ECLI:NL:RBROT:2025:14015

ECLI:NL:RBROT:2025:14015, Rechtbank Rotterdam, 19-11-2025, ROT 25/7996

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 03-12-2025
Zaaknummer ROT 25/7996
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een spoedeisend belang. Niet is gebleken dat verzoeker door de weigering om een andere promotor aan de EUR aan te wijzen niet verder kan met zijn promotieonderzoek. Zijn promotietraject volgt hij immers ook aan andere universiteiten en hij heeft ook een begeleider aan de Universiteit van Hamburg. Voor de daadwerkelijke verdediging van zijn proefschrift heeft verzoeker een promotor aan de EUR nodig, maar deze verdediging zal pas, zo heeft het CvP onbetwist gesteld, in 2027 plaatsvinden. Evenmin heeft verzoeker aannemelijk gemaakt dat de DAAD-beurs zal worden beëindigd, nu hij niet meer over een promotor aan de EUR beschikt.

Uitspraak

[verzoeker], uit Hamburg, verzoeker,

(gemachtigde: mr. Y. Ersoy),

en

het College voor Promoties van de Erasmus University Rotterdam, het CvP,

(gemachtigde: mr. R.M. Bertens).

Samenvatting

Het College voor promoties van de Erasmus University te Rotterdam heeft een verzoek van verzoeker om een andere promotor afgewezen. Hierdoor kan hij zijn promotietraject aan de Erasmus Universiteit Rotterdam niet voorzetten. Met zijn verzoek om voorlopige voorziening wil hij onder meer bereiken dat er tijdelijk een andere promotor wordt toegewezen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er onvoldoende spoedeisend belang is. Verzoeker kan zijn promotieonderzoek aan een andere universiteit voortzetten. Zijn verdediging van zijn proefschrift, waarvoor hij wel een promotor moet hebben, zal pas in 2027 plaatsvinden. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Inleiding

Met de e-mail van 18 maart 2025 (primaire besluit) heeft de directeur van de Erasmus Graduate School of Law aan verzoeker medegedeeld dat zijn verzoek om een andere promotor aan te stellen wordt geweigerd. Ook is aangekondigd dat als verzoeker zijn promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (hierna: EUR) niet onder de supervisie van zijn huidige promotor wenst voort te zetten zijn promotietraject aan de EUR zal worden beëindigd.

Met het besluit van 18 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft het CvP de e-mail van 18 maart 2025 aangemerkt als een (namens hem genomen) besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht en het hiertegen gerichte bezwaar ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep (zaaknummer ROT 25/6601) ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Verzoeker heeft bij brief van 20 oktober 2025 het spoedeisend belang onderbouwd. Op 23 oktober 2025 heeft hij nog nadere stukken ingediend.

Het CvP heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 6 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde, [naam 1] (medewerker van het kantoor van de gemachtigde), de tolk [naam 2] en de gemachtigde van het CvP.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?

Verzoeker, die afkomstig is uit Egypte, is sinds september 2023 promovendus bij het European Doctorate in Law and Economics (hierna: EDLE) programma. Dit programma duurt vier jaar. Gedurende het eerste jaar heeft verzoeker zijn onderzoek uitgevoerd aan de Universiteiten van Bologna en Hamburg. In Hamburg is hij begeleid door

[naam 3]. In het tweede jaar is verzoeker gestart aan de EUR en hij wordt gedurende dit traject begeleid door [naam 4] (hierna: de promotor). Het promotieonderzoek van verzoeker en zijn levensonderhoud wordt gefinancierd door een Duitse onderzoeksbeurs (hierna: DAAD-beurs.)

In april 2024 heeft de promotor online een open brief “Open Letter United Against the Academic Boycott of Israel” (hierna: open brief) ondertekend. Deze brief is door de ondertekenaars op persoonlijke titel ondertekend en niet namens de universiteit.

Op 21 november 2024 heeft verzoeker kennis genomen van het feit dat de promotor de in 2.2. genoemde brief heeft ondertekend.

In de e-mail van 4 december 2024 aan de promotor heeft verzoeker aangegeven dat hij tevreden is over de begeleiding, maar stelt een probleem te hebben met de ondertekening van de open brief door de promotor. Hij heeft de promotor gevraagd zijn ondertekening van de open brief in te trekken. Het voortzetten van de begeleidingsrelatie voelde niet langer goed en gezond voor verzoeker. Hij heeft, indien de promotor het met hem eens is, verzocht om hulp bij de praktische stappen om een andere promotor te vinden. De promotor heeft deze e-mail doorgestuurd naar de directeur van de Erasmus Graduate School of Law (hierna: EGLS).

In de e-mail van 13 december 2024 aan verzoeker heeft de directeur van de EGLS aangegeven dat de promotor kenbaar heeft gemaakt geen reden te zien om de begeleiding te beëindigen omdat in de professionele relatie tussen promotor en verzoeker politieke opvattingen geen rol zouden moeten spelen en dat zij deze opvatting van de promotor deelt. Op 23 januari 2025 en 3 maart 2025 zijn, gelet op artikel 2.2. van het Promotiereglement 2025 Erasmus Universiteit Rotterdam (hierna: het Reglement), bemiddelingsgesprekken met verzoeker gevoerd. Ook is met de promotor een gesprek gevoerd.

In het primaire besluit heeft de directeur medegedeeld dat het verzoek van verzoeker om een andere promotor aan te stellen wordt geweigerd. Op 14 april 2025 heeft verzoeker een bezwaarschrift ingediend.

Waar gaat het in deze zaak om?

Bij het bestreden besluit heeft het CvP, met overneming van het advies van de Adviescommissie voor Klachten en Bezwaarschriften (AKB) van 9 juli 2025, de weigering van het verzoek om een andere promotor aan te stellen gehandhaafd. Volgens het CvP is niet gebleken dat de promotor niet langer in staat of bereid is als promotor op te treden of dat de promotor onvoldoende goed invulling geeft aan de rol van promotor. Er is daarom volgens het CvP geen aanleiding voor vervanging van de promotor op grond van artikel 3.2, zesde of zevende lid, van het Reglement.

Vervolgens is bij e-mail van 22 juli 2025 aan verzoeker medegedeeld dat het promotieproject bij de EUR en de hospitality agreement per 1 september 2025 zal eindigen.

Verzoeker is het niet eens met het bestreden besluit en de gevolgen daarvan. Hij is van mening dat door het ondertekenen van de open brief door de promotor sprake is van fundamentele vertrouwensbreuk in zijn begeleidingsrelatie met zijn promotor, zodat niet van hem verlangd kan worden dat hij zijn promotietraject met deze promotor voortzet. Indien hij geen andere promotor krijgt zal ook zijn deelname aan het EDLE-programma en de DAAD-beurs eindigen. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat het bestreden besluit wordt geschorst totdat op het beroep is beslist en/of het CvP wordt opgedragen tijdelijke maatregelen te treffen waardoor hij zijn positie als promovendus behoudt, zijn deelname aan het EDLE-programma en zijn toegang tot academische faciliteiten bij de Erasmus Universiteit Rotterdam worden gewaarborgd en handelingen achterwege laat die zijn DAAD-beurs in gevaar kunnen brengen.

Wat vindt de voorzieningenrechter van de zaak?

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Spoedeisend belang

5. Een procedure bij de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang is om de zaak inhoudelijk te kunnen beoordelen.

6. Verzoeker heeft aangevoerd dat sprake is van een spoedeisend belang omdat hij met ingang van 1 september 2025 geen academische begeleiding meer van de EUR ontvangt en hij voor zijn onderzoek geen gebruik meer kan maken van de universitaire faciliteiten. Hoewel hij voor zijn promotieonderzoek tevens is verbonden aan de partneruniversiteiten Hamburg en Bologna, brengt de beëindiging van zijn promotietraject aan de EUR ernstige en onomkeerbare gevolgen met zich mee, De voorwaarden van het EDLE-programma vereisen dat iedere promovendus zijn proefschrift verdedigt aan de EUR en dat hij wordt begeleid door een promotor van de EUR. Het bestreden besluit heeft dan ook tot gevolg dat hij niet meer beschikt over een EUR-promotor die hem kan begeleiden bij de voorbereiding op de verdediging van het proefschrift. Hierdoor kan verzoeker zijn doctoraatstitel niet behalen, of zal hij in ieder geval onomkeerbare en/of aanzienlijke vertraging oplopen in de afronding van zijn promotieonderzoek. Hiermee loopt verzoeker ook het risico op dat hij uit het EDLE-programma wordt verwijderd en de daaraan gekoppelde DAAD-beurs verliest.

7. De CvP stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang. De CvP wijst er allereerst op dat verzoeker al sinds 18 juli 2025 weet dat de begeleiding vanuit de Erasmus School of Law (ESL) per 1 september 2025 zou ophouden, terwijl er pas op 13 oktober 2025 een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. Daarnaast stelt de CvP dat verzoeker bij het verdedigen van zijn proefschrift en de voorbereiding daarop een promotor van de EUR nodig heeft, maar dat de verdediging van het proefschrift pas over minimaal twee jaar zal plaatsvinden. Daarbij komt dat verzoeker aan de Universiteit van Hamburg ook een begeleider heeft die hem bij zijn promotieonderzoek kan begeleiden. Voor zover verzoeker vreest dat hij uit het EDLE project zal worden gezet en zijn DAAD-beurs zal verliezen nu hij geen promotor aan de EUR heeft, is de CvP niet gebleken dat er aanwijzingen zijn dat dat ook daadwerkelijk zal gebeuren.

7. De voorzieningenrechter ziet in dit geval onvoldoende spoedeisend belang om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningen rechter zal hieronder uitleggen hoe zijn tot dat oordeel is gekomen.

8. Niet is geschil is dat verzoeker geen begeleiding bij zijn promotietraject meer krijgt vanuit de EUR, nu zijn verzoek om een andere promotor is afgewezen. De voorzieningenrechter is niet gebleken dat verzoeker op dit moment niet verder kan met zijn promotieonderzoek. Zijn promotietraject volgt hij immers ook aan andere universiteiten. Hij heeft aan de Universiteit van Hamburg ook een begeleider. Ter zitting heeft hij verklaard dat hij toegang heeft tot die faciliteiten aan die universiteit. Er is dan ook niet gebleken dat verzoeker niet verder kan als promovendus aan de Universiteit van Hamburg. Voor de daadwerkelijke verdediging van zijn proefschrift heeft verzoeker een promotor aan de EUR nodig, maar deze verdediging zal pas, zo heeft het CvP onbetwist gesteld, in 2027 plaatsvinden. Verzoeker vreest verder dat als gevolg van het afwijzen van zijn verzoek om een andere promotor hij ook niet meer aan de voorwaarden van het EDLE-programma voldoet en dit programma zal worden beëindigd. Verzoeker heeft op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat de deelname aan dat programma daadwerkelijk zal worden beëindigd. Bovendien kan de deelname aan het programma volgens de Doctoral Candidate Agreement, bij onvoldoende voortgang, alleen door de EDLE Coordination Board worden beëindigd na een waarschuwing. Niet is gebleken dat verzoeker een dergelijke waarschuwing heeft gekregen. Wat betreft de DAAD-beurs van verzoeker blijkt uit de Letter of Award dat die aan hem is toegekend van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2027. Verzoeker heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat deze beurs beëindigd zal worden, nu hij niet meer over een promotor aan de EUR beschikt.

9. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker graag duidelijkheid wil over het verdere verloop van zijn promotietraject en ook over de vraag wie hem daarbij als promotor aan de EUR zal begeleiden bij het verdedigen van zijn proefschrift, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op korte termijn onaanvaardbare gevolgen voor zijn promotietraject zal ondervinden en hij de uitspraak op zijn beroep niet kan afwachten. Vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang komt de voorzieningenrechter niet toe aan een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. De vraag of de afwijzing van het verzoek om een andere promotor onrechtmatig is vanwege de door verzoekers aangevoerde beroepsgronden komt in de bodemprocedure aan de orde.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af. Dat betekent dat verzoeker vooralsnog geen andere promotor krijgt. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.G.L. de Vette, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.J. Bes, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. D.J. Bes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?