ECLI:NL:RBROT:2025:14086

ECLI:NL:RBROT:2025:14086, Rechtbank Rotterdam, 03-12-2025, 11893320 VV EXPL 25-568

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 03-12-2025
Datum publicatie 08-12-2025
Zaaknummer 11893320 VV EXPL 25-568
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289

Samenvatting

Kort geding. Verstek. Ontruiming woning toegewezen. De huurder (gedaagde) moet de verhuurder kamer verlaten omdat de zorg- en huurovereenkomst zijn beëindigd en hij een grote huurachterstand heeft. Hij moet ook de huurachterstand betalen. De incassokosten worden afgewezen omdat de veertiendagenbrief niet aan de wettelijke eisen voldoet.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11893320 VV EXPL 25-568

datum uitspraak: 3 december 2025

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres] ,

vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. L.W.B. Dijkstra-Devillers,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die niet is verschenen.

De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 4 november 2025, met bijlagen.

Op 19 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [persoon A] namens [eiseres] en [persoon B] namens haar gemachtigde. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2. Waar gaat de zaak over?

[eiseres] is een stichting die (jong)volwassenen begeleidt naar zelfstandig wonen en in dat kader een kamer verhuurt op basis van een zorg- en huurovereenkomst. [gedaagde] huurt kamer [nummer X] gelegen aan de [adres] in Rotterdam (hierna: het gehuurde). Nu de zorgovereenkomst is beëindigd, is ook de huurovereenkomst automatisch geëindigd. In dit kort geding vordert [eiseres] dat [gedaagde] wordt ontruimd uit de gehuurde kamer, omdat hij de zorgovereenkomst niet langer volgt en bovendien een aanzienlijke huurachterstand heeft opgebouwd van € 8.309,97 tot en met oktober 2025. Daarnaast eist [eiseres] betaling van de huurachterstand, een gebruiksvergoeding van € 416,61 per maand vanaf november 2025 tot de feitelijke ontruiming, de buitengerechtelijke incassokosten van € 790,50, de wettelijke rente en de proceskosten.

3. De beoordeling

Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). Uit de stellingen van [eiseres] volgt dat deze spoed aanwezig is.

Ontruiming

[gedaagde] moet het gehuurde ontruimen. Deze eis lijkt namelijk niet onrechtmatig of ongegrond (artikel 139 Rv). Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat [gedaagde] zonder recht of titel in het gehuurde verblijft omdat de huurovereenkomst is beëindigd. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure daarop vooruit te lopen en [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ontruimen.

[eiseres] vraagt de kantonrechter om een ontruimingstermijn van drie dagen te hanteren. De kantonrechter is van oordeel dat dit een onredelijk korte termijn is. De ontruimingstermijn wordt daarom in redelijkheid bepaald op zeven dagen nadat het vonnis is betekend.

Huurachterstand

[gedaagde] wordt veroordeeld om de huurachterstand van € 8.309,97 aan [eiseres] te betalen, omdat ook deze eis niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv). Hij moet ook vanaf november 2025 tot en met de dag van de ontruiming een gebruiksvergoeding van € 416,61 (blijven) betalen. [eiseres] heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] een vergoeding moet betalen voor het eventueel resterende gedeelte van de maand na de dag van de ontruiming. Als het gehuurde voor het eind van de maand wordt ontruimd, hoeft [gedaagde] voor die laatste dagen van de maand geen vergoeding te betalen (naar rato).

Incassokosten

De incassokosten van € 790,50 worden afgewezen. [eiseres] baseert de incassokosten op de veertiendagenbrief van 8 augustus 2025 (productie 12). In die brief wordt een huurachterstand genoemd van € 7.476,75 en wordt aangezegd dat bij niet-tijdige betaling een bedrag van € 748,84 aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zal zijn.

De kantonrechter stelt vast dat de in de brief genoemde huurachterstand van € 7.476,75 niet overeenkomt met de in de dagvaarding gestelde huurachterstand. In de dagvaarding stelt [eiseres] immers dat de huurachterstand berekend tot en met 10 augustus 2025 (twee dagen na de brief) € 7.194,53 bedraagt. [eiseres] heeft niet toegelicht waarom in de brief van 8 augustus 2025 van een hogere huurachterstand is uitgegaan. Nu moet worden aangenomen dat de daadwerkelijk verschuldigde hoofdsom ten tijde van de brief lager was dan in de brief vermeld, is in de brief een hoger bedrag aan incassokosten (€ 748,84) aangezegd dan op grond van de wet was toegestaan. Omdat in de veertiendagenbrief een hoger bedrag aan incassokosten is aangezegd dan wettelijk is toegestaan over de verschuldigde hoofdsom, voldoet de brief niet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Dat [eiseres] in het petitum zonder nadere toelichting een nog hoger bedrag (€ 790,50) vordert dan in de brief is aangezegd, behoeft gelet op het voorgaande geen verdere bespreking, maar zou op zichzelf reeds aan toewijzing in de weg hebben gestaan.

Rente

De rente over de huurachterstand wordt, zoals gevorderd, toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.

Proceskosten

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 120,21 aan dagvaardingskosten, € 543,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.341,21. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.

Uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

4. De beslissing

De kantonrechter in kort geding:

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 8.309,97, vermeerderd met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 4 november 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis kamer 2 in de woning aan de [adres] in Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiseres] te stellen;

veroordeelt [gedaagde] aan [eiseres] te betalen € 416,61 met ingang van de maand november 2025 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.341,21 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Gerritse en in het openbaar uitgesproken.

53954

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?