ECLI:NL:RBOVE:2026:6546

ECLI:NL:RBOVE:2026:6546

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 29-10-2026
Datum publicatie 29-10-2026
Zaaknummer 08.120731.24 en 08.313039.21 (tul alg) (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 44 maanden, het betalen van een schadevergoeding en beveelt de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van 176 dagen. De verdachte is schuldig bevonden aan diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08.120731.24 en 08.313039.21 (tul alg) (P)

Datum vonnis: 29 oktober 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats],

wonende aan de [woonplaats],

nu gedetineerd in de PI [locatie].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 oktober 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. D.R. Kops, advocaat in Breukelen, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat namens de benadeelde partij [slachtoffer] door mr. J. Bouwhuis is aangevoerd.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 15 oktober 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen met geweld en bedreiging met geweld goederen, drugs en geld heeft gestolen uit de woning van [slachtoffer] (hierna [slachtoffer]).

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 30 januari 2024 te [plaats]

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

in een woning, te weten de [adres], alwaar verdachte

en/of zijn mededader(s) zich tegen de wil van de rechthebbende

bevond(en),

meerdere kledingstukken, een portemonnee met pasjes, meerdere

sieraden, meerdere telefoons, meerdere schoenen, contant geld, een tas,

meerdere hoeveelheden drugs, een luchtbuks en/of meerdere

(vuur)wapens, in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander

dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te

eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of

om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan

het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, door:

- die [slachtoffer] vast te houden,

- die [slachtoffer] meermalen te slaan/stompen tegen zijn hoofd en/of in

zijn gezicht,

- die [slachtoffer] meermalen met een pijp te slaan tegen zijn hoofd, in

zijn gezicht en/of tegen zijn bovenlichaam, en/of

- een mes te tonen aan die [slachtoffer] en te zeggen dat die [slachtoffer]

neergestoken zou worden als hij hen zou volgen.

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat het tenlastegelegde feit kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft het standpunt ingenomen dat het tenlastegelegde feit kan worden bewezen.

Het oordeel van de rechtbank

Dat [slachtoffer] volgens een vooropgezet plan door vier medeverdachten in zijn eigen woning met geweld en bedreiging met geweld is beroofd van goederen, geld en drugs, staat niet ter discussie. Verdachte heeft bekend bij deze diefstal betrokken te zijn geweest, maar ontkent zelf geweldshandelingen of bedreigingen te hebben geuit.

De rechtbank stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting het volgende vast. Na binnenkomst heeft verdachte samen met de donkere jongen [slachtoffer] vastgepakt. De donkere jongen heeft [slachtoffer] geslagen. Verdachte heeft [slachtoffer] meermalen met een stalen pijp geslagen. De donkere jongen heeft een mes gepakt om [slachtoffer] mee te bedreigen. De verdachten hebben tegen [slachtoffer] gezegd dat [slachtoffer] zou worden neergestoken als hij de verdachten zou volgen.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 30 januari 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning, te weten de [adres], alwaar verdachte

en/of zijn mededader(s) zich tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), meerdere kledingstukken, een portemonnee met pasjes, meerdere sieraden, meerdere telefoons, meerdere schoenen, contant geld, een tas, meerdere hoeveelheden drugs, een luchtbuks en/of meerdere (vuur)wapens, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- die [slachtoffer] vast te houden,

- die [slachtoffer] meermalen te slaan/stompen tegen zijn hoofd en/of in zijn gezicht,

- die [slachtoffer] meermalen met een pijp te slaan tegen zijn hoofd, in zijn gezicht en/of tegen zijn bovenlichaam, en/of

- een mes te tonen aan die [slachtoffer] en te zeggen dat die [slachtoffer] neergestoken zou worden als hij hen zou volgen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf:

diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft oplegging gevorderd van een taakstraf van 180 uren en daarnaast een gevangenisstraf van 291 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met aftrek van de tijd die Verdachte in voorarrest heeft gezeten, te weten 111 dagen. Gelet op haar eis heeft de officier van justitie verzocht het geschorste bevel voorlopige hechtenis op te heffen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdediging zich kan vinden in de eis van de officier van justitie en heeft verzocht bij strafoplegging rekening te houden met het tijdsverloop in deze zaak en de omstandigheden dat verdachte nog jong is, dat hij al een aanzienlijke periode in voorarrest heeft doorgebracht en dat hij drie en een halve maand een enkelband heeft gedragen. De raadsman heeft verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Het feit

