ECLI:NL:RBROT:2025:13636

ECLI:NL:RBROT:2025:13636, Rechtbank Rotterdam, 21-11-2025, 11809965 CV EXPL 25-16145

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 21-11-2025
Datum publicatie 27-11-2025
Zaaknummer 11809965 CV EXPL 25-16145
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289

Samenvatting

Advocatenkantoor vordert betaling openstaande nota. Gedaagde heeft niet gehandeld als consument, daarom geen ambtshalve beoordeling van (on)eerlijkheid kostenbeding.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11809965 CV EXPL 25-16145

datum uitspraak: 21 november 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

de maatschap naar burgerlijk recht

[eiseres] ,

vestigingsplaats: [plaats] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. M.A.D. [eiseres] ,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [plaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

Tussen [eiseres] en [gedaagde] heeft een overeenkomst van opdracht bestaan, op grond waarvan [eiseres] juridische werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht. Er staat nog een factuur open. [eiseres] eist dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om aan haar het openstaande bedrag van € 3.179,44 te betalen, met rente en proceskosten, zoals in de dagvaarding van 14 juli 2025 staat. Ook eist zij dat de kantonrechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart.

[gedaagde] heeft gereageerd op de dagvaarding en heeft de vordering erkend.

2. De beoordeling

[gedaagde] is geen consument

In de rolbeslissing van 26 september 2025 heeft de kantonrechter [eiseres] gevraagd om zich uit te laten over de vraag of [gedaagde] een consument is. Volgens [eiseres] is dat niet het geval. De kantonrechter is dat met [eiseres] eens.

[gedaagde] heeft de opdracht aan [eiseres] gegeven in zijn hoedanigheid van bestuurder van [bedrijf 1] B.V. in verband met een faillissement van [bedrijf 2] B.V. [bedrijf 1] B.V. was bestuurder van [bedrijf 2] B.V. De opdracht had te maken met het faillissement en het voorkomen van aansprakelijkheid van [bedrijf 1] B.V. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] daarom niet heeft gehandeld voor doeleinden die buiten zijn bedrijfsactiviteiten vielen en daarmee is hij geen consument als bedoeld in artikel 6:230g lid 1 onder a BW.

Omdat [gedaagde] geen consument is, wordt de overeenkomst van opdracht tussen partijen door de kantonrechter niet (ambtshalve) getoetst op nakoming van de informatieverplichtingen.

[gedaagde] moet een hoofdsom van € 3.179,44 betalen

[gedaagde] heeft erkend dat de eis klopt. Hij heeft uitgelegd hoe de schuld is ontstaan en dat hij het financieel moeilijk heeft. De kantonrechter begrijpt dat het voor [gedaagde] financieel niet makkelijk is, maar dat betekent niet dat hij te laat mag betalen. Daarom wordt de geëiste hoofdsom toegewezen op basis van de feiten die in de dagvaarding staan.

De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet [eiseres] namelijk toestemming geven en dat heeft [eiseres] niet gedaan (artikel 6:29 BW). [gedaagde] kan wel contact opnemen met [eiseres] om te vragen of [eiseres] alsnog een betalingsregeling wil afspreken.

[gedaagde] moet rente betalen

De rente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 257,- aan griffierecht, € 238,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 119,- aan nakosten. Dat is in totaal € 760,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 3.179,44 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 22 december 2023 tot de dag dat volledig is betaald;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 760,14;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.

51909

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand