Wet natuurbescherming
Artikel 3.5
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
(…)4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.(...)
Besluit omgevingsrecht
Als categorie activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de wet, worden tevens aangewezen:
Artikel 2.2aa
(…)
b. het verrichten van een handeling als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, behoudens de gevallen, bedoeld in de artikelen 3.3, tweede of zevende lid, 3.8, tweede of zevende lid, 3.10, tweede of derde lid, of 3.31, eerste lid, voor zover die handeling bestaat uit een activiteit waarop het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdelen a tot en met h of in artikel 2.2 van de wet, of bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de wet in samenhang met artikel 2.2a van toepassing is en voor zover voor die handeling geen ontheffing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, 3.8, eerste lid of 3.10, tweede lid in samenhang met 3.8, eerste lid, is aangevraagd of verleend.
Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 Artikel 2:12 Maken en veranderen van een uitweg
1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag:
a. een uitweg te maken naar een weg in de zin van artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;
b. van een zodanige weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar een zodanige weg.
2. Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
a. de bruikbaarheid van de weg;
b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.(…)
Planregels bestemmingsplan “Parapluherziening parkeernormering Rotterdam” Artikel 3 Voorwaardelijke verplichting
Een omgevingsvergunning voor het bouwen, alsmede voor het laden en lossen van goederen, zoals toegestaan op grond van de onderliggende ruimtelijke plannen, wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze is opgenomen in bijlage 1 of de rechtsopvolgers daarvan.
Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022
Artikel 20. Overgangs- en slotbepalingen
1. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning die is ingediend vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregeling, wordt afgedaan op grond van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets Rotterdam 2018, tenzij de aanvrager aangeeft dat deze nieuwe beleidsregeling tot een gunstigere regeling leidt.(…)
Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018 Artikel 4. Afwijken van de eis parkeren op eigen terrein
1. Het bevoegd gezag kan geheel of gedeeltelijk afwijken van de eis tot het parkeren op eigen terrein toestaan, indien er:
a. structureel, dat wil zeggen voor minimaal 10 jaar, alternatieve parkeervoorzieningen beschikbaar zijn binnen een loopafstand genoemd in onderstaande tabel (tabel 2.1). Deze alternatieve parkeervoorzieningen zijn in beginsel niet op straat maar op ander privéterrein of in een andere garage gelegen. Aan de parkeereis voor fietsparkeren kan ook worden voldaan door parkeren op straat indien het kortparkeren betreft en er op straat voldoende ruimte beschikbaar is.Tabel 2.1: Maximale loopafstanden bij realisatie buiten eigen terrein
(…)