ECLI:NL:RBROT:2025:11436

ECLI:NL:RBROT:2025:11436, Rechtbank Rotterdam, 01-10-2025, ROT 24/11052

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 01-10-2025
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer ROT 24/11052
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0047436

Samenvatting

Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), beroep ongegrond, geen recht op het forfaitaire bedrag van € 30.000-.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2025 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres

Dienst Toeslagen, verweerder

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/11052

(gemachtigde: mr. P.W.E. Ros),

en

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ).

Procesverloop

Met een besluit van 17 mei 2022 heeft verweerder vastgesteld dat eiseres op basis van de zogenoemde lichte toets niet in aanmerking komt voor het forfaitaire bedrag van € 30.000,-.

Met een besluit van 17 december 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is verweerder bij dat besluit gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 23 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen de gemachtigde van verweerder en [persoon A] . Eiseres en haar gemachtigde zijn, zonder bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres heeft vanaf 2016 kinderopvangtoeslag aangevraagd. Zij heeft zich bij verweerder gemeld voor een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag op grond van de Wht.

4. Verweerder heeft – samengevat – aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiseres weliswaar kinderopvangtoeslag heeft moeten terugbetalen maar dat hieraan reguliere wijzigingen ten grondslag hebben gelegen.

Verweerder heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat eiseres geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep omdat verweerder inmiddels een afwijzend besluit heeft genomen naar aanleiding van de integrale beoordeling. Volgens verweerder is het beroep daarom niet-ontvankelijk.

De rechtbank volgt verweerder niet in dit standpunt. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder naar aanleiding van de integrale beoordeling. De rechtbank is niet aan dit besluit gebonden. Niet kan worden uitgesloten dat verweerder fouten heeft gemaakt in de besluitvorming over de lichte toets en dat de conclusie moet worden getrokken dat eiseres in aanmerking komt voor het forfaitaire bedrag van € 30.000,-. Eiseres heeft daarom naar het oordeel van de rechtbank procesbelang in deze procedure.

Eiseres heeft als beroepsgrond aangevoerd dat uit het bestreden besluit niet blijkt dat verweerder zorgvuldig en uitvoerig onderzoek heeft verricht naar de relevante feiten en omstandigheden. Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit het dossier blijkt voldoende duidelijk op grond waarvan verweerder in het kader van de lichte toets heeft geconcludeerd dat eiseres geen recht heeft op het forfaitaire bedrag van € 30.000,-. Dat verweerder onzorgvuldig te werk is gegaan, heeft eiseres niet toegelicht en niet aannemelijk gemaakt.

Eiseres heeft ook als beroepsgrond aangevoerd dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd omdat er niet uit blijkt op grond van welke gegevens de hoogte van het compensatiebedrag bepaald is. Deze beroepsgrond is niet navolgbaar omdat verweerder in het bestreden besluit geen compensatiebedrag heeft bepaald. Ook deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Veling

Griffier

  • mr. L.A. van der Velden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?