Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/007991-24
VI-nummer: 99/000396-45
Datum uitspraak: 28 november 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteland] op [geboortedatum 1] 1993 ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] , [postcode] te [woonplaats] ,
raadsman mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 14 november 2024.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. L. Verhoeven heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Bewijswaardering
Standpunt verdediging
De verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. De verdachte wist niet dat er een explosief in de auto lag en dus kan hij dit explosief ook niet voorhanden hebben gehad. Er zijn geen DNA-sporen of vingerafdrukken van de verdachte op het explosief aangetroffen. Evenmin zijn er belastende berichten in zijn telefoon aangetroffen. Nu er geen sprake was van wetenschap en beschikkingsmacht ten aanzien van het explosief kan er ook geen sprake zijn van voorbereidingshandelingen voor het teweeg brengen van een ontploffing. De verdachte heeft bovendien niet nauw en bewust samengewerkt met een ander om een ontploffing teweeg te brengen. De verdachte is bij de medeverdachte in de auto gestapt om ergens te gaan chillen. De medeverdachte is vervolgens naar de betreffende straat gereden zonder dat de verdachte daar een aandeel in had. De verdachte wist ook niet wat er speelde in die straat, zodat hij er niet op aansloeg dat de medeverdachte daarheen reed.
Beoordeling
Vaststaande feiten
Uit het dossier blijkt dat er bij de woning aan [adres 2] in [plaats 1] (hierna: de woning) in het jaar 2023 meerdere ontploffingen hebben plaatsgevonden. Op 23 december 2023 was er een mobiele camerapost aanwezig en patrouilleerde de politie regelmatig bij de woning. In die bewuste nacht is de verdachte staande gehouden door de politie ter hoogte van [adres 3] . Dit adres ligt dichtbij de woning. De verdachte had alleen een bivakmuts, een aansteker en werkhandschoenen bij zich. Tegenover de politie verklaarde hij dat hij van een feestje bij vrienden kwam. Het adres van dat feestje kon hij niet noemen. Hij was daar afgezet door een vriend en was van plan om het laatste stuk naar huis te liften. Nadat de verdachte zijn weg mocht vervolgen is de omgeving van de woning gecontroleerd op onregelmatigheden. De politie heeft daarbij de kentekens gecontroleerd van de auto’s die in [straat] geparkeerd stonden. Bij controle van het kenteken [kentekennummer] , behorende bij een Toyota Yaris (hierna: de auto), bleek dat de eigenaar van deze auto in [plaats 2] woonde. De auto bleek niet op slot te zijn. Toen de politie de auto opende, troffen zij de medeverdachte aan op de achterbank. Bovendien troffen zij een explosief (shell/mortierbom) aan achter de bestuurdersstoel. Dit explosief zat in een wit tasje. Verder troffen zij de telefoon van de verdachte aan in het vakje van het bijrijdersportier.
Aanwezigheid explosief
Kort nadat de auto in [straat] is geparkeerd, is de verdachte uit deze auto gestapt met een wit voorwerp onder zijn arm. Hij is vervolgens op de hoek van de straat omgekeerd en terug naar de auto gelopen. Vervolgens liep de verdachte zonder het witte voorwerp langs de woning, waarna hij staande is gehouden.
Bij de fouillering van de verdachte en de doorzoeking van de auto zijn geen andere (witte) voorwerpen aangetroffen die hiervoor in aanmerking zouden komen en de verdachte heeft desgevraagd niet verklaard wat het witte voorwerp betrof dat hij onder zijn arm droeg. Gelet daarop kan het niet anders zijn dan dat dat het witte tasje met daarin het explosief is geweest. Dat op het explosief zelf geen DNA-sporen van de verdachte zijn aangetroffen, doet daaraan niet af.
Voorbereiding
De verdachte en de medeverdachte zijn [straat] heimelijk genaderd door zonder verlichting via het fietspad de straat in te rijden. Pas nadat zij in de straat reden, is de verlichting van de auto aangezet. Aangezien er cameratoezicht was ter hoogte van de woning hebben zij buiten het bereik van de camera’s [straat] willen bereiken. Deze handelwijze, gepaard met de hiervoor besproken vaststelling dat de verdachte even later met het explosief onder zijn arm richting de woning is gelopen, brengt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte voorbereidingen heeft getroffen voor het teweeg brengen van een ontploffing in de nabijheid van de woning.
