RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.119214.21 (P)
Datum vonnis: 19 februari 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1989 in [adres],
wonende aan de [adres] [woonplaats].
1. Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
5 februari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. A.H.J.G. van Voorthuizen, naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: zich in de periode van 9 november 2017 tot en met 2 juli 2020 te Zwolle, alleen of
samen met anderen, met één of meer bedrijven, te weten: Autobedrijf [bedrijf 1], Garagebedrijf [bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 3], schuldig heeft gemaakt aan oplichting door acht personenauto’s te verkopen waarvan de kilometerstand was teruggedraaid.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 november 2017 tot en met 2 juli 2020 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, te weten Autobedrijf [bedrijf 1] en/of Garagebedrijf [bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 3], althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door eensamenweefsel van verdichtsels, de navolgende perso(o)n(en) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van de/het onderstaande geldbedrag(en) en/of de onderstaande inruilauto('s) voor de aankoop van (een)(personen)auto('s), namelijk:A. De heer [slachtoffer A], een geldbedrag van 10.250 euro, in elk geval een geldbedrag in verband met de aankoop van een Mercedes Benz Viano (AH048, dossierp. 1182 e.v.) en/ofB. Mevrouw [slachtoffer B], een geldbedrag van 18.000 euro, in elk geval een geldbedrag, en een inruilauto te weten een Mercedes in verband met de aankoop van een Volkswagen Caravelle (AH051, dossierp. 1211) en/ofC. De heer [slachtoffer C], een geldbedrag van 7.945 euro, in elk geval een geldbedrag, en een inruilauto te weten een VW Passat in verband met de aankoop van een Audi A6 (AH052, dossierp. 1245) en/ofD. De heer [slachtoffer D], een geldbedrag van 5.250 euro, in elk geval een geldbedrag, en een inruilauto te weten een Subaru Outback in verband met de aankoop van een Mercedes Benz Viano (AH053, dossierp. 1298) en/ofE. De heer [Slachtoffer E], een geldbedrag van 10.950 euro, in elk geval een geldbedrag, en een inruilauto te weten een BWM in verband met de aankoop van een VW Multivan (AH054, dossierp. 1333) en/ofF. Mevrouw [slachtoffer F], een geldbedrag van 7.250 euro, in elk geval een geldbedrag in verband met de aankoop van een BMW 1 Serie (AH067, dossierp. 1369) en/ofG. De heer [slachtoffer G], een geldbedrag van 3.000 euro, in elk geval een geldbedrag in verband met de aankoop van een VW Passat Variant (AH086, dossierp. 1436) en/ofH. Mevrouw [slachtoffer H], een geldbedrag van 5.350 euro, in elk geval een geldbedrag, en een inruilauto te weten een Fiat Stilo in verband met de aankoop van een BMW118i (AH087, dossierp. 1476)
hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een of meer (personen)auto('s) uit het buitenland geïmporteerd/overgekocht en/of van deze (personen)auto ('s) de kilometerstand(en) teruggedraaid en/of laten terugdraaien en/of deze (personen)auto('s) met teruggedraaide kilometerstand(en) te koop aangeboden en/of deze (personen)auto('s) aan bovenstaande perso(o)n(en) verkocht met een lagere dan de werkelijke kilometerstand waardoor deze personen niet op de hoogte waren van de werkelijke kilometerstand en/of waarde van de door hem/haar/hen aangekochte auto(’s).
3. De bewijsmotivering
Inleiding
De zaak maakt onderdeel uit van het onderzoek ‘Dropshot’. Dit onderzoek richt zich met name op twee broers uit [woonplaats] die zich met hun eigen autobedrijven zouden bezighouden met het verkopen van personenauto’s waarvan de kilometerstand is teruggedraaid. Het aandeel van verdachte bestaat er volgens het Openbaar Ministerie uit dat hij in de periode van 9 november 2017 tot en met 2 juli 2020 als eigenaar van Garagebedrijf [bedrijf 2] B.V. (in het verleden bekend onder de handelsnaam Autobedrijf [bedrijf 1]) betrokken is geweest bij de verkoop van tenminste acht personenauto’s met een lagere kilometerstand.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit.
Het oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
De rechtbank stelt vast dat verdachte tenminste acht auto’s heeft verkocht aan derden waarvan de werkelijke kilometerstand afwijkt van de kilometerstand op de teller. Naar het oordeel van de rechtbank is echter niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken was bij het terugdraaien van de kilometerstanden of op de hoogte was van het afwijken daarvan. In het verlengde daarvan is niet komen vast te staan dat verdachte, met het opzet zichzelf te bevoordelen, anderen heeft misleid. De rechtbank spreekt verdachte vrij van oplichting.
4. De schade van benadeelden
De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [slachtoffer C], [slachtoffer D] en [slachtoffer G] hebben betrekking op het ten laste gelegde. Omdat verdachte van dit feit wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partijen op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.
5. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
schadevergoeding
- bepaalt dat de benadeelde partijen [slachtoffer C], [slachtoffer D] en [slachtoffer G] niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen;
- bepaalt dat de benadeelde partijen en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Ruiter voorzitter, mr. G.H. Meijer en mr. R.J. Postma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.W. van den Bosch en mr. E.A.N. Sjerps, griffiers, en is in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.
Buiten staat
De griffier Sjerps is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.