vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team straf 3
Parketnummer: 10/211934-22
Datum uitspraak: 21 december 2022
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [plaats] ,
preventief gedetineerd in het [naam P.I.] .
Raadsman mr. B.J. Manspeaker, advocaat te Dordrecht.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 december 2022.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. J. Spaans heeft gevorderd: bewezenverklaring van feit 1, feit 2 en feit 3;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest, alsmede terbeschikkingstelling van de verdachte met bevel tot dwangverpleging.
4. De verdediging
De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit omdat er sprake zou zijn van een onrechtmatige doorzoeking van de woning, hetgeen tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden.
Subsidiair heeft hij gepleit voor oplegging van een zorgmachtiging.
5. Waardering van het bewijs
Het verweer tot bewijsuitsluiting
5.1.1. Standpunt verdediging
De raadsman heeft gesteld dat het bewijsmateriaal dat tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte is aangetroffen, onrechtmatig is verkregen. Het mag daarom niet worden gebruikt voor het bewijs. De doorzoeking van de woning was onrechtmatig omdat de grondslag voor de doorzoeking slechts was gebaseerd op een melding van een zorgmedewerkster van het ziekenhuis waar de verdachte op dat moment vrijwillig was opgenomen. De verdachte zou hebben gedreigd zijn vader neer te steken zodra hij vrij zou komen en hebben gezegd dat hij thuis een vuurwapen had, maar de verdachte ontkent dit.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de politie niet redelijkerwijs mocht vertrouwen op de melding van de zorgmedewerkster. Het enkele feit dat de verdachte ontkent dat hij voornoemde uitlatingen heeft gedaan is daartoe onvoldoende. Temeer nu de politie in de woning van de verdachte ook daadwerkelijk een vuurwapen c.a. heeft aangetroffen, is het aannemelijk dat de melding juist is geweest. De politie heeft daarom redelijkerwijs kunnen vermoeden dat wapens en/of munitie aanwezig was en kon de woning derhalve op grond van artikel 49 van de Wet wapens en munitie - overigens na verkregen toestemming van de officier van justitie - rechtmatig betreden.
De rechtbank verwerpt het verweer en hetgeen in de woning van de verdachte is aangetroffen zal voor het bewijs worden gebruikt
Bewijswaardering
Uit de melding van de zorgmedewerkster blijkt dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van wapens in zijn woning. Verder had de verdachte de beschikkingsmacht over de wapens, nu deze in zijn woning zijn aangetroffen. Nu de verdachte zelf heeft gezegd tegen de medewerkster dat hij wapens had en deze vervolgens ook zijn aangetroffen, acht de rechtbank zijn verklaring - dat hij niets wist van de wapens en deze door iemand anders daar moeten zijn geplaatst - ongeloofwaardig.
Hiermee is voldaan aan de vereisten die rechtens gelden voor het 'voorhanden hebben' van wapens in de zin van de Wet wapens en munitie.
Dit betekent dat de feiten bewezen kunnen worden.
Bewezenverklaring
In bij lage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, .is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feit 1, feit 2 en feit 3 heeft begaan op die wijze dat:
hij op 3 augustus 2022 te Gorinchem,
gelet op artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie, een vuurwapen van categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een samenstel van onderdelen van wezenlijke aard, namelijk deel van de loop met kamer, slede en een kast met trekker groep in onderdelen, specifiek voor een gaspistool van het merk/type Ekol Tuna, kaliber 8 mm pak voorhanden heeft gehad;
2
hij op 3 augustus 2022 te Gorinchem
een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vonn
van een gaspistool (merk/type Ekol Jackal Dual, kaliber 9 mm pak) voorhanden heeft gehad;
3
hij op 3 augustus 2022 te Gorinchem
wapens als bedoeld in artikel 2 lid I Categorie m onder 1 ° van de Wet wapens en munitie,
te weten vuurwapens in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad, te weten een Zoraki 914 Td auto, kaliber 9 mm pak en een Ekol Tuna, kaliber 8 mm.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.
6. Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
1. en 2, telkens:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuunvapen van categorie III;
3
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuunvap.en van categorie III, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.