Medeplegen
De verdachte is als bijrijder door de medeverdachte in de auto met daarin het explosief naar [straat] gereden. De medeverdachte is op het moment dat de verdachte met het witte tasje uitstapte en ook nadat hij dit tasje terugbracht naar de auto blijven wachten. Hieruit blijkt een nauwe en bewuste samenwerking ten behoeve van het teweeg brengen van een ontploffing in de nabijheid van de woning.
In het licht van de hiervoor genoemde vaststellingen zijn de verklaringen van de verdachte onaannemelijk.
Conclusie
Het verweer van de raadsman wordt verworpen. Wettig en overtuigend bewezen is het medeplegen van het voorbereiden van het teweegbrengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was. Ook is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte opzettelijk professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1
hij op of omstreeks 23 december 2023 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving
een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk al dan niet bij/in danwel in de nabijheid van (een) woning(en) brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten een shell (mortierbom) en/of een voertuig (Toyota Yaris, [kentekennummer] ) bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad
2
hij op of omstreeks 23 december 2023 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met
een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd
voor particulier gebruik, te weten één shell (mortierbom - [artikelnummer] ), heeft
opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feiten
Vrijwillige terugtred
Standpunt verdediging
De raadsman stelt zich, voor zover de rechtbank de verweren strekkende tot vrijspraak niet honoreert, op het standpunt dat sprake is van vrijwillige terugtred. Uit het dossier blijkt immers dat de verdachte uit de auto stapt, naar de woning loopt, zich kennelijk bedenkt en vervolgens weer terug naar de auto loopt.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het beroep op vrijwillige terugtred dient te worden verworpen.
Beoordeling
De verdachte heeft niets verklaard over een vrijwillige terugtred. De rechtbank moet de situatie daardoor beoordelen naar de uiterlijke verschijningsvorm.
De rechtbank heeft reeds vastgesteld dat de verdachte met het explosief onder zijn arm richting de woning is gelopen. Daarbij is het zo dat de verdachte stopt met lopen op het moment dat hij voor het eerst zicht op de woning heeft en vervolgens terugloopt in de richting van de auto. Uit het dossier blijkt dat er een voertuig van een beveiligingsbedrijf met daarin een beveiliger voor de woning stond. Het moment waarop de verdachte besluit om terug te lopen valt dus samen met het moment waarop hij dit voertuig voor het eerst heeft kunnen zien. Voor zover al kan worden aangenomen dat de verdachte inderdaad is teruggetreden, is aannemelijk dat dit de reden is geweest voor het omkeren en teruglopen naar de auto. Daarmee kan het verweer niet slagen, nu niet aannemelijk is geworden dat de reden van het omkeren gelegen was in een van de wil van de verdachte afhankelijke omstandigheid. Daar komt bij dat een vrijwillige terugtred bij het voorbereiden van een misdrijf pas kan worden aangenomen bij een daad die het eerder verrichte wegneemt en de gevolgen verijdelt. Het enkel omkeren en het explosief terugleggen in de auto is onvoldoende om als zodanige daad te worden aangemerkt, nu de verdachten daarna in de buurt van de woning zijn gebleven totdat er door de politie werd ingegrepen en zij zich niet hebben ontdaan van het explosief. Daardoor was het gevaar dat het uiteindelijke misdrijf alsnog zou worden voltooid immers nog niet geweken.
Conclusie
Het beroep op vrijwillige terugtred wordt verworpen.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren op:
Feit 1:
Medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
Feit 2:
Medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich, terwijl hij in een proeftijd liep van een voorwaardelijke invrijheidsstelling, schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van professioneel
vuurwerk en het daarmee voorbereiden van het veroorzaken van een ontploffing bij een
woning in [plaats 1] . Het teweegbrengen van een ontploffing bij een woning is een zeer
ernstig en intimiderend feit, niet alleen voor de bewoners maar ook voor de buurtgenoten.