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Verdachte is samen met [medeverdachte 1] (hierna [medeverdachte 1]), [medeverdachte 2] (hierna [medeverdachte 2]) en een onbekende getinte jongen in een auto, die door een vijfde persoon werd bestuurd, naar de woning van [slachtoffer] gegaan. Onderweg hebben zij het uit te voeren plan besproken. Nadat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] onder het mom van de verkoop van vapes in de woning van [slachtoffer] zaten, wisten zij op een slinkse, vooraf besproken wijze ook de twee andere verdachten, onder wie verdachte, de woning van [slachtoffer] binnen te krijgen. [slachtoffer] werd door verdachte en de onbekende jongen, beiden voorzien van een vooraf meegebrachte bivakmuts, met een mes en stalen buis mishandeld en bedreigd. Verdachte, [medeverdachte 1] en de andere jongen hebben verschillende (luxe)goederen, geld en drugs weggegrist. De vier verdachten zijn er vervolgens met de gestolen voorwerpen gezamenlijk vandoor gegaan. Verdachte heeft met zijn handelen een bijdrage geleverd aan deze gewelddadige overval en heeft op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] die hierbij lichamelijk letsel heeft opgelopen. Verdachte heeft op geen enkel moment rekening gehouden met de impact van dit gebeuren op [slachtoffer], hij had enkel oog voor zijn eigen financieel gewin. Dat [slachtoffer] tot op de dag van vandaag last heeft van de gevolgen van de overval, die bovendien plaatsvond in zijn eigen woning, blijkt ook uit de ter zitting voorgedragen slachtofferverklaring. Niet alleen is [slachtoffer] na de overval verhuisd, ook ervaart hij nog steeds gevoelens van angst en onveiligheid. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk.

Documentatie

De rechtbank heeft gekeken naar een uittreksel uit de justitiële documentatie over verdachte van 1 oktober 2026. Hieruit blijkt dat hij eerder wegens een soortgelijk geweldsfeit met justitie in aanraking is geweest. De rechtbank houdt, gelet op het bepaalde in artikel 63 Sr, rekening met een andere eerdere veroordeling, namelijk een strafbeschikking van € 300,00 van 17 oktober 2025.

De rapportages

De Reclassering Nederland heeft op 12 juli 2024 en 6 oktober 2026 een adviesrapport uitgebracht. Uit deze rapporten volgt samengevat het volgende.

Verdachte is eerder met justitie in aanraking geweest en er is een verdenking jegens verdachte in een lopend fraudeonderzoek. Verdachte heeft tijdens het schorsingstoezicht laten zien in staat te zijn zelfstandig zijn zaken te regelen. Hij lijkt zijn eigen koers te varen en blijkt op sommige vlakken moeilijk te doorgronden omdat hij niet altijd volledige openheid van zaken geeft. Een mogelijke detentie die voort kan komen uit de huidige zaak ervaart verdachte als een belemmering in het opbouwen van zijn leven.

Het recidiverisico blijft gezien de documentatie en het huidige delict aanwezig en wordt ingeschat als gemiddeld. De reclassering ziet geen aanknopingspunten voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Geadviseerd wordt oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht risico's te beperken of gedrag te veranderen.

De redelijke termijn

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Verdachte is op 9 april 2024 in verzekering gesteld. De rechtbank merkt die datum daarom aan als begin van de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Deze zaak heeft voor het eerst op zitting gestaan op 23 juli 2024 en vervolgens op 15 oktober 2026 en is toen ook inhoudelijk behandeld. Op 29 oktober 2026 wordt uitspraak gedaan. In dit geval heeft de behandeling van de zaak langer dan twee jaren geduurd, namelijk twee jaren en ruim zes maanden. De redelijke termijn is dan ook met ruim zes maanden overschreden. De oorzaak voor de duur van dit strafproces lag buiten de invloedssfeer van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de termijnoverschrijding in dit geval een strafvermindering rechtvaardigt.