7. Strafbaarheid verdachte
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft - naar aanleiding van de hierna te noemen rapporten van de psychiater en de psycholoog - gesteld dat niet uit te sluiten is dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar of zelfs volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht. Daarover bestaat echter geen zekerheid. De aard van het delict, bijvoorbeeld afgezet tegen een impulsief gepleegd geweldsdelict, leent zich echter minder goed voor volledige ontoerekeningsvatbaarheid. Er is wat betreft het OM derhalve geen sprake van een situatie waarin ontslag van alle rechtsvervolging dieilt te volgen.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft zich hierover niet uitgelaten.
Beoordeling
Klinisch psycholoog drs. [persoon A] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 november 2022. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Er is sprake van een psychische stoornis in de zin van een autismespectrumstoornis en in de zin van een "ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis".
Tevens is er sprake van een stoornis in het gebruik van verschillende middelen.
Ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde bestonden de bovengenoemde stoornissen. Omdat betrokkene zich beroept op zijn zwijgrecht en aan rapporteur weinig tot niets wil vertellen over het verboden wapenbezit, is een forensisch psychologische beschouwing niet mogelijk. Hel is onduidelijk of er een verband bestaat tussen de stoornissen en het renlastegelegde.
Het verband tussen de stoornissen en het tenlastegelegde is niet duidelijk en om deze reden is een advies berrejjènde de mate van toerekenen niet mogelijk.
Psychiater drs. [persoon B] en arts in opleiding drs. [persoon C] hebben een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 27 november 2022. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Er is sprake van een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis, autismespectrumstoornis, en een stoornis in het gebruik van stimulantia en cannabis.
Uit de collaterale informatie komt naar voren dat betrokkene psychotisch was ten tijde dat de wapens in zijn huis zijn aangetroffen, maar het kon niet worden onderzocht of de psychose heeft bijgedragen aan het voorhanden hebben van de wapens.
Betrokkene ontkent het ten laste gelegde volledig. Vanwege zijn ontkenning is het niet mogelijk om een verband te leggen tussen de stoornis en het ten laste gelegde. Er kon geen delictscenario worden gemaakt en het is dan ook niet mogelijk om een uitspraak te doen over de doorwerking. Ook kan hierdoor niets worden gezegd over het risico op recidief en de toerekeningsvatbaarheid.
Er kan geen advies worden gegeven over het strafrechtelijk (juridisch) kader. Dit omdat betrokkene het ten laste gelegde ontkent. Er kon geen onderzoek worden gedaan naar het verband tussen het ten laste gelegde en de stoornis, het recidief risico of de toerekeningsvatbaarheid.
Conclusie
Uit voornoemde rapporten van de gedragsdeskundigen blijkt dat zij hebben kunnen vaststellen dat bij de verdachte sprake is van diverse stoornissen en dat hij psychotisch was tijdens de doorzoeking van zijn woning. De gedragsdeskundigen hebben door de ontkennende houding vati de verdachte echter niet kunnen vaststellen of ere.en relatie was tussen de stoornissen en de ten laste gelegde feiten (het voorhanden hebben van wapens).
De rechtbank is van oordeel dat op grond hiervan - en ook overigens - geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar moet worden geacht.
8. Motivering straf en maatregel
Algemene overweging
De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd
De verdachte heeft in zijn woning drie vuurwapens en een aantal wezenlijke onderdelen van een gaspistool voorhanden gehad. De vuurwapens zijn gaspistolen waarbij is geprobeerd deze om te bouwen naar kogel verschietende pistolen. Dat is bij één gaspistool ook gelukt.
Het ongecontroleerd bezit van vuurwapens kent geen ander doel dan het toebrengen van ernstige schade aan anderen en/of de maatschappij. Het bezit daarvan brengt onder burgers gevoelens van onveiligheid teweeg en vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Het is algemeen bekend dat vuurwapenbezit niet zelden leidt tot het (ondeskundig) gebruik ervan, met alle ernstige gevolgen voor anderen. Daarbij bestaat bovendien een groot risico dat onschuldige omstanders worden getroffen. Bovendien zorgt ook reeds het enkele bezit van een vuurwapen in de samenleving niet alleen voor gevoelens van angst en onveiligheid, maar wordt dit ook als schokkend ervaren. Gelet op de toename van het vuurwapenbezit en het hoge gevaarzettend karakter daarvan, dient daartegen daarom streng te worden opgetreden.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 november 2022, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportages
Voornoemd rapport van klinisch psycholoog drs. [persoon A] houdt verder onder meer in.
