Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/259578-22
Parketnummer vordering TUL: 10/304325-21
Datum uitspraak: 3 februari 2023
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] , [woonplaats] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de P.I. [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] ,
raadsman mr. E. van Reydt, advocaat te Amsterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 januari 2023.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. M. Boekhoud heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Bewijswaardering
Standpunt verdediging
De advocaat heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt voor bedreiging van de arts, omdat haar verklaring geen bevestiging vindt in de overige bewijsmiddelen in het dossier. Wat betreft de uitlatingen van de verdachte in het 112-gesprek geldt dat deze gezien hun onbepaaldheid niet van die aard waren dat bij aanwezigen de redelijke vrees zou kunnen ontstaan dat zij het leven zouden laten. De uitlatingen moeten worden gezien in de context van de roep van de verdachte om hulp en/of opname en betroffen een uiting van onmacht en frustratie.
Beoordeling
Het verweer dat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt voor bedreiging van de arts, mevrouw [slachtoffer 1] , vindt reeds zijn weerlegging in de bijgevoegde bewijsmiddelen.
Ten aanzien van het verweer dat de uitlatingen van de verdachte slechts een roep om hulp zijn geweest, overweegt de rechtbank het volgende.
Uit het dossier volgt dat de verdachte op 10 oktober 2022 naar Antes was gebracht en dat hij opgenomen wilde worden. Toen de verdachte door de arts werd verteld dat hij niet zou worden opgenomen, heeft hij geprobeerd met het uiten van bedreigingen alsnog een verblijf in de kliniek af te dwingen. Zowel de arts als [slachtoffer 2] verklaren dat de verdachte zich daarbij met gebalde vuisten tegenover hen bevond en dreigende taal uitte. Tijdens het 112-gesprek is ook te horen hoe de verdachte steeds geagiteerder wordt en daarbij dreigende taal uit, zoals dat zij op moeten schieten ‘voordat hij iemand hier vermoordt’. Deze dreigende taal is geuit in aanwezigheid van betrokkenen die zich op dat moment in dezelfde (beperkte) ruimte als de verdachte bevonden. Verdachte heeft psychische problemen, was gefrustreerd en overstuur en wilde koste wat kost onderdak afdwingen. Zijn gedrag was daarmee voor zijn omgeving onvoorspelbaar. Voor zover de verdediging bedoelt te stellen dat in de context van een psychiatrische inrichting slechts in bijzondere gevallen sprake kan zijn van bedreiging is dat standpunt dan ook niet juist. Het gedrag van de verdachte en zijn uitlatingen konden dan ook een redelijke vrees opwekken en zijn door de betrokkenen ook als bedreigend ervaren.
Conclusie
Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op of omstreeks 10 oktober 2022 te Poortugaal, gemeente Albrandswaard een arts bij Antes genaamd [slachtoffer 1] en/of een medewerkster van Antes genaamd [slachtoffer 2] en/of ander aldaar aanwezig personeel van Antes, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- naar die [slachtoffer 1] te roepen en/of tegen [slachtoffer 1] haar te zeggen (zakelijk weergegeven) dat
hij, verdachte, haar ging vermoorden en/of haar wat ging aan doen en/of (daarbij)
met gebalde vuisten tegenover die [slachtoffer 1] heeft gestaan, en/of
- te roepen dat hij iemand zou vermoorden en dat het hem niet uitmaakte wie dat
dan zou zijn en/of (daarbij) zijn vuisten (dreigend) op te houden naar genoemde
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , en/of
- in aanwezigheid van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of ander personeel het
nummer van 112 te bellen en/of vervolgens te zeggen: "ik ga iemand vermoorden",
althans woorden uit te spreken van een dergelijke dreigende aard en/of strekking;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering maatregel
Algemene overweging
De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit,
de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feit waarop de maatregel is gebaseerd
Verdachte heeft zich op 10 oktober 2022 meermalen bedreigend uitgelaten richting medewerkers van Antes. Kennelijk wilde hij op deze manier een opname afdwingen, waarvoor de arts op dat moment geen noodzaak zag. De bedreigingen waren gericht tegen zorgverleners die gewoon hun werk aan het doen waren. Zij zijn er juist om mensen te helpen. Dat maakt het gedrag van de verdachte extra kwalijk. Daar komt bij dat het niet de eerste keer is dat de verdachte zich op een dergelijke wijze heeft gedragen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 december 2022, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder voor soortgelijke geweldsfeiten.
