ECLI:NL:RBROT:2025:14070

ECLI:NL:RBROT:2025:14070, Rechtbank Rotterdam, 12-05-2025, C/10/694839 / FA RK 25-1394

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 12-05-2025
Datum publicatie 08-12-2025
Zaaknummer C/10/694839 / FA RK 25-1394
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Beschikking van de meervoudige kamer over het verzoek tot herroeping van de beslissing tot schorsing gezag c.q. voogdij

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/694839 / FA RK 25-1394

Datum uitspraak: 12 mei 2025

Beschikking van de meervoudige kamer

in de zaak van

[naam vader] ,

hierna te noemen de (pleeg)vader, ingeschreven op een briefadres in [plaatsnaam], thans verblijvende in [verblijfplaats],

advocaat: mr. R.H.P. Feiner, kantoorhoudende te Rotterdam.

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats 1], hierna te noemen [minderjarige 1],

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats 2], hierna te noemen [minderjarige 2].

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de (pleeg)moeder, ingeschreven op een briefadres in [plaatsnaam], thans verblijvende in [verblijfplaats],

advocaat: mr. W.R. Arema, kantoorhoudende te Rotterdam.

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad.

De rechtbank merkt als informant aan:

[naam 1] ,

hierna te noemen de moeder van [minderjarige 1].

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met producties van mr. Feiner, namens de vader, van 24 februari 2025, ontvangen op 25 februari 2025;

de ongedateerde brief van mr. Feiner, waarin hij verzoekt binnen vier weken een zitting te bepalen, ontvangen op 5 maart 2025;

de ongedateerde briefrapportage van de GI, ontvangen op 10 april 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 april 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de advocaat van de (pleeg)vader;

- de advocaat van de (pleeg)moeder;

twee vertegenwoordigers van de Raad, [naam 2] en [naam 3];

de moeder van [minderjarige 1].

De rechtbank heeft bijzondere toegang verleend aan [naam 4], de oma van [minderjarige 1], ter emotionele ondersteuning van de moeder van [minderjarige 1].

De (pleeg)vader en de (pleeg)moeder zijn niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat de (pleeg)vader en de (pleeg)moeder wel juist zijn opgeroepen.

Ook de GI is niet verschenen. De jeugdbeschermers hebben per briefrapportage laten weten verhinderd te zijn en de zaak vanwege de aard niet te kunnen laten waarnemen door een collega.

De rechtbank heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft geen mening gegeven. De GI heeft in haar briefrapportage aangegeven dat [minderjarige 1] niet aanwezig zal zijn bij het gesprek met de kinderrechter.

2. De feiten

Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 28 mei 2024 zijn de (pleeg)vader en de (pleeg)moeder geschorst in de uitoefening van het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en in de uitoefening van de voogdij over [minderjarige 1] en is bepaald dat de GI is belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige 2] en [minderjarige 1].

De schorsing in de uitoefening van het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en in de uitoefening van de voogdij over [minderjarige 1] loopt door, nu de Raad op 27 augustus 2024 – en daarmee binnen drie maanden na 28 mei 2024 – het verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en de voogdij over [minderjarige 1] heeft ingediend. De schorsing loopt door totdat op dit verzoek is beslist.

Bij beschikking van 30 december 2024 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoek van de Raad om het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en de voogdij over [minderjarige 1] van de (pleeg)ouders te beëindigen aangehouden tot de zitting van 23 juni 2025.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven samen in een gezinshuis.

3. Het verzoek

De (pleeg)vader verzoekt primair op grond van de artikelen 6 en 8 van het EVRM de beslissing tot schorsing van het gezag te herroepen en in de plaats ervan een ondertoezichtstelling met machtiging tot uithuisplaatsing af te geven, met benoeming van de GI tot uitvoerder daarvan.

De (pleeg)vader verzoekt subsidiair een bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te benoemen.

4. De standpunten

Namens de (pleeg)vader is in aanvulling op het verzoekschrift ter zitting het volgende naar voren gebracht. De voorlopige voogdijmaatregel is naar zijn aard een tijdelijke maatregel. De maatregel kan echter oneindig voortduren nu er door de Raad een verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag is ingediend. Dat is niet de bedoeling van de wetgever geweest. Er is sprake van een rechtsvacuüm. De (pleeg)ouders zijn gedetineerd, maar zijn prima in staat om het ouderlijk gezag uit te oefenen. De (pleeg)vader krijgt nu niet de kans om dat te laten zien. Bovendien is er bij een voorlopige voogdijmaatregel geen plan van aanpak, gezinsplan of perspectiefbepaling. Bij een ondertoezichtstelling moeten die stukken er wel zijn. Dat betekent dat er nu voor de (pleeg)ouders een informatieachterstand is. Beslissingen over de kinderen worden pas achteraf meegedeeld aan de (pleeg)ouders. Sinds de vorige zitting is er veel gebeurd: de kinderen zijn overgeplaatst naar een gezinshuis en gaan sinds kort naar een andere school. Daarnaast is de omgangsregeling met de (pleeg)ouders beperkt zonder dat dit voldoende is onderbouwd. De kinderen bellen nog maar één keer in de maand met de ouders, waarbij [minderjarige 1] de laatste keer niet meer aanwezig was. De (pleeg)vader heeft de kinderen sinds de uithuisplaatsing niet meer fysiek gezien. Verder is het contact met de overige familieleden verminderd naar vier keer per jaar. Uit de briefrapportage van de GI blijkt dat het zeker niet beter gaat met de kinderen. Dat kan niet los worden gezien van de totale ontkoppeling van de kinderen, de overplaatsing naar het gezinshuis, de wijziging van school en het stopzetten van de logeermomenten bij familie.

In tegenstelling tot wat in artikel 6 EVRM staat, is er voor de (pleeg)vader geen eenvoudige en effectieve toegang tot het recht in procedures bij de familierechter vanwege de hogere financiële drempels en de doorlooptijden van deze procedures, terwijl wel sprake is van een ongelijke verhouding tussen burger en overheid nu de GI de beslissingsbevoegdheid over de kinderen heeft. Om die redenen is een procedure op grond van artikel 1:377a Burgerlijk Wetboek (BW)) voor de (pleeg)vader geen optie. Ook wordt verwezen naar de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 maart 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1327, waarin het Gerechtshof een oordeel geeft over de rechtspositie van voogdijkinderen. Het gerechtshof overweegt in die zaak dat het op grond van de huidige wetgeving niet mogelijk is om een geschil over de uitvoering van de voogdijmaatregel voor te leggen aan de rechter en oordeelt dat dit hiaat in de wetgeving moet worden gedicht door analogische toepassing van artikel 1:262b BW.

In het kader van de voorlopige voogdijmaatregel hebben ook de kinderen geen rechtsingang, terwijl de rechtspositie van kinderen die uit huis zijn geplaatst gelet op artikel 25 IVRK juist moet worden geborgd. Daarom wordt subsidiair verzocht om een bijzondere curator te benoemen. Mogelijk is er een verschil van inzicht over wat in het belang van de kinderen is. Het is goed als een bijzondere curator betrokken is als een soort controleur. De GI deelt niet alle informatie over hoe het met de kinderen gaat. Dat zorgt voor onwetendheid bij de (pleeg)ouders. Verder heeft de GI bepaald dat [minderjarige 1] niet wordt gehoord door de rechtbank. Dat is te begrijpen, maar laat ook zien dat het knelt.

Namens de (pleeg)moeder is ter zitting het verzoek van de (pleeg)vader ondersteund. De (pleeg)moeder begrijpt dat de omgang na de overplaatsing van de kinderen naar het gezinshuis kort werd beperkt om hen te laten landen, maar de omgangsregeling is nu nog steeds ongewijzigd. Een verzoek om een omgangsregeling te bepalen op grond van artikel 1:377a BW zal naar verwachting niet vóór 23 juni 2025 (de zittingsdatum waarop het verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag wordt behandeld) kunnen worden behandeld gelet op de zittingsagenda van de rechtbank.

