ECLI:NL:RBROT:2025:13882

ECLI:NL:RBROT:2025:13882, Rechtbank Rotterdam, 26-11-2025, FT RK 25/2050 en FT RK 25/2051

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 26-11-2025
Datum publicatie 30-11-2025
Zaaknummer FT RK 25/2050 en FT RK 25/2051
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001860

Samenvatting

Moratorium toegewezen. Zes maanden. Er is geen sprake meer van beslag op het inkomen van verzoeker, doordat hij van werkgever is gewisseld. Verzoeker genereert – op dit moment – ook voldoende inkomen om zijn lopende huurtermijnen te betalen. Daarnaast is verzoeker zich ervan bewust dat de lopende huurtermijnen tijdig betaald dienen te worden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: toewijzing

toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk

rekestnummers: [nummer 1] – [nummer 2]

uitspraakdatum: 26 november 2025

[verzoeker] ,

wonende te [adres]

[postcode] [woonplaats] ,

verzoeker.

1. De procedure

Verzoeker heeft op 14 november 2025, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.

In het vonnis van deze rechtbank van 14 november 2025 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 19 november 2025.

Ter zitting van 19 november 2025 zijn verschenen en gehoord:

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2. Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 september 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker ten uitvoer te leggen.

Verzoeker werkte als buschauffeur bij de RET. Er was sprake van beslag op zijn inkomen, waardoor hij de lopende huurtermijnen – net als zijn andere vaste lasten – niet kon voldoen. Nu, is verzoeker – sinds kort – elders als buschauffeur gaan werken. Er is geen sprake meer van beslag op zijn inkomen. Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij minimaal € 2.747,80 verdient. De kale huur bedraagt € 860,95. Verzoeker genereert voldoende inkomen om de lopende huurtermijnen – vanaf heden – te betalen. Ook zal verzoeker zelf zorg dragen dat de lopende huurtermijnen tijdig zullen worden betaald.

3. Het verweer

Ter zitting heeft verweerster het volgende verklaard. Verzoeker woont sinds november 2024 in de woning. Vanaf november 2024 heeft verzoeker één of twee keer de huurtermijn voldaan. Verweerster heeft meerdere keren om inspectie van de woning verzocht, maar verzoeker schijnt nimmer in de woning aanwezig te zijn. Verzoeker heeft ook nooit enige reactie op de verzoeken van verweerster gestuurd. Ook is veroeker niet ter zitting bij de kantonrechter verschenen. Verweerster heeft geen vertrouwen meer in verzoeker. Verweerster verzoekt de gevraagde voorziening af te wijzen.

4. De beoordeling

Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu verzoeker een kopie van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 september 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker en een kopie van het exploot van 1 oktober 2025 heeft overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerster op 19 november 2025 zal overgaan tot ontruiming van de woning van verzoeker, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een bedreigende situatie.

De wetgever heeft met een moratorium beoogd om een schuldenaar bij een – dreigende – executie een adempauze te bieden opdat de schuldenaar in staat wordt gesteld om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden overeen te komen.

Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de voorlopige voorziening dient te worden toegewezen dan wel afgewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoeker enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerster, anderzijds.

Het belang van verzoeker bestaat erin dat hij in de huurwoning kan blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoeker kan worden doorlopen.

Het belang van verweerster bestaat erin dat zij het vonnis van 17 september 2025 ten uitvoer kan leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de lopende huurtermijnen kunnen en zullen worden voldaan. Er is geen sprake meer van beslag op het inkomen van verzoeker, doordat hij van werkgever is gewisseld. Verzoeker genereert – op dit moment – ook voldoende inkomen om zijn lopende huurtermijnen te betalen. Daarnaast is verzoeker zich ervan bewust dat de lopende huurtermijnen tijdig betaald dienen te worden. Tegen deze achtergrond dient het belang van verzoeker zwaarder te wegen dan het belang van verweerster.

De rechtbank acht termen aanwezig om ter zekerheid van de belangen van verweerster in het dictum een voorwaarde op te nemen. De verzochte voorziening zal onder de in het dictum genoemde voorwaarde worden toegewezen.

Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoeker gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoeker te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- schort de tenuitvoerlegging op van het op 17 september 2025 op verzoek van verweerster uitgesproken vonnis van deze rechtbank tot ontruiming van de huurwoning van verzoeker gelegen aan het [adres] ( [naam verdieping] )+berging achter galerijdeur [nummer X] , [postcode] te [woonplaats] , voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;

- bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van zes maanden vanaf 14 november 2025;

- bepaalt dat deze voorziening slechts geldt zolang de lopende huurtermijnen gedurende deze periode tijdig worden voldaan;

- bepaalt dat schuldhulpverlening die namens verzoeker de buitengerechtelijke schuldregeling gaat uitvoeren, uiterlijk twee weken voor het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b, zesde lid, Fw;

- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Aukema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?