Rapportage
Psychiater dr. [persoon A] heeft in het kader van een eerdere verdenking van bedreiging een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 4 juli 2022. Dit rapport houdt het volgende in.
Bij de verdachte is sprake van een lichte verstandelijke beperking, ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken en een ongespecificeerde psychotische stoornis. Daarnaast zijn er duidelijke aanwijzingen voor een stoornis in gebruik van cannabis, alcohol en cocaïne. Wanneer het tenlastegelegde bewezen wordt verklaard verkeerde betrokkene met hoge waarschijnlijkheid in een psychotische toestand ten tijde van het ten laste gelegde en was achterdochtig en op zijn hoede. Daarnaast was betrokkene aannemelijk door zijn levensomstandigheden met dakloosheid en financiële problemen in combinatie met zijn beperkte probleemoplossende vaardigheden vanuit zijn lichte verstandelijke beperking en persoonlijkheidsstoornis in een emotioneel onstabiele en wanhopige toestand. Hij voelde zich snel benadeeld en handelde impulsief.
Hoewel hij had kunnen weten dat zijn gedrag ontoelaatbaar was, had hij vermoedelijk onvoldoende controle daarover.
Het risico op toekomstig gewelddadig gedrag wordt als hoog in geschat als betrokkene niet afdoende behandeld wordt en de levensomstandigheden met dakloosheid, financiële problemen en gebrek aan dagbesteding veranderen. Er is bij betrokkene sprake van een beperkt zelfinzicht en een duidelijk gebrek aan ziekte inzicht. Er is een hoge mate van instabiliteit, zowel affectief, gedragsmatig, als cognitief, waarbij hij anderen de schuld van problemen in zijn leven geeft.
Een behandeling dient gericht te zijn op vergroting van de sociale vaardigheden met specifieke aandacht voor agressieregulatie en impulscontrole. Met betrekking tot de waargenomen psychotische symptomen is verder diagnostisch onderzoek en het instellen op een antipsychoticum wenselijk. De beginfase van de behandeling zou een klinische behandeling op een kliniek met beveiligingsniveau 2 zoals een FPA of soortgelijke instelling een gecontroleerde en gestructureerde omgeving met voldoende veiligheidsniveau kunnen bieden. Gezien de ernstige en chronische problematiek met een gebrek aan ziekte-inzicht en een gebrek aan medewerking aan behandelingen, gebrek aan responsiviteit en het hoge risico op gewelddadig gedrag is vanuit gedragskundig oogpunt te overwegen de behandeling van betrokkene binnen de kaders van een tbs-maatregel met voorwaarden vorm te geven.
Klinisch psycholoog [persoon B] heeft in het kader van een eerdere verdenking van bedreiging een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 5 juli 2022. Dit rapport sluit aan bij de bevindingen van de psychiater.
De rechtbank heeft geconstateerd dat deze rapportages minder dan een jaar voor aanvang van de terechtzitting zijn opgesteld en daarmee geschikt zijn voor gebruik in onderhavige zaak.
Reclassering Nederland, afdeling reclassering heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 10 januari 2023. Dit rapport houdt het volgende in.
Betrokkene is een 39 jarige alleenstaande man, zonder vaste verblijfsplaats, bij wie sprake is van chronisch en beperkende psychische problematiek.
De aan betrokkene ten laste gelegde bedreigingen staan niet op zichzelf. Ze zijn gepleegd binnen een lopende proeftijd van een eerdere veroordeling voor vrijwel exact dezelfde feiten. Binnen de lopende proeftijd is betrokkene sinds de start in november 2021 reeds meerdere malen gerecidiveerd in geweld tegen beroepsbeoefenaars.
Betrokkene is sinds 2004 in beeld bij reclassering en is in die periode nauwelijks in staat gebleken om zich langdurig aan afspraken te houden.
Om tot gedragsverandering te komen zijn er vanaf 2007 verschillende vormen van behandeling, begeleiding en ondersteuning ingezet, waaronder ook een ISD-maatregel. Helaas heeft dit niet tot het gewenste resultaat geleid. Door wangedrag loopt hij tot op heden, binnen de hulpverlening, steeds weer vast. Alle pogingen om via een begeleide/ beschermde woonvorm aan geschikte huisvesting te komen zijn om die reden voortijdig beëindigd en begin 2022 werd de laatste ambulante behandelpoging bij Fivoor voortijdig gestopt nadat betrokkene zijn behandelaar bedreigde.
Door zijn psychische problematiek komt betrokkene voortdurend in conflict met zijn omgeving. Betrokkene heeft een beperkt zelfinzicht en het ontbreekt hem aan ziektebesef. Hij toont geen besef van de noodzaak van medicatie en hulpverlening en lijkt alleen gemotiveerd voor hulpverlening als het gaat om ondersteuning bij het vinden van woonruimte. Zonder afdoende behandeling binnen een stevig kader als een tbs-maatregel wordt de kans op onttrekking aan de voorwaarden en recidive door beide pro-Justitia rapporteurs en de reclassering ingeschat als ‘hoog’.
Vanwege het gebrek aan ziekte-inzicht en de afhoudende, soms zelfs vijandige houding van
betrokkene tijdens eerdere behandel- en begeleidingstrajecten ziet reclassering beperkt
mogelijkheden binnen een maatregel tbs met voorwaarden. Met een dergelijke maatregel kan betrokkene langdurig in zorg blijven en de hulp en begeleiding krijgen die nodig is om het recidiverisico zoveel mogelijk te beperken. De reclassering noemt daarbij de volgende voorwaarden:
• Geen strafbaar feit plegen
• Meewerken aan reclasseringstoezicht
• Meewerken aan time-out
• Niet naar het buitenland
• Opname in een zorginstelling
• Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname)
• Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
• Drugsverbod
• Alcoholverbod
• Meewerken aan schuldhulpverlening
De reclassering adviseert dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden.
Een regulier voorwaardelijk kader biedt onvoldoende handvatten om betrokkene in zorg te houden op het moment dat hij opnieuw vastloopt binnen de hulpverlening en een behandeling op basis van een zorgmachtiging is in het geval van betrokkene eveneens niet (meer) toereikend.
Vooruitlopend op het vonnis heeft de reclassering een indicatiestelling aangevraagd bij het IFZ om, in het geval de rechtbank besluit tot de maatregel tbs met voorwaarden, een eventuele plaatsing in een kliniek te bespoedigen. Het IFZ heeft de indicatiestelling afgegeven waarna DIZ betrokkene in het kader van een klinische behandeling heeft aangemeld bij FPA de Mare in de verwachting dat betrokkene hier opgenomen kan worden op het moment dat het vonnis definitief is.
De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.
De heer [persoon C] (reclasseringswerker) heeft ter terechtzitting toegelicht dat de verwachting is dat verdachte ergens binnen een periode van vier weken na de zitting kan worden opgenomen bij FPA de Mare en dat het van essentieel belang is dat de verdachte aansluitend aan zijn detentie daar geplaatst wordt. Het ontbreken van die aansluiting zal tot een terugval en daarmee nieuwe strafbare feiten kunnen leiden.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
De rechtbank onderschrijft de conclusie van de gedragsdeskundigen en van de reclassering dat oplegging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden noodzakelijk is.
De rechtbank acht de verdachte tot op zekere hoogte in staat om zijn belangen af te wegen en de consequenties van zijn handelen te kunnen overzien. Naar het oordeel van de rechtbank moet de verdachte dan ook in staat worden geacht om zich aan opgelegde voorwaarden te kunnen houden. Nu dat bij eerdere gelegenheden in het kader van voorwaardelijke veroordelingen echter niet is gelukt en dat geen afdoende kader is gebleken, ziet de rechtbank thans een tbs-maatregel met voorwaarden aangewezen als de laatst overgebleven mogelijkheid om het gewenste gedrag bij de verdachte te bewerkstelligen en – wanneer dat niet lukt – de juiste en dan ook noodzakelijke zorg aan de verdachte te kunnen geven. Mogelijk kan dit beschermingskader als extra motivatie voor de verdachte dienen om zich aan de gestelde voorwaarden te (kunnen en zullen) houden.
De veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen eisen de terbeschikkingstelling van de verdachte met voorwaarden. Dat oordeel is gegrond op de ernst en aard van het bewezen verklaarde feit en het gevaar voor herhaling.
De verdachte heeft te kennen gegeven dat hij graag hulp wil en zich aan de besproken voorwaarden wil houden. Primair liever niet in het kader van een tbs-maatregel, maar als de rechtbank toch zo mocht beslissen, zal hij zich daar wel aan te houden. Gelet daarop gaat de rechtbank uit van voldoende instemming van de verdachte met de door de reclassering geformuleerde voorwaarden.
Vastgesteld wordt dat het bewezenverklaarde feit ter zake waarvan de terbeschikkingstelling met voorwaarden zal worden opgelegd, geen misdrijf betreft dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Mocht de terbeschikkingstelling met voorwaarden worden omgezet in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, dan kan de totale duur daarvan een periode van vier jaar niet te boven gaan.
De rechtbank heeft oog voor het belang van de verdachte bij een naadloze overgang van de huidige detentie naar FPA de Mare en acht het enkel omwille van dat belang opportuun om naast de tbs-maatregel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.
Alles afwegend zal aan de verdachte gelet op het voorgaande terbeschikkingstelling met voorwaarden en een gevangenisstraf voor de duur van 119 dagen worden opgelegd.
De rechtbank acht die maatregel gezien het bovenstaande passend en geboden.
8. Vordering tenuitvoerlegging
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van 11 november 2021 van de politierechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van bedreiging tegen het leven gericht en eenvoudige belediging van het openbaar gezag veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf van 34 dagen, met aftrek, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, onder oplegging van bijzondere voorwaarden.
De proeftijd is ingegaan op 25 november 2021.
Standpunt officier van justitie/Standpunt verdediging
Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging dient te worden afgewezen, nu de executie daarvan de executie van de tbs-maatregel en daarmee het belang van een spoedige opname in FPA De Mare zou kunnen doorkruisen.
Beoordeling
Het hierboven bewezen verklaarde feit is na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. De rechtbank is echter met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat er termen aanwezig worden geacht (het niet doorkruisen van de executie van de tbs-maatregel en het belang van een spoedige opname van de verdachte in een kliniek) om die last niet te geven.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 38, 38a, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.
10. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
11. Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 119 dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;
stelt daarbij de navolgende voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde:
geeft aan Reclassering Nederland de opdracht de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;
beveelt de onmiddellijke uitvoerbaarheid van de terbeschikkingstelling met voorwaarden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 11 november 2021 van de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde voorwaardelijk opgelegde deel van de gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Stevens, voorzitter,
mrs. C.G. van de Grampel en J. van de Klashorst, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C. van Wingerden, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 10 oktober 2022 te Poortugaal, gemeente Albrandswaard
een arts bij Antes genaamd [slachtoffer 1] en/of een medewerkster van Antes
genaamd [slachtoffer 2] en/of ander aldaar aanwezig personeel van Antes, heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door
- naar die [slachtoffer 1] te roepen en/of tegen haar te zeggen (zakelijk weergegeven) dat
hij, verdachte, haar ging vermoorden en/of haar wat ging aan doen en/of (daarbij)
met gebalde vuisten tegenover die [slachtoffer 1] heeft gestaan, en/of
- te roepen dat hij iemand zou vermoorden en dat het hem niet uitmaakte wie dat
dan zou zijn en/of (daarbij) zijn vuisten (dreigend) op te houden naar genoemde
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , en/of
- in aanwezigheid van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of ander personeel het
nummer van 112 te bellen en/of vervolgens te zeggen: "ik ga iemand vermoorden",
althans woorden uit te spreken van een dergelijke dreigende aard en/of strekking;
(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
Bijlage II
Bewijsmiddelen
1.
De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 20 januari 2023, inhoudende:
Ik wilde op 6 oktober 2022 opgenomen worden bij Antes. Ik was wel boos toen die vrouw van Antes zei dat ik niet werd opgenomen. Ik heb wel iets gezegd over iemand van kant maken. U speelt voor mij het 112-gesprek af en houdt mij voor dat u mij hoort zeggen dat ik in de wachtkamer zit met de dokter en de medewerker en dat u mij hoort zeggen: “want anders vermoord ik er één.” Dat hoor ik ook. Dat was ik vergeten. Het is niet goed wat ik heb gezegd.
De oudste rechter houdt mij voor dat ze mij verder hoort zeggen: “ Ze zitten mij hier raar aan te kijken.” Dat klopt, zij zaten tegenover mij aan tafel. Ook de opmerking “Schiet op, voordat het uit de hand loopt en ik iemand vermoord.” had ik niet mogen zeggen. U vraagt mij of ik snap dat dit bedreigend kan zijn. Ja, dat is waar. De dingen die ik heb gezegd waren niet netjes en had ik niet mogen zeggen.
