RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11694583 \ CV EXPL 25-1416
Vonnis van 10 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENERGIEWONEN B.V.,
te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: EnergieWonen,
gemachtigden: mr. N.A.C. van der Weiden en mr. J.E. de Man,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 oktober 2025;
- de akte overlegging aanvullende producties en uitlating deskundigenonderzoek van EnergieWonen van 9 december 2025.
[gedaagde] is vervolgens in de gelegenheid gesteld hierop te regeren bij antwoordakte, maar van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
Bij tussenvonnis van 14 oktober 2025 heeft de kantonrechter EnergieWonen in de gelegenheid gesteld een akte te nemen om de bevindingen van schade-expert Sedgwick over de omvang van de nader omschreven schade (aan de woning) van [gedaagde] in het geding te brengen.
EnergieWonen heeft de bevindingen van Segdwick bij akte van 9 december 2025 ingebracht. Sedgwick heeft de schade aan de woning van [gedaagde] vastgesteld op een bedrag van € 520,30 inclusief btw. [gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om hier bij antwoordakte op te reageren. Dat betekent dat de kantonrechter deze omvang van de schade als vaststaand aanneemt.
De gevolgen voor de vorderingen
In rechtsoverweging 5.2 van het tussenvonnis van 14 oktober 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat [gedaagde] het resterende deel van de factuur (van € 6.129,99 inclusief btw) nog moet betalen. De kantonrechter brengt daarop de (onweersproken) schade van [gedaagde] van € 520,30 in mindering, zoals overwogen in rechtsoverwegingen 5.5 en 5.8 van het tussenvonnis. Dat heeft tot gevolg dat de vordering van EnergieWonen voor een bedrag van € 5.609,69 zal worden toegewezen.
Wettelijke rente
EnergieWonen vordert wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag vanaf 13 juni 2022. [gedaagde] heeft hier geen afzonderlijk verweer tegen gevoerd en heeft de factuur niet binnen de betalingstermijn voldaan. De kantonrechter zal de wettelijke rente toewijzen vanaf 21 juni 2022, zoals in rechtsoverweging 5.2. van het tussenvonnis van 14 oktober 2025 is overwogen.
Buitengerechtelijke incassokosten
EnergieWonen vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten.
Artikel 6.1 van de algemene voorwaarden van EnergieWonen bevat een incassokostenbeding. Het is een beding dat is bedoeld om in meerdere overeenkomsten te worden gebruikt en waarover niet afzonderlijk is onderhandeld. Omdat [gedaagde] een consument is, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of dit beding oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Het beding wijkt niet ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling die zonder dat beding zou gelden. Het beding is daarom niet oneerlijk en staat niet aan toewijzing van incassokosten in de weg. Wel moet beoordeeld worden of aan het beding (en daarmee ten minste aan de eisen van de wet), is voldaan. EnergieWonen heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde vergoeding is hoger dan het tarief dat is vermeld in de aanmaning(en) als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW, omdat de vordering van EnergieWonen door de schadevergoeding voor een lager bedrag is toegewezen dan is gevorderd. Daarom zal een bedrag van € 655,48 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Proceskosten
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van EnergieWonen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,21
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.527,21
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan EnergieWonen te betalen een bedrag van € 5.609,69, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 21 juni 2022, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan EnergieWonen te betalen een bedrag van € 655,48 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.527,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.