ECLI:NL:RBROT:2024:14114

ECLI:NL:RBROT:2024:14114, Rechtbank Rotterdam, 27-03-2024, C/10/660463 / HA ZA 23-528

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-03-2024
Datum publicatie 24-12-2025
Zaaknummer C/10/660463 / HA ZA 23-528
Rechtsgebied Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Intrekking aanbod overdracht aandelen geoorloofd? Statuten en aandeelhoudersovereenkomst.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/660463 / HA ZA 23-528

Vonnis van 27 maart 2024

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres,

advocaat mr. B.P.H. Leijnse te ROTTERDAM, tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] , gedaagde,

advocaat mr. M.W. Renzen te ROTTERDAM.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. Waar gaat deze zaak over

1.1.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 7 juni 2023 met producties 1 tot en met 20;

de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 4;

de brief van de rechtbank van 27 september 2023 met de oproeping voor de mondelinge behandeling van 16 januari 2024;

de brief van de rechtbank van 8 december 2023 met een zittingsagenda voor de mondelinge behandeling;

de brief van [gedaagde] van 2 januari 2024 met producties 5 en 6;

de brief van [eiseres] van 4 januari 2024 met productie 21;

de mondelinge behandeling op 16 januari 2024 en de daarbij door [eiseres] en [gedaagde] overgelegde spreekaantekeningen.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

Century Products - [eiseres] - [gedaagde]

Century Products B.V. is een onderneming die zich richt op de handel in voedsel en dranken. Tot 28 maart 2018 hielden de volgende (rechts)personen certificaten van aandelen in Century Products: (i) A. [bedrijf A] ., bestuurder de heer [persoon A] , (ii) Overall Investments B.V., bestuurder [gedaagde] , (iii) de heer [persoon B] , en (iv) [eiseres] , bestuurder de heer [persoon C] . [persoon C] was sinds 28 juli 2008 in dienst bij Century Products. [gedaagde] was tot 28 maart 2018 (indirect) bestuurder van Century Products.

Thunder Trading

In 2017 is overeengekomen dat de heer [persoon D] een meerderheidsbelang in Century Products zou verwerven. In dat kader werd besloten tot decertificering van de aandelen en tot oprichting van Thunder Trading B.V., welke 100% van de aandelen in Century Products verkreeg. De oorspronkelijke vier certificaathouders van Century Products en [persoon D] verkregen op 28 maart 2018 aandelen in Thunder Trading. De aandelenverhouding was toen: (i) Lightning Holding (57,5%), bestuurder [persoon D] , (ii) [bedrijf A] ( 15%), (iii) [persoon B] ( 15%), (iv) [eiseres] (7,6%) en (v) Overall Investments (4,9%). [persoon A] en [persoon D] vormden vanaf 28 maart 2018 de directie van Thunder Trading.

Statuten Thunder Trading

Artikel 38 ('Kwaliteitseis voor aandeelhouders'), artikel 12A ('Lockup') en artikel 128 ('Blokkeringsregeling') van de statuten van Thunder Trading luiden voor zover van belang:

"Kwaliteitseis voor aandeelhouders:

Artikel 3B:

1. Indien de vennootschap twee of meer aandeelhouders heeft, kunnen aandeelhouders slechts zijn de vennootschap en natuurlijke personen en rechtspersonen, welke partij zijn bij de aandeelhoudersovereenkomst met betrekking tot de vennootschap aangegaan tussen (onder andere) alle aandeelhouders van de vennootschap en de vennootschap, zoals die van tijd tot tijd zal luiden of zal worden vervangen.

2. De algemene vergadering kan besluiten om een aandeelhouder te ontheffen van de hiervoor in lid !gesteld eis (hierna te noemen: de "Kwaliteitseis"). De algemene vergadering kan voorwaarden stellen aan de ontheffing".

"Lock-up:

Artikel 12A:

Aandelen kunnen niet aan derden (waaronder wordt verstaan partijen anders dan op dat moment bestaande aandeelhouders van de vennootschap en de vennootschap) worden overgedragen tot en met een december tweeduizend tweeëntwintig (bedoelde periode hierna te noemen: de "Lock-up Periode"), tenzij een dergelijke overdracht is goedgekeurd door de algemene vergadering. In een dergelijk geval is het bepaalde in artikel 12B van toepassing.

