RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-282646-22 en 08-238481-23 (gev. ttz.) (P)
Datum vonnis: 23 februari 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] .
1. Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
9 februari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. C. Lammers, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van wat namens de benadeelde partij door
mr. A.P. Drosten, advocaat in Enschede, is aangevoerd.
2. De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
08-282646-22
steeds op 24 oktober 2022 in Hengelo (O):
feit 1: al dan niet samen met een ander [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) heeft bedreigd;
feit 2: al dan niet samen met een ander wederrechtelijk in de woning van die [slachtoffer 1] is binnengedrongen;
08-238481-23
steeds op 23 juli 2023 in Hengelo (O):
feit 1: [slachtoffer 1] heeft bedreigd;feit 2: [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) heeft bedreigd.
Voluit luiden de tenlasteleggingen aan verdachte, dat:
08-282646-22
1
hij op of omstreeks 24 oktober 2022 (te omstreeks 20:30 uur) te Hengelo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door:
-voorzien van (een) gezichtsmasker(s) en/of een stroomstootwapen, althans voorzien van een op een stroomstootwapen gelijkend voorwerp, naar de woning van die [slachtoffer 1] te gaan en/of (aldaar)
-krachtig op/tegen de voordeur te slaan en/of (vervolgens)
-met behulp van één of meer (toegang)sleutel(s) de sloten van de voordeur heeft geopend en/of (vervolgens)
-de woning is/zijn binnengegaan en/of (aldaar)
-voornoemd stroomstootwapen, althans dat op een stroomstootwapen gelijkend voorwerp, in werking gezet en/of gericht en/of gericht gehouden op die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: ‘Ik maak je dood, kom hier dan’, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of (vervolgens)
-een fles naar en/of in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] te gooien en/of (vervolgens)
-(terwijl die [slachtoffer 1] zijn woning was ontvlucht) achter die [slachtoffer 1] aan te rennen en/of (daarbij) (wederom) dreigend die [slachtoffer 1]
de woorden toe te voegen: ‘Pak hem, maak hem kapot’,
althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (daarbij) (wederom) een fles naar en/of in de richting van die [slachtoffer 1] te gooien;
2
hij op of omstreeks 24 oktober 2022 te Hengelo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de woning, gelegen op/aan [adres 2] (nr. [adres 2] ), bij
[slachtoffer 1] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte en/of zijn mededader(s), in gebruik wederrechtelijk is/zijn binnengedrongen;
08-238481-23
1
hij op of omstreeks 23 juli 2023 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), althans in Nederland [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] een of meerdere (Whatsapp-)spraakbericht(en) en/of tekstbericht(en) te sturen met de woorden:
- '' Vermoord ik hem erbij daar'' en/of
- '' Ruim hem persoonlijk op als mijn dochter maar 1 meter bij haar in de buurd komt'' en/of
- '' Nee afkeur,doe is eem leuk vermoord hem met geld toe'' en/of
- '' Kankerjonk ben ik nog lang niet klaar mee'' en/of
- '' Vies varken hoort kapot te gaan'' en/of
- '' Kankerlijer moet kapot'' en/of
- '' Komt hij bij jou in de buurd maak ik hem af'' en/of
- '' De dood meer is die nie waard'' en/of
- '' Met je vriendje [slachtoffer 1] en jouw, met jullie stelle kanker (onverstaanbaar) bij elkaar. Vieze kanker junkies. Opflikkern, want ik trap jullie helemaal finaal kapot'',
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, van welke bedreiging(en)/dreigende woorden voornoemde [slachtoffer 1] kennis heeft genomen;
2
hij op of omstreeks 23 juli 2023 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), althans in Nederland [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] een of meerdere (Whatsapp-)spraakbericht(en) en/of chatbericht(en) te sturen met de woorden:
- '' Hou die bek maar gewoon eens een keer dicht, want eerdaags stomp ik jou de hele kankerkaak een keer in mekaar'' en/of
- '' Dan kom ik bij jou en sla ik jou het focking ziekenhuis in'' en/of
- '' Ik trap je finaal in mekaar'' en/of
- '' Deze keer sla ik je kaak in 3000 stuk'n'' en/of
- '' Dan trap ik jou het grafkistje in'' en/of
- '' Doe maar vast aangifte, dan kom ik vanavond nog even naar je toe en dan trap ik je vanaamd het kankerziekenhuis nog in'' en/of
- '' Dan trap ik je gebit in focking 30.000 stuk'n en trap ik het ik je focking anus, ik zweer het'' en/of
- '' Dan trap ik je echt total loss [slachtoffer 2] '' en/of
- '' Dan krijg jij zoveel klap'n dat je moeder je niet weer herkent'' en/of
- '' Want de eerste de beste keer dat ik jou ooit nog en keer aan tafel heb, trap ik jouw kanker kaak in jouw focking reet. Oke, duidelijk? Ik zou mij maar heel rap gedrag'n als ik jou was. Anders kom ik vanaamd nog even bij jou'' en/of
- '' Met je vriendje [slachtoffer 1] en jouw, met jullie stelle kanker (onverstaanbaar) bij elkaar. Vieze kanker junkies. Opflikkern, want ik trap jullie helemaal finaal kapot. Ja, doe maar aangifte der van, maar dit een feit, dit is een feit. Als ik ooit nog last heb van die focking kanker mongool, waar je mee gelopen hebt he. Maakt niet uit wat he, trap ik jou finaal in mekaar. Duidelijk?'' en/of
- Als binnen drie maanden die focking cent'n niet bij de kindern terecht komt, sla ik je de focking hersens in mekaar'' en/of
- '' Da sla ik je kanker kunstgebit in drie delen en zo via je kanker gat naar bin'n heen. Ik zweer het'',
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
3. De bewijsmotivering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 08-282646-22 en
08-238481-23 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak van het onder 08-282646-22 feit 1 en feit 2 ten laste gelegde bepleit wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Ten aanzien van het onder
08-238481-23 feit 1 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw ook vrijspraak bepleit, omdat verdachte niet de bedoeling had dat aangever zou kennisnemen van de berichten zodat geen sprake is van opzet op het bekend worden van de uitlatingen bij aangever. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het onder 08-238481-23 feit 2 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt op grond van het dossier vast dat aangever [slachtoffer 1] op
24 oktober 2022 in zijn woning in [plaats] is bedreigd door twee gemaskerde mannen die met behulp van een sleutel de woning waren binnengedrongen. De vraag is of verdachte één van deze mannen betrof. Verdachte heeft dit steeds ontkend. De rechtbank overweegt als volgt.
Aangever heeft bij de politie verklaard dat hij de betrokken mannen op basis van hun stem, kleding en postuur herkent als verdachte en medeverdachte. Op een later moment heeft aangever verklaard dat hij niet met voldoende mate van zekerheid kan bevestigen dat medeverdachte één van de daders betrof. Medeverdachte is door de rechtbank bij vonnis van 4 september 2023 vrijgesproken.
In het dossier bevindt zich een WhatsApp-gesprek van 24 oktober 2022 tussen verdachte en zijn ex-partner [slachtoffer 2] waaruit kan worden afgeleid dat verdachte boos is op aangever en
schrijft: ‘we zoeken hem wel op’. Uit het dossier volgt verder dat [slachtoffer 2] over een sleutel van de woning van aangever beschikte, dat verdachte in de periode rondom het ten laste gelegde bij [slachtoffer 2] verbleef en dat de telefoon van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde contact heeft gemaakt met een zendmast op een afstand van circa vier kilometer van de woning van aangever. Uit de beschrijving van de camerabeelden van het ten laste gelegde volgt dat één van de daders een masker met rode en blauwe segmenten, handschoenen en werklaarzen droeg. Bij de doorzoeking van de auto van verdachte op 4 november 2022 werd in het dashboardkastje, naast werkhandschoenen, een masker aangetroffen dat overeenkomsten vertoont met het masker van één van de mannen op de camerabeelden. Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte op 24 januari 2023 zijn grijs/bruine werklaarzen aangetroffen.
De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat aanwijzingen bestaan dat verdachte bij de bedreiging van aangever betrokken is geweest, maar dat deze aanwijzingen, los van de vraag of de doorzoeking in de auto rechtmatig was en het aantreffen van de voorwerpen, waaronder het masker, als bewijs kan worden gebruikt, ook in onderling verband en samenhang bezien, hiervoor onvoldoende bewijs opleveren. Dit betekent dat de rechtbank verdachte van het onder 08-282646-22 feit 1 en feit 2 ten laste gelegde vrijspreekt.
Vaststelling van de feiten omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van het dossier vast dat verdachte omstreeks 23 juli 2023 in [plaats] telefonisch dreigende uitlatingen over aangever [slachtoffer 1] heeft gedaan richting zijn ex-partner [slachtoffer 2] en dochter [slachtoffer 3] , welke berichten de aangever hebben bereikt. Tevens heeft verdachte op dezelfde dag [slachtoffer 2] telefonisch bedreigd.
Overwegingen opzet (feit 1)
Anders dan de raadsvrouw heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte ten minste voorwaardelijke opzet had dat zijn dreigende uitlatingen aangever zouden bereiken. Verdachte heeft de berichten naar zijn ex-partner gestuurd, die op dat moment een relatie met aangever had, en tevens naar zijn eigen dochter, waarvan hij wist dat zij regelmatig bij aangever over de vloer komt. Gelet hierop kan het niet anders dan dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat de dreigende berichten aangever zouden bereiken en dat hij deze kans, door het versturen van de berichten, heeft aanvaard.
Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het ten laste gelegde feit 1 en feit 2 heeft begaan. De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en de rechtbank afzonderlijk overwegingen heeft gewijd aan de opmerkingen van de raadsvrouw over het ontbreken van opzet bij verdachte ten aanzien van feit 1 – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 februari 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 9 augustus 2023
(p. 5 en 6);
3. de aanvullende fotobijlage behorende bij reeds verzonden en ontvangen digitaal procesdossier 2023356583, ingekomen op 4 oktober 2023;
4. het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 12 september 2023 (p. 9 tot en met 11).
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 08-238481-23 feit 1 en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij omstreeks 23 juli 2023 in Nederland [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] een Whatsapp-spraakbericht en meerdere tekstberichten te sturen met de woorden:
- '' Vermoord ik hem erbij daar'' en
- '' Ruim hem persoonlijk op als mijn dochter maar 1 meter bij haar in de buurd komt'' en/of
- '' Nee afkeur, doe is eem leuk vermoord hem met geld toe'' en
- '' Kankerjonk ben ik nog lang niet klaar mee'' en
- '' Vies varken hoort kapot te gaan'' en
- '' Kankerlijer moet kapot'' en
- '' Komt hij bij jou in de buurd maak ik hem af'' en
- '' De dood meer is die nie waard'' en
- '' Met je vriendje [slachtoffer 1] en jouw, met jullie stelle kanker (onverstaanbaar) bij elkaar. Vieze kanker junkies. Opflikkern, want ik trap jullie helemaal finaal kapot'',
van welke bedreigingen/dreigende woorden voornoemde [slachtoffer 1] kennis heeft genomen;
2.
hij omstreeks 23 juli 2023 in Nederland
[slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] meerdere Whatsapp-spraakberichten te sturen met de woorden:
- '' Hou die bek maar gewoon eens een keer dicht, want eerdaags stomp ik jou de hele kankerkaak een keer in mekaar'' en
- '' Dan kom ik bij jou en sla ik jou het focking ziekenhuis in'' en
- '' Ik trap je finaal in mekaar'' en
- '' Deze keer sla ik je kaak in 3000 stuk'n'' en
- '' Dan trap ik jou het grafkistje in'' en
- '' Doe maar vast aangifte, dan kom ik vanavond nog even naar je toe en dan trap ik je vanaamd het kankerziekenhuis nog in'' en
- '' Dan trap ik je gebit in focking 30.000 stuk'n en trap ik het ik je focking anus, ik zweer het'' en
- '' Dan trap ik je echt total loss [slachtoffer 2] '' en
- '' Dan krijg jij zoveel klap'n dat je moeder je niet weer herkent'' en
- '' Want de eerste de beste keer dat ik jou ooit nog en keer aan tafel heb, trap ik jouw kanker kaak in jouw focking reet. Oke, duidelijk? Ik zou mij maar heel rap gedrag'n als ik jou was. Anders kom ik vanaamd nog even bij jou'' en
- '' Met je vriendje [slachtoffer 1] en jouw, met jullie stelle kanker (onverstaanbaar) bij elkaar. Vieze kanker junkies. Opflikkern, want ik trap jullie helemaal finaal kapot. Ja, doe maar aangifte der van, maar dit een feit, dit is een feit. Als ik ooit nog last heb van die focking kanker mongool, waar je mee gelopen hebt he. Maakt niet uit wat he, trap ik jou finaal in mekaar. Duidelijk?'' en
- Als binnen drie maanden die focking cent'n niet bij de kindern terecht komt, sla ik je de focking hersens in mekaar'' en
- '' Da sla ik je kanker kunstgebit in drie delen en zo via je kanker gat naar bin'n heen. Ik zweer het''.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
08-238481-23
feit 1 en feit 2
telkens het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of bedreiging met zware mishandeling.
5. De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.
6. De op te leggen straf of maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft gevorderd hiervan een gedeelte van zes maanden voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, alsmede een contactverbod met de aangever.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om in het geval van een bewezenverklaring aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zijn ex-partner [slachtoffer 2] en haar toenmalige partner [slachtoffer 1] bedreigd door hen, al dan niet rechtstreeks, meerdere (spraak-)berichten toe te sturen waarin onder meer ernstige doodsbedreigingen werden geuit. Met dit handelen heeft verdachte geen rekening gehouden met de gevoelens van de slachtoffers en de gevolgen die dergelijke bedreigingen voor hen kunnen hebben. Hij heeft uitsluitend oog gehad voor het uiten van zijn eigen gevoelens van boosheid en frustratie. De rechtbank rekent dit verdachte aan. De rechtbank rekent het verdachte daarnaast aan dat hij zijn dochter heeft ingezet om zijn dreigementen richting [slachtoffer 1] over te brengen. Door haar die dreigende berichten toe te sturen, terwijl hij wist dat deze uiteindelijk bij [slachtoffer 1] terecht zouden komen, heeft hij haar enerzijds op onaanvaardbare wijze bij het conflict betrokken en anderzijds blootgesteld aan ernstige en shockerende bedreigingen.
Op de zitting heeft verdachte er blijk van gegeven dat hij zich een voorstelling kan maken van de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers en zijn dochter. Daarmee heeft hij de indruk gewekt zich (inmiddels) bewust te zijn van de ernst van zijn gedragingen.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 10 oktober 2025. Hieruit volgt dat hij in 2024 en 2025 is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. De rechtbank zal gelet op het bepaalde in artikel 63 Sr hiermee rekening houden bij de strafoplegging.
De rechtbank heeft verder rekening gehouden met het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 17 december 2025. Hieruit volgt dat op dit moment sprake is van reclasseringstoezicht en dat verdachte zich aan dit toezicht conformeert door gemaakte afspraken na te komen en een welwillende houding te tonen. De reclassering signaleert bij verdachte meerdere beschermende factoren, waaronder een stabiele huisvestingssituatie, het hebben van een eigen bedrijf en een gezonde financiële situatie. Ook is momenteel sprake van stabiliteit in het sporadische gebruik van alcohol, terwijl daar in het verleden zorgen over bestonden. Als aandachtspunt wordt genoemd dat verdachte soms moeite lijkt te hebben met het omgaan met bepaalde emoties. Daarnaast wordt bij hem een beperkt probleembesef waargenomen. De reclassering adviseert om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden (meldplicht, ambulante behandeling, meewerken aan middelencontrole en diagnostiek) op te leggen.
Op te leggen straf
Bij de afweging welke straf aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank naast al het voorgaande, rekening gehouden met het feit dat in deze zaak de redelijke termijn is overschreden. Hierdoor heeft verdachte een tijd lang in onzekerheid verkeerd over de afloop van de strafzaak.
Daarnaast heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte in de jaren na het plegen van de onderhavige feiten slechts één keer in beeld is geweest bij politie en justitie. Verder is gebleken dat hij zich in het kader van een eerder opgelegd reclasseringstoezicht volledig heeft ingezet en dit nog steeds doet. De rechtbank weegt deze omstandigheden in het voordeel van verdachte mee.
De rechtbank is, alles afwegende, van oordeel dat in beginsel een taakstraf van 60 uren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, passend en geboden is, maar zal vanwege de overschrijding van de redelijke termijn hierop een gedeelte van 20 uren in mindering brengen, zodat een taakstraf van 40 uren resteert. De rechtbank ziet, gelet op het reeds ingezette reclasseringscontact en vanwege het tijdsverloop, geen aanleiding voor het opleggen van een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.
7. De vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer 1] heeft zich in de zaak met parketnummer 08-282646-22 als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces en vordert een schadevergoeding. Omdat verdachte van dit parketnummer integraal wordt vrijgesproken, verklaart de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361 lid 2 Sv niet-ontvankelijk in de vordering.
8. De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 22c, 22d en 57 Sr.
9. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 08-282646-22 feit 1 en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 08-238481-23 feit 1 en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders onder 08-238481-23 feit 1 en feit 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
08-238481-23, feit 1 en feit 2: telkens het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of bedreiging met zware mishandeling;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 08-238481-23 feit 1 en feit 2 bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 40 (veertig) uren;
- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;
- beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering of voorlopige hechtenis, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;
schadevergoeding
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] (08-282646-22 feit 1 en feit 2) in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.K. ten Cate, voorzitter, mr. P.M.F. Schreurs en
mr. M.S. de Waard, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Kuiper, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2026.
Mrs. Ten Cate en De Waard zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.