De (inmiddels overleden) bewoner van de woning is met zijn loodgietersbedrijf sinds april 2023 talloze keren doelwit geweest van aanslagen middels ontploffingen op zijn (bedrijfs)auto's, bedrijfspand en woning. De herhaalde ontploffingen hebben blijkens de door de bewoonster ingesproken slachtofferverklaring een enorme impact op de psychische gesteldheid van het gezin gehad en hebben geleid tot gevoelens van angst. De woning staat daarnaast ook midden in een woonwijk. De reeks van ontploffingen heeft ook voor omwonenden en in algemene zin in de samenleving geleid tot onrust en gevoelens van angst en onveiligheid. De verdachte heeft met zijn handelen geprobeerd bij te dragen aan deze zeer intimiderende vorm van geweld. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 augustus 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportages
Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 7 juni 2024. Dit rapport houdt het volgende in. Er is bij de verdachte sprake van een licht verstandelijke beperking. Daardoor denkt hij niet altijd (goed) na voordat hij iets doet. De reclassering adviseert om bij veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en het meewerken aan ambulante behandeling. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.
Conclusies van de rechtbank
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van
een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank
acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, waaronder de straf die aan de medeverdachte is opgelegd. Gelet hierop acht de rechtbank de strafeis van de officier van justitie te hoog.
Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die door de reclassering worden geadviseerd. Dit voorwaardelijke strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank zal het verzoek van de officier van justitie tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis afwijzen. De rechtbank ziet op dit moment geen aanleiding om daartoe over te gaan.
8. Vorderingen benadeelde partijen
Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd: [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. Zij vorderen ieder afzonderlijk een vergoeding van € 4.000,- aan immateriële schade.
Standpunt officier van justitie
Alle vorderingen kunnen worden toegewezen.
Standpunt verdediging
De vorderingen dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard, primair omdat vrijspraak is bepleit en subsidiair omdat de behandeling van de vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Als de rechtbank hier niet in meegaat dienen de vorderingen te worden afgewezen, omdat er geen causaal verband is tussen de verweten gedragingen en de geleden schade.
Beoordeling
Vast staat dat het bewezen verklaarde feit deel uitmaakt van een reeks aan explosies die sinds april 2023 heeft plaatsgevonden in [plaats 1] . Doelwit van deze aanslagen lijkt de (inmiddels overleden) bewoner van de woning met zijn loodgietersbedrijf te zijn geweest, hoewel de reden daartoe tot op heden onbekend is gebleven. Het is voor de rechtbank zeer invoelbaar dat dit alles een enorme impact heeft gehad op zijn vrouw en kinderen en dat zij daardoor immateriële schade hebben geleden.
Deze achtergrond maakt echter ook dat deze zaak waar het de gevolgen voor de benadeelde partijen betreft niet op zichzelf staat en dat het aandeel van de verdachte daarin niet zonder nader onderzoek is vast te stellen. Voor dit aandeel is ook de aard van het delict waarvoor de verdachte wordt veroordeeld, te weten het voorbereiden van het teweegbrengen van een ontploffing met gemeen gevaar voor goederen, relevant. Nader onderzoek en bewijslevering zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.
Conclusie
In deze procedure wordt over de vorderingen geen inhoudelijke beslissing genomen, omdat de behandeling van die vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partijen zullen in hun vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De vorderingen kunnen slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen de benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vorderingen gemaakt, welke kosten worden begroot op nihil.
9. Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling
Beslissing waarvan herroeping wordt gevorderd
Bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 april 2015 is de verdachte veroordeeld tot voor zover van belang een gevangenisstraf van 9 jaar en 10 maanden, met aftrek van voorarrest.
De verdachte is op 18 november 2020 voorwaardelijk in vrijheid gesteld, onder de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de hierbij gestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De proeftijd is ingegaan op 18 november 2020 en bedraagt 1215 dagen.
Standpunt officier van justitie
De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling dient te worden toegewezen, nu de verdachte de aan de voorwaardelijke invrijheidstelling verbonden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.
Standpunt verdediging
De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling dient te worden afgewezen, omdat vrijspraak is bepleit en het toewijzen van die vordering niet opportuun is. De verdachte heeft zich lange tijd goed aan de gestelde voorwaarden gehouden. Subsidiair wordt er verzocht om te volstaan met een gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling.
Beoordeling
Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan de voorwaardelijke invrijheidstelling verbonden algemene voorwaarde niet nageleefd. Daarom zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toewijzen en gelasten dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat niet ten uitvoer is gelegd, alsnog gedeeltelijk, te weten 720 dagen, moet worden ondergaan. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de verdachte heeft meegewerkt aan het toezicht in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling en de adviezen van de reclassering heeft geprobeerd toe te passen. Slechts zeer kort voor het einde van de proeftijd heeft de verdachte nieuw strafbare feiten begaan. Voor toewijzing van de gehele periode, zoals door de officier van justitie is gevorderd, is daarom geen plaats. Er kan echter, gelet op de aard en ernst van de thans bewezenverklaarde feiten, niet worden volstaan met het toewijzen van een kortere periode.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 46, 47, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a en 6 van de Wet economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.
11. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
12. Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden,
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
stelt als bijzondere voorwaarden:
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
wijst af het verzoek van de officier van de justitie strekkende tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte;
verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in hun vorderingen;
veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
wijst toe de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling;
gelast dat van het gedeelte van de vrijheidsstraf dat niet ten uitvoer is gelegd, alsnog een gedeelte, groot 720 dagen, moet worden ondergaan;
Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Lange, voorzitter,
en mrs. L. Stevens en mr. J.C. de Vries, rechters,
in tegenwoordigheid van S. Hoebe, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1hij op of omstreeks 23 december 2023 te [plaats 1]tezamen en in vereniging met een of meer anderenter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijvingeen gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld,te weten opzettelijk al dan niet bij/in danwel in de nabijheid van (een) woning(en)brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen terwijl daarvan gemeen gevaarvoor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel vooreen ander te duchten is,opzettelijkvoorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weteneen shell (mortierbom) en/of een voertuig (Toyota Yaris, [kentekennummer] )bestemd tot het begaan van dat misdrijf,heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/ofvoorhanden heeft gehad;
2hij op of omstreeks 23 december 2023 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging meteen of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemdvoor particulier gebruik, te weten één shell (mortierbom - [artikelnummer] ), heeftopgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.
Bijlage II
Bewijsmiddelen feiten 1 en 2
1. De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 14 november 2024, inhoudende:
Ik ben op 23 december 2023 samen met de medeverdachte [medeverdachte] op [straat] in [plaats 1] geweest. Wij zijn daar samen naartoe gereden in de auto. Dat was een Toyota Yaris. Ik ben de persoon die toen door de politie staande gehouden is. Ook ben ik de persoon die op de camerabeelden te zien is. De telefoon die is aangetroffen in het bijrijdersportier van de Toyota Yaris is van mij.
2. Het proces-verbaal van politie nummer [proces-verbaalnummer 1] , weergegeven op pagina 1 t/m 4 van het politiedossier, inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Op zaterdag 23 december 2023 , omstreeks 01:55 uur, zagen wij op [straat]
ter hoogte van [huisnummer 1] in [plaats 1] een man lopen. Wij zagen dat de man er als volgt eruit zag:
- man
- circa 30 jaar
- donker getinte huidskleur
- normaal/slank postuur
- ongeveer 1.75m lang
- lange donkere baard
- zwarte korte jas
- zwarte trui met capuchon
- zwarte joggingsbroek
- zwarte sneakers
- zwarte pet met voorop het logo NY van de "New York Yankees"
- Onder de pet droeg hij een bivakmuts met 1 groot gat
Ik fouilleerde de man en zag en voelde dat hij alleen een aansteker in zijn broekzak had zitten en twee losse werkhandschoenen in zijn jaszak.
Hij verklaarde hiernaar gevraagd te zijn genaamd:
[verdachte]
geboren op [geboortedatum 1] 1993 te [geboorteland]
3. Het proces-verbaal van politie nummer [proces-verbaalnummer 2] , weergegeven op pagina 8 t/m 12 van het politiedossier, inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
Wij besloten een verder onderzoek in te stellen in de directe omgeving van waar de man gefouilleerd werd. Hierop zijn wij gaan lopen vanaf de locatie waar de man werd gecontroleerd. Vanaf hier zijn wij terug gegaan naar de richting vanaf waar zij deze
man hadden zien aan komen lopen.
Hierop hebben wij weer plaatsgenomen in ons dienstvoertuig waarna wij besloten om alle aldaar geparkeerd staande voertuigen middels het bedrijfsprocessensysteem [naam systeem] te bevragen. Ik bevroeg hierop om 2:56 uur een Toyota Yaris voorzien van het kenteken [kentekennummer] . Hierbij viel het mij direct op dat dit voertuig thuishoorde in [plaats 2] en dat dit
voertuig meerdere bluespot registraties had. Hierop besloot ik, [verbalisant 4] , een nader onderzoek in te stellen rondom dit voertuig. Op het moment dat ik naast het bijrijdersportier stond besloot ik te voelen of het voertuig afgesloten was. Direct nadat ik aan het portierhendel trok zag ik dat het portier opende. Vervolgens scheen ik met mijn zaklamp in het voertuig. Op het moment dat ik, met mijn zaklamp op de achterbank scheen zag ik dat daar een persoon lag met zijn ogen dicht.
Deze persoon gaf later op te zijn genaamd:
[medeverdachte]
Geboren [geboortedatum 2] 1999 te [geboorteland]
Wij besloten dat wij het voertuig zouden gaan doorzoeken. Vanaf de plaats achter de bestuurder heb ik een kinderzitje losgehaald en uit de auto gehaald om zodoende wat ruimte te creëren. Op de grond zag ik een wit plastic tasje liggen. Teneinde dit tasje te doorzoeken tilde ik dit op en opende het. Ik voelde direct dat het redelijk zwaar woog. Nadat ik het tasje opende zag ik dat er cilindervormig voorwerp in zat. Ik zag dat dit voorwerp een afmeting had van circa 30 centimeter hoog en een diameter van rond de 15 centimeter. Ik zag dat dit voorwerp omwikkeld was in bruin papier en voorzien was van een lont. Tevens zag ik dat er een etiket op zat waarop een explosief logo zichtbaar was.
4. Het proces-verbaal van politie nummer [proces-verbaalnummer 3] , betreffende het uitkijken van de camerabeelden van [straat] , weergegeven op pagina 40 t/m 42 van het politiedossier, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
Ik onderzocht de camerabeelden in de directe omgeving van [straat] en de
opgenomen camerabeelden met de Mobiele Camera Unit op 23 december 2023 tussen 01.45
uur en 04.00 uur. Ik zag op de camera gelabeld [label] dat op 23 december 2023.
om 01:49 uur een personenauto vanaf het fietspad [straat] kwam opgereden.
Ik zag dat de personenauto rechtdoor [straat] op reed en uit het beeld van de
camera verdween. Ik zag dat de verlichting aan de voorzijde van de auto niet was
ingeschakeld toen hij in beeld verscheen. Ik zag dat de verlichting werd ingeschakeld toen
de auto bijna tot stilstand kwam.
Ik zag vervolgens dat omstreeks 01:50:23 een persoon uit de richting van de geparkeerde
auto kwam gelopen. De persoon kwam vanuit de richting van de rechterzijde van de auto.
Aan de achterzijde van de parkeervakken is direct het grastalud van de sloot. Er is daar geen
voetpad of trottoir. Daardoor en door het korte tijd inschakelen van de binnenverlichting is
het zeer aannemelijk dat de persoon in de auto zat en aan de rechterzijde is uitgestapt. Ik zag
dat de persoon een voorwerp onder zijn linkerarm droeg. Ik zag dat hij op de hoek van [straat]
bleef staan en vervolgens de straat in keek in de richting van de woning
op [huisnummer 2] .
Ik zag dat de persoon zich omdraaide en weer terugliep in de richting van de
geparkeerde auto uit het beeld van de camera's. Ik merk op dat voor de woning van [adres 2]
een voertuig van een beveiligingsbedrijf is geplaatst met daarin een
beveiliger.
Vervolgens zag ik dat om 01:55:00 uur dezelfde persoon over het trottoir weer terug
gelopen kwam. Ik zag dat de persoon naar rechts de hoek om ging en door liep richting de
woning op 123. Ik zag dat hij geen voorwerp meer onder zijn armen had.
5. De eigen waarneming van de rechtbank van de camerabeelden die zijn gemaakt door de camera die hangt bij de carport van het adres [adres 3] in [plaats 1] :
Op 01:50:17 uur komt een persoon in beeld gelopen. Die persoon draagt een wit voorwerp onder de linkerarm.
6. Het proces-verbaal van politie nummer [proces-verbaalnummer 4] , betreffende de resultaten van het onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, weergegeven op pagina 19-29 van het politiedossier, inhoudende als relaas van verbalisant [nummer] :
Op 23 december 2023 is door mij, brigadier van politie, werkzaam als materiedeskundige
vuurwerk, het inbeslaggenomen vuurwerk op uiterlijke kenmerken onderzocht.
Het onderzochte vuurwerk is ingedeeld in lijst III van de Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten. Het betreft een shell (mortierbom) met artikelnummer [artikelnummer] . Dit vuurwerk is aan te merken als professioneel vuurwerk.
De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.
Wanneer hiervoor is verwezen naar een proces-verbaal van politie is - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebezigd voor het bewijs van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.