Blokkeringsregeling:

Artikel 12B:

1. Een aandeelhouder, die met inachtneming van het bepaalde in artikel 3B en met inachtneming van het bepaalde in artikel 12A één of meer aandelen wenst over te dragen, is verplicht van zijn voornemen daartoe bij aangetekende brief, dan wel elektronisch, kennis te geven aan de directie onder opgave van de naam van de voorgestelde verkrijger(s) en van het aantal over te dragen aandelen; deze kennisgeving geldt als

aanbieding van het aandeel of de aandelen aan de overige aandeelhouders op de wijze als hierna is omschreven. (...).

8. De aanbieder heeft te allen tijde het recht zijn aanbod in te trekken doch uiterlijk tot een maand nadat hem definitief bekend is aan welke gegadigden hij al de aangeboden aandelen kan verkopen en tegen welke prijs, deze intrekking geschiedt bij aangetekend schrijven, dan wel elektronisch, aan de directie".

Aandeelhoudersovereenkomst

Op 6 december 2017 is een participatie- en aandeelhoudersovereenkomst ("aandeelhoudersovereenkomst") tot stand gekomen inzake Thunder Trading en Century Products. Naast deze vennootschappen zijn ook de aandeelhouders van Thunder Trading partij bij deze overeenkomst. Artikel 19 ('Vervreemden/Bezwaren van Aandelen') en artikel 20 ('Right of First Refusal, Drag along en Tag along') luiden voor zover van belang:

"Artikel 19 -Vervreemden/ Bezwaren van Aandelen

De Aandeelhouders komen hierbij overeen dat zij in ieder geval gedurende een periode van vijf (5) jaar na ondertekening van deze Overeenkomst de door hun gehouden Aandelen, dan wel een gedeelte daarvan, niet te koop zullen aanbieden aan derden.

Artikel 20 -Right of First Refusal, Drag along en Tag along

Partijen komen overeen dat de Aanbiedende Aandeelhouder die van een derde gegadigde een aantoonbaar bod tegen een aannemelijke prijs heeft ontvangen voor al haar Aandelen, of een gedeelte daarvan en voornemens is haar Aandelen aan die derde gegadigde te verkopen, de Andere Aandeelhouders een Kennisgeving zal toezenden van dat voornemen, opdat op één van de in de navolgende leden bepaalde wijzen kan worden bereikt dat:

a. de Aanbiedende Aandeelhouder door de Andere Aandeelhouders kan worden uitgekocht (zoals hieronder nader omschreven onder het opschrift "Right of first refusal") of, bij gebreke daarvan;

(...)

Right of first refusal

In het geval bedoeld in Artikel 20.1, zijn de Andere Aandeelhouders gerechtigd om aan de Aanbiedende Aandeelhouder binnen een redelijke, door de Aanbiedende Aandeelhouder in de Kennisgeving te vermelden termijn van niet minder dan twintig (20) werkdagen na ontvangst van de Kennisgeving, schriftelijk te laten weten de door de Aanbiedende Aandeelhouder aangeboden Aandelen te kopen tegen dezelfde prijs als waartegen de Aanbiedende Aandeelhouder bereid is door haar aangeboden Aandelen aan de derde gegadigde te verkopen, en overigens onder marktconforme voorwaarden en condities.

Voor de toepassing van dit lid zal de Kennisgeving in dat geval worden geacht een aanbod te zijn, dat op de in dit lid bedoelde wijze alsdan zal zijn aanvaard. Alsdan zijn de Andere Aandeelhouders verplicht te bewerkstelligen dat de door de Aanbiedende Aandeelhouder aangeboden Aandelen binnen dertig (30) werkdagen na aanvaarding van het betreffende aanbod aan hun worden geleverd en is de Aanbiedende Aandeelhouder verplicht de aangeboden Aandelen binnen dertig (30) werkdagen na aanvaarding van het bod aan de Andere Aandeelhouders te leveren. Indien alle Andere Aandeelhouders hebben gereflecteerd op dit aanbod, zullen de aangeboden Aandelen pro rata hun aandelenbelang worden geleverd".

Verkoop aandelenbelang [gedaagde] (4,9%)

Bij e-mail bericht van 23 september 2020 bericht [gedaagde] de directie van Thunder Trading als volgt:

"Hierbij deel ik mede dat ik voornemens ben 12250 aandelen Thunder Trading BV(...) over te dragen aan [holding E] (...). Deze overdracht vindt plaats onder de opschortende voorwaarde dat:

De kwaliteitseis, zoals genoemd in artikel 38 lid 1 van de statuten middels een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van Thunder Trading BV ten aanzien van

[holding E] komt te vervallen; en door de algemene vergadering van aandeelhouders van Thunder Trading BV goedkeuring aan de overdracht wordt verleend, waarmee de Loek-Up Periode, zoals genoemd in artikel 12A, ten aanzien van deze overdracht komt te vervallen.

De besluiten van de AVA zie ik graag tegemoet. Ik verzoek u vervolgens met inachtneming van het bepaalde in artikel 128 lid 2 de overige aandeelhouders van dit aanbod in kennis te stellen".

Volgens de directie van Thunder Trading was de komst van de heer [persoon E] noodzakelijk voor de continuïteit van de onderneming mede met het oog op het aangekondigde vertrek van [persoon A] . Bij e-mail van 3 oktober 2020 schrijft de directie van Thunder Trading haar aandeelhouders (onder meer) dat [persoon E] en [gedaagde] overeenstemming hebben bereikt over de overdracht van het 4,9% belang van [gedaagde] aan [holding E] . Hierover zou in een aandeelhoudersvergadering van 12 oktober 2020 gestemd worden. Die stemming is niet doorgegaan en nadien heeft hierover geen stemming meer plaatsgevonden.

Op 5 oktober 2020 hebben [gedaagde] en [persoon C] elkaar telefonisch gesproken over de verkoop van het aandelenbelang van [gedaagde] . Partijen verschillen van mening over de inhoud van dit gesprek.

Bij e-mail van 6 oktober 2020 schrijft [persoon C] aan [gedaagde] : "Wil jij met oog op de voorgenomen verkoop van jouw aandelen, de in de PAO onder artikel 20 genoemde kennisgeving delen?". ["PAO" is de aandeelhoudersovereenkomst, rechtbank].

In reactie hierop bericht [gedaagde] [eiseres] op 7 oktober 2020 het volgende:

"Van [voornaam persoon D] [ [persoon D] , rechtbank) en [voornaam persoon A] [ [persoon A] , rechtbank) heb ik begrepen dat het voornemen bestaat met [persoon E] (zijn holding) een managementovereenkomst aan te gaan, teneinde de continuïteit van Century Products te waarborgen. Met [persoon E] heb een enkele gesprekken gevoerd, waarbij hij tevens aangaf mijn aandelen te willen overnemen. [persoon E] is positief op mij overgekomen en lijkt me van waarde voor Century Product mede gezien de voorgenomen geleidelijke afbouw van [voornaam persoon A] . Over de prijs van de aandelen hebben we overeenstemming bereikt.

Op 23 september heb ik de directie van Thunder Trading kennis gegeven van mijn voornemen om alle aandelen te verkopen aan [holding E] . (artikel 128 van de statuten). Tussen mij en koper is een concept koopovereenkomst opgesteld. Koper heeft aangegeven met de redactie van de overeenkomst akkoord te gaan op voorwaarde dat koper ook partij wordt bij de op 6 december getekende aandeelhoudersovereenkomst (PAO). Hiertoe is een concept toetredingsovereenkomst opgesteld.

Ik ben het met je eens dat artikel 20 van de PAO ,in casu 20.l letter a juncto artikel 20.2, in acht moet worden genomen. Ik deel je mede, dat ik aan [holding E] . al

mijn 12250 aandelen (...) in Thunder Trading BV heb aangeboden tegen een kooprijs van

€ 30.000.

Graag verneem ik uiterlijk 6 november a.s. of je van je recht zoals genoemd in artikel 20 gebruik wenst te maken. Indien je akkoord ga met de verkoop aan [holding E] dan verneem ik dat graag zo spoedig mogelijk per e-mail".

Bij e-mail van 20 oktober 2020 bericht [gedaagde] [eiseres] en de overige aandeelhouders dat hij zijn aandelen uitdrukkelijk niet wil verkopen aan een medeaandeelhouder, maar alleen aan [holding E] . [gedaagde] schrijft voor zover van belang:

"In mijn mail van 7 oktober heb ik je in kennis gesteld van het aanbod aan [holding E] tot koop van al mijn aandelen Thunder Trading BV tegen een koopprijs van

€ 30.000. Zoals aangegeven heb ik mijn aanbod gedaan omdat de verwachting bestaat dat met het aantrekken van [persoon E] de continuïteit van Century Products B.V., en daarmee het inlossen van de achtergestelde leningen en de betaling van openstaand dividend aan de oude aandeelhouders, beter zal zijn gewaarborgd. Mijn voornemen is uitdrukkelijk niet verkoop van mijn aandelen (pro-rata) aan de andere aandeelhouders.

Met in achtneming van de termijn genoemd in artikel 20.2 van de aandeelhoudersovereenkomst heb in mijn kennisgeving (mail) van 7 oktober verzocht voor 6 november te reageren. Zoals bekend moeten inzake de voorgenomen aandelenoverdracht nog besluiten in de algemene vergadering van aandeelhouders worden genomen. In het geval je inmiddels besloten hebt geen gebruik te maken van je Right of first Refusal zou ik het op prijs stellen indien je mij dit standpunt deze week kenbaar te maken, zodat de benodigde formaliteiten voor de overdracht en voor het toetreden van [persoon E] spoedig kunnen plaats vinden".

Diederik reageert niet op dit bericht.

Bij e-mail van 28 oktober 2020 bericht [persoon C] [gedaagde] dat hij gebruik wil maken van het right of first refusal in artikel 20 van de aandeelhoudersovereenkomst en dat [eiseres] de aandelen van [gedaagde] in Thunder Trading graag overneemt voor

€ 30.000,00. Volgens [persoon C] hebben de andere aandeelhouders aangegeven van deze mogelijkheid geen gebruik te willen maken.

De dag erna, op 29 oktober 2020, bericht [gedaagde] [persoon C] dat hij niet van plan was en is om zijn aandelen aan een van zijn medeaandeelhouders te verkopen. Hij verwijst naar zijn e-mail van 20 oktober 2020 en trekt - onder verwijzing naar artikel 12B lid 8 van de statuten - zijn aanbod tot verkoop van zijn aandelen in.

Bij e-mail van 16 november 2020 van Diederik aan Thunder Trading en haar aandeelhouders zet [persoon C] uiteen dat en waarom tussen [gedaagde] en [eiseres] een koopovereenkomst tot stand is gekomen en dat [gedaagde] tot nakoming ervan verplicht is. Dit is vervolgens door [gedaagde] betwist. Bij e-mail van 28 november 2020 aan [gedaagde] heeft [eiseres] haar recht op nakoming uitdrukkelijk voorbehouden.

Einde arbeidsovereenkomst

Op 29 januari 2021 heeft Century Products bij deze rechtbank een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met Diederik ingediend. Bij beschikking van 30 juli 2021 heeft de rechtbank dit verzoek afgewezen. Bij beschikking van I maart 2022 heeft het Hof Den Haag die beschikking vernietigd en bepaald dat de arbeidsovereenkomst per I maart 2022 is geëindigd.

Omzettingsverklaring

Op 12 november 2022 heeft [eiseres] [gedaagde] bericht dat zij niet langer aanspraak maakt op nakoming van de koopovereenkomst met betrekking tot het aandelenbelang van 4,9%, maar op vervangende schadevergoeding.

Levering aandelenbelang [eiseres]

Het einde van de arbeidsovereenkomst tussen Century Products en [persoon C] bracht mee dat [eiseres] haar aandelenbelang (7,6%) in Thunder Trading moest aanbieden aan de overige aandeelhouders. Omdat partijen over de waardering van de aandelen geen overeenstemming konden bereiken, is een deskundige ingeschakeld. Over zijn waardering(en) is vervolgens ook verschil van mening ontstaan tussen de betrokken partijen. Inmiddels heeft de levering van de aandelen van [eiseres] in Thunder Trading plaatsgevonden.

4. Het geschil

[eiseres] vordert - samengevat - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van€ I 00.400,00 aan schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 29 oktober 2020, althans vanaf 12 november 2022 en om [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW.

Volgens [eiseres] is tussen [gedaagde] en haar op 28 oktober 2020 een koopovereenkomst tot stand gekomen waabij [gedaagde] zijn aandelenbelang van 4,9% in Thunder Trading aan haar heeft verkocht voor een koopsom van€ 30.000,00, maar heeft [gedaagde] de aandelen ten onrechte niet geleverd. [gedaagde] is zonder ingebrekestelling in verzuim geraakt op 29 oktober 2020 omdat hij [eiseres] toen meedeelde dat van een koopovereenkomst geen sprake was, althans is hij op 10 december 2020 in verzuim geraakt, na verloop van de in artikel 20.2 van de aandeelhoudersovereenkomst genoemde leveringstermijn van 30 dagen. Nadien heeft [eiseres] haar nakomingsvordering omgezet in een vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding. [eiseres] begroot haar vervangende en aanvullende schadevergoedingsvordering op€ 100.400,00 en baseert dit mede op de waardering(en) van de deskundige.

[gedaagde] voert verweer en concludeert dat de rechtbank [eiseres] , bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niet ontvankelijk verklaart, althans haar vorderingen afwijst, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding. [gedaagde] heeft - onder meer - aangevoerd dat geen sprake is geweest van een rechtsgeldig aanbod van

zijn kant en dat hij het aanbod bovendien tijdig heeft ingetrokken. [eiseres] heeft er bovendien ook niet op mogen vertrouwen dat [gedaagde] zijn aandelen aan haar heeft willen verkopen. Hier komt bij dat op grond van de artikelen 3B en 12A van de statuten opschortende voorwaarden waren verbonden aan zijn aanbod en die voorwaarden niet zijn vervuld. Daarnaast is de koopovereenkomst, zo daarvan sprake zou zijn, in strijd met de goede zeden vanwege schending van statutaire bepalingen. Voor zover aangenomen moet worden dat er (toch) een koopovereenkomst tot stand is gekomen, is een beroep daarop door [eiseres] in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Tot slot verweert [gedaagde] zich ook tegen de omvang van de gestelde schade.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

De rechtbank wijst de vorderingen van [eiseres] af. [gedaagde] heeft zijn aanbod van 7 oktober 2020 rechtsgeldig ingetrokken. Dat betekent dat er geen koopovereenkomst is tot stand gekomen. Voor een verplichting tot schadevergoeding is daarom ook geen grond. De rechtbank licht dit hieronder toe.

[gedaagde] wilde zijn aandelen verkopen aan [holding E] , een derde in de zin van de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst. Dit betekent dat [gedaagde] te maken had met de beperkingen van de artikelen 3B, 12A en 12B van de statuten en van de artikelen 19 en 20 van de aandeelhoudersovereenkomst. Dat [gedaagde] zich hiervan bewust was volgt onder meer uit zijn e-mail van 23 september 2020 aan de directie van Thunder Trading.

[gedaagde] is er op 6 oktober 2020 door [eiseres] op geattendeerd dat hij in het kader van de door hem ( [gedaagde] ) gewenste verkoop van zijn aandelen aan [holding E] , ook nog moest voldoen aan artikel 20.1 van de aandeelhoudersovereenkomst. Volgens dit artikel moest [gedaagde] - als aanbiedende aandeelhouder die van een derde een aantoonbaar bod tegen een aannemelijke prijs had ontvangen voor zijn aandelen - de andere aandeelhouders een kennisgeving sturen van zijn voornemen om zijn aandelen aan die derde te verkopen, zodat hij door de andere aandeelhouders kon worden uitgekocht. In dat geval zijn de andere aandeelhouders gerechtigd om [gedaagde] binnen een door hem in de kennisgeving te stellen termijn schriftelijk te laten weten dat zij de aandelen kopen tegen dezelfde prijs als waartegen [gedaagde] bereid is de door hem aangeboden aandelen aan de derde te verkopen. De kennisgeving wordt in dat geval geacht een aanbod te zijn, dat op de in artikel 20.2 van de aandeelhoudersovereenkomst bedoelde wijze alsdan zal zijn aanvaard.

[gedaagde] heeft de kennisgeving op 7 oktober 2020 gedaan, na uitnodiging daartoe op 6 oktober 2020 door [eiseres] . [eiseres] heeft de kennisgeving vervolgens op 28 oktober 2020 op de in artikel 20.2 bedoelde wijze aanvaard.

Niettemin is hiermee geen koopovereenkomst tot stand gekomen tussen [gedaagde] en [eiseres] . [gedaagde] heeft zijn aanbod namelijk vóór de aanvaarding ervan rechtsgeldig ingetrokken op 20 oktober 2020. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is met partijen de e-mail van [gedaagde] aan [eiseres] van 20

oktober 2020 besproken. In die mail schrijft [gedaagde] aan [eiseres] onder andere dat hij niet de intentie heeft om zijn aandelenbelang in Thunder Trading aan één van zijn medeaandeelhouders, waaronder [eiseres] , te verkopen. Desgevraagd heeft [gedaagde] hierover verklaard dat hij hiermee nogmaals expliciet heeft willen verduidelijken en herhalen dat hij met zijn kennisgeving nooit de wil heeft gehad zijn aandelen aan [eiseres] , of aan een andere medeaandeelhouder, te verkopen. In reactie hierop heeft [eiseres] verklaard dat zij de e-mail destijds slechts voor kennisgeving heeft aangenomen, maar daaruit niet heeft afgeleid dat [gedaagde] niet aan haar wilde verkopen.

Uit de e-mail van 20 oktober 2020 volgt naar het oordeel van de rechtbank onomwonden dat [gedaagde] met zijn kennisgeving van 7 oktober 2020 zijn aandelenbelang niet aan [eiseres] te koop wilde aanbieden. Deze mededeling kwalificeert naar het oordeel van de rechtbank ook als een intrekking van het aanbod van 7 oktober 2020 om aan [eiseres] te verkopen waarop [gedaagde] zich heeft beroepen. De intrekking is daarmee tijdig gedaan, immers voor de aanvaarding ervan door [eiseres] op 28 oktober 2020.

[gedaagde] kon zijn aanbod intrekken ook al was de in de kennisgeving genoemde datum van 6 november 2020 nog niet verstreken. Die datum heeft naar het oordeel van de rechtbank niet de strekking dat [gedaagde] zijn aanbod voor het verstrijken ervan niet meer zou kunnen intrekken. In dit kader acht de rechtbank het relevant

dat [gedaagde] op grond van artikel 12B lid 8 van de statuten - voor zover hier van belang

- te allen tijde het recht had het door hem aan zijn medeaandeelhouders gedane aanbod in te trekken, doch uiterlijk tot een maand na de aanvaarding ervan door een van zijn medeaandeelhouders. De aandeelhoudersovereenkomst bepaalt niets over de mogelijkheid van het intrekken van het aanbod. Niet valt in te zien waarom [gedaagde] zijn aanbod niet zou hebben mogen intrekken zolang het niet was aanvaard. Dat [gedaagde] ná de aanvaarding op 28 oktober 2020 door [eiseres] op 29 oktober 2020 nogmaals uitdrukkelijk meedeelt dat hij het aanbod intrekt, is in zoverre dan ook niet meer relevant omdat intrekking ervan al op 20 oktober 2020 had plaatsgevonden.

De rechtsgeldige intrekking van het aanbod leidt ertoe dat er geen koopovereenkomst is tot stand gekomen. Dit betekent dat de vorderingen van [eiseres] zullen worden afgewezen omdat zij gebaseerd zijn op het (aanvankelijke) bestaan van de koopovereenkomst.

Omdat sprake is van een rechtsgeldige intrekking van het aanbod van [gedaagde] , kan thans in het midden blijven of [eiseres] , na het telefoongesprek met [gedaagde] op 5 oktober 2020, wist dat [gedaagde] zijn aandelenbelang alleen aan [holding E] wilde verkopen en uitdrukkelijk niet aan een van zijn medeaandeelhouders. Indien de juistheid van deze stelling van [gedaagde] in rechte vast zou staan, is het immers zeer de vraag of [eiseres] vervolgens met haar uitnodiging van 6 oktober 2020 aan [gedaagde] om de kennisgeving te delen en haar latere aanvaarding ervan op 28 oktober 2020, met recht een beroep kan doen op de totstandkoming van de door haar gestelde koopovereenkomst. Bij de vraag wat partijen zijn overeengekomen komt het immers aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (artt. 3:33 en 3:35 BW). Aan de beoordeling hiervan en eventuele bewijsvoering ten aanzien van de onderliggende stellingen daarover,

komt de rechtbank niet toe omdat zij van oordeel is dat het aanbod al rechtsgeldig was ingetrokken voordat het werd aanvaard.

Proceskosten

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht

€ 2.277,00

- salaris advocaat

€ 5.428,00

(2 punt x tarief VI)

- nakosten

€ 178,00

(plus de verhoging zoals

vermeld in de beslissing)

Totaal

€ 7.833,00

6. De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 7.833,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres]

€ 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,

verklaar onderdeel 6.2 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2024.

[3455/1729]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.M.J. Arts. Het is ondertekend door de rol

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?