2.
Het (aanvullend) proces-verbaal van politie nummer [nummer proces-verbaal 1] (pagina 1 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier), inhoudende als bevindingen van verbalisanten:
Op maandag 21 november 2022, deed ik verbalisant [naam verbalisant] , werkzaam op de afdeling
Veel Voorkomende Criminaliteit Oude Maas, een vordering op verzoek van de Officier
van Justitie M. Boekhoud. De vordering werd gedaan aan het Operationeel Centrum
Rotterdam. In de vordering stond vermeld om welk gesprek dit moest gaan, met daarin
de gegevens. [Datum: 10-10-2022; Tijdstip: 21.00/22.00]
Op donderdag 24 november 2022 ontving ik, verbalisant het geluidsfragment zoals vermeld in de vordering, van een medewerker vanuit het Operationeel Centrum.
Op donderdag 24 november 2022 omstreeks 11.30 uur, beluisterde ik het geluidsfragment
wat mij is toegezonden.
Ik hoor een vrouwelijke politiemedewerker aan de telefoon wat zij kan doen voor de
persoon die belt. Ik hoorde een mannelijke stem zeggen: Poortugaal afdeling V Antes.
Ik hoorde in het geluidsfragment, dat meneer een poging suïcide heeft geprobeerd die
dag en dat dit niet is gelukt.
Ik hoorde de man zeggen: dat het personeel de pik op hem heeft en dat zij geen reden
hebben voor opname van hem.
Ik hoorde de vrouwelijke collega tegen de man zeggen: Wat kan ik voor u betekenen?
Ik hoorde de man zeggen, schiet nou op voordat het uit de hand loopt, voordat ik
iemand hier vermoord. Geloof me dit doe ik met mijn handen, man of vrouw maakt mij
niks uit. Ik zweer het op mijn moeders graf.
3.Het proces-verbaal van politie nummer [nummer proces-verbaal 2] (pagina 5 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier), inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] :
Ik ben werkzaam als arts bij "Antes" kliniek, gelegen aan de Albrandswaardsedijk 74 te Poortugaal. Op 10 oktober 2022 werd bij een ons een man binnen gebracht ter beoordeling. De man is genaamd: [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1983. Hij is een bekende van ons, medisch psychisch gezien. Ik heb met de man gesproken, maar kon geen aanleiding vinden om hem op te nemen. De man werd hierop verbaal agressief. Ik hoorde dat de man tegen mij riep; "Dat hij mij ging vermoorden, dat hij mij wat aan ging doen." of woorden van gelijke strekking. Ik zag dat hij daarbij met gebalde vuisten tegenover mij stond. Ik voelde mij op dat moment bedreigd. Er stonden nog meer collega's van mij bij. Eén collega [slachtoffer 2] heeft ook gehoord wat hij tegen mij riep.
4.
Het proces-verbaal van politie nummer [nummer proces-verbaal 3] (pagina 9 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier), inhoudende als verklaring van getuige [slachtoffer 2] :
Op maandag 10 oktober 2022 was ik aan het werk bij Antes in Portugaal.
Meneer [verdachte] , werd voor beoordeling bij ons gebracht. De dokter en ik deelden de
mening dat meneer [verdachte] misschien meer op zoek was naar onderdak, dan dat hij echt psychische hulp nodig had. Dit werd hem toen ook medegedeeld.
Ik zag direct dat meneer [verdachte] zijn houding en gedrag veranderde naar agressief.
Meneer [verdachte] sloeg met zijn vuisten hard op de tafel en riep dat hij iemand zou
vermoorden en dat het hem niet uitmaakte wie dat dan zou zijn. Waarna hij vuisten
maakte en deze dreigend ophield naar de dokter en vervolgens naar mij.
Waarna meneer [verdachte] zijn telefoon pakte en 112 belde. Ik hoorde dat hij aan de
telefoon zei dat hij iemand zou gaan vermoorden. De agressie was op meerdere
medewerksters gericht. Meneer [verdachte] kwam erg dreigend en imposant op mij over.
De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.
Wanneer hiervoor is verwezen naar een proces-verbaal van politie is - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.