[naam eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: [persoon A] ),
en
Dienst Toeslagen, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 20 april 2023 die strekt tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat er geen machtiging is ingediend en dat verzuim niet tijdig is hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Het beroepschrift is ingediend door een mevrouw [persoon B] , die op een bepaald adres in Hardinxveld-Giessendam woont. Op dit adres wonen drie personen. De heer [naam eiser] , mevrouw [persoon C] en mevrouw [persoon D] . Deze uitspraak richt zich tot [naam eiser] , omdat het bestreden besluit waartegen beroep is ingediend aan hem gericht is.
Toetsingskader
4. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Is een machtiging overgelegd?
5. Nadat het beroepschrift is ingediend, heeft de heer [persoon A] (hierna: [persoon A] ) zich per brief van 10 juni 2023, ontvangen door de rechtbank op 19 juli 2023, gesteld als gemachtigde. Daarbij is geen machtiging overgelegd. De rechtbank heeft [persoon A] in haar bericht van 24 juli 2023 verzocht om dit verzuim binnen vier weken te herstellen. [persoon A] heeft binnen die termijn geen machtiging ingediend.
6. Op 27 augustus 2023 heeft de rechtbank een e-mail ontvangen van [persoon A] , waarin hij stelt nog geen machtiging te hebben ontvangen van eiser. Hij hoopt deze spoedig te ontvangen. De rechtbank heeft hem hiervoor op 30 augustus 2023 nogmaals uitstel verleend tot en met 13 september 2023, waarbij is opgemerkt dat het beroep anders niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De rechtbank heeft tot op heden geen machtiging van [persoon A] ontvangen.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?
7. [persoon A] heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
8. Nu de rechtbank gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om van [persoon A] een machtiging te verlangen en deze machtiging niet is overgelegd, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2024.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.