RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/704915 / HA ZA 25-673
Vonnis in incident van 19 november 2025
in de zaak van
SEALINER CONSOLIDATION & FORWARDING B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident,
advocaat: mr. R.L. Latten,
tegen
VEGGIEHOUSE B.V.,
statutaire vestigingsplaats: Borger,
gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident,
advocaat: mr. M.R. Koppenol.
Partijen worden hierna Sealiner en VeggieHouse genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 31 juli 2025, met bijlagen E1 tot en met E16;
de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, met bijlagen V1 tot en met V3;
de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident.
2. Het geschil in de hoofdzaak
Sealiner vordert om VeggieHouse bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan Sealiner te betalen € 35.675,00, te vermeerderen met rente en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 2.500,00, en met veroordeling van VeggieHouse in de proceskosten en de nakosten.
Sealiner legt - kort gezegd - het volgende ten grondslag aan haar vordering. Sealiner heeft in opdracht van VeggieHouse twee expeditie-opdrachten uitgevoerd met betrekking tot het doen vervoeren van reefer containers van de haven in Rotterdam c.q. Antwerpen naar de haven in Dakar. Sealiner heeft VeggieHouse voor deze expeditie-opdrachten twee facturen gestuurd, met een totaalbedrag van € 35.675,00. VeggieHouse heeft de facturen niet betaald.
VeggieHouse heeft nog niet op de dagvaarding gereageerd.
3. Het geschil in het incident
VeggieHouse vordert dat deze rechtbank zich bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, onbevoegd verklaart om van de vordering van Sealiner in de hoofdzaak kennis te nemen en de zaak verwijst naar de rechtbank Noord-Nederland, met veroordeling van Sealiner in de proceskosten van dit incident.
VeggieHouse legt - kort gezegd - het volgende ten grondslag aan haar vordering. VeggieHouse is gevestigd in Borger. Op grond van de hoofdregel van artikel 99 lid 1 Rv is de rechtbank Noord-Nederland dan ook bevoegd om kennis te nemen van de vordering van Sealiner in de hoofdzaak. In de dagvaarding stelt Sealiner ten onrechte dat in afwijking van deze hoofdregel de rechtbank Rotterdam bevoegd zou zijn op grond van een forumkeuze in artikel 23 van de Nederlandse Expeditievoorwaarden (ook wel FENEX-voorwaarden of FENEX-condities genoemd). VeggieHouse vernietigt namelijk de Nederlandse Expeditievoorwaarden en het daarin genoemde forumkeuzebeding op grond van artikel 6:233 sub b BW in samenhang met artikel 6:234 BW, omdat Sealiner aan VeggieHouse niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van die voorwaarden kennis te nemen. Sealiner heeft niet voldaan aan de zogenoemde terhandstellingsverplichting.
Sealiner voert verweer dat ertoe strekt om te oordelen dat (i) de Nederlandse Expeditievoorwaarden op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing zijn en (ii) deze rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van Sealiner in de hoofdzaak, zulks op grond van artikel 23 van de Nederlandse Expeditievoorwaarden, althans op grond van artikel 625 lid 1 sub a Rv, met veroordeling van VeggieHouse in de proceskosten van dit incident.
Sealiner legt - kort gezegd - het volgende ten grondslag aan haar verweer. VeggieHouse kan zich niet beroepen op de door haar aangehaalde vernietigingsgronden. Verder heeft Sealiner de Nederlandse Expeditievoorwaarden wel degelijk correct ter hand gesteld. Tot slot zijn de Nederlandse Expeditievoorwaarden branchevoorwaarden en wordt VeggieHouse geacht bekend te zijn met deze voorwaarden. Ten overvloede is de rechtbank Rotterdam (ook) op grond van artikel 625 lid 1 sub a Rv exclusief bevoegd om de hoofdzaak te behandelen, omdat de hoofdzaak ziet op de betaling van facturen met betrekking tot het doen vervoeren van goederen van Nederland naar Afrika over zee.
4. De beoordeling in het incident
Het is voor een verwerende partij in een bevoegdheidsincident niet mogelijk om tegenvorderingen in te stellen. Voor zover Sealiner heeft bedoeld te vorderen dat de rechtbank in dit incident oordeelt dat de Nederlandse Expeditievoorwaarden op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing zijn, blijft die vordering dan ook verder buiten beschouwing.
De vordering in het incident is vóór alle weren in de hoofdzaak en daarmee op tijd ingesteld (artikel 110 lid 1 Rv).
De hoofdregel: woonplaats gedaagde partij
De hoofdregel van artikel 99 lid 1 Rv is dat de relatief bevoegde rechter de rechter van de woonplaats van de gedaagde partij is. VeggieHouse is in de hoofdzaak de gedaagde partij en zij heeft haar woonplaats (vestigingsplaats) in Borger. Borger valt onder het werk- en rechtsgebied van de rechtbank Noord-Nederland, zittingslocatie Assen. Dit betekent dat de rechtbank Noord-Nederland, zittingslocatie Assen in beginsel relatief bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van Sealiner in de hoofdzaak.
Het forumkeuzebeding
Sealiner beroept zich echter op het in artikel 23 lid 1 van de tussen partijen overeengekomen Nederlandse Expeditievoorwaarden opgenomen forumkeuzebeding. Op grond van dat forumkeuzebeding staat het Sealiner, als expediteur, vrij om vorderingen
van opeisbare geldsommen - waarvan de verschuldigdheid niet door de wederpartij binnen vier weken na factuurdatum schriftelijk is betwist - voor te leggen aan de bevoegde Nederlandse rechter in de vestigingsplaats van Sealiner. Sealiner is gevestigd in Rotterdam. Deze rechtbank is daarom, in afwijking van de hoofdregel van artikel 99 lid 1 Rv, op grond van het forumkeuzebeding (bij uitsluiting van de rechtbank Noord-Nederland) bevoegd om van de vordering van Sealiner in de hoofdzaak kennis te nemen (artikel 108 lid 1 Rv).