Vanuit gedragsdeskundig oogpunt is van belang dat de psychiatrische behandeling wordt voortgezet. Het is hierbij wenselijk dat er eerst een klinische fase plaatsvindt waarbij betrokkene verder wordt ingesteld op medicatie met het oog op herstel en stabilisatie van het psychische evenwicht. Tijdens de klinische fase is het tevens van belang dat er verdere diagnostiek plaatsvindt om te beoordelen waarop het psychotische toestandsbeeld is gebaseerd (middelengebruik en/of een procespsychose in de zin van schizofrenie). Dit is van belang om een adequate behandeling te indiceren.
Gezien de mogelijke agressie jegens hulpverleners, kan overwogen worden dat de klinische fase plaatsvindt in een setting met een gepast beveiligingsniveau (zoals een FPA of een FPK).
Als betrokkene psychisch voldoende gestabiliseerd is, kan er een traject van resocialisatie plaatsvinden. Middels proefverlof kan betrokkene geleidelijk aan teruggaan naar zijn eigen woning en kan behandeling en ondersteuning vanuit een FACT-team van de GGZ plaatsvinden.
Naast de psychotische stoornis is er ook een sprake van een autismespectrumstoornis met een intensieve zorgintensiteit. Bij de ondersteuning van betrokkene dient hierbij rekening te
worden gehouden. Indien nodig, dient hiervoor ook specialistische zorg gericht op de autismespectrumstoornis ingeschakeld te worden.
Vanwege het feit dat er geen advies gegeven kan worden betreffende de mate van toerekenen, is advisering van een passend juridisch kader niet mogelijk. Het bovenstaande interventie-advies zou vanuit zorgoogpunt gerealiseerd kunnen worden.
Voornoemd rapport van psychiater drs. [persoon B] en arts in opleiding drs. [persoon C] houdt verder onder meer in.
Omdat bij het onderzoek ,vel een psychotische stoornis wordt geobserveerd wordt vanuit goed behandelaarschap onderstaand advies gegeven.
Het wordt aanbevolen om betrokkene klinisch te behandelen voor de psychotische stoornis en stoornis in het gebruik van middelen (stimulantia/cannabis). Daarnaast is behandeling nodig ter preventie van een psychotische ontregeling en middelengebruik. Een dergelijke behandeling dient klinisch te worden vervolgd en kan het beste gerealiseerd worden in een forensische setting (FPA of FPK) die veel structuur biedt, zich richt op mensen met een autismespectrumstoornis.
Verder wordt geadviseerd om een psychologisch onderzoek te doen naar de intelligentie en persoonlijkheid van betrokkene als de psychose in remissie is. Dit om handvaten te bieden aanl begeleiders en een passende dagbesteding te vinden.
Reclassering Nederland te Rotterdam heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 5 december 2022. Dit rapport houdt samengevat onder meer het volgende in.
Vanwege het feit dat de verdachte zich steeds heeft beroepen op zijn zwijgrecht, kan de reclassering geen uitspraak doen over de eventuele doorwerking van de gestelde diagnostiek op het eventuele delictgedrag. Aan de hand van het door haar gebruikte gevalideerde meetinstrument schat de reclassering de kans op recidive in de eerste twee jaar in als hoog Verder kan de reclassering met de beschikbare informatie niet adviseren of interventies en/of toezicht nodig zijn. Gezien de proceshouding van de verdachte kan zij ook geen delictanalyse maken.
De reclassering stelt wel dat de verdachte vanuit zorgoogpunt een klinische behandeling behoeft, gericht op het stabiliseren, goed instellen op medicatie en het verkrijgen van enig ziekte-inzicht. Behandeling in het kader van een zorgmachtiging lijkt hiervoor een passend middel.
