ECLI:NL:RBROT:2025:13990

ECLI:NL:RBROT:2025:13990, Rechtbank Rotterdam, 29-10-2025, FT RK 25/1148

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 29-10-2025
Datum publicatie 02-12-2025
Zaaknummer FT RK 25/1148
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001860

Samenvatting

Dwangakkoord afwijzen. Saneringskrediet. Niet aannemelijk dat het voorstel het maximaal haalbare is.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

rekestnummer: [nummer]

uitspraakdatum: 29 oktober 2025

afwijzen gedwongen schuldregeling

in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende te [adres]

[postcode] [plaatsnaam],

verzoekster.

1. De procedure

Verzoekster heeft op 30 juni 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een schuldeiser, te weten:

- Interbank N.V., in behandeling bij Vesting Finance, hierna te noemen: Interbank;

die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.

Interbank, inmiddels handelend onder de naam IB Krediet B.V., heeft voorafgaand aan de zitting een verweerschrift ingediend. Zij hebben daarin tevens aangegeven wegens proceseconomische redenen enkel schriftelijk verweer te voeren.

Ter zitting van 22 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord:

De uitspraak is bepaald op heden.

2. Het verzoek

Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift vijf (concurente) schuldeisers met zes vorderingen. Deze schuldeisers hebben volgens het verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in totaal een bedrag van € 34.501,80 van verzoekster te vorderen.

Verzoekster heeft bij brief van 31 maart 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 3,06 % aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. Ten tijde van de brief van 31 maart 2025 betrof de schuldenlast € 35.501,80.

Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar Participatiewet-uitkering. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar budgetbeheerder voldaan.

Schuldhulpverlening heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat de eerder afgegeven ontheffing (welke liep tot 26 oktober 2024) niet is verlengd. Het is evenwel niet de verwachting dat verzoekster op korte termijn een hoger inkomen zal hebben. Verder is verzoekster bezig met taallessen.

Vier schuldeisers (met vijf vorderingen) stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Interbank stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 27.546,96 op verzoekster.

3. Het verweer

Interbank stelt zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Zij heeft daartoe – kort samengevat – het volgende aangevoerd. Het aangeboden bedrag is te laag en staat niet in verhouding met de totale schuldvordering. In de visie van Interbank heeft verzoekster voorts niet het maximaal haalbare aangeboden. Er is namelijk geen medische problematiek en er is ook geen ontheffing van de arbeidsplicht. De inkomenspositie van verzoekster zou de komende tijd nog kunnen verbeteren. Interbank wijst er daarbij op dat in de schuldsaneringsregeling wettelijke waarborgen bestaan om te verzekeren dat verzoekster zich maximaal inspant om zoveel mogelijk baten voor haar schuldeisers te verwerven.

4. De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Interbank bij haar weigering vast.

De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Interbank in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.

De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.

Vooropgesteld wordt dat de vordering van Interbank een aanzienlijk aandeel vormt in de totale schuldenlast (te weten 79,8 % daarvan). Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat Interbank in redelijkheid niet kon weigeren om met de schuldregeling in te stemmen.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Het aanbod betreft een saneringskrediet gebaseerd op de huidige inkomsten uit hoofde van een Participatiewet-uitkering. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is onvoldoende duidelijk geworden dat verzoekster niet in staat zou zijn om (minimaal) 36 uur per week te werken. Er is geen recente ontheffing van de arbeidsplicht overgelegd. Verzoekster heeft verder ook geen medische stukken overgelegd, waaruit blijkt dat zij arbeidsongeschikt is. De rechtbank kan dus niet zonder meer vaststellen dat de huidige afloscapaciteit van verzoekster blijvend is.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Interbank als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoekster of de overige schuldeisers. Het verzoek om Interbank te bevelen in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.

Gelet op het voorgaande behoeft het verweer van Interbank geen nadere bespreking.

De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Tideman rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.J. Tideman

Griffier

  • mr. T.M.M. de Laat

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?