Wat betreft het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt voorgesteld om [naam 5] te benoemen aangezien zij dit gezin al kent. De (pleeg)moeder denkt dat de kinderen het fijn vinden als zij een eigen advocaat hebben aan wie zij kunnen vertellen wat zij willen. De kinderen zouden bij de bijzondere curator kunnen aangeven dat zij meer behoefte hebben aan contact en omgang met de (pleeg)ouders. Of de kinderen die behoefte hebben, is nu niet duidelijk. De (pleeg)moeder zegt daarover iets anders dan de GI. Het is onduidelijk of de manier waarop de kinderen nu reageren op het contact met de (pleeg)ouders te maken heeft met eventuele trauma’s, het verlies van bekende gezichten, de verhuizing naar het gezinshuis of dat dit komt doordat de kinderen zich nu vrij voelen om te zeggen hoe het met hen gaat.

De Raad heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. Er wordt namens de (pleeg)vader gesteld dat de (pleeg)ouders beschikbaar en bereikbaar zijn. De (pleeg)vader is vorige week echter tot twee keer toe gebeld door de raadsonderzoekers, waarna hij duidelijk heeft aangegeven dat hij niet wil praten. Ook de begeleider van de (pleeg)vader bij het Pieter Baan Centrum heeft per e-mail laten weten dat de vader geen zin heeft om met de Raad in gesprek te gaan. Daarbij is het nog onbekend hoe lang de (pleeg)ouders nog in detentie zitten. Die onzekerheid mag niet bij de kinderen worden gelegd. Wat dat betreft is de situatie ten opzichte van de zitting in december 2024 weinig veranderd. De Raad ziet daarom voor nu geen reden om over te gaan op een andere kinderbeschermingsmaatregel, dan de maatregel die op dit moment geldt. Overigens heeft de rechtbank tijdens de zitting in december 2024 overwogen dat de ontwikkelingen in het strafproces van de (pleeg)ouders, waaronder de observaties van de (pleeg)ouders in het Pieter Baan Centrum, moeten worden afgewacht. Naar aanleiding daarvan zal de Raad ten behoeve van de zitting in juni 2025 opnieuw rapporteren. Daarbij zal door de Raad ook worden bekeken of een lichtere kinderbeschermingsmaatregel passend is. Het nader onderzoek van de Raad loopt op dit moment nog. Ten aanzien van het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator vraagt de Raad zich af wat de meerwaarde daarvan is. Er zijn al veel mensen betrokken bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Als daar een bijzondere curator bij komt, krijgen de kinderen wel erg veel op hun bord. De kinderen gaan starten met behandeling voor mogelijke trauma’s die zij hebben opgelopen. In de briefrapportage van de GI is te lezen dat [minderjarige 1] klem zit tussen alle betrokkenen, te weten de pleegouders, de familie van de moeder van [minderjarige 1], de familie van de pleegouders en de hulpverleners.

5. De informatie van de informant

De moeder van [minderjarige 1] heeft aangegeven dat er al veel op [minderjarige 1] af komt. Zij merkt dit aan zijn gedrag. Een bijzondere curator er bij zal te belastend zijn voor hem. De moeder van [minderjarige 1] ziet [minderjarige 1] een middag per maand. Zij merkt aan [minderjarige 1] dat hij erg wisselend is in wat hij wil. Hij is veel bezig met wat de gedetineerde pleegouders willen. Hierdoor loopt zijn hoofd over en vergeet hij bijvoorbeeld zijn huiswerk.

6. De beoordeling

Over het primaire verzoek tot herroeping van de beslissing tot schorsing gezag c.q. voogdij

Namens de (pleeg)vader is primair verzocht de beslissing van de kinderrechter in deze rechtbank van 28 mei 2024 tot schorsing van het gezag (de rechtbank begrijpt: ook de schorsing in de voogdij) te herroepen en in de plaats daarvan een ondertoezichtstelling met machtiging tot uithuisplaatsing af te geven, met benoeming van de GI tot uitvoerder daarvan. De advocaat van de (pleeg)moeder heeft ter zitting dit verzoek ondersteund.

De vraag is of er een rechtsingang is voor dit verzoek en of de (pleeg)vader dus in zijn verzoek kan worden ontvangen. Dat die rechtsingang er is, is niet gesteld, anders dan door te verwijzen naar de artikelen 6 en 8 EVRM en 25 IVRK. Deze artikelen, die kort gezegd, het recht op een eerlijk proces (6 EVRM), het recht op respect voor het privéleven, het gezinsleven, de woning en het briefgeheim (8 EVRM) inhouden en het recht op een regelmatige evaluatie van een uithuisplaatsing (25 IVRK), bieden echter geen concrete rechtsingang in een individuele zaak. De rechtsingang voor het gedane verzoek kan dan ook niet daarin worden gevonden. Die rechtsingang is er ook anderszins niet. De door de advocaat aangehaalde jurisprudentie biedt die rechtsingang voor onderhavig verzoek evenmin.

Dit betekent niet dat de (pleeg)vader verstoken is van rechtsbescherming. De rechtbank volgt de (pleeg)vader dan ook niet in die stelling. Daar waar het hem gaat om beperking van de omgang en informatievoorziening, ziet dit op de uitvoering van de voogdijmaatregel en bieden de door de advocaat van de (pleeg)vader genoemde wetsartikelen, te weten artikel 1:377a BW en de analoge toepassing van artikel 1:262b BW, wel een rechtsingang. Dat er praktische en financiële redenen kunnen zijn om niet voor die rechtsingang te kiezen, maakt niet dat er geen rechtsbescherming is. Bovendien heeft de rechtbank rechtsbescherming geboden door hoger beroep open te stellen tegen de beschikking van 30 december 2024, ondanks dat daarin geen inhoudelijke beslissing werd genomen, terwijl ook appel openstond tegen de beschikking van 28 mei 2024 waarbij het gezag en de voogdij voorlopig zijn geschorst. Die mogelijkheden zijn niet benut. Daarnaast heeft de rechtbank de termijn van aanhouding van de behandeling van het verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag c.q. de voogdij beperkt tot zes maanden, zodat dit verzoek binnen afzienbare tijd weer op zitting zou komen ter toetsing. De rechtbank heeft zo juist in het belang van de kinderen en de (pleeg)ouders voldoende rechtsbescherming willen bieden. Van de GI wordt dan immers verwacht dat zij verantwoording en rekenschap aflegt over de afgelopen periode en de (pleeg)vader wordt gehoord.

Nu er voor het verzoek van de (pleeg)vader geen rechtsingang is, verklaart de rechtbank de (pleeg)vader niet-ontvankelijk in zijn primaire verzoek.

Over het subsidiaire verzoek tot benoeming van een bijzondere curator

Subsidiair is namens de (pleeg)vader verzocht een bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te benoemen. Ingevolge artikel 1:250 BW benoemt de rechtbank wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige de belangen van de met het gezag belaste ouders of de voogd in strijd zijn met die van de minderjarige, een bijzondere curator, indien hij dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht.

Op basis van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat sprake is van een dergelijke belangenstrijd. De (pleeg)ouders zijn van mening dat zij onvoldoende en niet tijdig worden geïnformeerd door de GI over ontwikkelingen rondom de kinderen, maar dat levert niet direct een belangenstrijd tussen de GI en de kinderen op. Een bijzondere curator is er niet om de GI te controleren of om inlichtingen te geven aan ouders.

Los daarvan is het op dit moment niet in het belang van de kinderen om een bijzondere curator te benoemen. Gelet op wat de GI in haar briefrapportage heeft opgeschreven en wat de Raad ter zitting naar voren heeft gebracht, komt er al veel op de kinderen af: de overplaatsing naar het gezinshuis, een nieuwe school en de traumabehandeling die gaat starten. Ook de moeder van [minderjarige 1] heeft ter zitting over de zware belasting van [minderjarige 1] verteld. Verder zal ook de Raad met de kinderen spreken in het kader van het nadere onderzoek dat op dit moment wordt uitgevoerd ten behoeve van de aangehouden behandeling van het verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag c.q. de voogdij. De kinderen zullen ook nog worden uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter voorafgaand aan de zitting op 23 juni 2025.

De rechtbank zal daarom het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] afwijzen.

7. De beslissing

De rechtbank:

verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek om de beslissing tot schorsing van het gezag c.q. de voogdij te herroepen;

wijst het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] af.

Deze beschikking is gegeven door mr. H. Benaissa, voorzitter, tevens kinderrechter, en mr. K.J. van den Herik en mr. J.S. van den Berge, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2025, in aanwezigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H. Benaissa

Griffier

  • mr. M.M.C. van der Knaap als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?