ECLI:NL:RBROT:2025:12765

ECLI:NL:RBROT:2025:12765, Rechtbank Rotterdam, 28-10-2025, C/10/707577 / KG ZA 25-981

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 28-10-2025
Datum publicatie 31-10-2025
Zaaknummer C/10/707577 / KG ZA 25-981
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

KG. Verstek. Aan wie van partijen komt het gebruik van de huurwoning toe na relatiebreuk? In kort geding kan niet worden bepaald aan wie het gebruiksrecht toekomt. Er volgt veroordeling van gedaagde om de woning te verlaten, op straffe van verbeurte van een dwangsom. En verbod op gedaagde om de woning te betreden, met machtiging aan eiser om dat verbod te handhaven met behulp van de sterke arm.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/707577 / KG ZA 25-981

Vonnis in kort geding van 28 oktober 2025

in de zaak van

[eiseres] ,

te Schiedam,

eisende partij,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. S. Acikgoz te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

te Schiedam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de man,

die niet is verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 13 oktober 2025, met 5 producties;

de mondelinge behandeling op 21 oktober 2025.

2. De vordering

De vrouw vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. te bepalen dat het gebruiksrecht van de woning te [adres] aan de vrouw toekomt en dat de man deze woning binnen 48 uur na deze uitspraak dient te verlaten, deze ter beschikking van de vrouw dient te stellen en deze niet meer mag betreden, anders dan met uitdrukkelijke toestemming van de vrouw en slechts zolang die toestemming strekt, op straffe van een dwangsom van € 750,- per overtreding, dan wel per etmaal of gedeelte daarvan dat die overtreding voortduurt;

II. te bepalen dat aan de vrouw een machtiging wordt verleend om voormeld verbod onder punt I. zo nodig met behulp van de sterke arm van de politie te handhaven.

3. De beoordeling van de vordering

Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen de niet verschenen man verstek wordt verleend.

De vordering om te bepalen dat het (uitsluitend) gebruiksrecht van de betreffende woning aan de vrouw toekomt, heeft een declaratoir karakter en kan alleen in een bodemprocedure worden toegewezen. Een kort geding leent zich daar niet voor.

De voorzieningenrechter begrijpt dat de relatie tussen partijen is geëindigd maar dat partijen met hun vier minderjarige kinderen nog steeds samen wonen op het adres van de woning, die zij huren. De vrouw stelt dat de aanwezigheid van de man in de woning leidt tot een gespannen en onhoudbare situatie, zeker voor de kinderen, en dat het wenselijk is dat de man de woning verlaat zodat de vrouw rust en stabiliteit kan bieden aan de kinderen. Daarmee is het spoedeisend belang van de vrouw bij de vordering, die ertoe strekt dat de man de woning verlaat, voldoende gegeven.

De man wordt daarom veroordeeld om, binnen zeven dagen na de betekening van dit vonnis, de woning aan [adres] te verlaten en deze ter beschikking van de vrouw te stellen. Daarnaast wordt het de man verboden om de woning te betreden, totdat in een bodemprocedure is beslist op de vraag wie van partijen de huurovereenkomst met betrekking tot de woning mag voortzetten zoals bedoeld in artikel 7:267 lid 7 Burgerlijk Wetboek (BW).

De gevorderde dwangsom, als prikkel tot nakoming van de veroordeling om de woning te verlaten, wordt beperkt toegewezen en gemaximeerd.

De voorzieningenrechter verleent de vrouw op de voet van artikel 3:299 BW machtiging om het toe te wijzen verbod op de man om de woning te betreden zo nodig met behulp van de sterke arm van de politie te handhaven.

Gelet op de relatie tussen partijen worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

verleent verstek tegen de niet verschenen man;

veroordeelt de man om, binnen zeven dagen na de betekening van dit vonnis, de woning aan [adres] te verlaten en deze ter beschikking van de vrouw te stellen;

bepaalt dat de man een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor iedere dag dat hij niet voldoet aan de veroordeling in 4.2., een en ander totdat een maximum van € 2.500,00 is bereikt;

verbiedt de man om de woning te betreden, totdat in een bodemprocedure is beslist op de vraag wie van partijen de huurovereenkomst met betrekking tot de woning mag voortzetten;

verleent de vrouw machtiging om het in 4.4. opgelegde verbod, indien de man daar niet aan voldoet, met behulp van de sterke arm van de politie te handhaven;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025.

2091 / 2009

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand