RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/704466 / HA ZA 25-641
Vonnis in incident van 26 november 2025
in de zaak van
[eiser] ,
wonende in Sliedrecht,
eisende partij in de hoofdzaak,
advocaat: mr. M.B. van Munster,
tegen
[gedaagde 1] ,
kantoorhoudende in Sliedrecht,
gedaagde partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident,
advocaat: mr. J.F. Verheijen,
waarin zich aan de zijde van de eisende partij in de hoofdzaak wil voegen
[gedaagde 2] ,
wonende in Sliedrecht,
eisende partij in het incident,
advocaat: mr. M.B. van Munster.
Partijen worden hierna [eiser], [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 22 juli 2025, met bijlagen 1 tot en met 14;
de conclusie van antwoord van [gedaagde 1];
de incidentele vordering tot voeging ex artikel 217 Rv van [gedaagde 2];
het B16-formulier van [gedaagde 1] voor de rol van 1 oktober 2025, waarin [gedaagde 1] zich in het incident refereert aan het oordeel van de rechtbank.
2. De beoordeling in het incident
[gedaagde 2] vordert dat het haar wordt toegestaan zich in de hoofdzaak aan de zijde van [eiser] te voegen. [gedaagde 1] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Artikel 217 Rv bepaalt dat een ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding kan vorderen zich daarin te mogen voegen. Voldoende is – kort gezegd – een belang bij de uitkomst van de procedure, in verband met de nadelige feitelijke of juridische gevolgen die deze uitkomst kan hebben.
De rechtbank wijst de vordering tot voeging toe, omdat de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen. [gedaagde 2] heeft voldoende onderbouwd dat zij belang heeft bij de uitkomst van de procedure tussen [eiser] en [gedaagde 1]. [gedaagde 2] is de echtgenote van [eiser]. Daarnaast is [gedaagde 2] – net als [eiser] – mede-eigenaar van het appartementsrecht dat recht geeft op het exclusieve gebruik van de woning aan het adres [adres]. [eiser] heeft in de hoofdzaak vorderingen ingesteld over de door [gedaagde 1] in rekening gebrachte servicekosten met betrekking tot dat appartementsrecht. Een uitspraak in de procedure tussen [eiser] en [gedaagde 1] heeft dus ook gevolgen voor [gedaagde 2].
[gedaagde 2] zal de gelegenheid worden gegeven om bij conclusie toe te lichten hoe en waarom haar belang in de hoofdzaak moet worden gerespecteerd. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen. Als [gedaagde 2] wil volstaan met het onderschrijven van de inhoud van de dagvaarding van [eiser], kan zij dit in een korte conclusie vermelden.
De proceskosten worden gecompenseerd, omdat [gedaagde 1] zich aan het oordeel van de rechtbank heeft gerefereerd.
3. De beslissing
De rechtbank:
in het incident
staat [gedaagde 2] toe zich in de zaak met zaaknummer C/10/704466 / HA ZA 25-641 te voegen aan de zijde van [eiser];
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 24 december 2025 voor conclusie van [gedaagde 2] als bedoeld onder 2.4.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.3349 / 3455