bosch) en/of- een motorfiets (kenteken [kenteken 1] ) en/of- een motorfiets (kenteken [kenteken 2] ) en/of- een hoeveelheid gereedschappen (o.a. gereedschappen van het merk Wurth) en/of- een hoeveelheid gereedschappen (o.a. gereedschappen van het merk DeWalt en/of Flexvo)heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

3. De bewijsmotivering

In de zaak met parketnummer 08-029734-23 (onderzoek Goudvis21)

Op 12 december 2021 vond in een woning aan de [adres 2] een gewapende overval plaats waarbij de twee bewoners mishandeld werden, van hun vrijheid werden beroofd en goederen zijn weggenomen. In verband met deze strafbare feiten heeft de politie een strafrechtelijk onderzoek uitgevoerd onder de naam Goudvis21.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1, 2 en 3 primair wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Verdachte ontkent betrokkenheid bij het ten laste gelegde en het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigd bewijs voor het tegendeel. Ook wanneer de rechtbank enige betrokkenheid van verdachte bewezen acht, moet verdachte worden vrijgesproken, omdat niet kan worden vastgesteld welke rol verdachte heeft gehad en daardoor het tenlastegelegde medeplegen niet kan worden bewezen.

Het oordeel van de rechtbank

3.1.3.1 De verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij niets te maken heeft met de overval op de woning aan de [adres 2] . Verdachte is wel de enige gebruiker van het Exclu-account met de naam [gebruikersnaam 1] , maar de berichten die door de politie en het Openbaar Ministerie worden gelinkt aan de ten laste gelegde feiten hebben betrekking op gebeurtenissen in een ander strafrechtelijk onderzoek genaamd Parret.

3.1.3.2 De redengevende feiten en omstandigheden

Op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank de volgende, niet ter discussie staande, feiten vast.

De gebeurtenissen in de woning aan de [adres 2]

Op 12 december 2021 wordt er aangebeld bij de woning van [slachtoffer 1] aan de [adres 2] . [slachtoffer 1] opent de voordeur, die vervolgens verder wordt opengetrapt, waarna vijf tot zes mannen de woning binnenstormden. [slachtoffer 1] krijgt de voordeur tegen zijn gezicht en komt hierdoor ten [alias 6] . Liggend op de grond wordt [slachtoffer 1] meerdere keren geschopt en met vuisten geslagen tegen zijn hoofd en lichaam. De armen van [slachtoffer 1] worden op zijn rug vastgebonden met tape.

Bij de woning van [slachtoffer 1] is een ondergrondse wietplantage. De mannen zijn onder andere op zoek naar wiet, doorzoeken de woning en halen hierbij alles overhoop. [slachtoffer 1] wordt door de overvallers meegenomen naar de bovenverdieping, de schuur en uiteindelijk naar de woonkeuken. Bij aankomst in de woonkeuken ziet [slachtoffer 1] [slachtoffer 2] vastgebonden op een stoel zitten.

Terwijl [slachtoffer 1] op zijn buik op de grond in de woonkeuken ligt, worden zijn benen en handen met tape vastgebonden en ook wordt er tape over zijn mond en rondom zijn hoofd gebonden. Ook in de woonkeuken wordt hij meerdere keren tegen zijn hoofd getrapt. Op enig moment wordt er met kracht een glazen drankfles tegen zijn hoofd gegooid of geslagen. [slachtoffer 1] loopt door de geweldshandelingen onder andere een gebroken neus, een breuk in zijn rechter oogkas en een bloeding binnen de schedel op. Een van de overvallers dreigt om met een snoeischaar een vinger van [slachtoffer 1] af te knippen.

Geschakeld aan de woning bevindt zich een woonstudio met eigen ingang die wordt gehuurd door [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] ligt in haar bed als zij hoort dat de deur van haar slaapkamer opengaat. Ineens staan er vijf mannen met bivakmutsen bij haar in de slaapkamer. [slachtoffer 2] moet haar telefoon afgeven die door een van de mannen kapotgeslagen wordt op zijn knie. Een van de mannen draagt een walkietalkie. [slachtoffer 2] moet meelopen naar de woning van [slachtoffer 1] waar zij op een stoel wordt vastgebonden met tape. Haar polsen en enkels worden met tape bij elkaar gebonden. Ook wordt er tape rondom haar middel en de stoel gebonden en krijgt zij tape over haar mond en rondom haar hoofd. Aan [slachtoffer 2] wordt gevraagd waar het spul is en zij wordt meerdere keren tegen haar hoofd geslagen.

Nadat [slachtoffer 2] via de voordeur licht naar binnen ziet schijnen, verlaten de mannen de woning. [slachtoffer 1] kan zichzelf bevrijden door de tape los te snijden met een mes uit zijn keuken. Delen van de tape waarmee hij vastzat, blijven achter in de keuken. [slachtoffer 1] gaat naar buiten waar hij de politie treft. De politie treft [slachtoffer 2] vervolgens vastgebonden op een stoel aan in de woonkeuken.

De overvallers hebben een geldbedrag, paspoort, sleutels, twee mobiele telefoons en een horloge weggenomen.

Forensisch onderzoek

Bij de overval is een witte Volkswagen Up betrokken, die eerder op naam heeft gestaan van [naam 1] (hierna [naam 1] ), de vriendin van verdachte. Vier van de overvallers zijn met dit voertuig naar de woning van [slachtoffer 1] gereden. Na de overval is het voertuig achtergelaten in de berm langs de [adres 2] . In de Volkswagen Up zijn een blikje Red Bull, een blikje Fernandez Drink, een flesjes Maaza drink, een mondkapje en een sigarettenpeuk aangetroffen. In de woning van [slachtoffer 1] zijn de stukken tape aangetroffen die zijn gebruikt bij het vastbinden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

Van de aangetroffen voorwerpen zijn bemonsteringen genomen die zijn onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De uitkomsten van de NFI-onderzoeken hebben niet ter discussie gestaan. De rechtbank concludeert op basis van de NFI-onderzoeken en de daarin geformuleerde conclusies, in samenhang met de overige bevindingen in het dossier, dat verdachte de donor is van (een deel van) het celmateriaal op de sigarettenpeuk en het mondkapje. Verder concludeert de rechtbank dat medeverdachte [medeverdachte] de donor is van het celmateriaal op de blikjes en het flesje frisdrank die zijn aangetroffen in de Volkswagen Up en de donor is van het celmateriaal op de stukken tape die zijn aangetroffen in de woning van [slachtoffer 1] .

Exclu berichten

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij de enige gebruiker is van het Exclu-account met de gebruikersnaam [gebruikersnaam 1] (door de politie benoemd als gebruikers-ID [gebruikers-ID 1] ). Na de aanhouding van medeverdachte [medeverdachte] op 31 oktober 2022 heeft verdachte via zijn account diverse berichten gestuurd naar twee onbekend gebleven derden en naar de gebruiker van het account [gebruikersnaam 2] , geïdentificeerd als [naam 2] . De berichten gaan over een overval waarbij verdachte en [medeverdachte] betrokken zijn, een dossier waarvan verdachte wil weten of zijn naam daarin voorkomt, de verkoop van een auto, het contact met advocaten en over DNA van [medeverdachte] op een blikje Red Bull en ducttape.

3.1.3.3 De overwegingen van de rechtbank

Door de verdediging is de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten betwist. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het aangetroffen DNA van verdachte in de Volkswagen Up niets zegt over het tijdstip waarop de sporendragers en het DNA daar terecht zijn gekomen. Verder voert zij aan dat de Exclu-berichten die door verdachte zijn verstuurd niet over de overval aan de [adres 2] gaan, maar zien op een andere strafrechtelijk onderzoek, waar verdachte en [medeverdachte] ook in werden genoemd. De rechtbank overweegt het volgende.

Het bewijs

De opsporingshandelingen in het politieonderzoek, de bevindingen in het DNA-onderzoek en de door verdachte verzonden chats sluiten naar het oordeel van de rechtbank naadloos op elkaar aan in de context van het strafrechtelijk Goudvis21.

In de Volkswagen Up – waarvan vaststaat dat die betrokken is geweest bij de overval – is zowel DNA van verdachte als van [medeverdachte] aangetroffen. Van laatstgenoemde wordt ook DNA aangetroffen op delen ducttape die op 12 december 2021 zijn gebruikt in de woning om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vast te binden. [slachtoffer 1] heeft over de tape verklaard dat hij denkt dat de overvallers dit hebben meegenomen omdat hij geen tape in huis had. Opvallend detail is verder dat het DNA van verdachte zich onder meer bevond op een zwart mondkapje en dat [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de daders van de overval de woning binnenstormden met (onder andere) mondkapjes op.

[medeverdachte] wordt op 31 oktober 2022 aangehouden door de politie in onderzoek Goudvis21. Vanaf 1 november 2022 begint verdachte Exclu-chats te sturen die in verband kunnen worden gebracht met een overval. Verdachte gebruikt daarin de letterlijke woorden “hij zit binnen voor een overval”, “denk van mij en hem” en “ik verwacht bezoek”. In deze chats koppelt verdachte zichzelf aan een overval gepleegd met [medeverdachte] . In de periode na de aanhouding van [medeverdachte] valt uit de gesprekken af te leiden dat verdachte probeert te achterhalen of zijn naam in dat dossier voorkomt en dat hij bezig is met de vraag of hij naar het buitenland moet vertrekken. Op enig moment komt verdachte te weten dat de politie hem wil horen als getuige. Als reden hiervoor benoemt hij dat hij in Apeldoorn is aangehouden op de terugweg. Verdachte is in de nacht van 12 op 13 december 2021, enkele uren na de overval, staande gehouden door de politie terwijl hij met [naam 1] in Apeldoorn reed. Nog geen minuut later stuurt verdachte dat ze het DNA van [alias 1] ( [medeverdachte] ) hebben gevonden op een blikje Redbull en op ducttape ‘wat bij die mensen zat’. In de context waarin verdachte telkens op zoek is naar dossierinformatie en bezig is met de vraag of zijn naam daarin voorkomt, stuurt hij eveneens berichten waaruit blijkt dat hij op de hoogte is van specifieke details die aansluiten bij de bevindingen in onderzoek Goudvis21.

Als [naam 1] op 10 november 2022 een uitnodiging krijgt voor een verhoor in verband met een overval, verstuurt verdachte via Exclu die dag het volgende: “ik heb haar gezegd dat ze moet zeggen dat ze die auto al had verkocht vorig jaar maart aan een paar polen”. Ook stuurt verdachte dat het om een Duitse auto gaat. Kennelijk koppelt verdachte een specifieke auto aan de overval waarover [naam 1] verhoord zal worden. Dat dit de Volkswagen Up moet zijn, blijkt uit het volgende. De inbeslaggenomen Volkswagen Up was voorzien van een groene milieusticker met een Duits kenteken. Op 14 november 2022 verklaart [naam 1] – in overeenstemming met de opdracht die verdachte haar gaf – dat de Volkswagen Up destijds aan een paar Polen is verkocht.

De rechtbank is van oordeel dat dit alles geen andere conclusie toelaat dan dat verdachte en [medeverdachte] (samen met anderen) op 12 december 2021 in de Volkswagen Up hebben gezeten en dat zij de woning van [slachtoffer 1] zijn binnengestormd waarna de overval plaatsvond.

De alternatieve lezingen en (uitblijvende) verklaringen van verdachte

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben bij de politie dan wel ter zitting alternatieve lezingen gepresenteerd.

De eerste alternatieve lezing is bij de politie aangedragen en gaat over het bezit van de Volkswagen Up. Uit het dossier volgt een scenario waarin de Volkswagen voorafgaand aan de overval niet meer in het bezit zou zijn van [naam 1] (en dus niet meer in de beschikkingsmacht van verdachte) omdat deze al was verkocht door [medeverdachte] en zijn vriendin [naam 3] (hierna ook: [naam 3] ). De rechtbank oordeelt dat deze alternatieve lezing niet aannemelijk is geworden. Allereerst vanwege de hiervoor gemaakte bewijsoverwegingen die onderbouwen dat de Volkswagen Up op 12 december 2021 wel degelijk in gebruik was bij verdachte. Verder tonen allerhande verstuurde berichten en gevoerde gesprekken over de Volkswagen Up aan dat het viertal – verdachte, [medeverdachte] , [naam 1] en [naam 3] – een verhaal hebben geconstrueerd over een fictieve verkoop van het voertuig. Tot slot is het volstrekt onaannemelijk dat [medeverdachte] en zijn vriendin als professionele partij een auto verkopen terwijl deze vol ligt met afval, tassen van de verkopende partij, uitnodigingen voor verjaardagsfeestjes én dat zij geen enkele administratie over die verkoop kunnen verstrekken. De rechtbank stelt deze alternatieve lezing van verdachte als ongeloofwaardig terzijde.

Ook de door verdachte en zijn raadsvrouw (pas ter zitting) aangevoerde, zeer summier gestelde en nauwelijks onderbouwde alternatieve lezing dat de Exclu-chats betrekking hebben op het onderzoek Parret, sluit de rechtbank uit. Allereerst vanwege de hiervoor overwogen overeenkomsten tussen de chatberichten en gebeurtenissen in onderzoek Goudvis21. Verder is verdachte ter zitting door de officier van justitie geconfronteerd met feiten en omstandigheden die het onaannemelijk maken dat de berichten over onderzoek Parret zouden gaan. Zo is aan verdachte voorgehouden dat dit onderzoek niet over een overval ging en dat de verhoren in onderzoek Parret al in 2020 hebben plaatsgevonden waarna geen aanhoudingen zijn gevolgd, terwijl de berichten van verdachte nadrukkelijk gaan over de aanhouding van [medeverdachte] , de verlenging van het voorarrest en de oplegde beperkingen, die feitelijk en in de tijd passen bij onderzoek Goudvis21. Verdachte heeft op al deze punten niet willen reageren. Iedere verdere verklaring, uitleg of onderbouwing over waarom de chats toch over onderzoek Parret zouden gaan, bleef uit, terwijl van verdachte kan worden verwacht dat hij zijn standpunt onderbouwt en vragen over de door hem aangevoerde lezing beantwoordt. Tot slot weegt de rechtbank mee dat deze alternatieve lezing van verdachte pas bij de inhoudelijke behandeling is opgeworpen, terwijl in de afgelopen jaren meerdere verhoren en (pro forma) behandelingen van de strafzaak hebben plaatsgevonden en de verdediging nader onderzoek heeft laten verrichten door de rechter-commissaris.

De kwalificaties

- medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen.

Bewuste en nauwe samenwerking kan onder meer blijken uit de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De kwalificatie van medeplegen is, volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is.

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van verdachte het medeplegen bewezen verklaard dient te worden. Dat de overvallers een gezamenlijk plan hadden, blijkt onder meer uit het feit dat zij samen arriveren in de Volkswagen Up en rechtstreeks naar de [adres 2] lopen. Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] blijkt dat de overvallers samenwerkten en elkaar afwisselden in het bewaken van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , terwijl de andere overvallers de woning en de schuur gericht doorzochten. [slachtoffer 2] heeft ook verklaard over een walkietalkie bij een van de overvallers. De overvallers zijn gelijktijdig de woning binnengevallen en zijn gezamenlijk vertrokken. Uit het voorgaande blijkt dan ook dat sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering en dat de overvallers dusdanig vergelijkbare, inwisselbare rollen hadden dat sprake is van medeplegen.

- poging doodslag (feit 3 primair)

Voor bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde onder feit 3 moeten verdachte en zijn mededaders met hun gedragingen (voorwaardelijk) opzet op de dood van [slachtoffer 1] hebben gehad.

Uit brieven van een neuroloog, traumachirurg en KNO-arts blijkt dat de neus van [slachtoffer 1] op twee plaatsen gebroken was, zijn oogkas gebroken was en het vermoeden bestond van de aanwezigheid van een subduraal hematoom, in elk geval een bloeding in het hoofd aanwezig was (tussen de hersenen en de schedel). Op basis van deze geconstateerde letsels, in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen waaronder ook de foto’s in het dossier, kan de rechtbank niet anders concluderen dan dat [slachtoffer 1] geruime tijd grof is toegetakeld waarbij ernstig geweld is gebruikt. Dit geweld heeft op verschillende momenten plaatsgevonden en was met name gericht op zijn hoofd. Belangrijke omstandigheid acht de rechtbank dat de overvallers de armen van [slachtoffer 1] op zijn rug hebben vastgebonden, zijn enkels hebben vastgebonden en dat [slachtoffer 1] op de grond lag. Hiermee hebben de overvallers [slachtoffer 1] weerloos tegen en kwetsbaar voor het geweld gemaakt. Naast het trappen, slaan en stompen tegen het hoofd is er ook een glazen drankfles met kracht tegen het hoofd van [slachtoffer 1] gegooid of geslagen.

De rechtbank is van oordeel dat van het samenstel van de gedragingen van verdachte en zijn mededaders naar uiterlijke verschijningsvorm zoveel agressiviteit is uitgegaan en dat deze gedragingen zozeer gericht waren op de dood, dat er geen andere conclusie mogelijk is dan dat zij (tenminste) de aanmerkelijke kans op dat gevolg bewust hebben aanvaard.

De rechtbank acht gelet op vorengaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn mededaders zich schuldig hebben gemaakt aan de ten laste gelegde poging doodslag.

3.1.3.4 Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen het ten laste gelegde onder feit 1, feit 2 en feit 3 primair heeft begaan.

In de zaak met parketnummer 08-004090-23 (onderzoek Veronica22)

Op 28 april 2022 werd door het Openbaar Ministerie een opsporingsonderzoek gestart onder de naam 26Lytham. Het onderzoek richtte zich op de op de gebruikers van de versleutelde communicatie onder het merk Exclu, waarbij onder andere de chatberichten tussen de gebruikers van Exclu zijn onderzocht aan de hand van vastgestelde zoeksleutels (woordenlijsten). Dit heeft een hit/hits opgeleverd op (onder meer) het/de woord(en). "ijzer", "wapen" en "kilo". Op basis van deze resultaten zijn chatgesprekken aangetroffen van de gebruiker van Exclu-ID [gebruikers-ID 1] ( [gebruikersnaam 1] ), waaruit zou kunnen blijken dat deze gebruiker zich bezighield met handel in en/of het voorhanden hebben van vuurwapens. Het vermoeden bestond dat het Exclu-ID [gebruikers-ID 1] ( [gebruikersnaam 1] ) gebruikt is door verdachte. Voornoemde bevindingen waren de aanleiding voor het Openbaar Ministerie om een afzonderlijk strafrechtelijk onderzoek te starten, onder de registratie Veronica22. De chatberichten van het account [gebruikers-ID 1] uit het onderzoek 26Lytham zijn toegevoegd aan het onderzoek Veronica22.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde. Het subsidiair ten laste gelegde onder die feiten kan wettig en overtuigend worden bewezen. Feit 3 kan – voor wat betreft alle genoemde goederen – wettig en overtuigend worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Voor wat betreft feiten 1 en 2 (primair en subsidiair) kan telkens niet worden vastgesteld dat verdachte (in de tenlastegelegde periode) een echt vuurwapen, dan wel een strafbare nabootsing daarvan voorhanden heeft gehad. Verder kan inzake feit 3 – onder verwijzing naar de verklaring van [getuige] bij de rechter-commissaris – niet worden vastgesteld dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde gestolen goederen heeft verworven, overgedragen of voorhanden heeft gehad, dan wel dat hij wetenschap had dat het om gestolen goederen ging.

Het oordeel van de rechtbank

3.2.3.1 De verklaring van verdachte

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de gebruiker is van het Exclu-account met de naam [gebruikersnaam 1] . Bij de politie heeft verdachte verklaard dat niemand anders gebruik maakt van de telefoons die bij hem in beslag zijn genomen. Voor het overige heeft verdachte zich beroepen op zijn zwijgrecht.

3.2.3.2 Feiten 1 en 2

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

In de periode van 5 november 2022 tot en met 24 december 2022 correspondeert verdachte met verschillende gebruikers van Exclu. De gesprekken gaan, al dan niet in bedekte termen, over vuurwapens, welke vaststelling de rechtbank hierna nader motiveert. In de gesprekken worden foto’s van (imitatie-)vuurwapens verstuurd en ontvangen. Van de voorwerpen op de door verdachte verstuurde en ontvangen foto’s kan niet worden vastgesteld of het echte wapens zijn of strafbare imitaties daarvan. De (wapen)deskundige concludeert dat op de door hem onderzochte foto’s - die verdachte heeft verstuurd of ontvangen - een pistool van het merk Zoraki (type 906), een pistool van het merk Walther (type PP), dan wel nabootsingen daarvan te zien zijn.

Overwegingen van de rechtbank

- Vrijspraak feit 1

Verdachte heeft in de periode van 5 november 2022 tot en met 24 november 2022 met twee personen gesprekken gevoerd via Exclu.

Op 9 november 2022 heeft verdachte contact met gebruiker 36253. Uit dit gesprek valt op te maken dat verdachte vraagt of zijn gesprekspartner ‘ijzer’ nodig heeft. Hoewel voor de rechtbank vaststaat dat dit gesprek over een echt vuurwapen gaat – het is een feit van algemene bekendheid dat het woord ijzer in het criminele circuit gebruikt wordt voor een vuurwapen – kan de rechtbank niet wettig en overtuigend bewijzen dat verdachte op dat moment daadwerkelijk een vuurwapen (of nabootsing daarvan) voorhanden heeft gehad. Wanneer zijn gesprekspartner namelijk antwoordt dat hij het zal laten weten als hij ijzer nodig heeft, reageert verdachte ‘Oke als je nodig hebt ga na buffel’, ‘daar ligt ook een’. Het woord ‘ook’ kan erop duiden dat verdachte (ook) beschikt over een dergelijk vuurwapen, maar dit is onvoldoende voor een bewezenverklaring.

Tussen 19 december 2022 en 23 december 2022 chat verdachte via Exclu met gebruiker [gebruikers-ID 9] . Ook van dit gesprek staat voor de rechtbank vast dat het over vuurwapens gaat vanwege de foto’s die verdachte ontvangt waarop een (imitatie) vuurwapen te zien is. Op verschillende dagen worden berichten gestuurd die duiden op het maken van een afspraak voor de overdracht van het (imitatie) vuurwapen aan verdachte. Uit de berichten ontstaat het vermoeden dat op 23 december 2022 om acht uur een overdracht aan verdachte heeft plaatsgevonden, maar wettig en overtuigend bewijs hiervoor ontbreekt.

De rechtbank kan niet met voldoende zekerheid vaststellen dat een daadwerkelijke overdracht van een (imitatie) Zoraki 906 aan verdachte heeft plaatsgevonden in de ten laste gelegde periode en concludeert dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde.

- Feit 2

Op 24 november 2022 heeft verdachte contact met gebruiker [gebruikers-ID 2] via Exclu. Verdachte stuurt een foto van een (imitatie) vuurwapen en vraagt daarbij “die?”. De rechtbank merkt hierover op dat het feit dat verdachte de verzender van de foto is, impliceert dat hij het wapen voorhanden heeft. Na een bevestiging van zijn gesprekspartner vraagt verdachte wanneer hij hem nodig heeft. Gebruiker [gebruikers-ID 2] antwoordt vervolgens dat hij hem morgen pakt en dat als verdachte er niet is, het voorwerp op een plek moet liggen waar hij zelf ook bij kan. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de inhoud van dit chatgesprek wettig en overtuigend kan worden vastgesteld dat verdachte op 24 november 2022 het (imitatie) wapen dat op de foto te zien is voorhanden had.

De vervolgvraag is of dit moet leiden tot bewezenverklaring van het primair dan wel subsidiair ten laste gelegde onder feit 2. Hoewel de wapendeskundige geen uitsluitsel kan geven over de echtheid van het vuurwapen, is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat minst genomen sprake is geweest van een imitatie van een Walther (type PP) die zodanig is dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt is en daarmee onder categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie (WWM) valt.

3.2.3.3 Feit 3

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

In de periode van 23 mei 2022 tot en met 9 december 2022 worden meerdere inbraken en diefstallen gepleegd in Enschede. [getuige] (ook bekend als [alias 2] of [alias 3] ) wordt door de politie aangemerkt als verdachte van die inbraken en diefstallen en wordt aangehouden. [getuige] heeft alle diefstallen bekend, waarvoor hij naar eigen zeggen is veroordeeld. Verdachte en [getuige] zijn bekenden van elkaar. Naast dat zij buren waren in die periode, hebben zij vaak contact met elkaar. Verdachte maakt gebruik van het Exclu-account met de gebruikersnaam [gebruikersnaam 1] en gebruikers-ID [gebruikers-ID 1] .

- Een hoeveelheid goud en zilver

Op 9 december 2022 wordt door [getuige] ingebroken aan de [adres 3] . Er wordt een groot aantal goederen weggenomen, waaronder een televisie, laptop, soundbar, iPad, kluis en gouden en zilveren sieraden. Vanaf diezelfde datum chat verdachte via zijn Exclu-account met verschillende personen over een kluis, laptop, tablet, soundbar en over goud en zilver.

- Drie airco’s van het merk Bosch

Op 28 november 2022 omstreeks 05:43 uur worden door [getuige] onder meer drie airco’s van het merk Bosch (type Climate 3000i) weggenomen bij een inbraak uit een garagebox in [plaats 1] . [getuige] heeft op die dag om 05:43 uur met zijn toestel een foto gemaakt van een etiket op een doos met daarop de tekst ‘Bosch Climate 3000i’. Om 17:33 uur maakt hij een foto van een uitgepakte Bosch airco met daar omheen verschillende gereedschappen. Aangever [aangever 1] herkent alle goederen op laatstgenoemde foto als de zijne.

Op 29 november 2022 biedt verdachte in een Exclu-chat drie airco’s aan voor € 350,00 per stuk. Verdachte stuurt een foto van een internetadvertentie waarop te zien is dat een Bosch Climate 3000i in winkels verkocht wordt voor € 999,99. Op 1 december 2022 voert verdachte een Whatsapp gesprek met [naam 4] . Ook in dit gesprek worden de airco’s goedkoop aangeboden. Verdachte stuurt op verzoek drie foto’s naar [naam 4] met daarop dozen met het merk Bosch. Op een van de foto’s is een etiket te zien van een Bosch Climate 3000i. Dit zijn andere foto’s dan die op het toestel van [getuige] zijn aangetroffen.

- De motorfietsen met kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2]

Tussen 14 en 28 november 2022 wordt een Yamaha motorfiets met kenteken [kenteken 1] gestolen uit de parkeergarage aan de [adres 4] . Tussen 13 en 20 november 2022 wordt uit diezelfde parkeergarage een motorfiets van het merk Yamaha met het kenteken [kenteken 2] gestolen. Beide diefstallen worden gepleegd door [getuige] en hij maakt met zijn telefoon op verschillende dagen en tijdstippen foto’s en video’s van de desbetreffende motorfietsen die hij doorstuurt naar verdachte. De foto’s zijn genomen op verschillende locaties: de plek van de diefstal, in een woonwijk waar een van de motorfietsen lijkt te zijn ‘koudgezet’ en in een de garagebox aan de [adres 5] . Op die laatste locatie worden ook foto’s gemaakt en verzonden van de gedemonteerde motorfietsen. Verdachte geeft in het Whatsapp gesprek met [getuige] opdracht om beide motorfietsen uit elkaar te halen zodat ze tegelijk naar een klant kunnen. Bij een doorzoeking van de garageboxen aan de [adres 5] op 19 januari 2023 worden onderdelen van de motorfietsen aangetroffen in een van de garageboxen aan de [adres 5] .

- Gereedschappen van het merk Wurth

Op 24 mei 2022 wordt omstreeks 04:45 uur ingebroken in een bedrijfsbus bij het bedrijf [bedrijf 1] in [vestigingsplaats 1] waarbij meerdere gereedschappen van het merk Wurth worden weggenomen. [getuige] is de dader van deze inbraak.

Op 30 mei 2022 heeft verdachte Whatsapp contact met [gebruikersnaam 3] . Verdachte stuurt drie foto’s (die hij later heeft verwijderd) met daarop gereedschappen en biedt alles op de foto’s aan voor € 600,00. Verdacht merkt daarbij op dat de set van Wurth € 1.000,00 kost. De foto’s zijn gemaakt met het (oude) toestel van verdachte.

De Wurth gereedschappen op de foto’s worden herkend door aangeefster als dezelfde soorten gereedschap die uit de bedrijfsbus zijn weggenomen.

- Gereedschappen van het merk DeWalt en Flexvo

Tussen 20 en 22 augustus 2022 wordt door [getuige] (minimaal twee keer) ingebroken in de bedrijfsbus van [bedrijf 2] in [vestigingsplaats 2] . Er wordt een groot aantal gereedschappen van de merken DeWalt en Flexvo weggenomen.

Op 20 augustus 2022 verstuurt verdachte via Whatsapp foto’s van verschillende gereedschappen naar [naam 4] waarop [naam 4] naar de prijs vraagt. De foto’s zijn gemaakt met het toestel van verdachte in de blauwe keet achter zijn woning. Verdachte is in het bezit van de sleutel van de blauwe keet. Op 21 augustus 2022 stuurt verdachte het bericht dat hij “die zaagtafel nu ook heeft”. In de telefoon van verdachte is een foto aangetroffen van die dag waarop naast de andere gereedschappen ook een zaagtafel te zien is. De foto is wederom gemaakt met het toestel van verdachte in de blauwe keet.

De foto’s van zowel 20 als 21 augustus 2022 worden getoond aan aangever. Hij herkent een deel van de goederen op de foto als zijn eigendom of dat van zijn werknemer.

De overwegingen van de rechtbank

- De verklaring van [getuige]

De rechtbank schuift de verklaring van [getuige] zoals afgelegd bij de rechter-commissaris als ongeloofwaardig terzijde uitsluitend voor zover de verklaring inhoudt dat [getuige] gebruik maakte van de telefoon van verdachte, dat hij de foto’s maakte met dat toestel en dat hij de gesprekken voerde met die telefoon. Verdachte heeft namelijk zelf verklaard dat hij de enige was die gebruik maakte van zijn telefoon én zijn Exclu-account. Verder had [getuige] – in tegenstelling tot wat hij heeft verklaard – een eigen telefoon die hij veelvuldig gebruikte, waaronder ook voor het maken van foto’s van de door hem gestolen goederen. Zijn telefoon is immers in beslag genomen bij zijn aanhouding en hieruit is veel informatie verzameld, waaronder dat een groot aantal foto’s is gemaakt met de in beslag genomen Oppo-telefoon. Tot slot is het volstrekt onlogisch dat [getuige] met de telefoon van verdachte gesprekken zou voeren met zichzelf door berichten te sturen naar zijn eigen telefoon (waarover hij naar eigen zeggen niet zou hebben beschikt).

- Partiele vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van de gedachtestreepjes over de hoeveelheid goud en/of zilver, de motorfiets met het kenteken [kenteken 1] en de motorfiets met het kenteken [kenteken 2] en overweegt daartoe als volgt.

Goud en zilver

Verdachte voert vanaf 9 december 2022 met twee personen chatgesprekken via Exclu. De gesprekken komen er – kort gezegd – op neer dat gebruiker [gebruikers-ID 3] van [naam 5] onder meer een soundbar heeft gekregen. Hij moet in ruil daarvoor voor [naam 5] een laptop en twee tablets resetten. Gebruiker [gebruikers-ID 4] is op 12 december 2022 bezig met het regelen van de verkoop van goud en zilver en overlegt met verdachte of de verkoop door moet gaan en hoe de opbrengsten verdeeld moeten worden. Verdachte wil een ‘kop’, wat in straattaal gebruikt wordt voor € 1.000,00. Hoewel de rechtbank de overtuiging heeft dat de gesprekken worden gevoerd over de uit de diefstal afkomstige goederen aan de [adres 3] , is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier onvoldoende kan worden afgeleid dat verdachte het goud en zilver heeft verworven, overgedragen of voorhanden heeft gehad op de wijze als bedoeld in artikel 416, eerste lid, Sr. De rechtbank merkt op dat verdachte zich (mogelijk) wel schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk voordeel trekken uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed, als bedoeld in artikel 416, tweede lid, Sr, maar dat dit niet is tenlastegelegd.

Motorfietsen

De rechtbank is van oordeel dat het dossier voldoende bewijs bevat om vast te stellen dat verdachte met [getuige] chatte over de in de tenlastelegging genoemde motorfietsen, dat hij opdracht gaf die uit elkaar te halen en dat hij een koper had voor de onderdelen van die motorfietsen. Hieruit maakt de rechtbank op dat verdachte zich wederom (mogelijk) heeft schuldig gemaakt aan artikel 416, tweede lid, Sr, maar dat dit niet is tenlastegelegd. Ook in dit geval kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte de motorfietsen heeft verworven, overgedragen of voorhanden heeft gehad als bedoeld in artikel 416, eerste lid, Sr. Het aangeleverde dossier is innerlijk tegenstrijdig, onvolledig en over het algemeen zeer onduidelijk over de plek waar de motoronderdelen zijn aangetroffen. Zo wordt de vindplek aangeduid met onderzoekslocatie C, maar is de bijlage, waaruit kan worden opgemaakt welke garagebox dit zou moeten zijn, onleesbaar. Ook wordt in een resumé gesteld dat het om garagebox [adres 6] zou gaan, terwijl daarvoor wordt gesproken over ‘één van de garageboxen van [adres 6] / [adres 5] ’. Er zijn daarnaast weliswaar aanwijzingen dat verdachte toegang had tot meerdere garageboxen, maar onduidelijk is tot welke boxen verdachte toegang had. Over de opslagplaatsen aan de [adres 5] kan slechts worden vastgesteld dat verdachte in het bezit is van de sleutel van een blauwe keet en dat de garageboxen in eigendom zijn van anderen dan verdachte. Onduidelijk is of verdachte daadwerkelijk toegang had tot de plek waar de motoren hebben gestaan of de onderdelen zijn aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat met deze stand van zaken verdachte moet worden vrijgesproken van de heling van de motorfietsen met de kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] .

- De bewezenverklaring

De rechtbank zal hierna per gedachtestreepje overwegen waarom zij bewezen acht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de heling van de in de tenlastelegging genoemde goederen. Specifieke omstandigheden die bijdragen aan de bewezenverklaring zullen dan aan bod komen maar de rechtbank overweegt allereerst en overkoepelend voor alle gedachtestreepjes het volgende.

[getuige] heeft de goederen die hierna worden besproken allemaal gestolen. Een vereiste van heling is dat verdachte wetenschap moet hebben van het feit dat de goederen die hij heeft verworven, overgedragen of voorhanden heeft gehad uit misdrijf afkomstig zijn. Specifieke omstandigheden die hieraan bijdragen zullen hierna worden besproken, maar de rechtbank overweegt (overkoepelend) hierover het volgende. Verdachte en [getuige] hadden veel contact met elkaar over onder andere (gestolen) goederen en de verkoop daarvan. Een duidelijk voorbeeld zijn de berichten die zij naar elkaar stuurden inzake de gestolen motorfietsen. De rechtbank is van oordeel dat alleen al op basis van de inhoud van de gesprekken die zij voerden, kan worden vastgesteld dat verdachte in alle gevallen op de hoogte was van het feit dat de goederen waarover hij chatte en die hij doorverkocht uit een misdrijf afkomstig waren.