VeggieHouse kan zich niet op vernietiging van het forumkeuzebeding beroepen
VeggieHouse betwist niet dat toepassing van het forumkeuzebeding in artikel 23 lid 1 van de tussen partijen overeengekomen Nederlandse Expeditievoorwaarden tot de hiervoor vermelde uitkomst leidt. VeggieHouse beroept zich echter wel op vernietiging van dat forumkeuzebeding en stelt zich op het standpunt dat op grond daarvan toch de hoofdregel van artikel 99 lid 1 Rv geldt. VeggieHouse legt daaraan - kort gezegd - ten grondslag dat Sealiner niet aan de zogenoemde terhandstellingsplicht heeft voldaan.
De rechtbank volgt VeggieHouse niet in dit standpunt.
De Nederlandse Expeditievoorwaarden zijn algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 6:231 sub a BW. In artikel 6:233 sub b BW staat dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is als de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen (de terhandstellingsplicht). In artikel 6:234 lid 1 BW is onder andere bepaald dat een redelijke mogelijkheid tot kennisname van algemene voorwaarden is geboden als de gebruiker de algemene voorwaarden overeenkomstig de in artikel 6:230c BW voorziene wijze heeft verstrekt. In artikel 6:230c, aanhef en lid 3, staat “[de informatie] is voor de afnemer gemakkelijk elektronisch toegankelijk op een door de dienstverrichter meegedeeld adres”. De rechtbank volgt VeggieHouse niet in haar standpunt dat artikel 6:234 lid 1 BW in dit geval niet relevant is. Hoewel VeggieHouse terecht stelt dat artikel 6:230c BW alleen van toepassing is op dienstverrichters in de zin van de Dienstenrichtlijn en dus niet op de tussen partijen gesloten overeenkomsten, heeft dit niet tot gevolg dat de in artikel 6:234 lid 1 BW in samenhang met artikel 6:230c BW beschreven methode van terhandstelling in dit geval niet van toepassing is. Dat volgt niet uit (de tekst van) artikel 6:234 lid 1 BW.
Sealiner heeft op haar offertes vermeld dat de Nederlandse Expeditievoorwaarden kunnen worden gedownload op de website www.fenex.nl. Het antwoord op de vraag of de algemene voorwaarden daarmee gemakkelijk elektronisch toegankelijk zijn als bedoeld in artikel 6:230c, aanhef en lid 3, BW, is afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval. Als de algemene voorwaarden zonder noemenswaardige inspanning gevonden kunnen worden op of via de website waarnaar op de offertes is verwezen, moet worden aangenomen dat de algemene voorwaarden gemakkelijk elektronisch toegankelijk zijn (HR 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:835, r.o. 3.2.3).
De rechtbank heeft de website www.fenex.nl bezocht. Die website linkt automatisch door naar de website www.tln.nl/over-tln/deelmarkten/fenex. De rechtbank constateert dat de Nederlandse Expeditievoorwaarden op die laatstgenoemde website kunnen worden gevonden door (i) op de homepagina van de website naar beneden te scrollen tot een blokje getiteld “Voorwaarden (o.a. expeditie)” of (ii) in het zoekveld “Nederlandse Expeditievoorwaarden” in te vullen en vervolgens naar beneden te scrollen. De rechtbank is van oordeel dat de Nederlandse Expeditievoorwaarden hiermee zonder noemenswaardige inspanning kunnen worden gevonden op of via de website waarnaar op de offertes van Sealiner wordt verwezen.
De conclusie is dan ook dat Sealiner aan de terhandstellingsplicht van artikel 6:233 sub b BW heeft voldaan, zodat VeggieHouse zich niet op die grond op vernietiging van de Nederlandse Expeditievoorwaarden en het daarin opgenomen forumkeuzebeding kan beroepen. De vordering in het incident wordt afgewezen. De overige verweren van Sealiner tegen de vordering in het incident behoeven gelet op het voorgaande geen bespreking.
Ten overvloede
De rechtbank overweegt ten overvloede nog het volgende. De stelling van Sealiner dat deze rechtbank op grond van artikel 625 lid 1 sub a Rv bij uitsluiting bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van Sealiner in de hoofdzaak, is onjuist. Op grond van dat artikel is deze rechtbank bij uitsluiting bevoegd om kennis te nemen van vorderingen betreffende het vervoer van goederen over zee. Daarmee is bedoeld het vervoer van goederen per zeeschip als bedoeld in artikel 8:370 BW en per binnenschip als bedoeld in artikel 8:890 BW. De vordering van Sealiner in de hoofdzaak is niet zo’n vordering. Die vordering strekt immers tot betaling van twee facturen met betrekking tot het doen vervoeren van goederen van Nederland naar Afrika over zee, zoals geregeld in artikel 8:60 BW (de expeditie-overeenkomst). Het vervoer van goederen op grond van een expeditie-overeenkomst valt niet onder het bereik van artikel 625 lid 1 sub a Rv.
VeggieHouse moet de proceskosten in het incident van Sealiner betalen
VeggieHouse is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident betalen. De proceskosten van Sealiner worden begroot op:
- salaris advocaat € 614,00 (1 punt × tarief II)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 792,00
Uitvoerbaarheid bij voorraad
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
5. De beslissing
De rechtbank:
in het incident
wijst de vordering af;
veroordeelt VeggieHouse in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als VeggieHouse de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet VeggieHouse € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 31 december 2025 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. D.L. Spierings. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.3349 / 2459