ECLI:NL:RBROT:2025:12531

ECLI:NL:RBROT:2025:12531, Rechtbank Rotterdam, 22-10-2025, 10-340850-24

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 22-10-2025
Datum publicatie 24-10-2025
Zaaknummer 10-340850-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0006297

Samenvatting

Shaken baby syndroom. Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Door de schuld van de verdachte is zijn dochter ernstig gehandicapt geraakt. Hiermee heeft hij het leven van zijn dochter en ook dat van hun gezin op een zeer ingrijpende negatieve wijze beïnvloedt. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen waarvan 185 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - geprobeerd heeft zijn dochter te doden dan wel haar zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

hij op of omstreeks 22 oktober 2024 te [plaats] , althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om zijn dochter, genaamd [naam dochter] (geboren [geboortedatum 2] 2024), opzettelijk van het leven te beroven,

heeft vastgepakt en/of gehouden en/of

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 22 oktober 2024 te [plaats] , althans in Nederland aan zijn dochter, genaamd [naam dochter] (geboren [geboortedatum 2] 2024), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, te weten

meer subsidiair

hij op of omstreeks 22 oktober 2024 te [plaats] [naam dochter] (zijnde zijn dochter) heeft mishandeld door haar

acceleratie-deceleratie trauma (voorheen bekend als shaken-baby-syndrome), althans hersenletsel ten gevolge heeft gehad;

meest subsidiair

hij op of omstreeks 22 oktober 2024 te [plaats] zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gehandeld ten opzicht van [naam dochter] door

waardoor zij zwaar lichamelijk letsel, te weten

heeft bekomen.

Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte dient te worden veroordeeld terzake van het primair tenlastegelegde poging doodslag.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het primair tenlastegelegde.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

Het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feit is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. Niet kan worden bewezen dat de verdachte opzet heeft gehad op de tenlastegelegde gevolgen.

De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg aanwezig is als een verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. Voor de vraag of sprake is van bewuste aanvaarding van zo’n kans geldt dat uit de enkele omstandigheid dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, niet zonder meer kan volgen dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg bewust heeft aanvaard, omdat ook sprake kan zijn van bewuste schuld.

De verdachte was op 22 oktober 2024 in de woning van zijn vriendin samen met hun elf weken oude baby [naam dochter] (hierna: [naam dochter] ). Op enig moment begon de [naam dochter] hard en lang te huilen. De verdachte wilde dat zij stopte met huilen en probeerde haar te troosten. Hij heeft haar meermaals op een harde wijze getroost en hierbij geschud. Doordat [naam dochter] maar bleef huilen raakte hij in paniek. Op het moment dat [naam dochter] niet meer reageerde zoals zij dat normaal gesproken deed en haar huidskleur een beetje veranderde, heeft de verdachte de moeder van [naam dochter] gebeld. Hij vroeg aan haar of ze zo snel mogelijk naar huis kon komen. Hierop heeft zij de ambulance gebeld en reed zelf zo snel mogelijk naar huis. Even later arriveerden de hulpdiensten en stabiliseerden zij de baby. [naam dochter] werd vervolgens met een ambulance naar het UMC Utrecht gebracht. De combinatie van uitwendig letsel aan het hoofd en letsels in het hoofd en de ogen er veel waarschijnlijker sprake is geweest van schudden van de baby dan van een ongeluk. Verder is vastgesteld dat haar zicht ernstig is beperkt en zij als gevolg van het hersenletsel een bewegingsstoornis heeft opgelopen. Dit is een permanente aandoening waarvan zij niet kan herstellen.

De rechtbank is gelet op deze feiten en omstandigheden van oordeel dat bij de verdachte wellicht de wetenschap heeft bestaan van de aanmerkelijke kans dat zijn handelen ernstige gevolgen kon hebben voor [naam dochter] . Dat gegeven op zichzelf is echter niet voldoende basis om vast te stellen dat de verdachte met zijn handelen de aanmerkelijke kans op de gevolgen die zijn ontstaan bij zijn dochter [naam dochter] bewust heeft aanvaard. De verdachte heeft immers gedurende de gehele tijd hij samen met [naam dochter] is geweest gecommuniceerd met de moeder van [naam dochter] . Ook heeft de verdachte onmiddellijk nadat hij bemerkte dat [naam dochter] van kleur veranderde en niet zoals gebruikelijk reageerde de moeder gebeld en dit meteen aan haar doorgegeven. De rechtbank leidt hieruit contra-indicaties van de aanvaarding van de kans op de gevolgen af. De rechtbank zal verdachte daarom van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde vrijspreken.

De rechtbank is evenwel van oordeel dat op grond van het bovenstaande vast staat dat de verdachte in verwijtbare aanmerkelijke mate zeer onvoorzichtig en onachtzaam heeft gehandeld en dat door zijn handelen zwaar lichamelijk letsel is ontstaan bij zijn dochter [naam dochter] .