- Drie airco’s van het merk Bosch

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de heling van de drie airco’s en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank is – gezien het feit dat het om een zeer specifiek product gaat, het type dat overeenkomt en het zeer korte tijdsverloop tussen de diefstal en het te koop aanbieden in de chats – van oordeel dat kan worden vastgesteld dat de airco’s die door verdachte worden aangeboden de door [getuige] weggenomen airco’s zijn. In de chatgesprekken die verdachte voert over de airco’s worden deze voor een prijs aangeboden die sterk onder de marktwaarde ligt, wat duidt op wetenschap dat de goederen uit misdrijf afkomstig zijn. Die wetenschap vloeit verder voort uit het feit dat verdachte met gebruiker [gebruikers-ID 3] communiceert over een facebookbericht van [naam 6] . Door de politie is geverbaliseerd dat dit facebookbericht over een inbraak ging waarbij drie airco’s zijn weggenomen. De foto’s die door verdachte zijn verstuurd, zijn andere foto’s dan aangetroffen op de telefoon van [getuige] . Bovendien zijn de foto’s in de telefoon van verdachte aangetroffen die hij naar eigen zeggen als enige gebruikt. De rechtbank stelt vast dat de foto’s door verdachte moeten zijn gemaakt en dat hij dus beschikkingsmacht had over die airco’s. Daarmee is het verwerven of voorhanden hebben wettig en overtuigend bewezen.

- Gereedschappen van het merk Wurth

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de heling van de gereedschappen van het merk Wurth en overweegt daartoe als volgt. De gereedschappen op de foto’s van verdachte komen overeen met de gestolen gereedschappen. Aangeefster merkt op dat de stofzuiger die zij herkent een weinig voorkomend product is. Bovendien heeft zij op de camerabeelden specifiek gezien dat een man (de rechtbank begrijpt: [getuige] ) met de stofzuiger wegliep. Een zoekslag in de politiesystemen naar diefstal van zo’n stofzuiger levert slechts één aangifte op van een inbraak in [plaats 2] , waarbij voornamelijk gereedschappen van een ander merk dan Wurth zijn weggenomen. Gezien de omgang tussen [getuige] en verdachte, de pleegplaats van de inbraak, de woonplaats van verdachte en het feit dat niet aannemelijk is geworden dat de gereedschappen uit een ander misdrijf afkomstig zijn, stelt de rechtbank vast dat de gereedschappen op de foto’s van verdachte die van aangeefster moeten zijn. Ook in dit geval biedt verdachte de gereedschappen aan voor een prijs die sterk onder de marktwaarde ligt. De rechtbank volgt de redenering van de verbalisant (over het overzetten van data naar een nieuw type telefoon) en stelt vast dat verdachte de verstuurde foto’s met zijn (oude) toestel heeft gemaakt en dus beschikkingsmacht had over de gereedschappen. Het verwerven of voorhanden hebben is wettig en overtuigend bewezen.

- Gereedschappen van het merk DeWalt en Flexvo

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de heling van de gereedschappen van het merk DeWalt en Flexvo en overweegt daartoe als volgt. De gereedschappen op de foto’s van verdachte komen overeen met de gestolen gereedschappen. Aangever herkent de gereedschappen – door de combinatie van goederen en door een rode kachel met roestplekken – als die van hem en zijn werknemer. De rechtbank stelt vast – op basis van de eerder gemaakte overkoepelende overweging – dat verdachte wist dat deze goederen uit diefstal afkomstig waren. De goederen zijn door verdachte gefotografeerd in de blauwe keet achter zijn woning waarvan hij een sleutel in zijn bezit had. Het verwerven of voorhanden hebben is daarmee wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

In de zaak met parketnummer 08-029734-23

1

hij op 12 december 2021, in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig geldbedrag en een paspoort (behorend tot [slachtoffer 1] ) en meerdere sleutels en meerdere (mobiele) telefoons (Samsung Galaxy Z Fold en Samsung S10) en een horloge, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en zijn mededaders:- zich voorzien van een geheel of gedeeltelijk over zijn/hun hoofd/gezicht getrokken (bivak)muts(en) en/of masker(s), naar de woning (gelegen aan de [adres 2] ) hebben begeven,- vervolgens de woning – waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich op dat moment bevonden – met geweld zijn binnengedrongen, door de voordeur open te trappen (welke vervolgens tegen het gezicht van voornoemde [slachtoffer 1] aan kwam en waardoor voornoemde [slachtoffer 1] vervolgens ten [alias 6] kwam),- vervolgens voornoemde [slachtoffer 1] meermalen in/op/tegen het gezicht, op/tegen het hoofd, in/op/tegen de rug en (elders) op/tegen het lichaam hebben getrapt en geschopt enhebben geslagen en gestompt,- vervolgens de armen van voornoemde [slachtoffer 1] op de rug hebben vastgebonden met tape,- vervolgens voornoemde [slachtoffer 1] meermalen hebben verplaatst door de woning en naar de schuur,- vervolgens de telefoon van voornoemde [slachtoffer 2] (tegen een knie) kapot hebben geslagen,- vervolgens voornoemde [slachtoffer 2] meermalen op/tegen het hoofd, hebben geslagen,- vervolgens met veel geweld de woning overhoop hebben gehaald,- vervolgens de polsen en de enkels of de benen van voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan elkaar hebben (vast)gebonden met tape en tape op de mond en rondom het hoofd van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben aangebracht en voornoemde [slachtoffer 2] met haar middel aan een stoel hebben vastgebonden met tape,- vervolgens voornoemde [slachtoffer 1] meermalen op de grond hebben gegooid en geduwd,- vervolgens een (al dan niet gevulde) (glazen) fles met kracht op/tegen het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] kapot hebben geslagen of gegooid en - vervolgens met een snoeischaar in de hand voornoemde [slachtoffer 1] hebben meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat ze zijn vinger zouden gaan afknippen;

2hij op 12 december 2021, in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door (bij) voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , in een woning, gelegen aan de [adres 2] , de polsen en de enkels of de benen aan elkaar vast te binden (met tape) en tape op de mond en rondom het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan te brengen en voornoemde [slachtoffer 2] met haar middel aan een stoel vast te binden (met tape),(aldus) voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gedurende enige (langere) tijd (op verschillende plaatsen) in die woning te beletten zich vrijelijk te bewegen en vrijelijk voornoemde woning te verlaten;

3hij op 12 december 2021, in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, - terwijl voornoemde [slachtoffer 1] op de grond lag -voornoemde [slachtoffer 1] meermalen in/op/tegen het gezicht, in/op/tegen het hoofd, in/op/tegen de rug en elders op/tegen het lichaam hebben getrapt en geschopt en hebben geslagen en gestompt en een (al dan niet gevulde) (glazen) fles (met kracht) op/tegen (het hoofd van) voornoemde [slachtoffer 1] (kapot) hebben geslagen of gegooid,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

In de zaak met parketnummer 08-004090-23

2 subsidiair hij op 24 november 2022 in Nederland, een wapen van categorie I onder 7 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was (te weten een nabootsing van een vuurwapen (pistool) van het merk Walther, type PP), voorhanden heeft gehad;

3hij in de periode van 23 mei 2022 tot en met 19 januari 2023 in de gemeente Enschede, een hoeveelheid goederen, te weten:- drie, althans een of meer airco’s (merk Bosch) en- een hoeveelheid gereedschappen (o.a. gereedschappen van het merk Wurth) en- een hoeveelheid gereedschappen (o.a. gereedschappen van het merk DeWalt en Flexvo)heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 47, 282, 287, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

In de zaak met parketnummer 08-029734-23

feit 1

het misdrijf: diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

feit 2

het misdrijf: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, meermalen gepleegd;

feit 3, primair

het misdrijf: medeplegen van poging tot doodslag.

In de zaak met parketnummer 08-004090-23

feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair

het misdrijf: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 3

het misdrijf: opzetheling, meermalen gepleegd

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Ernst van de feiten

Het onmiskenbare zwaartepunt in deze strafzaak ligt bij de overval gepleegd op 12 december 2022. Op zeer intimiderende wijze is verdachte samen met anderen de woning van [slachtoffer 1] binnengedrongen. In de woning is vergaand geweld gepleegd, is gedreigd met een vuurwapen en zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geruime tijd van hun vrijheid beroofd. Hoe heftig en bedreigend de situatie in de woning was, blijkt onder meer uit het feit dat [slachtoffer 1] dacht dat hij het niet zou overleven. Een toevallige politiesurveillance heeft een eind gemaakt aan het angstaanjagende scenario. Voorstelbaar is dat hierdoor erger is voorkomen. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke feiten nog lange tijd de negatieve psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Dat dit in deze zaak ook zo is, blijkt uit de onderbouwing van de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 1] . Verdachte en zijn mededaders hebben hier geen enkel oog voor gehad. De rechtbank rekent dit verdachte zeer ernstig aan.

Daarnaast heeft verdachte de beschikking gehad over (minst genomen) een nabootsing van een vuurwapen. De rechtbank maakt zich ernstig zorgen over het gemak waarmee verdachte over (het gebruik van) vuurwapens communiceert en klaarblijkelijk daadwerkelijk over vuurwapens kan beschikken. Het bezit en gebruik van vuurwapens tasten de algehele veiligheid van de maatschappij en het veiligheidsgevoel van personen aan en moet daarom ten strengste worden bestreden.

Tot slot heeft verdachte zich gedurende een periode schuldig gemaakt aan de heling van goederen, door gestolen goederen door te verkopen aan anderen en zichzelf hiermee financieel te bevoordelen. Verdacht heeft kennelijk enkel oog gehad voor zijn eigen belangen en heeft er blijk van gegeven geen respect te hebben voor andermans eigendommen. De rechtbank rekent ook dit verdachte aan.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 5 oktober 2026. Hieruit blijkt dat verdachte op 20 mei 2025 in Duitsland is veroordeeld voor een vermogensfeit dat gepaard ging met bedreiging met geweld, namelijk afpersing gepleegd in augustus 2024. Aan verdachte is een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren opgelegd. Omdat het een buitenlands vonnis betreft, zal de rechtbank hier geen rekening mee houden voor wat betreft het bepaalde in artikel 63 Sr.

Verdachte heeft over zijn persoonlijke omstandigheden niet willen verklaren. Een gedateerd reclasseringsrapport van 14 april 2023 bevat evenmin informatie die naar het oordeel van de rechtbank van belang is bij het bepalen van de straf of het opleggen van een maatregel. Hoewel verdachte het recht heeft om te zwijgen, houdt de rechtbank in het kader van de straftoemeting rekening met de proceshouding van verdachte. Op geen enkele wijze heeft hij verantwoording willen afleggen dan wel verantwoordelijkheid willen nemen. Integendeel, het dossier geeft een beeld van een verdachte die zaken naar zijn hand probeert te zetten en autoriteiten probeert te misleiden met verzonnen lezingen.

De op te leggen straf

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de feiten, met name de gebeurtenissen op 12 december 2022, geen andere straf toelaten dan een onvoorwaardelijk gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

De redelijke termijn is in deze strafzaak aangevangen op 3 februari 2023, zijnde de datum dat verdachte in verzekering werd gesteld. Hoewel er geruime tijd (meer dan twee jaren) is verstreken tussen die datum en het wijzen van het vonnis, is de rechtbank – gelet op de omstandigheid dat verdachte door zijn eigen toedoen, namelijk door wederom een ernstig strafbaar feit te plegen, binnen die periode gedetineerd zat in Duitsland vanwege het uitzitten van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaren – van oordeel dat de redelijke termijn niet is overschreden.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zoals is geëist door de officier van justitie, een passende straf.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. De schade van benadeelden

De vorderingen van de benadeelde partijen (08-029734-23)

[slachtoffer 2]

(feiten 1 en 2) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 6.670,94 (zesduizend zeshonderdzeventig euro en vierennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 478,98 weggenomen mobiele telefoon

- € 145,00 nieuwe autosleutels

- € 46,96 reiskosten slachtofferhulp

Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 6.000,00 gevorderd.

[slachtoffer 1]

(feiten 1 tot en met 3) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 17.823,83 (zeventienduizend achthonderddrieëntwintig euro en drieëntachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 7.200,00 gederfde inkomsten

- € 623,83 weggenomen mobiele telefoon

Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 10.000,00 gevorderd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 2] integraal kan worden toegewezen.

Wat betreft de vordering van [slachtoffer 1] wordt aan de rechtbank verzocht om een schatting te maken over de hoogte van de gederfde inkomsten, nu begrijpelijk is dat [slachtoffer 1] een aantal weken niet heeft kunnen werken. Voor het overige kan de vordering worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich vanwege de bepleite vrijspraak primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in de vorderingen.

