ECLI:NL:RBOVE:2026:815

ECLI:NL:RBOVE:2026:815

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer 11900805 \ CV EXPL 25-2913
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Enschede

Samenvatting

Effectenleasezaak.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 11900805 \ CV EXPL 25-2913

Vonnis in het vrijwaringsincident van 10 februari 2026

in de zaak van

[partij A] ,

wonende te [woonplaats],

eisende partij in conventie in de hoofdzaak en verzoekende partij in het exhibitie-incident,

verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak,tevens verwerende partij in het vrijwaringsincident en in het exhibitie-incident,

hierna te noemen: [partij A],

gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces,

tegen

DEXIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak en verwerende partij in het exhibitie-incident,

tevens eisende partij in reconventie in de hoofdzaak en verzoekende partij in het vrijwaringsincident en in het exhibitie-incident,

hierna te noemen: Dexia,

gemachtigde: USG Legal Amsterdam.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van [partij A] van 24 september 2025- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Dexia, tevens in de hoofdzaak conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, tevens houdende conclusie van antwoord in het exhibitie-incident van [partij A], tevens houdende conclusie van eis in het exhibitie-incident van Dexia,- de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident, tevens conclusie van antwoord in het exhibitie-incident, tevens in de hoofdzaak conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie.

Ten slotte is in het vrijwaringsincident vonnis bepaald.

2. De feiten en standpunten in het incident

[partij A] stelt in de hoofdzaak kort samengevat dat Dexia op 29 augustus 2000 via een tussenpersoon, [bedrijf] (hierna: de tussenpersoon), met de rechtsvoorgangster van Dexia een effectenleaseovereenkomst heeft afgesloten met nummer [nummer] en dat Dexia in dat verband onrechtmatig jegens [partij A] heeft gehandeld en/of toerekenbaar is tekortgeschoten.

[partij A] maakt Dexia een aantal verwijten en wil dat Dexia wordt veroordeeld tot het betalen aan hem van de door hem geleden schade. De verwijten zijn:

- Dexia had [partij A] moeten waarschuwen voor het risico van een restschuld;

- Dexia had moeten informeren naar de financiële situatie van [partij A] om te kunnen vaststellen of hij de lasten uit de overeenkomst zou kunnen dragen en, indien zulks niet het geval was, had Dexia het aangaan van de overeenkomst moeten ontraden;

- Dexia had op grond van artikel 25 NR 1995 en/of artikel 41 NR 1999 de overeenkomst met [partij A] niet mogen aangaan omdat er sprake was van advisering door een tussenpersoon die niet beschikte over de ingevolge de Wte vereiste vergunning;

- Dexia had op grond van artikel 25 NR 1995 en/of artikel 41 NR 1999 de overeenkomst niet mogen aangaan omdat er sprake was van meer dan aanbrengen (verboden bemiddeling) door een tussenpersoon die niet beschikte over de ingevolge de Wte vereiste vergunning.

Dexia heeft de vorderingen van [partij A] in de hoofdzaak betwist en een vordering in reconventie ingesteld. Dexia vordert in het incident dat het haar zal worden toegestaan de toenmalige eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf], de heer [naam] , te dagvaarden tegen een door de kantonrechter te bepalen terechtzitting, teneinde op de eis tot vrijwaring te antwoorden en voort te procederen, kosten rechtens.

Dexia heeft in dit incident verzocht om de toenmalige eigenaar van de tussenpersoon in vrijwaring te mogen oproepen. Volgens Dexia brengen de stellingen van [partij A] mee dat de tussenpersoon eveneens aansprakelijk is voor de schade die [partij A] zou hebben geleden; de tussenpersoon zou immers jegens [partij A] onrechtmatig gehandeld hebben, omdat de tussenpersoon dan niet mocht optreden als beleggingsadviseur. Ook brengen de stellingen, volgens Dexia, mee dat de tussenpersoon verregaand tekort zou zijn geschoten in de nakoming van de adviesopdracht door te zwijgen over de risico’s en een overeenkomst aan te bieden die niet paste bij de wensen en mogelijkheden van [partij A]. Dexia en de tussenpersoon zijn volgens Dexia in dat geval hoofdelijk aansprakelijk voor dezelfde schade. Als Dexia wordt veroordeeld tot betaling van de schade van [partij A] dan heeft zij een regresvordering op de tussenpersoon. Artikel 6:102 BW is immers van toepassing zodra twee partijen voor dezelfde schade aansprakelijk zijn. Dexia zal in de vrijwaringsprocedure bepleiten dat de tussenpersoon in de onderlinge relatie met Dexia primair voor 100% draagplichtig is en subsidiair voor 50%.

[partij A] heeft in het incident geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering. [partij A] betwist dat er een rechtsverhouding bestaat tussen Dexia en de tussenpersoon, die een verplichting tot vrijwaring met zich zou brengen. De beslissing over de rechtsverhouding tussen Dexia en [partij A] gaat over schending door Dexia van haar zorgplicht en de schending door Dexia van artikel 41 NR 1999. Dat is een geheel andere rechtsverhouding dan die tussen Dexia en de tussenpersoon. Het was de bedrijfsopzet van Dexia om voor de distributie van haar effectenleaseproducten tussenpersonen in te zetten die hun klanten zouden adviseren een effectenleaseproduct af te nemen. Dexia wist dat de bij haar aangesloten tussenpersonen de afnemers regelmatig niet slechts in het algemeen over de producten informeerden, maar de producten ook onderdeel lieten zijn van een specifiek op de persoon toegesneden advies. [partij A] betwist dan ook dat Dexia een schadevergoedingsvordering op de tussenpersoon heeft. De tussenpersoon is niet gehouden bij te dragen aan de schadevergoeding die Dexia in de hoofdzaak verschuldigd zal zijn. Volgens [partij A] is Dexia vooral uit op onredelijke/nodeloze vertraging en mogelijk meent Dexia wat te kunnen winnen door te dreigen de tussenpersoon te laten opdraaien voor de schade die Dexia moet betalen (vermoedelijk omdat Dexia hoopt dat de tussenpersoon dan misschien aangeeft dat hij en Dexia niets fout deden en [partij A] alle schade aan zichzelf heeft te wijten). Dit zijn geen rechtens te respecteren belangen van Dexia. Van tegenstrijdige uitspraken zal geen sprake kunnen zijn want het gaat in het incident om een geheel andere rechtsgrond en grondslag dan in de hoofdzaak. [partij A] wijst verder op de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 28 oktober 2025 (ECLI:NL:RBOVE:2025:6621), waarin in een soortgelijke situatie de incidentele vordering tot vrijwaring is afgewezen.

3. De beoordeling

In het incident

Voor toewijzing van een vordering tot vrijwaring is het in beginsel voldoende dat uit de stellingen van Dexia in het incident blijkt dat de in vrijwaring op te roepen persoon ([naam] , destijds eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf]) krachtens haar rechtsverhouding tot de gewaarborgde (Dexia) verplicht is om de nadelige gevolgen van een veroordeling in de hoofzaak te dragen. Het bestaan van de rechtsverhouding tussen de tussenpersoon en Dexia hoeft in het vrijwaringsincident niet vast komen te staan. Of die rechtsverhouding daadwerkelijk bestaat en, zo ja, of daarin een grond voor regres te vinden is, is een onderwerp waarover in de vrijwaringsprocedure wordt beslist. Voor het toestaan van de oproeping in vrijwaring wordt niet de eis gesteld dat tussen de vordering in de hoofdzaak en de vordering in vrijwaring een rechtstreeks verband bestaat. De rechtsverhouding tussen de waarborg en de gewaarborgde kan een heel andere zijn dan de rechtsverhouding waar het in de hoofdzaak om gaat. Bij de beoordeling van de incidentele vordering gaat het met name om een afweging van het belang van de gewaarborgde bij de vrijwaring en het antwoord op de vraag of in de omstandigheden van het geval als gevolg van de vrijwaring een onredelijke of onnodige vertraging van het geding te verwachten is.

