ECLI:NL:RBOVE:2026:878

ECLI:NL:RBOVE:2026:878

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer 11935210 \ CV EXPL 25-3373
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Eiser vordert – samengevat – betaling van een bedrag van € 7.204,80 ter zake van een door haar uitgevoerde reparatie aan een heftruck. Volgens eiser heeft zij in opdracht van Intu werkzaamheden verricht aan de heftruck van Intu, waarvoor zij vervolgens een factuur heeft verzonden. Op de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van eiser van toepassing. Nu betaling van de factuur is uitgebleven, vordert eiser naast de hoofdsom tevens de daarover verschuldigde rente en vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Intu heeft schriftelijk verweer gevoerd. Zij verzoekt de vordering af te wijzen en eiser te veroordelen in de proceskosten. Intu stelt dat zij geen partij is in deze zaak, omdat zij nooit een opdracht aan eiser heeft verstrekt en geen contact met hen heeft gehad. Daarnaast geeft Intu aan geen heftruck in bezit te hebben. Bij conclusie van repliek stelt eiser dat de offerte zou zijn geaccepteerd op basis van e-mailberichten van een persoon genaamd [naam 1] , die mailde vanaf een adres eindigend op intu.nl. Volgens eiser is de heftruck door deze persoon aangeboden en zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals gefactureerd. In reactie hierop geeft de heer [naam 2], namens Intu, aan dat er geen [naam 1] werkzaam is bij Intu en dat de betreffende e-mailberichten dan ook niet van Intu afkomstig kunnen zijn. Intu blijft bij haar standpunt dat er nooit contact is geweest met eiser. De rechtbank wijst de vorderingen af.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 11935210 \ CV EXPL 25-3373

Vonnis van 17 februari 2026

in de zaak van

[eiser] B.V.,

te [vestigingsplaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

tegen

1. INTU C.V.,

te Gramsbergen,2. INTU MARITIME LTD,

te Gramsbergen,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: Intu,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

[eiser] vordert – samengevat – betaling van een bedrag van € 7.204,80 ter zake van een door haar uitgevoerde reparatie aan een heftruck. Volgens [eiser] heeft zij in opdracht van Intu werkzaamheden verricht aan de heftruck van Intu, waarvoor zij vervolgens een factuur heeft verzonden. Op de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van [eiser] van toepassing. Nu betaling van de factuur is uitgebleven, vordert [eiser] naast de hoofdsom tevens de daarover verschuldigde rente en vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten.

Intu heeft schriftelijk verweer gevoerd. Zij verzoekt de vordering af te wijzen en [eiser] te veroordelen in de proceskosten. Intu stelt dat zij geen partij is in deze zaak, omdat zij nooit een opdracht aan [eiser] heeft verstrekt en geen contact met hen heeft gehad. Daarnaast geeft Intu aan geen heftruck in bezit te hebben.

Bij conclusie van repliek stelt [eiser] dat de offerte zou zijn geaccepteerd op basis van e-mailberichten van een persoon genaamd [naam 1] , die mailde vanaf een adres eindigend op intu.nl. Volgens [eiser] is de heftruck door deze persoon aangeboden en zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals gefactureerd.

In reactie hierop geeft de heer [naam 2], namens Intu, aan dat er geen [naam 1] werkzaam is bij Intu en dat de betreffende e-mailberichten dan ook niet van Intu afkomstig kunnen zijn. Intu blijft bij haar standpunt dat er nooit contact is geweest met [eiser].

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3. De beoordeling

In deze zaak dient de kantonrechter te beoordelen of er al dan niet een overeenkomst tot stand is gekomen tussen [eiser] en Intu. Conform artikel 6:217 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) komt een overeenkomst tot stand door een aanbod dat door de andere partij wordt aanvaard. De vraag die in dit geval centraal staat, is of een dergelijk aanbod en de bijbehorende aanvaarding zich hebben voorgedaan.

[eiser] heeft bij dagvaarding een offerte overgelegd, waaruit zij stelt dat er tussen partijen een overeenkomst is ontstaan. Deze offerte wordt door [eiser] gepresenteerd als bewijs van het door hen gedane aanbod, waar Intu volgens hen op heeft geantwoord met een impliciete of expliciete aanvaarding. De inhoud van de offerte en het tijdstip waarop deze is gepresenteerd, zijn bepalend voor de vraag of er inderdaad sprake is van een geldig aanbod dat door Intu is aanvaard.

Intu heeft gemotiveerd betwist dat er een overeenkomst tot stand is gekomen. Zij stelt dat bij de gedaagden slechts één persoon werkzaam is, te weten de heer [naam 2] , en dat deze persoon geen opdracht aan [eiser] heeft verstrekt. De betwisting door Intu betreft niet alleen de vraag of er een aanbod is gedaan, maar ook de vraag of er enige vorm van aanvaarding heeft plaatsgevonden. De stelling van Intu dat er geen opdracht is verstrekt, moet worden vergeleken met de door [eiser] overgelegde offerte en de overige beschikbare bewijsstukken.

Voor de totstandkoming van een overeenkomst is het inderdaad vereist dat er een aanbod wordt gedaan dat door de andere partij wordt aanvaard. De aanvaarding van een aanbod is een eenzijdige rechtshandeling die in beginsel vormvrij is, tenzij de wet of de aard van de overeenkomst anders voorschrijft. In dit geval blijkt echter uit de beschikbare stukken niet duidelijk hoe partijen precies met elkaar in overleg zijn getreden, noch op welke wijze de offerte tot stand is gekomen. Er is geen inzicht in de communicatie tussen partijen en het blijft onduidelijk op welke manier en wanneer Intu het aanbod zou hebben aanvaard. Dit gebrek aan bewijs over de feitelijke gang van zaken maakt het moeilijk voor de kantonrechter om te concluderen dat een overeenkomst tot stand is gekomen.

Er blijkt uit de beschikbare stukken en de verklaring van Intu nergens dat er sprake is van een aanbod dat door Intu is aanvaard. Zowel de communicatie tussen partijen als de inhoud van de offerte geven geen duidelijkheid over de totstandkoming van een overeenkomst. Ook het feit dat Intu stelt geen opdracht te hebben verstrekt, wordt niet weersproken door voldoende bewijs van de kant van [eiser] dat er wel degelijk een aanvaarding heeft plaatsgevonden. Gelet op deze omstandigheden kan de kantonrechter niet concluderen dat er een overeenkomst tot stand is gekomen. Aangezien uit de beschikbare informatie niet blijkt dat er een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, wordt de vordering van [eiser] afgewezen.

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Intu worden begroot op nihil.

4. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van [eiser] af,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, welke aan de zijde van Intu worden begroot op nihil,

Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026. (jb)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?