Bewezenverklaring

De rechtbank vindt bewezen dat de verdachte:

op 22 oktober 2024 te [plaats] zeer onvoorzichtig en onachtzaam heeft gehandeld ten opzicht van [naam dochter] door

heeft bekomen.

Bewijsmotivering en bewijsmiddelen

De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de bovenstaande bewijsoverweging.

1. Verklaring van de verdachte op de zitting van 8 oktober 2025:

Op 22 oktober 2024 was ik in de woning van mijn vriendin samen met onze elf weken oude baby [naam dochter] . Er was verder niemand in de woning. Op enig moment begon zij hard en lang te huilen. Ik wilde dat [naam dochter] stopte met huilen en ik probeerde haar te troosten. Ik heb haar op een harde wijze getroost en geschud.

2. Forensisch medisch letselrapportage d.d. 6 december 2024:

Bij [naam dochter] worden letsels in het gelaat aangetroffen, die wijzen op een contacttrauma. De afwijkingen in het hoofd (subdurale bloedingen, aanwijzingen voor hersenbeschadiging, netvliesbloedingen) kunnen zowel optreden bij een contacttrauma als bij een repeterend acceleratie-deceleratie trauma of bij een combinatie van beide mechanismen. Gezien de combinatie van uitwendig letsel aan het hoofd en letsels in het hoofd en de ogen kan ook sprake zijn geweest van meer dan één incident, bijv. een incident met een contacttrauma en één incident met een repeterend acceleratie-deceleratie trauma (schudden). De combinatie van bevindingen in hoofd en de ogen bieden geen mogelijkheid om te onderscheiden tussen een contacttrauma of een repeterend acceleratie-deceleratie trauma. De resultaten van wetenschappelijk onderzoek tonen echter wel dat de combinatie van

bevindingen bij dit elf weken oude kind veel waarschijnlijker is onder de hypothese dat sprake is van een niet-accidentele toedracht dan onder de hypothese dat sprake is van een accidentele toedracht.

3. FARR-rapportage d.d. 22 mei 2025:

Als gevolg van het hersenletsel heeft [naam dochter] nu Cerebrale Parese. Dit is een permanente aandoening waarvan zij niet kan herstellen. Omdat [naam dochter] jong en in ontwikkeling is kunnen veel testen naar de ernst van haar beperkingen niet worden afgenomen (denk aan visustesten; spraaktesten; IQ-testen; gedragstesten). Wel is duidelijk dat haar visus ernstig is beperkt.

Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op: meest subsidiair

aan zijn schuld te wijten zijn dat een ander zwaar lichamelijk letsel bekomt

Strafbaarheid feit en verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

Straf

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie eist een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest waarvan 2 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Waarbij naast de algemene voorwaarden ook de bijzondere voorwaarden zoals geformuleerd in het reclasseringsadvies d.d. 30 september 2025 aan de verdachte zullen worden opgelegd.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en gevolgen van het feit

Door de schuld van de verdachte is zijn dochter ernstig gehandicapt geraakt. Hiermee heeft hij het leven van [naam dochter] maar ook dat van hun gezin op een zeer ingrijpende negatieve wijze beïnvloedt. Dat [naam dochter] in leven is gebleven, is een groot geluk en het is nog onduidelijk welke blijvende gevolgen er verder zullen zijn. Een hulpeloze baby als [naam dochter] zou juist bij haar vader veilig moeten zijn. Verdachte had zijn dochter, ondanks zijn jonge leeftijd en onervarenheid als jonge vader, zorg, geborgenheid en bescherming moeten bieden.

De rechtbank houdt er aan de andere kant rekening mee dat de gebeurtenissen ook diep hebben ingegrepen in het leven van het gezin van verdachte en dat de verdachte een first offender is.

Persoonlijke omstandigheden

De verdachte loopt in een schorsingtoezicht en dat verloopt goed. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.

[naam dochter] verblijft sinds het ontslag uit het ziekenhuis in [naam zorginstelling] en er is sprake van vierogenbeleid. Er is een ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing uitgesproken door de Kinderrechter. De moeder van [naam dochter] en de verdachte hopen in de toekomst samen de zorg te mogen dragen over hun dochtertje.

Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk en geboden. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf van 365 dagen opgelegd.

Van deze gevangenisstraf wordt 185 dagen voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 2 jaren. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf wordt bepaald op de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, omdat de rechtbank het niet noodzakelijk en wenselijk acht dat de verdachte langer in de penitentiaire inrichting verblijft. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd.

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van een ander strafbaar feit op de ten laste legging dan gevorderd is door de officier van justitie ter terechtzitting en dat rechtvaardigt de strafoplegging.

Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c en 308 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het meest subsidiaire feit zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 (driehonderdenvijfenzestig) dagen,

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 185 (honderdenvijfentachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. J.L.M. Boek en M.T.A. de Ridder, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Yenice, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 22 oktober 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.H. Janssen

Griffier

  • mr. D. Yenice

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand