ECLI:NL:RBOVE:2026:727

ECLI:NL:RBOVE:2026:727

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 11-02-2026
Datum publicatie 13-02-2026
Zaaknummer C/08/338669 / HA ZA 25-316
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Geschil over detacheringsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/338669 / HA ZA 25-316

Vonnis in incident van 11 februari 2026

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN (UWV),

gevestigd in Amsterdam,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: UWV,

advocaat: mr. Z. Sahak,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZORGHOTEL EN RETRAITEHUIS ZENDEREN B.V.,

gevestigd in Zenderen,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: Zorghotel Zenderen,

advocaat: mr. A.P. Macro.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 12 september 2025, met 17 producties;

- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak, tevens houdende incidentele vordering tot afgifte en inzage ex artikel 194 en 195 Rv d.d. 24 december 2025, met 10 producties;

Aansluitend is vonnis in het incident bepaald.

2. Het geschil en het verdere procesverloop

Tussen partijen is op 20 maart 2023 een detacheringsovereenkomst tot stand gekomen, op grond waarvan een werknemer van UWV – de heer [naam] (hierna: ‘[naam]’) – door UWV werd gedetacheerd bij Zorghotel Zenderen. De detacheringsovereenkomst had een ingangsdatum van 17 april 2023 en kende een looptijd van 1 jaar.

UWV vordert in de hoofdzaak betaling van facturen die zij aan Zorghotel Zenderen heeft gestuurd uit hoofde van de detacheringsovereenkomst.

Zorghotel Zenderen betwist de verschuldigdheid van de facturen. Volgens Zorghotel Zenderen is zij bevoegd om haar betalingsverplichting op te schorten, omdat UWV ten opzichte van haar is tekortgeschoten in de nakoming van verplichtingen voortvloeiend uit de detacheringsovereenkomst. Dat tekortschieten bestond volgens Zorghotel Zenderen uit het ondeugdelijk verrichten van werkzaamheden bij Zorghotel Zenderen door [naam]. In het verlengde daarvan heeft Zorghotel Zenderen als aanvullende verweren ook nog een beroep gedaan op gedeeltelijke ontbinding van de detacheringsovereenkomst, schadevergoeding en matiging van de facturen.

Zorghotel Zenderen heeft een incidentele vordering ingesteld (artikel 208 lid 1 Rv). De incidentele vordering is ingesteld op de voet van artikel 194 lid 1 Rv in verbinding met artikel 195 lid 1 Rv. Zorghotel Zenderen meent dat zij recht heeft op een afschrift van – kort gezegd – het personeelsdossier van [naam] ten aanzien van een bepaalde periode. Aan de hand daarvan denkt Zorghotel Zenderen door haar gevoerde verweren beter te kunnen onderbouwen en/of nieuwe verweren te kunnen aanvoeren.

UWV is door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om op de rol van 14 januari 2026 een conclusie van antwoord in het incident te nemen. UWV heeft dat niet gedaan. De zaak is daarna voor vonnis in het incident komen te staan.

In de toelichting op een B-16 formulier, ingediend op 27 januari 2026, heeft UWV alsnog een reactie gegeven op de incidentele vordering zoals ingesteld door Zorghotel Zenderen.

Zorghotel Zenderen heeft op 27 januari 2026 via een B11-formulier bezwaar gemaakt tegen de reactie van UWV en daarbij aan de rechtbank het verzoek gedaan om de reactie van UWV buiten beschouwing te laten.

In een rolbeslissing van 27 januari 2026 heeft de rechtbank partijen laten weten dat de reactie van UWV, zoals ingediend op 27 januari 2026, buiten beschouwing zal worden gelaten bij de beoordeling, omdat deze te laat is ingediend.

De rechtbank ziet aanleiding om eerst en vooraf op het incident te beslissen, omdat in het incident wordt verzocht om een afschrift van documenten die in de hoofdzaak een rol kunnen spelen.

3. De beoordeling in het incident

De rechtbank constateert dat UWV geen (tijdig) verweer heeft gevoerd tegen de door Zorghotel Zenderen ingestelde incidentele vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Zorghotel Zenderen voldoende gronden aangevoerd die een vordering op basis van artikel 194 lid 1 Rv in verbinding met artikel 195 lid 1 Rv kunnen dragen. Zorghotel Zenderen is de elementen uit artikel 194 lid 1 Rv – rechtsbetrekking, voldoende belang, bepaalde gegevens en beschikking – langsgelopen en heeft gemotiveerd aangevoerd waarom daaraan naar haar mening is voldaan.

Voor het overige komt de door Zorghotel Zenderen ingestelde incidentele vordering de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De rechtbank ziet wel aanleiding om het tijdvak waarop de door UWV af te geven bescheiden betrekking hebben te beperken tot de periode gelegen tussen 1 januari 2020 en 17 april 2023. Bescheiden die dateren van vóór 1 januari 2020, acht de rechtbank niet van belang voor de beoordeling van het geschil tussen partijen. Het door Zorghotel Zenderen in het petitum van het incident onder 1.f gevorderde, is bovendien te onbepaald om te kunnen worden toegewezen.

De incidentele vordering zal daarom worden toegewezen als gevorderd, met inachtneming van hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 3.3 van dit vonnis.

UWV is in het incident in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident veroordeeld. De proceskosten van Zorghotel Zenderen in het incident worden begroot op:

- salaris advocaat € 653,00 (1 punt × tarief II)

- nakosten € 189,00plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

totaal € 842,00

4. De beslissing

De rechtbank

in het incident

veroordeelt UWV om, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, aan Zorghotel Zenderen af te geven kopieën van de volgende bescheiden uit het personeelsdossier van de heer [naam], daterend uit de periode 1 januari 2020 tot 17 april 2023:

( i) alle functionerings- en beoordelingsverslagen;

( ii) alle correspondentie, gespreksverslagen en notities betreffende het functioneren;

( iii) eventuele officiële waarschuwingen, berispingen of andere disciplinaire maatregelen;

( iv) documentatie betreffende ziekteverzuim en re-integratieprojecten;

( v) interne correspondentie en besluitvorming betreffende de selectie voor de detachering;

veroordeelt UWV om aan Zorghotel Zenderen een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

veroordeelt UWV in de kosten van het incident, aan de zijde van Zorghotel Zenderen begroot op € 842,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, verhoogd met € 98,00 in geval van betekening, waarbij geldt dat de betekeningskosten slechts verschuldigd zijn indien UWV niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe vrijwillig aan dit vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over genoemde bedragen met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

wijst het anders of meer gevorderde af,

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak op de rol komt van 4 maart 2026, voor opgave verhinderdata en dagbepaling mondelinge behandeling.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?