Voor zover aangenomen zou moeten worden dat aan het eerste vereiste voor oproeping in vrijwaring voldaan is, dient nog een belangenafweging plaats te vinden voordat de vrijwaringsvordering toegewezen zou kunnen worden.

Het uitgangspunt bij vrijwaringszaken is dat in de hoofdzaak en in de vrijwaring gelijktijdig wordt beslist door dezelfde rechter, waardoor tegenstrijdige of niet met elkaar in overeenstemming zijnde uitspraken worden voorkomen en de gewaarborgde zelf ook direct over een executoriale titel beschikt jegens de waarborg.

Het belang van Dexia is kennelijk dat het hier in beide procedures gaat om onder meer de vraag of de tussenpersoon zijn boekje te buiten is gegaan. Het belang van [partij A] bestaat hierin dat bij toewijzing van de vrijwaringsvordering de procedure in de hoofdzaak wordt vertraagd, terwijl hij in beginsel buiten de vrijwaringsprocedure staat.

In deze zaak is er geen sprake van een situatie waarin de gewaarborgde de gevolgen van verlies van de hoofdzaak zonder meer kan afwentelen op de waarborg (gelet op hun onderlinge rechtsverhouding). De hoofdzaak en de vrijwaringszaak hebben deels wel hetzelfde feitencomplex maar de juridische geschillen zijn complex en niet hetzelfde. Het geschil in de hoofdzaak betreft de afdoening van een massaschadezaak met een afwijkend procesregime; er wordt schriftelijk doorgeprocedeerd zonder mondelinge behandeling. Voor de hoofdzaak geldt voorts dat de jurisprudentie op het punt van de advisering door de tussenpersoon en de gevolgen daarvan voor de afnemer en Dexia uitgekristalliseerd is; doorgaans wordt de vordering direct bij eindvonnis toe- of afgewezen.

Dat is anders in de vrijwaringszaak. Jurisprudentie over onder andere de onderlinge draagplicht tussen de tussenpersoon en Dexia, mede gelet op hun contractuele verhouding, is schaars en niet uitgekristalliseerd. De procedures zullen niet gelijktijdig voor vonnis staan en het risico dat de vrijwaringszaak een vertragende werking zal hebben op de afdoening van de massaschadezaak in de hoofdzaak is reëel en ongewenst. Het risico op tegenstrijdige of niet met elkaar overeenstemmende uitspraken schat de kantonrechter verder als laag in omdat hier sprake is van verschillende geschillen, enerzijds de vraag of Dexia (ook) in strijd met artikel 41 NR 1999 heeft gehandeld jegens de afnemer en daardoor in het kader van 6:101 BW alle schade en niet slechts twee derde van de restschuld dient te dragen en anderzijds de vraag hoe de eventuele constatering dat de tussenpersoon zijn boekje te buiten is gegaan doorwerkt in de verhouding tussenpersoon-Dexia. In de belangen van partijen en de eisen van een doelmatige procesvoering ziet de kantonrechter aanleiding de incidentele vordering van Dexia af te wijzen. Het staat Dexia uiteraard vrij om de tussenpersoon in een afzonderlijke dagvaardingsprocedure te betrekken.

Dexia zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in het incident, die aan de zijde van [partij A] worden begroot op € 87,00 aan salaris van de gemachtigde.

In de hoofdzaak

De hoofdzaak zal worden verwezen naar de hierna te noemen roldatum voor het indienen van een conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie aan de zijde van Dexia.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden

4. De beslissing

De kantonrechter:

In het incident

wijst de vordering af;

veroordeelt Dexia in de proceskosten van het incident, aan de zijde van [partij A] tot op heden vastgesteld op € 87,00 aan salaris gemachtigde;

In de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van 10 maart 2026 voor het nemen van een conclusie van dupliek in conventie en repliek in reconventie aan de zijde van Dexia;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.L. Alers, kantonrechter-plaatsvervanger, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026. (ap)

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.L. Alers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?