ECLI:NL:RBROT:2020:4948

ECLI:NL:RBROT:2020:4948, Rechtbank Rotterdam, 05-06-2020, ROT 19/5862

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 05-06-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer ROT 19/5862
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005252 BWBR0005537 BWBR0008691 BWBR0033043 BWBR0045754

Samenvatting

Voor zover de documenten waarvan afschriften worden gevraagd vallen onder de geheimhoudingsplicht van artikel 7, eerste lid, van de Instellingswet moet de ACM dit weigeren. Voor zover het openbaarmakingsregime van artikel 12w van de Instellingswet van toepassing is, is de rechtbank van oordeel dat de ACM in redelijkheid de gedragslijn kan hanteren dat zij slechts overgaat tot openbaarmaking van deze documenten die zich bevinden in het toezichtsdossier indien zij dit nuttig en nodig acht uit een oogpunt van voorlichting en transparantie.

Uitspraak

[Naam] , te [plaats] , eiser,

gemachtigde: mr. P.P. Klokkers,

en

de Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster,

gemachtigde: mr. P.J. Schnezler.

Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens de ACM zijn verschenen

mr. R. Rodenrijs en mr. B. van Hemessen.

Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 5 juni 2020 heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Bij besluit van 10 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft de ACM het bezwaar van eiser tegen het besluit van 18 januari 2019, waarbij de ACM het verzoek om een afschrift van zeven stukken in het dossier ACM/18/030828 heeft afgewezen, ongegrond verklaard. Het beroep tegen het bestreden besluit slaagt niet op grond van het volgende.

2. Uit de rechtspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven volgt dat artikel 7, eerste lid, en de artikelen 12u, 12v en 12w van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Instellingswet) een uitputtende regeling vormen die voorrang heeft op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Ten aanzien van informatie over de interne bedrijfsvoering van de ACM en informatie die ziet op het proces van de totstandkoming van een besluit, zoals de wijze van corresponderen, wordt door het College aangenomen dat die niet valt onder geheimhouding en openbaarmaking op basis van de Instellingswet, maar dat ten aanzien daarvan de Wob wel van toepassing is. De gevraagde documenten zien niet op een van deze twee uitzonderingen.

3. Voor zover de documenten waarvan afschriften worden gevraagd vallen onder de geheimhoudingsplicht van artikel 7, eerste lid, van de Instellingswet moet de ACM dit weigeren. Voor zover het openbaarmakingsregime van artikel 12w van de Instellingswet van toepassing is, is de rechtbank van oordeel dat de ACM in redelijkheid de gedragslijn kan hanteren dat zij slechts overgaat tot openbaarmaking van deze documenten die zich bevinden in het toezichtsdossier indien zij dit nuttig en nodig acht uit een oogpunt van voorlichting en transparantie. Aan de hand van deze maatstaf heeft de ACM overwogen dat zij openbaarmaking niet opportuun acht. Uit wat is aangevoerd door eiser is de rechtbank niet gebleken dat een uitzondering op die gedragslijn moet worden gemaakt.

4. In het kader van de beoordeling van een verzoek om openbaarmaking van gegevens is geen ruimte is voor het wegen van de individuele belangen van een aanvrager, zoals het oogmerk om die informatie te gebruiken in een andere procedure. Dat de gevraagde afschriften van de documenten in de procedure tegen de intrekking van het informatienummer, waarop die betrekking hebben, mogelijk wel op grond van de Algemene wet bestuursrecht verstrekt hadden kunnen worden, doet hier niet aan af. In deze procedure is immers het verzoek om documenten immers terecht aan de hand van de Instellingswet beoordeeld en niet in het kader van processuele openbaarheid.

5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Deze uitspraak is op 5 juni 2020 in het openbaar gedaan door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier.

griffier rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.C. Rop

Griffier

  • mr. R. Stijnen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?