Subsidiair heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en heeft zij ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] aangevoerd dat de schadepost ‘gederfde inkomsten’ onvoldoende is onderbouwd waardoor de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

Vordering van [slachtoffer 2] (feiten 1 en 2)

Materiële schade

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde materiële schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de gevorderde materiële schade daarom toewijzen tot een bedrag van € 623,98. De gevorderde reiskosten van € 46,96 naar slachtofferhulp zijn niet aan te merken als rechtstreekse schade en zullen daarom worden afgewezen.

Immateriële schade

Wat betreft de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank het volgende. Naar het oordeel van de rechtbank is het evident dat slachtoffers als gevolg van dit soort strafbare feiten immateriële schade lijden. De aard en de ernst van de normschending zijn namelijk van zodanig groot gewicht, en de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde dus zo voor de hand liggend, dat een aantasting in de persoon zonder meer kan worden aangenomen. Op grond van artikel 6:106, aanhef onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft de benadeelde recht op een vergoeding van immateriële schade. De rechtbank acht het billijk, gelet op de aard en ernst van de normschendingen, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en gelet op wat in vergelijkbare gevallen in andere zaken is toegewezen, om een bedrag van € 6.000,00 aan immateriële schadevergoeding toe te wijzen.

De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 6.623,98, bestaande uit € 623,98 materiële schade en € 6.000,00 immateriële schade, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Vordering van [slachtoffer 1] (feiten 1 tot en met 3)

Materiële schade

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks materiële schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde materiële schadepost met betrekking tot de weggenomen mobiele telefoon is niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk.

De gevorderde gederfde inkomsten zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. De rechtbank acht zich – met de summiere informatie die over deze schadepost is aangeleverd – onvoldoende voorgelicht op dit punt om een goede schatting te kunnen maken over de gederfde inkomsten, temeer nu niet duidelijk is geworden welke inkomsten de benadeelde normaliter genereerde. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op, waarvoor overigens sinds de eerste openbare zitting op 24 april 2023 voldoende gelegenheid heeft bestaan. De rechtbank zal de gevorderde materiële schade daarom toewijzen tot een bedrag van € 623,83 en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Immateriële schade

Wat betreft de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank het volgende. Naar het oordeel van de rechtbank is het evident dat slachtoffers van dit soort strafbare feiten immateriële schade lijden. Op grond van artikel 6:106, aanhef, onder b, BW heeft de benadeelde recht op een vergoeding van immateriële schade, omdat hij als gevolg van de bewezenverklaarde feiten lichamelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank acht het billijk, gelet op de aard en de ernst van het letsel, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en gelet op wat in vergelijkbare gevallen in andere zaken is toegewezen om een bedrag van € 10.000,00 aan immateriële schadevergoeding toe te wijzen.

De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 10.623,83, bestaande uit € 623,83 materiële schade en € 10.000,00 immateriële schade, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Hoofdelijkheid

De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partijen voor het hele bedrag aansprakelijk is. Voor zover een mededader de schade van de benadeelden al heeft vergoed, is verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van de schade jegens hen bevrijd.

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

Als door verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met de navolgende dagen gijzeling:

vordering [slachtoffer 2] 68 dagen

vordering [slachtoffer 1] 88 dagen

Toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op het bepaalde in artikel 57 Sr.

9. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08-004090-23 feit 1 primair en subsidiair en feit 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08-029734-23 feit 1, feit 2 en feit 3 primair en onder het parketnummer 08-004090-23 feit 2 subsidiair en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

In de zaak met parketnummer 08-029734-23

feit 1, het misdrijf: diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

feit 2, het misdrijf: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, meermalen gepleegd;

feit 3, primair, het misdrijf: medeplegen van poging tot doodslag.

In de zaak met parketnummer 08-004090-23

feit 2 subsidiair, het misdrijf: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 3, het misdrijf: opzetheling, meermalen gepleegd.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding [slachtoffer 2]

- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 6.623,98, bestaande uit € 623,98 materiële schade en € 6.000,00 immateriële schade;

- wijst de vordering voor het overige (een bedrag van € 46,96) af;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] (08-029734-23, feiten 1 en 2) van een bedrag van € 6.623,98, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2021, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 6.623,98, (zegge: zesduizend zeshonderd drieëntwintig euro en achtennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 68 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

schadevergoeding [slachtoffer 1]

- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 10.623,83, bestaande uit € 623,83 materiële schade en € 10.000,00 immateriële schade;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feiten 1 tot en met 3) van een bedrag van € 10.623,83, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2021, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 10.623,83, (zegge: tienduizend zeshonderd drieëntwintig euro en drieëntachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 88 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige (een bedrag van € 7.200,00) niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Mos, voorzitter, mr. R.A. Heblij en mr. M.S. de Waard, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A.B. Kroeze, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2026.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Voor zover de bewijsmiddelen conclusies van verbalisanten bevatten, neemt de rechtbank die over en maakt deze tot de hare.

In de zaak met parketnummer 08-029734-23

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland dossier Goudvis21 met nummer ON2R021094. Dit procesdossier bestaat uit meerdere onderdelen, bij de verwijzing zal ook het onderdeel waarnaar wordt verwezen worden genoemd. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 5 oktober 2026, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Ik was de enige gebruiker van het Exclu-account met de gebruikersnaam [gebruikersnaam 1] .

2. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 17 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (zaakdossier 1 p. 295 - 301):

Plaats delict: [adres 2]

Pleegdatum: 12 december 2021

Ik deed de deur open en op dat moment trapten ze de deur open en kreeg ik de deur tegen mijn gezicht. Ik kwam te vallen op de grond, en toen kwamen er 3 a 4 personen mijn woning binnenstormen, ja op een agressieve manier. Ze ze droegen een bivakmuts, of een masker. Toen ik op de grond lag, kreeg ik al direct schoppen en werd ik direct geslagen. Ik zag dat één van de mannen naar boven ging, en een andere man zag ik naar de woonkamer gaan. Ik lag op de grond en het enige wat ze deden, was continu schoppen. Ze schopten mij overal; tegen mijn gezicht, op mijn lichaam. Ik ben wel 3, 4 of 5 keer geslagen en geschopt. Ze sloegen met de vuisten. Ze sloegen mij met hun vuist op mijn hoofd en lichaam, meerdere keren.

Mijn armen werden vastgebonden met tape, op de rug. Ik moest de handen op de rug

doen. Ik moest ook mee naar boven. Ik weet dat ik boven op de badkamer heb gelegen.

Beneden hebben ze mij neergelegd in de woonkamer. Ze hebben wel gevraagd of ik geld had, volgens mij.

Ik hoorde van alles door de kamer vliegen. De kastdeur hebben ze kapot gemaakt. Boven hebben ze het bed helemaal omvergegooid. Alle kasten hadden ze van de muur afgehaald. Op een gegeven moment hebben ze mij meegenomen naar de schuur. Daar gooiden ze me weer op de grond. Toen zeiden ze van, 'waar ligt 't? Toen hebben ze me weer teruggebracht naar de woning, weer op dezelfde plek, op de grond in de woonkamer/keuken. Toen ik terugkwam, toen zag ik [naam 7] in de keuken, vastgeplakt op de stoel. Zij was met tape vastgeplakt. De handen en de benen volgens mij. Mij hebben ze daar weer op de grond gegooid. Ze hebben mijn benen toen met tape vastgemaakt. Mijn handen zaten nog vast op dat moment. Toen hebben ze mij weer geschopt en geslagen. Ze schopten heel hard, in mijn gezicht en op mijn rug. Ze hebben mij met een fles Bacardi tegen mijn hoofd geslagen.

Ze hebben mij zo hard geslagen en geschopt, ook tegen mijn hoofd. Ik had wel dood kunnen zijn. Ik had mijn neus gebroken, op twee plaatsen. Mijn oogkas onder mijn rechteroog was ook gebroken en ik had bloed in de hersens. Verder was alles opgezwollen en rood en heb ik kneuzingen over mijn lichaam. Ik heb twee dagen in het ziekenhuis gelegen. Ik moest wat langer blijven, omdat ik bloed in de hersens had.

Ik ben € 150,- uit mijn portemonnee kwijt. Ook ben ik mijn paspoort kwijt. Ze hebben ook huis- en autosleutels weggenomen. Mijn telefoon is ook gestolen. Alles bij elkaar heeft wel 1,5 uur geduurd, schat ik.

3. Het proces-verbaal van bevindingen van 13 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier 1 p. 292):

Wij hoorden [slachtoffer 1] zeggen dat de mannen mondkapjes droegen.

4. Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] van 12 december 2021, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven, (zaakdossier 1 p. 343 – 346):

Ik woon aan de [adres 7] (de rechtbank begrijpt: [adres 2] ) te [adres 2] . Ik zag toen dat er opeens vijf mannen in mijn slaapkamer stonden. Ik zag dat ze alle vijf een soort van bivakmuts droegen. Een van de mannen vroeg naar mijn telefoon. Ik zag dat deze man mijn telefoon met beide handen op zijn knie kapotsloeg. Ik zag dat een van de mannen een walkietalkie droeg en ik dacht dat er iemand buiten aan de straat stond te posten. Ik zag dat ze ook alle sleutels van mijn woning hadden weggepakt uit de vensterbank. Ik zag dat er opeens drie mannen wegrenden uit mijn slaapkamer en ik hoorde dat de andere twee ook mee moesten. Ik hoorde dat een man tegen iemand zei dat hij ervoor moest zorgen dat ik ook meeging. Ik liep met de mannen mee naar de woning van [naam 8] .

Ik moest plaatsnemen op een eetkamerstoel. Daarna gingen de mannen naar boven alleen een man bleef bij mij. Er werd ook nog afgewisseld van persoon wie bij mij moest blijven. Op een gegeven moment was de man wie ik zo specifiek kon beschrijven bij mij. Deze man heeft mij ook vijf a zes keer tegen mijn hoofd aangeslagen. Ik zag dat hij dit met de platte hand deed. Terwijl ik in de woonkamer was hoorde ik boven mij alleen maar geluiden alsof er iets werd afgebroken. Ik vermoed dat ze ongeveer een half uur boven zijn geweest.

Toen de mannen naar beneden kwamen moest ik van de eetkamerstoel verplaatsen naar de bank in de woonkamer. Ik zag toen dat de mannen via de deur van de hal de woonkamer binnen kwamen. Ik zag dat zij [naam 8] bij zich hadden vasthielden en op de grond in de hoek gooiden. Ik zag direct dat [naam 8] een bebloed gezicht had. Ik zag ook dat de mannen bloed op hun kleding en handschoenen hadden. Ik zag dat ze nog een fles Bacardi met kracht tegen hem aan hebben gegooid. Beneden hebben ze ook nog een paar keer tegen het hoofd van [naam 8] getrapt. Ik zag dat meerdere mannen tegen het hoofd van [naam 8] trapten.

Op een gegeven moment zag ik dat er een persoon van buiten naar binnen kwam rennen en dat hij riep dat hij het spul had gevonden. De mannen waren even naar buiten en kwamen daarna met grote doorzichtige zakken weer naar binnen. Ik zag dat de zakken gevuld waren met wiet. Ik hoorde dat de mannen zeiden dat ze het spul hadden en dat ze weg moesten. Ik zag dat een van de mannen duct tape pakte en ik hoorde dat ze een soort van overlegden hoe ze ons wilden vast tapen. Ik moest weer terug naar de eetkamerstoel en werd hier vastgebonden met duct tape. Ze bonden eerst mijn polsen bij elkaar aan mijn voorkant met tape. Daarna bonden ze mijn enkels bij elkaar met tape. En daarna hebben ze nog tape rondom mijn middel en de stoel gebonden. Ik kreeg daarna ook nog tape over mijn mond welke ze rondom mijn hoofd hebben getapet. [naam 8] lag op zijn buik op de grond. De mannen bonden zijn handen op zijn rug vast met tape. Daarna bonden ze ook zijn enkels bij elkaar vast met tape. Ik zag dat ze ook bij [naam 8] de tape op zijn mond, rondom zijn hoofd bonden.

5. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 17 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (zaakdossier 1 p. 347 - 353):

Ik ben vastgebonden met duct tape, ben geslagen en mijn telefoon is vernield en weggenomen. Dit alles tegen mijn wil en zonder mijn toestemming. Mijn autosleutels hebben ze ook weggenomen.