Overige strafmaatoverwegingen

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het feit in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur rechtvaardigt. De rechtbank ziet evenals de reclassering en de officier van justitie in de persoon van verdachte geen aanleiding voor toepassing van het jeugdstrafrecht. De binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten voor straftoemeting geven als uitgangspunt van denken voor een diefstal met geweld in geval van een overval op een woning bij licht geweld of bedreiging een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaren en bij ander geweld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaren. In deze zaak weegt in strafverzwarende zin mee dat sprake is geweest van het gebruik van een slagwapen en een mes, dat er sprake is van aanzienlijk letsel bij het slachtoffer en dat het feit in vereniging is gepleegd. De rechtbank weegt in strafverzwarende zin ook mee dat verdachte niet alleen een initiërende en regelende rol, maar ook een gewelddadige rol in het geheel heeft vervuld.

De rechtbank acht, alles afwegende, in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend en geboden, maar zal deze, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn matigen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 44 maanden.

7. De schade van benadeelde

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer], bijgestaan door mr. J. Bouwhuis, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 16.270,74 [zestienduizend tweehonderdzeventig euro en vierenzeventig eurocent], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- vernielde goederen € 1.220,30;

- borg huur woning € 470,00;

- eigen risico € 385,00;

- gestolen goederen € 7.195,44.

Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 7.000,00 gevorderd.

Verzocht is om de medeverdachten hoofdelijk aansprakelijk te stellen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de vordering geheel voor toewijzing vatbaar is, hoofdelijk moet worden opgelegd, met toewijzing van de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat ten aanzien van de kettingen geen onredelijke bedragen zijn gevorderd en dat deze posten kunnen worden toegewezen. De raadsman heeft voorts verzocht de opgevoerde goederen waarvan geen onderbouwing of aankoopbon aanwezig is niet toe te wijzen en kritisch te kijken naar de hoogte van de immateriële schade.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De rechtbank zal de opgevoerde materiële schadeposten hieronder afzonderlijk bespreken.

- vernielde goederen en gestolen goederen

De onder de posten vernielde en gestolen goederen opgenomen schadeposten zijn onvoldoende onderbouwd. De enkele stelling dat de aanschafprijs een billijke vergoeding betreft zonder enig inzicht te verschaffen in de afschrijvingskosten is daartoe niet alleen onvoldoende maar maakt ook dat niet zonder meer een goede schatting kan worden gedaan. Voor een nadere onderbouwing op dit punt is in de strafprocedure geen plaats omdat dit leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in dit deel van de vordering.

- borg huur woning

Het gedeelte van de vordering dat ziet op borg voor de woning, te weten een bedrag van

€ 470,00, is voldoende onderbouwd en door of namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het bewezen verklaarde feit. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe.

- eigen risico

Het gedeelte van de vordering dat ziet op eigen risico, te weten een bedrag van € 385,00, is voldoende onderbouwd en door of namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het bewezen verklaarde feit. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe.

Immateriële schade

- Het kader voor toewijzing immateriële schade

De rechtbank stelt voorop dat artikel 6:106 aanhef en sub b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) drie categorieën geeft waarin een benadeelde recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen smartengeldvergoeding, namelijk indien verdachte het oogmerk had tot toebrengen van de schade (a), indien sprake is van aantasting in de persoon (b) of indien sprake is van aantasting van de nagedachtenis van een overledene (c). Onder sub b vallen drie verschijningsvormen; lichamelijk letsel (1), aantasting van eer en goede naam (2) en aantasting in de persoon op andere wijze (3).

- De overwegingen van de rechtbank

Namens de benadeelde is aangevoerd dat [slachtoffer] nadelige fysieke gevolgen heeft ondervonden, te weten lichamelijk letsel en daarnaast nadelige psychische gevolgen. In deze zaak is aldus sprake van aantasting in de persoon in de verschijningsvorm lichamelijk letsel en van aantasting in de persoon op andere wijze. In dit geval staat vast dat de benadeelde [slachtoffer] lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door de verdachte gepleegde strafbare feit. Dit deel van de vordering is aldus voor toewijzing vatbaar. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding en daarbij de Rotterdamse schaal in aanmerking nemend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding van € 7.000,00 billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe.

- wettelijke rente

De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 30 januari 2024 tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

- proceskosten

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval hebben zowel de verdachte als de benadeelde partij op punten ongelijk gekregen. Omdat de verdachte aansprakelijk is voor de schade die door het door hem gepleegde feit is ontstaan en omdat een substantieel deel van de gevorderde schade wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt te weten een bedrag van € 1.306,00.

- hoofdelijke aansprakelijkheid

Omdat verdachte het strafbare feit waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Hetzelfde geldt voor de toe te wijzen proceskosten. Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding en de proceskosten niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht mede) aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 64 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8. De vordering tenuitvoerlegging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijk opgelegde straf geheel ten uitvoer wordt gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vordering gedeeltelijk ten uitvoer te leggen omdat verdachte nu in een PI terecht zal komen, hetgeen zwaarder is dan een jeugdinrichting.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie moet worden toegewezen. Het is gebleken dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan het plegen van een nieuw strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Dat verdachte de ten uitvoer gelegde straf zal moeten uitzitten in een PI is geen reden om tot een ander oordeel te komen.

9. Voorlopige hechtenis

Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben gelet op het door hun ingenomen standpunt over de strafmaat verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen. Reeds ter zitting van 15 oktober 2026 heeft de rechtbank besloten de voorlopige hechtenis niet op te heffen en ook niet te schorsen. Het herhalingsgevaar is enorm, omdat verdachte is gerecidiveerd nadat hij is veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor afpersing (zie onder 8), hij tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis een strafbeschikking heeft gekregen voor een verkeersmisdrijf en verdachte is in een groot fraude-onderzoek. De rechtbank ziet geen aanleiding om thans anders te oordelen over de voorlopige hechtenis.

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen.

11. De beslissing

2.

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 44 (vierenveertig) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van

€ 7.855,00 (zegge: zevenduizend achthonderdvijfenvijftig euro) bestaande uit materiële schade en immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 7.855,00 (zegge: zevenduizend achthonderdvijfenvijftig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2024, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 1.306,00, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 7.855,00 (zegge: zevenduizend achthonderdvijfenvijftig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 64 (vierenzestig) dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] voor een deel van € 8.415,74 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf met parketnummer 08.313039-21

- beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel van 17 maart 2022 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 176 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. P.M.F. Schreurs en

mr. A.B. de Wit, rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockotter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2026.

Mr. Jordaans is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie-eenheid Oost-Nederland Onderzoek Aisne24 ON2R024006 met nummer 2024047070, gesloten op 26 juni 2024. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 30 januari 2024, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven op pagina 27 ev.

Op 30 januari 2024 was ik in mijn woning aan de [adres] in [plaats]. Ik woon daar in een studio. De studio bevindt zich op de eerste verdieping. De buitendeur van het pand is een deur die vanzelf in het slot valt. In mijn woning heb ik veel waardevolle kleding en sieraden. Op die avond kwam ene [medeverdachte 1] Hadukoglu bij mij in de woning. Zij kwam bij mij om een vape te verkopen. Ze had een voor mij onbekende vriendin met zich mee.Op die avond vroeg de onbekende vrouw of ze naar de WC mocht. Ik legde aan haar uit waar de WC was, dit is een gedeelde WC met ander studio's. Enkele ogenblikken later kwamen er twee mannen mijn studio instormen. Ik kan hen als volgt omschrijven:Dader 1:- geslacht: Man;- huidskleur: Donker;Hij droeg een bivakmuts waardoor in zijn gezicht alleen zijn ogen en mond zichtbaar waren. Dader 2:- geslacht: Man;Ook hij droeg een bivakmuts. Hij was vanaf zijn ogen tot zijn mond zichtbaar. De twee manspersonen stormden op mij af. De donkere jongen gaf mij klappen. Hij had ook een mes vast. Ik werd vastgehouden door middel van een houtgreep. De dader zonder de donkere huidskleur had een stalen pijp mee van ongeveer anderhalf centimeter dik. Daar werd ik ook door geslagen. Ik ben in totaal wel 50 keer met kracht geslagen op mijn hoofd en in mijn gezicht. [medeverdachte 1], waar ik de vape van had gekocht, moest van de twee mannen spullen pakken uit mijn woning. Ze pakte wat ze volgens de mannen moest pakken, maar ze pakte ook andere spullen. Ik hoorde ze zeggen dat ze specifiek mijn Prada-tas wilde hebben. Ik zag dat ze alle vier in een Volkswagen Polo wegreden. Ze dreigden mij neer te steken als ik ze zou volgen. Ik heb gezien dat ze de volgende goederen mee hebben genomen: Twee jassen van Moncler, een Prada tas, een Louis Vuitton portemonnee met pinpas, ID-kaart en paspoort, 1200 euro aan 50 euro biljetten, een garantiebewijs van een Moncler jas, 2 gouden kettingen, een set van 2 gouden oorbellen, en drie paar schoenen van verschillende merken.

Het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] van 3 juni 2024, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven op pagina 41 ev.

(opmerking griffier: V: = vraag verbalisant, A: = antwoord aangever)

V: Wat is er nu daadwerkelijk weggenomen uit jouw woning?A: Kleding, hasj en pillen en die harddrugs.

O: Wij willen jou ook een aantal foto's laten zien die jij wellicht al gezien hebt van de overval van jouw woning.

V: Wat zie je hier op bijlage 10, herken je spullen?

A: ja Het is een luchtbuks. Die is van [naam]. Ik heb de luchtbuks mee naar binnen genomen, Ik deed hem eerst in de hoes en nam hem toen mee naar binnen.

V; Lagen er naast de luchtbuks nog andere wapens in jouw woning?

A: Ja, één alarmpistool.

3.

Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] van 8 april 2024, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven op pagina 249 ev.

Het plan/wat we moesten doen van persoon 1 is, dat ik een sigaret zou opsteken en dat [medeverdachte 2] dan de voordeur van het pand open zou doen. Zij zou zogenaamd naar de WC gaan op het moment dat ik een sigaret opstak.Persoon 1 en 2 kwamen nog geen paar minuten later binnen. De twee kwamen heel agressief binnen. Toen de twee personen binnen kwamen pakten ze [slachtoffer] stevig vast en schreeuwden waar alle drugs zou moeten liggen. [slachtoffer] wou niets zeggen en heeft daarna klappen gekregen van hun. Na die klappen zei [slachtoffer] waar de dingen lagen waar ze om vroegen.

4.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 15 oktober 2026, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven als verklaring van verdachte.

Ik ben op 30 januari 2024 samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en een mij onbekende donkere jongen naar de woning van [slachtoffer] gegaan aan de [adres] in [plaats]. Ik heb [medeverdachte 2] gevraagd om mee te gaan. In de auto is afgesproken wat de bedoeling was. Het idee was om [slachtoffer] te rippen of te bestelen van zijn dure spullen en geld en drugs. Zoals vooraf afgesproken zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] samen de woning ingegaan. Als [medeverdachte 1] als teken een sigaret opstak, zou [medeverdachte 2] vragen of zij naar de WC mocht. Zij zou de deur voor mij en die donkere jongen openen. Ik ben met een bivakmuts op en handschoenen aan de woning ingegaan. Ik heb spullen gepakt en meegenomen. Ik kreeg van de buit de luchtbuks en een geldbedrag van € 300,00 uit het Pradatasje. De bestuurder, was de vijfde persoon in de auto. Dat was niet de donkere overvaller. Ik ken de donkere overvaller niet. Ik heb die jongen via via geregeld voor deze overval. Ik heb een vriend van mij benaderd en hem gevraagd of hij iemand kende voor iets. Mijn vriend stuurde mij het nummer van deze donkere jongen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand