RECHTBANK ROTTERDAM
Wrakingskamer
Zaak- en rekestnummer: C/10/709374 / HA RK 25-1072
Beslissing van 18 november 2025
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
woonplaats: Maassluis,
hierna te noemen: verzoeker,
advocaat: mr. T.Y. Tsang,
strekkende tot de wraking van
mr. W.P.M. Jurgens,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1. De procedure
Het verzoek van verzoeker strekt tot wraking van de rechter in de civiele zaak met zaak- en rolnummer C/10/699037 / HA ZA 25-375 (de hoofdzaak). De hoofdzaak betreft een geschil tussen verzoeker en [naam]. Het dossier van de hoofdzaak is ter beschikking gesteld aan de wrakingskamer.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de op 30 oktober 2025 gehouden mondelinge behandeling in de hoofdzaak, tijdens welke mondelinge behandeling verzoeker de rechter heeft gewraakt.
2. De ontvankelijkheid van het verzoek
Uit het proces-verbaal van de op 30 oktober 2025 gehouden mondelinge behandeling in de hoofdzaak blijkt dat verzoeker en zijn advocaat – voor zover voor de beoordeling van het wrakingsverzoek van belang – het volgende hebben gezegd:
“[verzoeker] zegt dat hij de kantonrechter partijdig vindt.
Mr. Tsang zegt dat [verzoeker] de kantonrechter wil wraken en dat zij doet wat haar cliënt zegt.
Op de vraag wat de wrakingsgrond is zegt mr. Tsang dat [verzoeker] zich niet gehoord voelt.”.
De wet schrijft voor dat een wrakingsverzoek wordt gedaan zodra de feiten en omstandigheden die aanleiding geven tot dat verzoek bekend zijn geworden en dat al die feiten en omstandigheden tegelijk moeten worden aangevoerd. Het wrakingsverzoek voldoet niet aan deze voorschriften. Verzoeker en zijn advocaat hebben tijdens de mondelinge behandeling in de hoofdzaak namelijk slechts gezegd dat verzoeker de rechter partijdig vindt en dat verzoeker zich niet gehoord voelt. Verzoeker en zijn advocaat hebben nagelaten om daarbij concrete feiten, omstandigheden of gedragingen van de rechter aan te voeren op grond waarvan zij menen dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
Voor een behandeling van het verzoek tijdens een mondelinge behandeling bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Gezien het voorgaande komt de wrakingskamer aan dat debat niet toe.
3. De beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.H. Geerars, voorzitter, en mr. K.A. Baggerman en mr. F.P.J. Schoonen, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.