RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/702391 / KG ZA 25-662
Herstelvonnis van 24 november 2025
in de zaak van
1. [eiser 1], 2. [eiser 2],
woonplaats: Den Haag,
eisende partijen,
advocaat: mr. A.C. de Bakker,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: Dordrecht,
gedaagde partij,
advocaat: mr. W.S. Santema.
Partijen worden hierna [eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde] genoemd.
1. Het verzoek tot verbetering
Bij bericht van 19 november 2025 is de voorzieningenrechter door de advocaat van [gedaagde], mr. W.S. Santema, verzocht om verbetering van het op 7 november 2025 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat in randnummers 5.4. en 5.7. van dat vonnis de naam [eiser 1] wordt vervangen door [gedaagde].
2. De beoordeling
Artikel 31 lid 1 Rv bepaalt dat de rechter, op verzoek van een partij of ambtshalve, te allen tijde in zijn vonnis, arrest of beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent verbetert. Van een dergelijke fout is bijvoorbeeld sprake bij een zeer duidelijke verschrijving wanneer buiten twijfel is wat de rechter tot uitdrukking wilde brengen en die zich ook voor eenvoudig herstel leent.
In randnummers 5.4. en 5.7. van de beslissing in het vonnis van 7 november 2025 zijn dwangsomveroordelingen uitgesproken. Die dwangsomveroordelingen zijn gekoppeld aan veroordelingen van [eiser 1] en [eiser 2] om hun medewerking te verlenen aan het verstrekkende van notariële machtigingen. Per abuis staat in randnummers 5.4. en 5.7. dat [eiser 1] en [eiser 2] een eventueel verbeurde dwangsom aan [eiser 1] moeten betalen. [eiser 1] en [eiser 2] moeten een eventueel verbeurde dwangsom vanzelfsprekend aan [gedaagde] betalen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit voor partijen en derden ook direct duidelijk. Deze kennelijke fout leent zich voor eenvoudig herstel door middel van een herstelvonnis. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe op de wijze zoals hierna onder de beslissing staat vermeld.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter:
bepaalt dat waar in overwegingen 5.4. en 5.7. van het op 7 november 2025 tussen [eiser 1] en [eiser 2] enerzijds en [gedaagde] anderzijds gewezen vonnis staat “veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] om aan [eiser 1]” wordt gewijzigd in “veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] om aan [gedaagde]”;
bepaalt dat deze verbeteringen onder vermelding van de datum 24 november 2025 worden vermeld op de minuut van het vonnis van 7 november 2025;
gelast elk van partijen – voor zover zij dit niet al hebben gedaan – de ontvangen grosse, dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 7 november 2025 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025.
3349 / 2009