ECLI:NL:RBOVE:2026:882

ECLI:NL:RBOVE:2026:882

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer 11629604 \ CV EXPL 25-1139
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

In deze procedure vordert eiser schadevergoeding van gedaagde, omdat zij vindt dat gedaagde tekortschiet in de nakoming van een tussen hen bestaande overeenkomst. De vordering wordt afgewezen, omdat gedaagde niet in verzuim is.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 11629604 \ CV EXPL 25-1139

Vonnis van 17 februari 2026

in de zaak van

[eiser] ,

tevens handelend als eenmanszaak onder de handelsnaam [bedrijf],

te [woonplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. D.J. Mensink,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. G. Hendriks.

Samenvatting

In deze procedure vordert [eiser] schadevergoeding van [gedaagde], omdat zij vindt dat [gedaagde] tekortschiet in de nakoming van een tussen hen bestaande overeenkomst. De vordering wordt afgewezen, omdat [gedaagde] niet in verzuim is.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 27 maart 2025 met producties;

de conclusie van antwoord van 17 juni 2025;

de akte overlegging nadere producties en vermindering van eis van [eiser];

de akte overlegging producties van [gedaagde];

de mondelinge behandeling van 25 november 2025, waarbij de gemachtigde van [gedaagde] spreekaantekeningen heeft voorgedragen en de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat verder is besproken.

Na de mondelinge behandeling is de zaak verwezen naar de rol, zodat partijen de mogelijkheden voor een schikking konden onderzoeken. Bij mails van 8 december 2025 en 9 december 2025 hebben partijen laten weten dat zij geen schikking hebben bereikt en gevraagd om vonnis te wijzen.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser] is eigenaar van een hengst, genaamd [paard 1]. [gedaagde] is eigenaar van een merrie, genaamd [paard 2]. Beide paarden stonden gestald bij [bedrijf], de pension- en opfokstalling van [eiser].

In het voorjaar van 2023 kwamen [eiser] en [gedaagde] mondeling overeen dat zij [paard 2] zouden laten dekken door [paard 1]. Zij spraken af dat (1) [eiser] alle kosten in verband met de dracht zou dragen, (2) [eiser] en [gedaagde] na de geboorte van het veulen ieder de helft van de kosten zouden dragen en (3) het veulen zou worden verkocht en [eiser] en [gedaagde] ieder de helft van de verkoopopbrengst zouden krijgen.

Na een geslaagde dekking werd op 13 mei 2024 het veulen [paard 3] geboren. Ook [paard 3] werd gestald bij [bedrijf].

In de hierop volgende maanden ontstond onenigheid tussen [eiser] en [gedaagde] over onder andere het verkoopproces. Dit leidde op 21 september 2024 tot een confrontatie tussen beide partijen.

De volgende dag is [gedaagde] vertrokken bij [bedrijf]. Zij heeft [paard 2] en [paard 3] meegenomen en vervoerd naar een voor [eiser] onbekende locatie. Daar is [paard 3] nu nog steeds. Tot op heden is [paard 3] niet verkocht.

3. Het geschil

[eiser] vordert – samengevat en na vermindering van eis – dat de kantonrechter [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot betaling van

€ 3.319,30, te vermeerderen met rente en kosten. Aan deze vordering legt [eiser] ten grondslag dat [gedaagde] tekortschiet in de nakoming van de tussen hen gesloten overeenkomst. Volgens [eiser] belet [gedaagde] namelijk de verkoop van [paard 3] doordat zij het veulen op 22 september 2024 heeft meegenomen en sindsdien op een voor [eiser] onbekende locatie verborgen houdt. Ter compensatie van het mislopen van de haar toekomende helft van de verkoopopbrengst maakt [eiser] aanspraak op vergoeding van de kosten die zij ter uitvoering van de overeenkomst heeft betaald, namelijk alle kosten in verband met de dracht en de helft van de kosten vanaf de geboorte van [paard 3] tot 22 september 2024.

[gedaagde] concludeert uiteindelijk tot afwijzing van de vordering van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de proceskosten, te vermeerderen met rente. [gedaagde] voert aan dat zij niet in verzuim is geraakt omdat [eiser] haar nooit in gebreke heeft gesteld. Zij verweert zich ook inhoudelijk tegen de vordering en betoogt dat zij de overeenkomst sinds 22 september 2024 niet meer hoeft na te komen. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] namelijk tijdens hun onderlinge confrontatie afstand gedaan van haar verdere rechten op grond van de overeenkomst alsook van de eigendom van [paard 3].

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Vooraf

[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld haar aanvankelijke beroep op nietigheid van de dagvaarding dan wel niet-ontvankelijkheid van [eiser] in haar vordering wegens schending van artikel 111 lid 2 en lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te handhaven. Wat [gedaagde] in dit verband heeft aangevoerd, behoeft daarom geen bespreking meer.

De gestelde tekortkoming

De kantonrechter concludeert uit de stellingen van partijen dat (in elk geval tot

22 september 2024) door hen allebei uitvoering is gegeven aan afspraken 1 en 2 uit de overeenkomst. Beide partijen hebben op de mondelinge behandeling namelijk verklaard dat [eiser] alle kosten in verband met de dracht heeft betaald en dat zij vanaf de geboorte van [paard 3] tot 22 september 2024 ieder de helft van de kosten hebben betaald. De door [eiser] gestelde tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst heeft – zo is op de mondelinge behandeling ook door haar bevestigd – alleen betrekking op afspraak 3.

Het inhoudelijke geschil spitst zich vervolgens toe op de vraag wat sinds de confrontatie tussen partijen de status is van afspraak 3. Moet [gedaagde] deze afspraak nog steeds nakomen en schiet zij daarin tekort? Of hoeft [gedaagde] deze afspraak niet meer na te komen omdat [eiser] afstand heeft gedaan van haar verdere rechten uit de overeenkomst? De kantonrechter zou deze vragen graag willen beantwoorden en partijen zo duidelijkheid willen geven, maar heeft onvoldoende informatie om dat te kunnen doen. Doordat beide partijen pas tijdens de mondelinge behandeling concrete stellingen hebben ingenomen over wat precies tussen hen is voorgevallen en hoe dat juridisch moet worden geduid, hebben zij niet adequaat op elkaar kunnen reageren. Het partijdebat is door deze wijze van procederen dus nog onvoldoende gevoerd. Om een inhoudelijk oordeel te kunnen geven over de status van afspraak 3 – en in het verlengde daarvan over het door [eiser] gestelde tekortschieten van [gedaagde] in de nakoming van deze afspraak – zou de kantonrechter dan ook een tussenvonnis moeten wijzen en partijen de gelegenheid moeten geven om zich nader uit te laten over elkaars stellingen. Dat doet de kantonrechter echter niet. Dat zou namelijk leiden tot extra proceskosten voor beide partijen, terwijl de vordering van [eiser] in deze procedure sowieso niet toewijsbaar is, dus ook niet als na een tussenvonnis zou komen vast te staan dat [gedaagde] tekortschiet in de nakoming van afspraak 3. Dit wordt hierna toegelicht.

[eiser] vordering is sowieso niet toewijsbaar vanwege het ontbreken van verzuim

[eiser] vordert geen nakoming van afspraak 3, maar (vervangende) schadevergoeding. Afspraak 3 kán echter nog wel worden nagekomen, want tussen partijen is niet in geschil dat [paard 3] alsnog kan worden verkocht en dat de verkoopopbrengst vervolgens kan worden verdeeld. Áls het gestelde tekortschieten van [gedaagde] zou komen vast te staan, geldt dus dat nakoming niet blijvend onmogelijk is, met als gevolg dat [eiser] pas recht heeft op schadevergoeding als [gedaagde] in verzuim is (artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek). Omdat niet is gesteld of gebleken dat een van de in artikel 6:83 BW genoemde omstandigheden zich voordoet, is daarvoor nodig dat [gedaagde] in gebreke is gesteld via een schriftelijke aanmaning waarbij haar een redelijke termijn is gegeven om afspraak 3 alsnog na te komen en dat nakoming daarvan binnen die termijn vervolgens is uitgebleven (artikel 6:82 lid 1 BW). Maar zoals [eiser] tijdens de mondelinge behandeling ook heeft toegegeven, heeft zij [gedaagde] niet in gebreke gesteld. Nu een ingebrekestelling ontbreekt, is [gedaagde] niet in verzuim geraakt en is [eiser] vordering tot schadevergoeding in deze procedure hoe dan ook niet toewijsbaar.

Gelet op hetgeen in rechtsoverweging 4.3. is overwogen, laat de kantonrechter bij deze stand van zaken in het midden of nu wel of niet sprake is van een tekortschieten door [gedaagde]. Er zal in deze procedure dus niet verder worden ingegaan op de hierop betrekking hebbende stellingen en verweren van partijen.

Conclusie

De vordering van [eiser] wordt afgewezen vanwege het ontbreken van verzuim.

De proceskosten

[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten inclusief nakosten) van [gedaagde] betalen. Omdat [gedaagde] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [eiser] niet worden veroordeeld tot betaling van de betekeningskosten.

De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

476,00

(2 punten × € 238,00)

- nakosten

119,00

Totaal

595,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van [eiser] af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde], begroot op € 595,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;

veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.P. Heisterkamp en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?