Terbeschikkingstelling
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft de ter beschikkingstelling van de verdachte met bevel tot dwangverpleging gevorderd. Aan alle voorwaarden voor een TBS-maatregel ex artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht is voldaan. TBS met voorwaarden kan alleen als de betrokkene daarmee instemt. Gelet op de ontkenning van de verdachte is dat dus niet aan de orde. Daarnaast moet de. verdachte onvoldoende in staat worden geacht om zich aan voorwaarden te houden. Daarbij wordt onder meer verwezen naar de inhoud van voornoemde rapportages. Een behandeling in het kader van een zorgmachtiging acht de officier van justitie niet passend, nu deze verplichte zorg in beginsel slechts voor maximaal 6 maanden wordt vastgelegd, waarna de strafrechter uit beeld verdwijnt.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich verzet tegen het opleggen van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging. De verdachte moet weliswaar klinisch worden behandeld, maar hiervoor kan een zorgmachtiging worden opgelegd. Deze zorgmachtiging kan indien nodig nog worden verlengd.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat de maatregel van TBS (met dwangverpleging) kan worden opgelegd als is voldaan aan de in artikel 37a (en 376, eerste lid) van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden. Eén van de voorwaarden houdt in dat het door de verdachte begane feit een misdrijf dient te zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Daarnaast dient bij de verdachte ten tijde van het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens te bestaan en dient de veiligheid van anderen; dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel te eisen.
De rechtbank stelt vast dat in artikel 55, derde lid, van de Wet wapens en munitie (WWM) is vastgelegd dat hij die handelt in strijd met artikel 26, eerste lid, WWM, wordt bestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 4 járen.
Omdat de hiervoor weergegeven conclusies van de deskundigen wordt gedragen door hun bevindingen, neemt de rechtbank die over en maakt die tot de hare. De rechtbank ziet bovendien aanwijzingen dat ook in de dagen rondom de bewezen feiten bij de verdachte sprake was van psychische ontregeling. Een dag voor het aantreffen van de wapens is de verdachte vrijwillig opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. De verdachte heeft hierover verklaard dat het niet goed met hem ging en dat hij zich daarom heeft laten opnemen. Bovendien had de verdachte een overdosis cocaïne genomen. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat ten tijde van het bewezen feit bij de verdachte sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens.
Ten aanzien van de mate waarin de verdachte als een gevaar voor de maatschappij moet worden beschouwd, overweegt de rechtbank als volgt.
Uit informatie van (eerdere) behandelaars van verdachte blijkt dat behandelingen vanwege verminderde coöperatie niet van de grond zijn gekomen, dat verdachte zich agressief heeft gedragen ten aanzien van behandelaren en dat recent een crisismaatregel nodig was om de verdachte in behandeling te houden. De verdachte heeft in eerder opgelegde sancties slechts tijdelijk gedragsverandering laten zien. Gelet op het voorgaande, samen bezien met het feit dat de verdachte geen inzicht heeft gegeven in zijn beweegredenen om vuurwapens in zijn woning te hebben, gaat van de verdachte een groot risico op recidive uit, betreffende een feit met een groot gevaarzettend karakter. Dit volgt ook uit het rapport van de reclassering.
Daarnaast geven de deskundigen - hoewel zij zich niet uitlaten over het recidivegevaar noch over het strafrechtelijk juridisch kader - de aanbeveling dat de verdachte klinisch moet worden behandeld voor zijn stoornissen in een setting met een gepast beveiligingsniveau.
Het voorgaande maakt naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachte onbehandeld een te groot gevaar voor de samenleving vormt.
Gelet op de voornoemde behandelgeschiedenis van de verdachte en de ernst van de stoornissen ziet de rechtbank geen mogelijkheden de behandeling plaats te laten vinden in enig voorwaardelijk strafrechtelijk kader. Behandeling in het kader van een zorgmachtiging
- een titel die niet primair is gericht op het inperken van recidiverisico's en waarbij de
verplichte zorg in beginsel slechts voor maximaal 6 maanden wordt vastgelegd, waaroa de strafrechter uit beeld verdwijnt - acht de rechtbank gelet op het recidivegevaar en de ernst van de stoornissen van verdachte ontoereikend. Dit betekent dat de rechtbank van oordeel is dat de algemene veiligheid van personen vereist dat aan de verdachte TBS met dwangverpleging wordt opgelegd.
De rechtbank stelt vast dat geen sprake is van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat de totale duur van de terbeschikkingstelling is beperkt tot vier jaar. Daarmee is de maatregel ook proportioneel ten opzichte van de bewezen verklaarde feiten.
Gezien de aard en ernst van de feiten zal de rechtbank naast de terbeschikkingstelling een gevangenisstraf opleggen. Bij de bèpaling van de duur daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten en straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en op het gegeven dat het in het belang van de verdachte - en de rnaatschappij- is dat de verdachte op relatief korte termijn met behandeling binnen het TBS-kader zal kunnen aanvangen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en maatregel passend en geboden.
9. In beslag genomen voonvcrpcn
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat alle in beslag genomen voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft zich hierover niet uitgelaten.
Beoordeling
De officier van justitie heeft een lijst van inbeslaggenomen nog niet teruggegeven voorwerpen overgelegd, waarvan een kopie aan dit vonnis is gehecht.
De in beslag genomen vuurwapens/gaspistolen - volgnummers 1, 2, 3 en 4 op voornoemde lijst - zullen worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang. De bewezen feiten zijn met betrekking tot voornoemde voorwerpen begaan.
Alle overige in beslag genomen voorwerpen - behalve de holsters (volgnummer 13) zullen eveneens worden onttrokken aan het verkeer. Deze voorwerpen behoren toe aan de verdachte, zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang, zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de feiten waarvan de verdachte werd verdacht aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.
Ten aanzien van de in beslag genomen holsters (volgnummer 13) zal een last ,-vorden gegeven tot teruggave aan de verdachte, zijnde degene bij wie deze in beslag zijn genomen en die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36b, 36c, 36d, 37a, 37b en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
11. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
12. Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;
beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege wordt verpleegd;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart onttrokken aan het verkeer:
vlindermes ( [beslagnummer 1] );
stroomstootwapen ( [beslagnummer 2] );
kruisboog ( [beslagnummer 3] );
gaspistool ( [beslagnummer 4] ; volgnummer 1) (feit 1 );
gaspistool ( [beslagnummer 5] ; volgnummer 2) (feit 2);
(gas)pistool ( [beslagnummer 6] ; volgnummer 3) (feit 3);
(gas)pistool ( [beslagnummer 7] ; volgnummer 4) (feit 3);
patroonhouder ( [beslagnummer 8] ; volgnummer 5);
munitie ( [beslagnummer 9] ; volgnummer 6);
munitie ( [beslagnummer 10] ; volgnummer 7); munitie ( [beslagnummer 11] ; volgnummer 8); munitie ( [beslagnummer 12] ; volgnummer 9);
munitie ( [beslagnummer 13] ; volgnummer 1 0);
munitie ( [beslagnummer 14] ; volgnummer 11 ); munitie ( [beslagnummer 15] ; volgnummer 12);
- gelast de teruggave aan verdachte van:
holsters ( [beslagnummer 16] ; volgnummer 13).
Dit vonnis is gewezen door mr. D.F. Smulders, voorzitter,
mr. R. Brand en mr. H. Wielhouwer, rechters, in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage 1
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op 3 augustus 2022 te Gorinchem, gelet op artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie, een vuurwapen van categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een samenstel van onderdelen van wezenlijke aard, namelijk deel van de loop met kamer, slede en een kast met trekker groep in onderdelen,· specifiek voor een gaspistool van het merk/type Ekol Tuna, kaliber 8 mm pak voorhanden heeft gehad;
2
hij op 3 augustus 2022 te Gorinchem een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 ° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van aitikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een gaspistool (merk/type Ekol Jackal Dual, kaliber 9 mm pak) voorhanden heeft gehad;
3
hij op 3 augustus 2022 te Gorinchem wapens als bedoeld in artikèl 2 lid 1 Categorie 111 onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten vuurwapens in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad, te weten een Zoraki 914 Td auto, kaliber 9 mm pak en een Ekol Tuna, kaliber 8 mm.
Bijlage II
Bewijsmiddelen
De hierna genoemde bewijsmiddelen zijn - tenzij anders aangegeven - telkens afkomstig uit het ambtsedig proces-verbaal van Politie Nederland, Eenheid Rotterdam, registratienummer [nummer 1] van 23 augustus 2022, met bijlagen (doorgenummerde dossierpagina's 1-61 ).
1.