[naam 8] lag de hele tijd met zijn hoofd tegen de grond. Ze hadden een snoeischaar in de hand, dat zag ik. Ik hoorde toen nog dat iemand zei van 'Knip hem z'n vinger af'.

Achteraf kwam ik erachter dat men nog een gouden nep-Rolex van mij hebben weggenomen. Een dameshorloge dat in de vensterbank in de slaapkamer lag.

6. Het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] van 14 februari 2023 voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (zaakdossier 1 p. 302, 304 en 306):

Vraag: Waar kwam de tape vandaan waarmee u vastgebonden bent?

Antwoord: Ik denk dat hun dat bij zich hadden. Ik had geen tape in huis liggen.

7. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant 1] van 27 februari 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaaksdossier 1 p. 425 - 439):

Op camerabeelden van een bedrijf aan de [adres 8] is het volgende te zien. Op 12 december 2021 omstreeks 19:27 uur komt de later in beslag genomen witte Volkswagen Up aan rijden en rijdt in de richting van de plaats delict [adres 2] . Omstreeks 19:30 uur stappen er vier personen uit de witte Volkswagen Up. De personen lijken allen mannelijk qua geslacht. De vier personen lopen naar de plaats delict. Op 12 december 2021 omstreeks 20:45 uur komt de eerdere bestuurder van de witte VW Up met versnelde pas in de richting van witte VW Up aanlopen.

8. Een geschrift als bedoeld in artikel 344 eerste lid, onder sub 4, Sv, te weten een uittreksel uit het voertuigenregister van 29 december 2021 (zaakdossier 1 p. 496):

[afbeelding]

9. Het proces-verbaal van forensisch onderzoek voertuig, opgemaakt door [verbalisant 2] van 19 januari 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (zaakdossier 1 p. 453 – 457):

Op maandag 20 december 2021 werd door mij een voertuig onderzocht.

Het betrof een vierwielig voertuig.

Merk: Volkswagen (VW)

Type: Up

Kleur: Wit

De volgende sporen en sporendragers werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:

Biologische sporen

Spoornummer: PL0600-2021579199-189028

SIN: [SIN-code 1]

Spooromschrijving: Speeksel

Wijze veiligstellen: Wattenstaafje

Datum/tijd veiligstellen: 20 december 2021 om 13:36 uur

Plaats veiligstellen: Blikje fernandez

Bijzonderheden: Aangebroken

Spoornummer: PL0600-2021579199-189029

SIN: [SIN-code 2]

Spooromschrijving: Speeksel

Wijze veiligstellen: Wattenstaafje

Datum/tijd veiligstellen: 20 december 2021 om 13:38 uur

Plaats veiligstellen: Bem flesje maaza

Bijzonderheden: Aangebroken

Spoornummer: PL0600-2021579199-189030

SIN: [SIN-code 3]

Spooromschrijving: Speeksel

Wijze veiligstellen: Wattenstaafje

Datum/tijd veiligstellen: 20 december 2021 om 13:39 uur

Plaats veiligstellen: Bem blikje red bull

Bijzonderheden: Aangebroken

Spoornummer: PL0600-2021579199-189031

SIN: [SIN-code 4]

Spooromschrijving: Peuk

Wijze veiligstellen: Breathable bag

Datum/tijd veiligstellen: 20 december 2021 om 13:45 uur

Plaats veiligstellen: Peuk naast stoel rv

Bijzonderheden: Aangebrand

Sporendragers

Goednummer: PL0600-2021579199-2672254

SIN: [SIN-code 5]

Object: Masker

Kleur: Zwart

Land: Nederland

Bijzonderheden: Mondkapje vloer

10. Een geschrift als bedoeld in artikel 344 eerste lid, onder sub 4, Sv, rapport DNA onderzoek opgesteld door dr. J. Warnaar van 31 maart 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (Zaakdossier 1 p. 468 – 473):

[afbeelding]

Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek

[SIN-code 3] #01 (blikje red bull)

Dit betreft een DNA-profiel waarvan is aangenomen dat alle DNA-kenmerken van één persoon afkomstig zijn. Voor dergelijke DNA-profielen is vastgesteld dat wanneer het DNA- profiel van een persoon ermee overeenkomt de bewijskracht meer dan één miljard is.

Daarom geldt voor de overeenkomsten met het DNA-profiel van [medeverdachte] dat DNA-profiel [SIN-code 3] #01 meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker is wanneer het DNA afkomstig is van [medeverdachte], dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige (niet aan [medeverdachte] verwante) persoon.

[SIN-code 4] #01 (peuk naast stoel rv)

Dit betreft een DNA-profiel waarvan is aangenomen dat alle DNA-kenmerken van één persoon afkomstig zijn. Voor dergelijke DNA-profielen is vastgesteld dat wanneer het DNA-profiel van een persoon ermee overeenkomt de bewijskracht meer dan één miljard is.

Daarom geldt voor de overeenkomsten met het DNA-profiel van [verdachte] dat DNA-profiel [SIN-code 4] #01 meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker is wanneer het DNA afkomstig is van [verdachte], dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige (niet aan [verdachte] verwante) persoon.

11. Een geschrift als bedoeld in artikel 344 eerste lid, onder sub 4, Sv, rapport DNA onderzoek opgesteld door dr. J. Warnaar van 20 april 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (zaakdossier 1 p. 474 – 477):

[afbeelding]

[SIN-code 2] #01 (flesje maaza) en [SIN-code 1] #01 (blikje fernandez)

Dit betreffen DNA-profielen waarvan is aangenomen dat de DNA-kenmerken van één persoon afkomstig zijn. Voor dergelijke DNA-profielen is vastgesteld dat wanneer het DNA-profiel van een persoon ermee overeenkomt de bewijskracht meer dan één miljard is.

Daarom geldt voor de overeenkomsten met het DNA-profiel van [medeverdachte] :

DNA-profielen [SIN-code 2] #01 en [SIN-code 1] #01 zijn beide meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van [medeverdachte] , dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige (niet aan [medeverdachte] verwante) persoon.

12. Een geschrift als bedoeld in artikel 344 eerste lid, onder sub 4, Sv, rapport DNA onderzoek opgesteld door dr. J. Warnaar van 11 april 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (zaakdossier 1 p. 458 – 464):

Mondkapje [SIN-code 5]

Bemonstering [SIN-code 5] #01 van de binnenkant van het mondkapje is onderzocht op de aanwezigheid van speeksel. Hierbij is een aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van speeksel.

[afbeelding]

Tabel 3 Resultaten, interpretatie en conclusie van het (vergelijkend) DNA-onderzoek

[afbeelding]

[afbeelding]

Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek

[SIN-code 5] #01 en #02 (mondkapje)

Dit betreffen afgeleide DNA-hoofdprofielen waarvan is aangenomen dat alle DNA-kenmerken van elk DNA-profiel van één persoon afkomstig zijn. Voor dergelijke DNA-profielen is vastgesteld dat wanneer het DNA-profiel van een persoon ermee overeenkomt de bewijskracht meer dan één miljard is. Daarom geldt voor de overeenkomsten met het DNA-profiel van [verdachte] :

DNA-profielen [SIN-code 5] #01 en #02 zijn elk meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van [verdachte], dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige (niet aan [verdachte] verwante) persoon.

Tape [SIN-code 6]

Het onderzoeksmateriaal betreft meerdere op elkaar geplakte delen tape.

De lagen tape zijn uit elkaar gehaald. De rugzijden van vier vermoedelijke originele tape-uiteinden zijn bemonsterd om DNA te verzamelen van degene die de tape gehanteerd heeft. De bemonsteringen zijn als [SIN-code 6] #01 tot en met #04 veiliggesteld voor DNA-onderzoek.

[afbeelding]

Resultaten, interpretatie en conclusie van het onderzoek

[afbeelding]

[afbeelding]

Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek

[SIN-code 6] #02 (rugzijde vermoedelijk uiteinde tape)

Voor deze berekening is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee niet

verwante personen.

DNA-mengprofiel [SIN-code 6] #02 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van [medeverdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van twee willekeurige onbekende personen.

13. Proces-verbaal van forensisch onderzoek woning [adres 2] , opgemaakt door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] van 16 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (zaakdossier 1 p. 611 – 616):

Op maandag 13 december 2021 om 13:44 uur kwamen wij aan op de locatie [adres 2] .

Bevindingen

We zagen de open keuken en zagen op de vloer richting de woonkamer stukken grijs tape liggen. We hebben dit veiliggesteld voor eventueel vervolgonderzoek.

De volgende sporen en sporendragers werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:

Sporendragers

Goednummer: PL0600-2021579199-2652192

SIN: [SIN-code 6]

Object: Plakband

Kleur: Grijs

Land: Nederland

Bijzonderheden: Grijs duct tape. op vloer voor koelkast

14. Een geschrift als bedoeld in artikel 344 eerste lid, onder sub 5, Sv, een brief opgesteld door drs. R. de Groot, traumachirurg van 14 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (Zaakdossier 1 p. 317 – 319):

Conclusie:

Mishandeling met fractuur os nasale, orbita bodem rechts en vermoedelijk subduraal

hematoom rechts frontaal.

Lichamelijk onderzoek:

Veel bloed in de mond.

Secondary Survey:

Fors zwelling linker zijde gelaat en oor. Oppervlakkige excoriatie neurbrug. Drukpijn over de ossale structuren.

Aanvullend onderzoek:

- Klein extra-axiaal bloedingsfocus rechts hoog frontaal. Vermoedelijk subduraal, gezien het ontbreken van een bijkomende fractuur. Qua configuratie is echter een epiduraal hematoom niet uit te sluiten.

- Fractuur orbitabodem rechts met betrokkenheid van de canalis infraorbitalis. Fractuur van het os nasale.

15. Proces-verbaal restinformatie, opgemaakt G.0. 020319 8020349 van 26 januari 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (zaakdossier 2 p. 1067 – 1093):

Beschrijving van de restinformatie:

In onderzoek VERONICA22 — ONRAA22051 kreeg het onderzoeksteam de beschikking over de chats van account [gebruikers-ID 1] in de berichtenservicedienst Exclu. De gebruiker van dit account is door de politie geïdentificeerd als [verdachte] .

De chats van dit account beslaan de periode van 8 september 2022 tot en met de tijd van het schrijven van dit proces-verbaal.

Bij analyse van de chatberichten van [verdachte] vielen een aantal gesprekken op over een overval. In deze gesprekken wordt de naam ' [alias 1] ' of ' [alias 4] ' vaak gebruikt en deze persoon zou zijn aangehouden op 31 oktober 2022. Uit politiesystemen blijkt dat deze op deze dag [medeverdachte] is aangehouden voor een overval.

Uit de politiesystemen blijkt verder dat [verdachte] en [medeverdachte] contacten van elkaar zijn.

1. Betrokkenheid overval

31 oktober 2022

[medeverdachte] aangehouden in verband met de woningoverval aan de [adres 2] In de EXCLU-chats wordt gesproken over deze woningoverval en de betrokkenheid van [medeverdachte] (alias ' [alias 1] ') en [verdachte] hierbij.

De chats hieronder gaan over het feit dat [medeverdachte] is aangehouden op 31-10-2022 voor de woningoverval aan de [adres 2] .

[afbeelding]

1 november 2022

Op deze dag wordt er in de exclu chat tussen [verdachte] (geïdentificeerd als gebruiker van account [gebruikers-ID 1] ) en de gebruiker van Exclu-account [gebruikers-ID 5] over gesproken dat 'hij' binnen zit voor een woningoverval. De gebruiker van account [gebruikers-ID 1] zegt dan: 'vermoedelijk van mij en hem'. De gebruiker van account [gebruikers-ID 1] voegt er dan nog aan toe dat hij bezoek verwacht.

[afbeelding]

1 november 2022

In de chats hieronder vindt een gesprek plaats tussen de exclu-account [gebruikers-ID 1] (waarvan de gebruiker is geïdentificeerd als [verdachte] ) en de gebruiker van exclu account [gebruikers-ID 6] van 01-11-2022. In dit gesprek zegt de gebruiker van account [gebruikers-ID 1] dat hij 'even off is ivb [alias 1] .

