RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11797306 CV EXPL 25-15491
datum uitspraak: 24 oktober 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Alektum Capital AG,
vestigingsplaats: Zug (Zwitserland),
eiseres,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: Schiedam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Alektum’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
2. De beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
[gedaagde] heeft op 5 april 2022 een aantal artikelen bij Zalando besteld, voor een bedrag van € 693,09. Vervolgens heeft hij een retourzending aan Zalando gedaan. Zalando heeft een creditfactuur opgemaakt voor een bedrag van € 643,10. Volgens Zalando moet [gedaagde] nog € 49,99 betalen voor een onderdeel van de bestelling dat niet retour is ontvangen. Het gaat om een toilettas van het merk Jorah.
Zalando SE heeft haar vordering(en) overgedragen aan Zalando Payments GmbH en Zalando Payments GmbH heeft haar vordering(en) overgedragen aan Alektum. Alektum eist in deze procedure betaling van € 49,99, plus buitengerechtelijke kosten en rente.
[gedaagde] vindt dat hij niet hoeft te betalen, omdat ook de toilettas bij de retourzending moet hebben gezeten. Volgens hem heeft hij alles wat hij op 5 april 2022 had besteld teruggestuurd naar Zalando.
Retourzending toilettas staat niet vast
In deze procedure staat vast dat [gedaagde] alle producten die hij op 5 april 2022 heeft besteld, heeft ontvangen. Wat niet vast staat, is dat hij alle producten, inclusief de toilettas, heeft teruggestuurd. Omdat [gedaagde] zich erop beroept dat hij het product heeft teruggestuurd en Zalando betwist dat dit product is ontvangen, moet [gedaagde] aantonen dat hij de toilettas heeft teruggestuurd (artikel 150 Rv). Dat heeft hij niet gedaan. Hij heeft alleen gesteld dat ook de toilettas bij de retourzending zat, maar hij heeft dit niet verder onderbouwd.
Dat sprake is van een interne fout bij Zalando, zoals [gedaagde] stelt, staat niet vast. Er is ook geen reden om aan te nemen dat bij Zalando een fout is gemaakt. De enkele stelling van [gedaagde] dat hij ook de toilettas retour heeft gestuurd, is daarvoor onvoldoende.
Omdat niet vast staat dat de toilettas retour is gestuurd, moet [gedaagde] het aankoopbedrag betalen. Het bedrag van € 49,99 wordt toegewezen.
[gedaagde] moet incassokosten van € 40,- betalen
De incassokosten van € 40,- worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
[gedaagde] moet rente betalen
De rente wordt toegewezen, omdat Alektum genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Geen oneerlijke bepalingen en geen schendingen informatieverplichtingen
De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
De kantonrechter heeft ook onderzocht of een deel van de eis moet worden afgewezen omdat [gedaagde] onvoldoende of onjuiste informatie heeft gekregen op het moment dat hij de producten on line bestelde. Dat is niet het geval. De kantonrechter is dus van oordeel dat [gedaagde] voldoende informatie heeft gekregen of dat een eventuele schending van een informatieplicht niet ernstig genoeg is om een deel van de eis af te wijzen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Alektum moet betalen op € 120,78 dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 355,78. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Alektum dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Alektum te betalen € 97,70 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 49,99 vanaf 25 juni 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Alektum worden begroot op € 355,78;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
51909