ECLI:NL:RBROT:2022:1471

ECLI:NL:RBROT:2022:1471, Rechtbank Rotterdam, 02-03-2022, ROT 20/5289

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-03-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer ROT 20/5289
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 11 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0007119

Samenvatting

Het aanleveren van een bolletjesgrafiek is onvoldoende om de indexering inzichtelijk te maken. Het indexeringspercentage is inzichtelijk gemaakt indien tenminste worden overgelegd: de gehanteerde selectiecriteria (zoals: geografische gebied, type woning, normale commerciële transacties) en van elk van de voor de berekening van het indexeringspercentage gebruikte objecten de volgende gegevens: plaats, straatnaam, huisnummer, soort transactie, type woning, transactiedatum, transactieprijs en WOZ waarde.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de meervoudige kamer van 2 maart 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

de heffingsambtenaar van de Regionale Belasting Groep, verweerder,

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 20/5289

gemachtigde: [naam gemachtigde] ,

en

gemachtigde: mr. E.J. Wilhelmy Damsté.

Procesverloop

Bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ), gedagtekend 29 februari 2020, heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak [adres] te Delft (hierna: de onroerende zaak) voor het belastingjaar 2020 vastgesteld op € 281.000,-.

Bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend 1 september 2020 (het bestreden besluit), heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 november 2021. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Verweerder is na de zitting nog de mogelijkheid geboden nader te reageren. Dit heeft verweerder op 17 november 2021 schriftelijk gedaan. Eiser heeft niet nader gereageerd. Op 17 december 2021 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en is de zitting naar een meervoudige kamer verwezen. Eiser heeft aangegeven dat hier geen nadere zitting voor nodig is. Verweerder heeft niet meer gereageerd.

Overwegingen

1. Ter zitting heeft eiser de beroepsgronden over de inzichtelijkheid van de kwaliteitsverschillen en de referentieobjecten ingetrokken. Het enige punt dat ter discussie staat is de inzichtelijkheid van de indexering van de verkoopcijfers van de referentieobjecten.

2. Eiser stelt zich op het standpunt dat de indexeringspercentages onvoldoende inzichtelijk zijn gemaakt. Verweerder stelt dat de indexering inzichtelijk is. Er is door middel van de permanente marktanalyse een percentage tot stand gekomen. In de permanente marktanalyse worden alle vergelijkbare woningen uit dezelfde wijk meegewogen. Dit blijkt uit de meegestuurde bolletjesgrafiek. Dit cijfer is naar de mening van verweerder voldoende accuraat.

De rechtbank oordeelt als volgt. Om te komen tot een inzichtelijk indexeringspercentage is het gebruik maken van de bolletjesgrafiek onvoldoende. De bolletjesgrafiek maakt namelijk niet inzichtelijk welke panden gebruikt zijn en welke verkoopprijzen daarbij horen. Het indexeringspercentage is inzichtelijk gemaakt indien tenminste worden overgelegd: de gehanteerde selectiecriteria (zoals: geografische gebied, type woning, normale commerciële transacties) en van elk van de voor de berekening van het indexeringspercentage gebruikte objecten de volgende gegevens: plaats, straatnaam, huisnummer, soort transactie, type woning, transactiedatum, transactieprijs en WOZ waarde.

De rechtbank ziet, nu de huizenprijzen nog steeds stijgende zijn en er geen onregelmatigheden in het toegepaste indexeringspercentage te ontdekken zijn geen aanleiding om te oordelen dat die indexering niet correct is, mede gezien het verschil tussen de gemiddelde kubieke meterprijs van de vergelijkingsobjecten van € 560,- en die gehanteerd voor de onroerende zaak, zijnde € 540,-. Dit geeft verweerder een speelruimte van € 7.200,-. De rechtbank acht dan ook de indexering, mocht het opgegeven indexeringspercentage incorrect zijn, voldoende verdisconteerd in de vastgestelde waarde.

Eiser heeft in het bezwaarschrift verzocht om het inzichtelijk maken van de indexering, onder verwijzing naar het ‘black box’ arrest van de Hoge Raad. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet de door eiser gevraagde inzichtelijkheid heeft verstrekt, zodat niet is voldaan aan artikel 40, tweede lid, van de WOZ (ECLI:NL:RBOVE:2021:1822). De rechtbank ziet hierin echter geen reden om het beroep gegrond te verklaren en de uitspraak op bezwaar te vernietigen, omdat verweerder de waarde niet te hoog heeft vastgesteld en eiser door dit gebrek thans niet meer in zijn belangen is geschaad. De rechtbank passeert het gebrek daarom met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Wel moet het gebrek ertoe leiden dat eiser recht heeft op vergoeding van de in beroep gemaakte proceskosten. De proceskosten van eiser stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.082 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 541 en een wegingsfactor 1). Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken.

3. Het beroep is ongegrond.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van in totaal € 1.082,- te betalen aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, voorzitter, en mrs. A.P. Hameete en G.C.W. van der Feltz, in aanwezigheid van mr. N.E. Moerkerken, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2022.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P. Vrolijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NLF 2022/0527 Belastingblad 2022/139 met annotatie van L.J. Boone
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand