UEG Holland B.V., uit Oosterhout, eiseres
(gemachtigde: mr. J.A. Jacobs),
en
de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. D.W. Gerritsen).
en
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen een besluit van 12 mei 2022 (het bestreden besluit) waarbij de staatssecretaris het bezwaar van eiseres tegen een besluit van 23 juli 2021 ongegrond heeft verklaard. Bij het besluit van 23 juli 2021 (het boetebesluit) heeft de staatssecretaris aan eiseres een bestuurlijke boete opgelegd van € 13.500,- voor een overtreding van het reclameverbod van artikel 5, eerste lid, van de Tabaks- en rookwarenwet (Trw).
De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, vergezeld door [naam], marketingmanager bij eiseres, en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Totstandkoming van het besluit
2.
Op 14 december 2020 heeft een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit een inspectie uitgevoerd op de door eiseres geëxploiteerde website www.uegholland.nl. De bevindingen van de toezichthouder zijn neergelegd in een rapport van bevindingen van 21 december 2020 (het rapport).
In het rapport staat onder meer het volgende vermeld:“Ter beoordeling van bovenstaand webadres opende ik mijn computer. Via de internet browser Mozilla Firefox ben ik naar de internetpagina'www.uegholland.nl' gegaan. Ik zag dat de URL veranderde in https://www.uegholland.com.
Ik zag in het midden van het scherm een pop-up scherm met de tekst "Deze website is uitsluitend bestemd voor personen werkzaam in de handel van tabaks- en aanverwante producten en achttien jaar of ouder. U wordt gevraagd naar waarheid te bevestigen dat u werkzaam bent in de handel van tabaks- en aanverwante producten en ten minste achttien jaar oud. Het raadplegen van de inhoud van deze website door personen die niet werkzaam zijn in de handel van tabaks- en aanverwante producten en die jonger zijn dan achttien jaar is niet toegestaan en verboden". Tevens zag ik daarbij een oranje gekleurd vlak met de tekst "ja, ik ben werkzaam in de handel van tabaks- en aanverwante producten en achttien jaar of ouder" (bijlage 1, printscreen 1). Ik zag onderin het scherm een melding met de tekst "Deze website maakt gebruik van cookies" met daarbij een groene knop met de tekst "OK" (bijlage 1, printscreen 1).
Vervolgens klikte ik op de groene knop met de tekst "OK". Ik zag dat de melding over het gebruik van cookies verdween. Ik zag dat het pop-up scherm, met het daarbij behorende oranje vlak, met de vermelding dat deze site alleen bedoeld is voor personen die werkzaam zijn in de handel van tabaks- en aanverwante producten, nog steeds aanwezig was.
Ik zag tevens dat door het verdwijnen van de cookie -melding een afbeelding van een E-liquid van het merk "Dragon Vape" gedeeltelijk zichtbaar werd (bijlage 2, printscreen 2).
Hieruit bleek mij dat een E-liquid meer dan noodzakelijk werd afgebeeld. Dit is aan te merken als een vorm van commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwantproduct tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft en valt daarmee onder de definitie van reclame.
Vervolgens klikte ik op het pop-up scherm met het oranje gekleurd vlak met de tekst "ja, ik ben werkzaam in de handel van tabaks- en aanverwante producten en achttien jaar of ouder". Ik zag dat hierdoor dit pop-up scherm verdween. Ik zag dat hierdoor de website duidelijk zichtbaar en toegankelijk werd (bijlage 3, printscreen 3).
Vervolgens was het voor mij mogelijk om verder te gaan op de website https://www.uegholland.com. Ik zag dat ik mij op internet bevond op de website van "UEG".
(…)
Inspectiebevindingen
Homepagina:
Ik zag op de homepagina:
- een afbeelding (inclusief merknaam) staan van E-liquids van het merk "Dragon Vape" (bijlage 3, printscreen 3);
- een afbeelding staan (inclusief merknaam) staan van E-liquids van het merk "SQZD" (bijlage 3, printscreen 3);
- een afbeelding staan van elektronische sigaretten (inclusief merknaam) van het merk "RELX" (bijlage 3, printscreen 3);
Ik zag dat deze producten op de homepagina niet te bestellen waren.
Vervolgens heb ik de webpagina "https://www.uegholland.com" afgesloten en vervolgens deze pagina weer bezocht. Ik zag dat hierbij het scherm met betrekking tot het accepteren van cookies en het pop-up scherm met het oranje gekleurd vlak met de tekst "ja, ik ben werkzaam in de handel van tabaks- en aanverwante producten en achttien jaar of ouder" niet meer verscheen. Ik zag hierdoor dat de webpagina https://www.uegholland.com, zonder aankondiging, toegankelijk voor mij, toezichthouder, was (bijlage 4, printscreen 4). Ik zag dat ik mij direct bevond op de homepagina van https://www.uegholland.com. Ik zag
hierdoor wederom:
- de afbeelding (inclusief merknaam) staan van E-liquids van het merk "Dragon Vape" (bijlage 3, printscreen 3);
- de afbeelding staan (inclusief merknaam) staan van E-liquids van het merk "SQZD" (bijlage 3, printscreen 3);
- de afbeelding staan van elektronische sigaretten (inclusief merknaam) van het
merk "RELX" (bijlage 3, printscreen 3); (…)
3. Volgens de staatssecretaris werd op de website van eiseres reclame gemaakt voor tabaksproducten of aanverwante producten. De staatssecretaris wijst er in dat verband op dat de toezichthouder heeft geconstateerd dat op de website van eiseres afbeeldingen inclusief merknaam werden weergegeven van e-liquids van de merken ‘Dragon Vape’ en ‘SQZD’ en dat een afbeelding, inclusief de merknaam, werd getoond van elektronische sigaretten van het merk ‘RELX’. Daarmee werden de aanverwante producten meer dan noodzakelijk afgebeeld en ging de presentatie op de website van de te koop aangeboden producten verder dan nodig om in een verkooppunt te tonen welk product voor welke prijs wordt verkocht. Dit is aan te merken als een vorm van commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft. Nu eiseres volgens de staatssecretaris geen succesvol beroep kan doen op de wettelijke uitzonderingen, is sprake van een overtreding van het reclameverbod.
Beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de aan eiseres opgelegde bestuurlijke boete. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Is sprake van een verboden reclame?
5. Eiseres betoogt dat aan haar ten onrechte een boete is opgelegd. Zij voert aan dat de gewraakte afbeeldingen naar hun aard, strekking en weergave geen commerciële mededeling zijn en bovendien het bekendheid geven of het aanprijzen niet tot doel hebben nu de producten niet op de website besteld kunnen worden. Eiseres voert verder aan dat zij het gebruik van de website nadrukkelijk en uitsluitend bestemd had voor personen werkzaam in de handel in tabaks- en aanverwante producten, dat zij de voldoende kenbare intentie had uitsluitend personen die werkzaam zijn in de tabakshandel toe te laten tot de website en dat zij daartoe ook (behoorlijke) maatregelen had getroffen. De gewraakte afbeeldingen werden alleen zichtbaar door toedoen van en na manipulatie door de toezichthouder zelf. Volgens eiseres rust op haar niet de verplichting om de toegang tot de website en het (onbevoegdelijke) gebruik van de website onmogelijk te maken. Volgens eiseres was er dan ook sprake van toepasselijkheid van de uitzondering van artikel 5, zesde lid, onder a, onder 1, van de Trw, dan wel van onbedoelde reclame.
Is sprake van reclame?
Het reclameverbod in de Trw houdt in dat elke vorm van reclame verboden is, tenzij sprake is van één van de wettelijk geregelde uitzonderingen op dat verbod. Onder ‘reclame’ wordt in de Trw verstaan: elke handeling in de economische sfeer met als doel de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten te bevorderen en elke vorm van commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft, met inbegrip van reclame waarmee, zonder het tabaksproduct of aanverwant product rechtstreeks te noemen, wordt getracht het reclameverbod te omzeilen door gebruik te maken van een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een tabaksproduct of aanverwant product.
Zoals de rechtbank al eerder heeft geoordeeld (zie onder meer de uitspraken van 4 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5347 en 25 augustus 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7551) stelt de staatssecretaris zich terecht op het standpunt dat het reclamebegrip in de Trw in de meest brede zin moet worden begrepen en dat het daarom in de rede ligt om de uitzonderingen op het reclameverbod beperkt te interpreteren.
Uit het rapport blijkt dat, na het passeren van het pop-upscherm, op de homepagina van de website van eiseres een drietal afbeeldingen van (een logo van) e-liquids en elektronische sigaretten inclusief merknaam zichtbaar waren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres daarmee op haar website nadrukkelijk bekendheid gegeven aan door haar verhandelde tabaks- of aanverwante producten en ging deze presentatie verder dan noodzakelijk is om de verkoop van deze producten mogelijk te maken. Het tonen van deze afbeeldingen op de homepagina valt daarmee aan te merken als een “commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreek tot gevolg heeft” en valt daarmee onder de definitie van reclame. Dat eiseres niet de bedoeling had om reclame te maken, doet hier niet aan af, omdat een commerciële mededeling ook onder het reclameverbod kan vallen indien aanprijzen of bekendheid geven daarvan het onbedoelde gevolg is. De vraag of de website en daarmee de daarop gedane uitingen uitsluitend bedoeld waren voor personen werkzaam in de handel in tabaksproducten is voor de vraag of sprake is van tabaksreclame niet relevant, maar is aan de orde bij de vraag of sprake is van de uitzondering op het reclameverbod als bedoeld in artikel 5, zesde lid, van de Trw. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat de afbeeldingen op de website van eiseres in beginsel onder het reclameverbod vallen.
Is sprake van een uitzondering op het reclameverbod?
Op grond van artikel 5, zesde lid, aanhef en onder a, onder 1, van de Trw, geldt het reclameverbod niet voor commerciële mededelingen in de pers en andere gedrukte publicaties, alsmede in diensten van de informatiemaatschappij, die de aanprijzing van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg hebben, en die uitsluitend bestemd zijn voor personen die werkzaam zijn in de handel in de tabaksproducten of aanverwante producten.
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat bedoelde uitzondering op de beperking van de tabaksreclame betrekking heeft op “vakbladen en verkoopinformatie sec van fabrikanten richting grossiers en detaillisten” (Kamerstukken II, 26 472, nr. 7, p. 22). Duidelijk is dat de wetgever bij deze uitzondering slechts mededelingen binnen de besloten kring van de tabaksbranche op het oog had.
Naar het oordeel van de rechtbank stelt eiseres zich terecht op het standpunt dat de in deze zaak geconstateerde reclame-uitingen vallen onder de wettelijke uitzondering op het reclameverbod. Met het pop-upscherm maakt eiseres aan bezoekers direct duidelijk dat haar website uitsluitend is bestemd voor personen werkzaam in de handel van tabaks- en aanverwante producten. Dat alleen is echter niet voldoende om onder de wettelijke uitzondering op het reclameverbod te vallen, omdat dan het reclameverbod omzeild zou kunnen worden door het enkele vermelden dat een website bestemd is voor personen die werkzaam zijn in de handel in tabaks- en aanverwante producten. Om die reden zal bij de vraag of een commerciële mededeling onder de uitzondering valt, in situaties zoals hier aan de orde, ook de werking en de inrichting van de website betrokken moeten worden. In het rapport staat dat op de website geen producten besteld konden worden zonder te zijn ingelogd en dat op de homepagina van de website stond vermeld “UEG Holland – uw groothandel voor elektronisch roken”. Ook presenteert eiseres zich blijkens de screenshots die als bijlage bij het rapport zijn gevoegd, ook verder op de website nadrukkelijk als groothandel en distributeur van aanverwante producten die niet aan particulieren levert maar uitsluitend aan bedrijven met een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en een geldig BTW-nummer. Gelet op de wijze waarop eiseres de toegang tot haar website heeft geregeld en de wijze waarop de website is ingericht, is de rechtbank van oordeel dat de website uitsluitend bestemd was voor personen die werkzaam zijn in de tabaksbranche. Dat het voor de toezichthouder en daarmee ook voor personen buiten de tabaksbranche mogelijk is om met een valse verklaring toegang tot de website te verkrijgen, maakt niet dat de website daarmee niet uitsluitend bestemd was voor personen die werkzaam zijn in de tabakshandel. Daarbij weegt de rechtbank nog mee dat geen sprake is van een bij het grote publiek bekende website aangezien eiseres als groothandel geen tabaksverkooppunt is en evenmin die naam heeft.
6. Gelet op het vorenstaande is de conclusie dat de op de website aangetroffen afbeeldingen van aanverwante producten vallen onder het reclamebegrip, maar dat deze reclame-uitingen niet in strijd zijn met het reclameverbod omdat zij vallen onder de uitzondering voor business-to-business reclame als bedoeld in artikel 5, zesde lid, aanhef en onder a, onder 1 van de Trw. Dit betekent dat verweerder eiseres ten onrechte een boete heeft opgelegd wegens overtreding van artikel 5, eerste lid, van de Trw. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit moet worden vernietigd. De rechtbank zal zelf in de zaak voorzien door het boetebesluit te herroepen.Overschrijding redelijke termijn
7. Eiseres heeft aangevoerd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden.
Volgens vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechters (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:HR:2016:252, ECLI:NL:RVS:2016:1261 en ECLI:NL:CBB:2017:32) geldt bij punitieve sancties als uitgangspunt dat de redelijke termijn is overschreden als, behoudens bijzondere omstandigheden, de rechtbank niet binnen twee jaar nadat deze termijn is aangevangen, uitspraak doet. De termijn vangt aan op het moment dat het bestuursorgaan een handeling heeft verricht waaraan eiseres de verwachting kon ontlenen dat het bestuursorgaan haar een boete zou opleggen. Dit is in de regel het moment van het voornemen tot boeteoplegging. In dit geval is de redelijke termijn aangevangen met het uitbrengen van het voornemen op 8 april 2021. Op het moment van deze uitspraak is de redelijke termijn met bijna twaalf maanden overschreden.
Omdat de boete komt te vervallen, vindt compensatie plaats in de vorm van een schadevergoeding zoals in niet-punitieve zaken gebruikelijk is, namelijk € 500,- per half jaar overschrijding. Eiseres heeft dus recht op een schadevergoeding van € 1.000,-. Voor de toerekening van de schadevergoeding geldt als uitgangspunt dat de bestuurlijke fase onredelijk lang heeft geduurd indien deze de duur van een jaar overschrijdt en hetzelfde geldt voor de rechterlijke fase. In dit geval is de overschrijding volledig aan de rechtbank toe te rekenen. De rechtbank zal dan ook de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) veroordelen tot betaling van de schadevergoeding.
Proceskosten en griffierecht
8. Omdat het beroep gegrond is, bestaat aanleiding te bepalen dat de staatssecretaris aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt en de staatssecretaris te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.868,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor de hoorzitting, met een waarde per punt van € 597,- en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 837,- met wegingsfactor 1). Omdat aan eiseres een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegekend, moet de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid) in zoverre worden veroordeeld in de kosten. Bij de berekening van die kosten geldt een verzoek om schadevergoeding als een proceshandeling waaraan 1 punt wordt toegekend en is wegingsfactor 0,25 (zeer licht) van toepassing (zie Hoge Raad 15 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:391). Dat resulteert in een bedrag van € 209,25.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het boetebesluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot een betaling van een schadevergoeding van € 1.000,- aan eiseres;
- bepaalt dat de staatssecretaris het griffierecht van € 365,- aan eiseres vergoedt;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.868,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 209,25.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Rop, voorzitter, en mr. S. Veling en
mr. A. Pahladsingh, leden, in aanwezigheid van mr. N.S.J. Letschert, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 april 2024.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Tabaks- en rookwarenwet
Artikel 1, eerste lid
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
aanverwant product: elektronische dampwaar, elektronisch verhittingsapparaat en voor roken bestemd kruidenproduct;
elektronische dampwaar: elektronische sigaret, navulverpakking, elektronische sigaret zonder nicotine, navulverpakking zonder nicotine en patroon zonder nicotine;
elektronische sigaret: een product dat gebruikt kan worden voor de consumptie van nicotinehoudende damp via een mondstuk, of een onderdeel van dat product, waaronder een patroon, een reservoir en het apparaat zonder patroon of reservoir;
elektronische sigaret zonder nicotine: een wegwerpproduct dat een reservoir met niet-nicotinehoudende vloeistof bevat en slechts gebruikt kan worden voor de consumptie van niet-nicotinehoudende damp via een mondstuk;
reclame: elke handeling in de economische sfeer met als doel de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten te bevorderen en elke vorm van commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft, met inbegrip van reclame waarmee, zonder het tabaksproduct of aanverwant product rechtstreeks te noemen, wordt getracht het reclameverbod te omzeilen door gebruik te maken van een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een tabaksproduct of aanverwant product.
Artikel 5, eerste, derde en zesde lid, aanhef en onder a
1. Elke vorm van reclame of sponsoring is verboden.
3. Onder dit verbod wordt eveneens begrepen het tonen van te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten aan het zicht worden onttrokken, en kan worden bepaald dat dit verbod niet geldt voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten.
6. Het eerste lid geldt evenmin voor:
a. commerciële mededelingen in de pers en andere gedrukte publicaties, alsmede in diensten van de informatiemaatschappij, die de aanprijzing van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg hebben, en die:
1°. uitsluitend bestemd zijn voor personen die werkzaam zijn in de handel in tabaksproducten of aanverwante producten; of
2°. worden gedrukt en uitgegeven in, dan wel worden verleend vanuit landen buiten de Europese Economische Ruimte, mits deze niet hoofdzakelijk voor landen binnen de Europese Economische Ruimte bestemd zijn.