Het relaasproces-verbaal (doorgenummerde dossierpagina's 1-4) onderdeel van het hiervoor vermelde proces-verbaal, inhoudende als relaas van de verbalisant:
Aanleiding instellen onderzoek
Op 4 augustus 2022 kwam er een klantverzoek melding binnen onder nummer [nummer 2] . Door een medewerkster van het Psychiatrisch ziekenhuis De Gantel, gevestigd aan de Wilhelminastraat 71 te Sliedrecht, werd gevraagd om assistentie bij het plaatsen van een client in de isoleercel. Het zou hier gaan om een persoon genaamd Wetering, geboren op 7 mei 2000. Deze persoon zou op 3 augustus 2022 vrijwillig zijn opgenomen in voornoemde instelling. Door de medewerkster werd aangegeven dat de client suïcidaal zou zijn en voor beoordeling in een isoleercel geplaatst moest worden. Hier zou assistentie van de politie noodzakelijk zijn. Hij zou hebben gedreigd'dat hij zijn vader neer zou steken zodra hij buiten zou komen. Tevens zou hij gezegd hebben dat hij thuis een vuurwapen heeft. Hierop is door ons, verbalisanten, een nader onderzoek ingesteld.
2.
Een proces-verbaal van bevindingen, als bijlage (doorgenummerde dossierpagina's 1 1-12) gevoegd bij het hiervoor vermelde proces-verbaal, inhoudende als relaas van de
verbalisant(en):
Aanleiding instellen onderzoek
Naar aanleiding van de RTIC melding dat een persoon, welke zou verblijven in de Gantel te Sliedrecht, gezegd zou hebben dat hij thuis een vuurwapen zou hebben is door ons een nader onderzoek ingesteld in de woning. De Gantel betreft een instelling van Yulius. Na onderzoek in de ons ter beschikking staande politiesystemen zou het hier gaan [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende [adres] , [postcode] [plaats] .
Binnentreden woning
Op 4 augustus 2022 kon door ons de woning worden betreden.
Aantreffen wapens
Door ons, verbalisanten, zijn al de aanwezige ruimten afzonderlijk doorzocht. Door mij, verbalisant [naam verbalisant] , werd de links van de hal gelegen ruimte doorzocht. Links in de ruimte stond een lege schoenen kast. Naast de schoenenkast stond op de grond een rugtas (zie bijlage foto 1 ). Bij het optillen van de rugtas voelde deze zwaar aan. Na opening van de rugtas bleek daar een geel gekleurde plastic tas in te zitten. Ik, verbalisant [naam verbalisant] , zag dat in de plastic tas een op een vuurwapen gelijkend voorwerp lag. Tevens zag ik in de plastic tas een klein zwart gekleurd plastic doosje. In dat doosje zat een klein op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Ook zag ik dat er los in de rugzak een op een vuurwapen gelijkend voorwerp lag. Tevens trof ik in de tas wederom een klein zwart gekleurd kunststof doosje
aan met daarin een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Door ons, verbalisanten, zijn alle voornoemde voorwerpen in beslag genomen. De kennisgeving van inbeslagneming gaat hierbij. Aan de aangetroffen wapens zal nader onderzoek worden verricht door de daartoe bevoegde collega's. De door hen opgemaakte processen verbaal van onderzoek zullen bij dit proces-verbaal worden gevoegd.
3.
Een kennisgeving van inbeslagneming, als bijlage (doorgenummerde dossierpagina's 57-61) gevoegd bij het hiervoor vermelde proces-verbaal, inhoudende:
Inbeslagneming:
Plaats: [adres] , [postcode] [plaats]
Datum en tijd: 4 augustus 2022 Reden: Bezit overige wapens
Grondslag: 94 lid I Wetboek van Strafvordering - De waarheid aan de dag brengen 94 lid 2 Wetboek van Strafvordering - Onttrekking aan het verkeer
Beslagene
Achternaam: [naam 1]
Voornamen: [naam 2] Geboren: [geboortedatum] 2000 Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Geslacht: man
Adres: [adres]
Postcode plaats: [postcode] [plaats]
Volgnummer 1
·Goednummer: [beslagnummer 17]
Object: Vuurwapen (gaspistool) Merk/type: Ekol Tuna
Kaliber: 8111111 pak
Inhoud/specificatie: Samenstel van onderdelen Bijzonderheden: Vuwa I ombouw gaspistool
Volgnummer 7
Goednummer: [beslagnummer 18]
Object: Vuurwapen (gaspistool) Merk/type: Ekol Jackal Dual Kaliber: 9111111 pak
Bijzonderheden: Vuwa 2 gaspistool sper deels verwijderd kamer opengescheurd
Volgnummer 3
Goednummer: [beslagnummer 19]
Object: Vuurwapen (pistool) Merk/type: Zoraki 914 Td Auto Kaliber: 9mm pak Inhoud/specificatie: (ombouw)
Bijzonderheden: Vuwa 3 ombouw naar scherpschietend deel loop ontbreekt
Volgnummer 4
Goednummer: [beslagnummer 20]
Object: Vuurwapen (pistool)
Merk/type: Ekol Tuna Kaliber: 8mm pak
Bijzonderheden: Vuwa 4 ombouw naar scherpschietend
4.
Een proces-verbaal onderzoek vuurwapens en munitie, als bijlage (doorgenummerde dossierpagina's 24-52) gevoegd bij het hiervoor vermelde proces-verbaal, inhoudende als relaas van de verbalisant:
Op 4 augustus 2022 zijn goederen inbeslaggenomen.
Ondergenoemde goederen, zijn door mij, verbalisant, op 4 augustus 2022 ter plaatse veilig gemaakt en veiliggesteld voor nader forensisch onderzoek.
Na onderzoek van deze goederen is het volgende naar voren gekomen:
Wapenomschrijving 4:
Goednummer: [beslagnummer 21]
Object: Vuurwapen (Gaspistool) Merk/type: Ekol Tuna
Kaliber: 8mm pak
Inhoud/specificatie: Samenstel van onderdelen • Bijzonderheden: Vuwa 1 ombouw gaspistool
Het inbeslaggenomen voorwerp is een gaspistool bestemd om projectielen door een loop af te schieten. Het betreft hier een defect gaspistool. Het defect bestaat uit, het ontbreken van een deel van de loop, en het ontbreken van de hamer, waardoor er niet geschoten kan worden met het gaspistool. Daar halve is dit defecte gaspistool een samenstel van onderdelen c.q hulpstukken die van wezenlijke aard zijn en specifiek bestemd zijn voor een pistool van het merk: Ekol,.model: Tuna, kaliber: 8mm PAK.
De navolgende onderdelen zijn aanwezig:
De navolgende onderdelen ontbreken:
Derhalve zijn gelet op artikel op artikel 3, I lid van de Wet wapens en munitie, de bepalingen met betrekking tot een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3°, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 ° van de Wet wapens en munitie, van toepassing.
Wapenomschrijving 5:
Goednummer: [beslagnummer 22]
Object: Vuurwapen (Gaspistool) Merk/type: Ekol Jackal Dual Kaliber: 9mm pak
Bijzonderheden: Vuwa 2 gaspistool sper deels verwijderd kamer opengescheurd
Het inbeslaggenomen voorwerp is een gaspistool met opschrift Ekol Jackal Dual, voorzien van serienummer: [serienummer 1] . Het kaliber van dit pistool is 9 mm P.A.K.
Oorspronkelijk is dit pistool een gaspistool geschikt om gas en/of pepper patronen(= een stof) te verschieten van het kaliber 9mm P.A.K. Er is geprobeerde de sper, uit te boren dan wel te verwijderen, dit is niet geheel gelukt. Een deel van de loop en sper zijn beschadigd, en een deel van de kamer is opengebroken. Ondanks deze handelingen is dit gaspistool nog steeds geschikt om stoffen door een loop te verschieten en de werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundig_e reactie.
Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel I onder 3°, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder I O van de Wet wapens en munitie.
Wapenomschrijving 6:
Goednummer: [beslagnummer 23]
Object: Vuurwapen (Pistool) Merk/type: Zoraki 914 Td Auto Kaliber: 9mm pak Inhoud/specificatie: (ombouw)
Bijzonderheden: Vmva 3 ombouw naar scherpschietend deel loop ontbreekt.
Het inbeslaggenomen voorwerp is een pistool bestemd 0111 projectielen door een loop af te schieten.
De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundige reactie.
Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel I onder 3°, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder I O van de Wet wapens en munitie.
Het gaat hierbij om een omgebouwd gaspistool, dat oorspronkelijk alleen geschikt is voor het afvuren van knal/gaspatronen van het kaliber 9mm P.A.K.
Door het verwijderen/uitboren van de oorspronkelijke sper uit de loop van het vuurwapen, is getracht dit vuurwapen geschikt te maken voor het verschieten van kogelpatronen in het kaliber 9mm PAK, voorzien van een loden projectiel.
Wapenomschrijving 7:
Goednummer: [beslagnummer 24]
Object: Vuurwapen (pistool) Merk/type: Ekol Tuna Kaliber: 8mm
Bijzonderheden: Vuwa 4 ombouw naar scherpschietend.
Het inbeslaggenomen voorwerp is een pistool met opschrift Ekol Tuna, voorzien van serienummer: [serienummer 2] . Het kaliber van dit pistool is 9mm P.A.K. Oorspronkelijk is dit pistool een gaspistool geschikt om gas en/of pepper patronen(= een stof) te verschieten van het kaliber 9mm P.A.K.
Door het verwijderen/uitboren van deze sper, is dit gaspistool omgebouwd tot een pistool welke geschikt is gemaakt voor het verschieten van kogelpatronen. Echter is de kamer niet aangepast, waardoor alleen munitie van het kaliber 9mm P.A.K. verschoten kan worden.
Door deze handelingen is dit pistool geschikt om projectielen door een loop te verschieten en de werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundige reactie.
Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel I onder 3°, gelet op artikel 2, lid
1. categorie III onder 1 ° van de Wet wapens en munitie.
5.
Een proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal] van 23 augustus 2022, met bijlagen, inhoudende als relaas van de verbalisant:
Op 4 augustus 2022 zijn goederen inbeslaggenomen.
Op verzoek van Officier van Justitie mr. J. Spaans, is door mij aanvullend onderzoek naar
de werking van onderstaand vuurwapen gedaan.
Na onderzoek van deze goederen is het volgende naar voren gekomen:
Bevindingen Ie onderzoek
Wapenomschrijving 7:
Goednummer: [goednummer 1]
Object: Vuurwapen (Pistool) Merk/type : Ekol Juna Kaliher: 8mm
Bijzonderheden : Vuwa 4 ombouw naar scherp schietend.
Het inbeslaggenomen voorwerp is een pistool met opschrift Ekol Tuna, voorzien van serienummer: [serienummer 3] . Het kaliber van dit pistool is 8 mm P.A.K.
Oorspronkelijk is dit pistool een gaspistool geschikt om gas en/ofpepper patronen(= een stof) te verschieten van het kaliber 8 mm P.A.K.
Door het verwijderen/uitboren van deze sper, is dit gaspistool omgebouwd tot een pistool welke geschikt is gemaakt voor het verschieten van kogelpatronen.
Echter is de kamer niet aangepast, waardoor alleen munitie van het kaliber 9mm P.A.K. verschoten kan worden.
Door deze handelingen is dit pistool geschikt om projectielen door een loop te verschieten en de werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundige reactie.
Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie.
Bevindingen Aanvullend onderzoek:
Met het vuurwapen zijn in het Ie onderzoek, ten behoeve van het IBIS systeem, proefschoten genomen met 4 knalpatronen in het kaliber 8 mm PAK. De bij het vuurwapen aangetr,offen omgebouwde knalpatronen konden niet met het vuurwapen worden afgevuurd.
De vraag van de Officier van justitie was, of het vuurwapen geschikt is om een projectiel te verschieten.
Ik, verbalisant, heb hierop zelf 2 8mm PAK knal patronen omgebouwd naar kogelpatronen.
Met beide naar kogelpatronen omgebouwde knalpatronen, zijn vervolgens sucèesvol schoten afgevuurd met het bovengenoemde vuurwapen.
Derhalve blijf het een pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid I categorie III onder 1° van de Wet wapen.s en munitie. Het vuurwapen is dus gesc. hikt om projectielen door een loop te verschieten.
De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven. Wanneer hiervoor is verwezen naar een proces-verbaal van politie is - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens.slechts gebezigd voor het bewijs van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.
Onttrekking aan het verkeer
De volgende voorwerpen zijn in beslag genomen:
Het bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de onder 1) en 11) genoemde voorwerpen. De overige voorwerpen zijn vervaardigd tot het begaan van het feit. Al deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet, dan wel -: met betrekking tot de hulzen - met het algemeen belang. Zij zullen daarom aan het verkeer worden onttrokken.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr.
J.J.I. de Jong, mr. D. Abels en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. L. Muyselaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 juli 2022.
De oudste en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.