[afbeelding]

1 november 2022

Hieronder staat een gesprek, eveneens van 01-11-2022, tussen exclu-account [gebruikers-ID 1] (waarvan de gebruiker is geïdentificeerd als [verdachte] ) en de gebruiker van exclu account [gebruikers-ID 7] . De gebruiker van account [gebruikers-ID 1] zegt dat hij zo naar'advo' gaat. De gebruiker van account [gebruikers-ID 7] zegt dan dat hij naar Spanje of zo zou gaan met de auto, afwachten wat advo zegt. Hij voegt daar nog aan toe: 'Dus ik zou weg gaan, als zelfde is al voor die andere... en je word veroordeeld is geen ggrap he bro'. De gebruiker van account [gebruikers-ID 1] zegt dan dat hij er die avond niet is en dat hij even afwacht wat de advo zegt en of zijn naam in 'die varhaal van [alias 1] ' komt.

[afbeelding]

[afbeelding]

2 november 2022

Onderstaande tabel is een chat tussen de gebruiker van [gebruikers-ID 1] (geïdentificeerd als [verdachte] ) en verschillende gebruikers (te zien aan de kolom 'chat').

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

18 november 2022

[afbeelding]

20 november 2022

Uit onderstaande chats blijkt wederom dat er wordt gepraat over de woningoverval aan de [adres 2] . [verdachte] heeft al wat gehoord over het dossier.

[afbeelding]

[afbeelding]

18 januari 2023

In Tabel 1 is een gesprek te lezen tussen de gebruikers van Exclu-account [gebruikers-ID 8] en [gebruikers-ID 1] (geïdentificeerd als [verdachte] ). In dit gesprek van 18-01-2023 komt naar voren dat de gebruiker van account [gebruikers-ID 8] weet dat DNA van [alias 1] en nog een ander persoon is aangetroffen op de tape. De gebruiker voegt daaraan toe dat in het dossier de naam is doorgekrast door de officier van justitie en dat de advocaat heeft gezegd dat er nog één aanhouding volgt. Dat moet dan zijn van iemand met een strafblad, anders hebben ze geen match bij het 'nvi'. De gebruiker van account [gebruikers-ID 1] reageert dan met de bericht 'Van [naam 9] ' ` [naam 10] ' en 'Ik heb dat nooit aangeraakt'.

[afbeelding]

[afbeelding]

Onderstaande gesprekken gaan over het afstemmen van een verhoor. Dit gaat zeer waarschijnlijk over [naam 1] (alias ' [alias 5] ') en [naam 3] (mogelijke alias ' [alias 6] '). De bron is wederom de exclu-chat van account [gebruikers-ID 1] , geïdentificeerd als [verdachte] .

10 november 2022: ' [alias 5] ' heeft volgens account [gebruikers-ID 1] (igb [verdachte] ) geen advocaat nodig. Ze 'moet' zeggen dat ze die auto al had verkocht vorig jaar maart aan een paar Polen. De gebruiker van account [gebruikers-ID 2] vindt dit onverstandig. Op verzoek van account [gebruikers-ID 2] wordt uiteindelijk wel een advocaat ingevlogen: [naam 11]

[afbeelding]

[afbeelding]

In de zaak met parketnummer 08-004090-23

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland dossier Veronica22 met nummer ONRAA22051. Dit procesdossier bestaat uit meerdere onderdelen, bij de verwijzing zal ook het onderdeel waarnaar wordt verwezen worden genoemd. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Alle feiten

1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 5 oktober 2026, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Ik was de enige gebruiker van het Exclu-account met de gebruikersnaam [gebruikersnaam 1] .

2. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 3 februari 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier wapens en munitie, p. 1242):

Vraag: wordt door andere mensen gebruik gemaakt van uw telefoontoestellen?

Antwoord: nee.

feit 2 subsidiair

3. Het proces-verbaal van bevindingen van 18 januari 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier wapens en munitie, p. 1192, 1195):

De zoeksleutels "ijzer", "wapen" en "kilo" werd aangetroffen in de communicatie door gebruiker met Exclu-ID [gebruikers-ID 1] . Deze gebruiker heeft als bijnaam (nickname) [gebruikersnaam 1] .

Op 24 november 2022 stuurt [gebruikers-ID 1] onderstaande foto van een mogelijk vuurwapen naar het account [gebruikers-ID 2] en vraagt 'die?'. [gebruikers-ID 1] vraagt wanneer [gebruikers-ID 2] het wapen nodig heeft en [gebruikers-ID 2] zegt dat hij hem morgen wel komt ophalen.

[afbeelding]

4. Het proces-verbaal van bevindingen van 21 februari 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier wapens en munitie, p. 1220, 1121 en 1126):

Foto bestandsnaam [bestandsnaam 1]

(zie fotobijlage foto 3):

Ik verbalisant zie dat het voorwerp de vorm heeft van een handvuurwapen. Ik herken het voorwerp aan de vorm, en de plaats van de aangebrachte bedieningsonderdelen waaronder de vuurregelaar. Het voorwerp is een pistool van het merk Walther, type PP of een replica hiervan.

Aan de hand van de foto is niet vast te stellen of het genoemde voorwerp een scherp schietend vuurwapen dan wel een nabootsing is.

Strafbaarheid als nabootsing vuurwapen:

Mocht vastgesteld zijn dat het bovengenoemd voorwerp een nabootsing is van een vuurwapen, en genoemde persoon is niet aangesloten bij een van de aangesloten verenigingen van de NABV (Nederlandse Air soft Belangen Vereniging), dan betreft dit een nabootsing van een vuurwapen als genoemd in artikel 2 lid 1, categorie 1 onder 7 van de wet wapens en munitie.

Het voorhanden hebben van een dergelijke nabootsing van een vuurwapen is strafbaar gesteld in artikel 13 lid 1 juncto artikel 55 lid 1 van de wet wapens en munitie.

[afbeelding]

Feit 3

5. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] door de rechter-commissaris van 3 april 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (los opgenomen):

Voor de zaak van de gestolen airco’s ben ik veroordeeld voor diefstal met braak. De twee diefstallen van bedrijfsgereedschappen uit een bedrijfsbus heb ik bekend. Het kan kloppen dat dit in mei en augustus 2022 is geweest.

6. Het proces-verbaal van bevindingen van 24 mei 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier diefstal en heling, p. 1317-1320):

Bevat de veiliggestelde data, informatie dat [getuige] en [verdachte] bekenden van elkaar zijn?

Gezien de volgende opsomming van feiten is het zeer aannemelijk dat de [getuige] en [verdachte] zeer goede bekenden van elkaar zijn/waren:- In de veilig gestelde gegevens uit het toestel van [verdachte] stonden meerdere telefoonnummers die bij [getuige] in gebruik zijn of zijn geweest.- [getuige] heeft bij één van deze nummers een profielfoto waarop beiden heren met elkaar poseren.- De WhatsApp gesprekken tussen beiden bevatten tenminste 1000 berichten.- Uit de WhatsApp chats viel op te maken dat er zeer informeel met elkaar gecommuniceerd werd.- Uit de WhatsApp chats viel op te maken dat de beide gebruikers elkaar regelmatig zagen.- In de veilig gestelde afbeeldingen waren foto's te zien waarop [verdachte] als [getuige] samen opstonden.

- drie airco’s van het merk Bosch

7. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 28 november 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier diefstal en heling, p. 1407):

Op 28 november 2022 zag ik dat de deur van mijn garagebox open stond. Ik heb de beelden bekeken. Ik zag dat de diefstal was gepleegd om 05:43 uur. Op de beelden is te zien dat de man allerlei gereedschappen in een Audi laadt.

8. Het proces-verbaal van bevindingen van 17 maart 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier diefstal en heling, p. 1293, 1302, 1314 en 1315):

Op 15 december 2022 werd verdachte [getuige] geboren op [geboortedatum 2] 1987

Aangehouden. De telefoon van het merk Oppo werd in beslag genomen.

Foto 29 en 30

In de veiliggestelde gegevens van de telefoon kwam ik meerdere afbeeldingen van een Bosch airconditioning tegen. Ik zag dat er ook 3 dozen met een Bosch opschrift op de foto stonden. Ik zag op één van de foto's een etiket. Hierop was te lezen dat het om een Bosch Climate 3001 zou gaan. Op een andere foto zag ik een uitgepakte airconditioning van het merk Bos. Op de achtergrond van foto 30 is te zien dat er meerdere groene koffers van merk Bosch stonden.

Ik zag dat alle foto's van de airco's in de map DCIM/Camera stonden. Ik zag aan de metadata van de foto's dat alle foto's waren genomen met een OPPO A52. Ik zag dat alle foto's op 28-11-2022 waren genomen. Ik zag dat deze foto's zeer waarschijnlijk waren genomen tussen 05:42:58 uur en 17:34:37 uur. Gezien de bestandsnamen en de metadata waren de foto's zeer waarschijnlijk genomen met het inbeslaggenomen toestel.

[afbeelding]

9. Het proces-verbaal van bevindingen van 24 mei 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier diefstal en heling, p. 1368-1370):

Ik heb telefonisch contact opgenomen met aangever [aangever 1] met de vraag of hij nog weet welk type airconditioners op 28 november 2022 zijn ontvreemd vanuit zijn garagebox. Hij stuurde mij op dezelfde dag onderstaande foto's. Op de eerste foto zijn twee dozen van het merk Bosch te zien. Op een van de dozen zie ik een sticker met daarop de vermelding: Climate 3000i CL3000i1J W35 E en het nummer [nummer] . Dit is precies hetzelfde type airconditioner als op de foto die is aangetroffen op de telefoon van [getuige] (foto 1).

[afbeelding]

[afbeelding]

Tevens heb ik aangever gevraagd welk van de goederen op foto 2 hij herkent als de zijne.

Aangever verklaarde desgevraagd dat hij de gele bouwradio, de groene Bosch gereedschapskoffers, de rode Hilti boormachine en de airco herkent als de zijne.

10. Het proces-verbaal van bevindingen van 24 mei 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier diefstal en heling, p. 1316, 1346-1348):

Door mij werd onderzoek gedaan naar de veiliggestelde data van het volgende toestel: iPhone 13 pro. Op 3 februari 2023 werd dit toestel onder [verdachte] in beslaggenomen. Uit de veiliggestelde gegevens bleek dat het toestel gebruik had gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Het nummer is volgens CIOT te naam gesteld op [verdachte] , [adres 5] .

Vervolg chat [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net ( [naam 4] )

Ik zag in de chat dat [naam 4] op 01-12-2022 vroeg of [verdachte] foto's kon sturen. Er is uit de tekst op te maken dat hij er misschien wel eentje zou weten. [verdachte] stuurde daarop drie afbeeldingen. Ik zag dat dit drie afbeeldingen waren van dozen. Uit de tekst die [verdachte] daarna stuurde is op te maken dat [naam 4] ze vandaag goedkoop moest pakken. Uit het woordje 'ze' zou je kunnen opmaken dat het om meerdere goederen zou gaan. Uit de tekst viel op te maken dat [naam 4] ze door zou sturen en verwachtte de dag erop antwoord te krijgen.

[afbeelding]

[afbeelding]

Ik zag dat de afbeeldingen foto's bevatten van dozen. Ik zag dat op alle drie de afbeeldingen een sticker zichtbaar was. Ik zag dat daarop de tekst Climate 30001 vermeld stond. Uit onderzoek op het internet (Nefit-bosch.nl) bleek dat dit dozen waren van airconditioners van het Merk Bosch en het type 30001. Op afbeeldingen 26, 27 en 28 staan de aangetroffen foto's die door [verdachte] werden opgestuurd.

11. Het proces-verbaal van bevindingen van 30 april 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier diefstal en heling, p. 1290-1291):

Chats over Bosch airco's

Op 28 november 2022 chatte gebruiker [gebruikers-ID 1] met gebruiker [gebruikers-ID 3] . Er viel te lezen dat gebruiker [gebruikers-ID 1] drie nieuwe airco's aanbood aan gebruiker [gebruikers-ID 3] . Deze zouden in de winkel €1000,- kosten maar deze werden uiteindelijk voor €350,- per stuk verkocht aan gebruiker [gebruikers-ID 3] . In de chats werden afbeeldingen meegestuurd van een screenshot van het merk en type. Uit de chats viel op te maken dat gebruiker [gebruikers-ID 3] enigszins op de hoogte was van de airco's door een bericht op Facebook bij [naam 6] .

In de registratie van de inbraak was te lezen dat [naam 12] een bericht had geplaatst op Facebook. Dit bericht zou te maken hebben gehad met de inbraak.

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

- Gereedschappen van het merk Wurth

12. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens [bedrijf 1] van 2 juni 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier diefstal en heling, p. 1420-1421)

Pleegdatum: 24 mei 2022

Plaats delict: [vestigingsplaats 1]

Op camerabeelden is te zien dat de man om 04:45 de bus uit komt met een krat en een tas in zijn handen. In het krat en de tas van het merk Wurth zat gereedschap. Ik zie dat de man met het krat en de tas van het terrein loopt.

13. Het proces-verbaal van bevindingen van 24 mei 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier diefstal en heling, p. 1316, 1331-1335):

Door mij werd onderzoek gedaan naar de veiliggestelde data van het volgende toestel: iPhone 13 pro. Op 3 februari 2023 werd dit toestel onder [verdachte] in beslaggenomen. Uit de veiliggestelde gegevens bleek dat het toestel gebruik had gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Het nummer is volgens CIOT te naam gesteld op [verdachte] , [adres 5] .

Chat [telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net [gebruikersnaam 3]

Ik zag dat er in de veiliggestelde gegevens een Whatsapp chat aanwezig was tussen de gebruikers [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net - (owner) en [telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net [gebruikersnaam 3] .

Ik zag dat een deel van de chat 'scrambled' was. Dit komt doordat de berichten door de eigenaar uit Whatsapp waren verwijderd. Ik zag dat er in deze verwijderde chats 3 .jpg bestanden waren verstuurd. Het is mij verbalisant bekend dat .jpg bestanden veelal foto’s of afbeeldingen zijn. Ik zag dat deze in de chats verwijderde afbeeldingen door [verdachte] waren verzonden. Ik kon uit de chat opmaken dat [verdachte] alles op de foto voor 600 aanbood. Ik zag dat hij meteen daarna chatte dat alleen de set van Wurth 1000 kostte. Het is mij verbalisant bekend dat Wurth een merk gereedschap is.

[afbeelding]

Ik zag dat de bovengenoemde .jpg bestanden op 30-05-2022 om 20:57:01 uur, 30-05-2022 om 20:57:14 uur en op 30-05-2022 om 20:57:55 uur werden verstuurd. Ik verbalisant heb daarop de tijdlijn van de veiliggestelde data bekeken. Ik zag op de tijdlijn dat er vlak voor het verzenden van elk van de drie .jpg bestanden een foto was gemaakt. Ik zag dat dit de bestanden waren voorzien van de bestandsnamen [bestandsnaam 2] , [bestandsnaam 3] en [bestandsnaam 4] . Ik zag dat deze afbeeldingen niet verwijderd waren. Uit de database viel op te maken dat de 3 afbeeldingen waren gemaakt met behulp van de app WhatsApp. Gezien de tijdlijn zijn de genomen foto’s daarna verzonden door [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net - (owner). De afbeeldingen uit veiliggestelde gegevens zijn weergegeven in afbeelding 11, 12 en 13.

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Ik zag in de Metadata van de drie foto's dat deze foto's waren genomen met een Iphone 12 Pro op 30-05-2022. Dit kwam niet overeen met het type telefoon, iPhone 13 pro, waarvan de data was veiliggesteld. Het viel op dat in de veiliggestelde data veel bestanden waren `veranderd' op 31-05-2022. Het is zeer waarschijnlijk dat de iPhone 13 pro in gebruik is genomen op 31-05-2022 en de data vanaf de iPhone 12 Pro is overgezet op 31-05-2022. Dit verklaart waarom er in de metadata van de foto een ander type telefoon wordt genoemd.

Ik, verbalisant, heb daarop telefonisch contact gezocht met de aangeefster. Ik heb haar gevraagd of ze naar de foto’s wilde kijken of ze goederen herkende. Ik heb haar daarop de foto's (afb 11, 12 en 13) per mail verstuurd. Ik kreeg hierop per mail het volgende antwoord;

“De Wurth komen ons zeker bekent voor en lijken van ons te zijn. De stofzuiger van Wurth weet ik haast wel zeker omdat er daar niet veel van zijn en we op de beelden hebben kunnen zien dat deze meegenomen werd.”

Ik, verbalisant, heb daarop in de politiesystemen gekeken of er in de periode van januari 2022 tot en met 2 juni 2022 aangifte was gedaan van diefstal van Wurth stofzuigers. Ik zag dat er in die periode slechts één andere aangifte was gedaan. Ik zag dat dit bij een diefstal uit een bedrijfswagen in [plaats 2] was. Ik zag dat deze diefstal was gepleegd tussen 25 mei en 27 mei. Ik zag dat er bij deze diefstal meerdere gereedschappen waren weggenomen, voornamelijk van het merk Panasonic.

- gereedschappen van het merk DeWalt en Flexvo

14. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] namens [bedrijf 2] B.V. van 22 augustus 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier diefstal en heling, p. 1426-1427):

Er is ingebroken in de bus van [bedrijf 2] aan de [adres 9] . De meeste elektronisch apparatuur is gestolen.

BOORMACHINE

Type: DIVERSE

Aantal: 1 stuks

Kleur: GEEL

GEREEDSCHAPSKIST

Aantal: 1 stuks

Bijzonderheden: Gereedschap ontvreemd. Merk DeWalt: Boormachine, Spijkermachine,

Klauwhamer, Acculaders, Pompzuigers, Gereedschapstas met diverse gereedschappen,

Haakse slijper Flexvo

15. Het proces-verbaal van bevindingen van 24 mei 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (zaakdossier diefstal en heling, p. 1316, 1321, 1340-1345):

Door mij werd onderzoek gedaan naar de veiliggestelde data van het volgende toestel: iPhone 13 pro. Op 3 februari 2023 werd dit toestel onder [verdachte] in beslaggenomen. Uit de veiliggestelde gegevens bleek dat het toestel gebruik had gemaakt van het telefoonnummer

[telefoonnummer 1] . Het nummer is volgens CIOT te naam gesteld op [verdachte] , [adres 5] .

Tijdens de aanhouding van [verdachte] op 3 maart 2023 werd zijn woning doorzocht.

Tijdens deze doorzoeking werden er meerdere sleutels aangetroffen. Eén van deze sleutels paste op het slot van de blauwe keet die achter de woning geparkeerd stond.

Vervolg chat [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net ( [naam 4] )

Ik zag in dezelfde chat tussen gebruikers [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net - (owner) en [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net ( [naam 4] ) dat er op 20-08-2022 wederom 4 foto's werden gedeeld. Ik zag deze gedeeld werden door [verdachte] . Ik zag dat deze foto's uit de chats verwijderd waren. Ik zag in de tijdlijn dat er vlak voor de foto's werden verzonden een aantal foto’s waren genomen met het in beslag genomen toestel. Ik zag dat de foto's waren voorzien van de bestandsnamen [bestandsnaam 5] tot en met [bestandsnaam 6] . Ik zag dat de tijdstippen in de metadata van de telefoon overeenkwamen met de capture time op de tijdlijn. Deze afbeeldingen zijn hieronder weergegeven als afb21 tot en met afb24.

Uit het antwoord van [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net [naam 4] viel op te maken dat hij op vakantie was maar wel vroeg naar de prijs van alles.

[afbeelding]

Ik, verbalisant, ben tijdens de doorzoeking op 3 februari 2023 aan de [adres 5] aanwezig geweest. Tijdens deze doorzoeking werd er ook gekeken in de, eerder beschreven, blauwe keet op het perceel. Ik, verbalisant, zag dat de foto's in afbeelding 21 tot en met 24 genomen waren in deze blauwe keet. Ik zag dat aan de combinatie van de vloerbedekking, gordijnen en de wandpanelen.

Een dag later appte [verdachte] dat hij de zaagtafel ook had.

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Ik zag op de tijdlijn van de veiliggestelde gegevens dat er op 18:36:50 uur een foto werd gemaakt van een zaagtafel. Ik zag dat de foto was voorzien van bestandsnaam [bestandsnaam 7] Ik zag op de tijdlijn dat deze foto niet was gedeeld. Ik zag wel dat dit in de dagen voor en de dagen na bovenstaande tekst de enige zichtbare afbeelding was van een zaagtafel. Ik zag in de metadata van de foto dat deze genomen was met een Apple iPhone 13 Pro. Ik zag dat het tijdstip en datum in de metadata overeenkwamen met de gegevens op de tijdlijn. Daarom is het zeer waarschijnlijk dat deze foto werd genomen met het in beslag genomen toestel. Deze afbeelding is hieronder als afbeelding 25 weergegeven. Ik zag dat ook deze foto genomen was in de blauwe keet die op het terrein stond.

[afbeelding]

Ik, verbalisant, heb daarop contact gezocht met de aangever van deze diefstal. Ik heb de aangever daarbij via mail de bovenstaande foto (de rechtbank begrijpt: foto 25) gedeeld. Ik heb daarbij gevraagd of hij daarop goederen herkende. Ik kreeg daarop, via de mail, het volgende antwoord;

“We herkennen de volgende producten:

- Zaagmachine en accu's en onderstel

- Spijkerpistool (tocker)

- Accu klopboor (achteraan klein stukje op de foto)

- Elektrische kitpistool met bijbehorende DeWalt kist en indeling voor 2 accu's en het pistool

- Rode kabelhaspel

- Rood kacheltje alleen bovenzijde zichtbaar

- Boekje van de DeWalt lag ook in onze bus

De herkenning is de feitelijk de samenstelling van de set. Dit is van ons ontvreemd. Het rode kacheltje rechts op de foto was van [gebruikersnaam 4] .”

Ik, verbalisant, heb naar aanleiding van het bovenstaande antwoord, afbeeldingen 21,22 en 24 van dit proces-verbaal naar de aangever verzonden. Ik heb hier bij de vraag gesteld of hij hier gereedschappen van herkende.

Ik kreeg hierop het volgende antwoord:

De kachel is zeker van [gebruikersnaam 4] nu ik roestplekken zo zie.

Verschil tijdstippen

Aangever verklaarde een aantal goederen te herkennen. Een deel van die goederen werd vastgelegd op [bestandsnaam 8] (afb22). Aangever verklaarde hij de rode kachel op deze afbeelding herkende aan de roestplekken die op de kachel zaten. Ik zag in de metadata van de foto dat deze was genomen op 20-08-2022 om 17:59:06 uur.

[verdachte] appte op 21-08-2022 om 16:47 uur de volgende woorden: "tafel ik heb die zaag ook" zoal eerder beschreven waren deze woorden 'scrambled'. Het is zeer waarschijnlijk dat de volgende tekst is verstuurd: "ik heb die zaagtafel ook". Uit het woord 'die' zou je kunnen opmaken dat het om een specifieke zaagtafel ging. Het duidde er ook op dat de ontvanger van zijn bericht wist over welke zaagtafel werd gesproken. Uit het woord 'ook' zou je kunnen opmaken dat deze nu, net zoals de rest, ook in zijn bezit was.

Het was aannemelijk dat de zaagtafel bij het gereedschap hoorde wat de dag ervoor, per foto's, was gedeeld. Hieruit zou je kunnen opmaken dat de partij gereedschap in twee keer was weggenomen.

Uit de metadata bleek dat de afb 23 ( [bestandsnaam 7] ) was gemaakt op 21-08-2022 om 18:36:50 uur.

De aangever herkende zijn goederen mede door de combinatie van goederen die op deze foto waren vastgelegd.

Mede gezien het feit dat [verdachte] om 16:47 uur appte dat hij de zaagtafel ook had en hij deze op 18:36:50 uur op foto vastlegde, is het aannemelijk dat deze op zondag 21 augustus 2022 omstreeks 16:47 uur werd weggenomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand