RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/343361 / HA ZA 26-6
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
[eiser] Q.Q.,
in hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijf] B.V. in [vestigingsplaats 1],
kantoorhoudende in Deventer,
eisende partij,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. M. Samsen,
tegen
1. [gedaagde 1] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats 2],2. [gedaagde 2],
woonachtig in [woonplaats],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden],
niet verschenen.
1. De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de dagvaarding.
Op de rolzitting van 7 januari 2026 is tegen [gedaagden] verstek verleend en is vonnis bepaald.
2. Waar gaat de zaak over
De curator heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
3. Beoordeling
Verstek is verleend
Omdat [gedaagden] niet in deze rechtszaak is verschenen, mag de rechtbank de zaak alleen inhoudelijk behandelen als bij de dagvaarding de voorgeschreven termijnen en
formaliteiten zijn nageleefd. Als dat het geval is, dan verleent de rechterbank verstek en
wijst zij de vorderingen toe, tenzij de vorderingen haar onrechtmatig of ongegrond
voorkomen.
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten nageleefd.
[gedaagden] is op de eerstdienende dag niet verschenen, zodat tegen hem verstek is verleend.
Vervolgens moet worden beoordeeld of de vorderingen van de curator de rechtbank
niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. Daarover het volgende.
De vorderingen worden toegewezen (I t/m IV)
Het door de curator onder I t/m IV gevorderde komt de rechtbank niet
onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen.
De proceskosten
De curator heeft onder VII subsidiair gevorderd om [gedaagde 1] te veroordelen in de proceskosten. Nu de primaire vordering wordt toegewezen, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het onder VII subsidiair gevorderde. Hoewel door de curator niet primair om een proceskostenveroordeling is gevraagd, moet de rechter toch ambtshalve op de proceskosten beslissen. De rechtbank zal in dit geval [gedaagden] als de in het ongelijk gestelde partij niet veroordelen in de proceskosten. De proceskosten en de (eventuele) nakosten worden namelijk al volledig meegeteld bij de berekening van het boedeltekort waarvoor [gedaagden] aansprakelijk is. Een aparte veroordeling tot betaling van deze kosten kan daarom achterwege blijven.
4. De beslissing
De rechtbank
verklaart voor recht dat [gedaagden] als (middellijk) bestuurder zijn taken kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat die onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement van [bedrijf] B.V.,
verklaart voor recht dat [gedaagden] vanwege die onbehoorlijke taakvervulling hoofdelijk aansprakelijk is voor het tekort in het faillissement van [bedrijf] B.V.,
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling aan de curator van het bedrag van het tekort in het faillissement van [bedrijf] B.V., voor zover dit
niet door vereffening van de overige baten kan worden voldaan, zoals dit na een te houden
verificatievergadering zal komen vast te staan, te vermeerderen met de boedelvorderingen
waaronder mede begrepen het salaris van de curator en de overige faillissementskosten;
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling aan de curator van een voorschot op het tekort in het faillissement van [bedrijf] B.V. van € 2.000.000,00;
verklaart de veroordelingen onder 4.3. en 4.4. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. Neumann en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.