RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 11954041 \ CV EXPL 25-3290
Vonnis van 10 februari 2026
in de zaak van
de stichting STICHTING WBO WONEN,gevestigd en kantoorhoudende te Oldenzaal,
eisende partij, hierna te noemen WBO Wonen,
gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis,
tegen
[gedaagde] ,wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
procederende in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 oktober 2025;
- de conclusie van antwoord van 11 november 2025;
- de door de griffier gemaakte aantekeningen van de op 9 december 2025 gehouden
mondelinge behandeling;
- de akte van 13 januari 2026 van WBO Wonen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Tussen WBO Wonen en [gedaagde] bestaat een huurovereenkomst voor de woning met aanhorigheden aan het adres [adres]. [gedaagde] moet maandelijks, bij vooruitbetaling, een huurbedrag van € 908,19 voldoen.
Er is een achterstand ontstaan in de betaling van de maandelijkse huurbedragen.
3. Het geschil
De vordering
WBO Wonen vordert - kort gezegd - ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van de huurachterstand, buitengerechtelijke kosten en rente, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
WBO Wonen legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] de verplichting om de huurbedragen te betalen niet is nagekomen. Tot en met oktober 2025 was sprake van een huurachterstand van € 2.723,81. WBO Wonen heeft zich als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] genoodzaakt gezien haar vordering ter incasso uit handen te geven aan haar gemachtigde. De kosten daarvoor bedragen € 329,60 en komen net als de tot 21 oktober 2025 berekende wettelijke rente van € 10,60, voor rekening van [gedaagde].
Het verweer
[gedaagde] erkent de betalingsachterstand maar is het niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. [gedaagde] voert aan dat hij vanwege zijn persoonlijke en financiële omstandigheden niet in staat is geweest de achterstallige huurpenningen te voldoen. Inmiddels is er intensieve hulpverlening opgestart en gaat de Stadsbank zijn financiën beheren. De woning is aangepast aan de fysieke beperking van [gedaagde] en ontruiming zou een ernstige verslechtering van zijn lichamelijke en geestelijke toestand betekenen.
Partijen hebben na de mondelinge behandeling van 9 december 2025, onder verband van een vonnis, een betalingsregeling afgesproken van € 350,00 per maand met ingang van 13 januari 2026. Tevens zal de lopende huur maandelijks op tijd betaald moeten worden. In de akte heeft WBO Wonen gevraagd om de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde voorwaardelijk toe te wijzen.
4. De beoordeling
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
In de bevestigingsbrief van de regeling is opgenomen dat de regeling is getroffen voor de vordering van € 5.133,19 inclusief rente en kosten tot en met 12 januari 2026. Dit bedrag is echter door WBO Wonen niet gespecificeerd en het is voor de kantonrechter niet op eenvoudige wijze te achterhalen hoe dit bedrag is opgebouwd. In dit vonnis zal daarom van de bedragen worden uitgegaan zoals deze staan vermeld in de dagvaarding te verhogen met de vervallen en niet betaalde huurbedragen t/m januari 2026.
Nu [gedaagde] de verschuldigdheid van de door WBO Wonen gestelde huurachterstand, namelijk € 2.723,81 berekend tot en met oktober 2025, erkent, staat deze achterstand vast en zal deze worden toegewezen.
Vaststaat dat [gedaagde] niet op tijd heeft betaald en hierdoor in verzuim is geraakt. De gevorderde rente zal worden toegewezen.
WBO Wonen heeft een bedrag van € 329,60 inclusief BTW aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. WBO Wonen heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
Partijen zijn het volgende met elkaar overeengekomen:
[gedaagde] zal de betalingsachterstand en de proceskosten aan WBO Wonen betalen in maandelijkse termijnen van € 350,00 ingaande 13 januari 2026;
[gedaagde] zal de lopende huurtermijnen op tijd en volledig betalen.
Ontbinding en ontruiming
WBO Wonen vraagt de kantonrechter de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk uit te spreken. [gedaagde] verzet zich niet tegen toewijzing daarvan.
De kantonrechter overweegt dat een tekortkoming van voldoende gewicht de andere partij het recht geeft op ontbinding van de overeenkomst. De betalingsachterstand van [gedaagde] is van zodanige omvang, dat de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst in beginsel toewijsbaar is.
Gelet op het woonbelang van [gedaagde] en de door partijen overeengekomen betalingsregeling zal de kantonrechter een voorwaardelijke ontbinding en ontruiming toewijzen.
Dat betekent kort gezegd dat [gedaagde] zal worden veroordeeld om de woning te verlaten als hij binnen één jaar:- de betalingsregeling niet nakomt; of- de lopende huur niet op tijd of niet volledig betaalt.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] in de proceskosten worden veroordeeld.
De kosten aan de zijde van WBO Wonen worden begroot op:
dagvaarding € 145,45
griffierecht € 514,00
salaris gemachtigde € 506,00 (2 punten x tarief € 253,00)
nasalaris € 126,50
totaal € 1.291,95
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan WBO Wonen te betalen een bedrag van € 3.064,01 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.723,81 vanaf 21 oktober 2025 tot aan de dag van volledige betaling, te verhogen met de vervallen en niet betaalde huurbedragen t/m januari 2026;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten begroot op € 1.291,95;
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres] en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege hem daar bevinden en het gehuurde onder afgifte van de sleutels ter beschikking van WBO Wonen te stellen, indien en zodra binnen één jaar na heden aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- [gedaagde] betaalt niet of niet tijdig de maandelijkse termijnen van € 350,00, met ingang van 13 januari 2026;
- [gedaagde] betaalt niet of niet tijdig de maandelijkse huur.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag gelijk aan de geldende huurprijs als vergoeding voor voortgezet gebruik voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde] de woning vanaf de eventuele ontbinding in gebruik heeft tot en met de dag van ontruiming;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.