ECLI:NL:RBROT:2023:10616

ECLI:NL:RBROT:2023:10616, Rechtbank Rotterdam, 10-11-2023, ROT 22/5082

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 10-11-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer ROT 22/5082
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002645 BWBR0004770 BWBR0005537

Samenvatting

Parkeerbelasting, aanmaningskosten terecht in rekening gebracht, beroep ongegrond

Uitspraak

[naam eiser], uit [plaatsnaam], eiser

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),

en

de invorderingsambtenaar van de gemeente Rotterdam

(gemachtigde: [naam]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de aanmaning van 26 juli 2022 over de betaling van een naheffingsaanslag parkeerbelasting.

Met de uitspraak op bezwaar van 29 september 2022 heeft de invorderingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

De invorderingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 3 oktober 2023 op zitting behandeld. Partijen zijn zonder bericht van verhindering niet verschenen. De griffier heeft het Track & Trace-systeem van PostNL geraadpleegd. Bij de aangetekende verzending aan eiser van de uitnodigingsbrief voor de zitting van 3 oktober 2023, gedateerd 31 augustus 2023, staat dat deze op 5 september 2023 is bezorgd, voorzien van een handtekening voor ontvangst. Gelet hierop heeft de rechtbank vastgesteld dat de uitnodiging voor de zitting op regelmatige wijze aan het adres van eiser is aangeboden.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de invorderingsambtenaar terecht aanmaningskosten in rekening heeft gebracht. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Heeft de invorderingsambtenaar terecht aanmaningskosten in rekening gebracht?

Eiser betoogt dat de invorderingsambtenaar geen aanmaningskosten in rekening mocht brengen, omdat hij de naheffingsaanslag niet heeft ontvangen.

De rechtbank stelt voorop dat de invorderingsambtenaar een aanmaning toestuurt wanneer de schuldenaar in verzuim is. Hij kan daarvoor een vergoeding in rekening brengen. De schuldenaar is in verzuim als hij niet binnen de voorgeschreven termijn heeft betaald. Die termijn is opgenomen in de naheffingsaanslag, die pas in werking treedt nadat de naheffingsaanslag is bekendgemaakt door toezending aan de belanghebbende. Elektronische verzending is mogelijk, voor zover de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de invorderingsambtenaar terecht aanmaningskosten in rekening gebracht. De invorderingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag op 11 mei 2022 bekendgemaakt via MijnOverheid. De invorderingsambtenaar heeft toegelicht dat het alleen mogelijk is berichten via MijnOverheid te versturen als de geadresseerde zich daarvoor heeft aangemeld. Eiser heeft niet betwist dat hij kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is. Het betoog van eiser over poststukken doet niet ter zake, omdat sprake is van elektronische verzending. De uiterste betaaltermijn van de naheffingsaanslag was 11 juni 2022. Niet is gebleken dat eiser voor die datum heeft betaald. Eiser was dus in verzuim. De invorderingsambtenaar heeft terecht een aanmaning toegestuurd. Op grond van artikel 4:113, eerste lid, van de Awb, mocht de invorderingsambtenaar een vergoeding van € 8,- in rekening brengen voor het versturen van de aanmaning. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser de aanmaningskosten moet betalen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.J. Veth, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 november 2023.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.J.P. Ferwerda

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand