RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/700840 / JE RK 25-1127
Datum uitspraak: 11 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. M. Mook, kantoorhoudende in Dordrecht.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
de moeder en de vader, tezamen te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 4 juni 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum;
de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 10 juni 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
[minderjarige] bijgestaan door zijn advocaat;
de ouders;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] .
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft op een open groep bij [naam instelling] .
Bij beschikking van 6 december 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 21 december 2025. Bij die beschikking is ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 6 december 2025.
Voorafgaand aan de zitting heeft de kinderrechter een gesprek gevoerd met [minderjarige] , in aanwezigheid van de advocaat. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld.
3. Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [minderjarige] verblijft sinds februari 2025, na gesloten geplaatst te zijn geweest bij Schakenbosch, op een open groep bij [naam instelling] . De verwachting was dat daar voldoende kaders en structuur aanwezig zouden zijn om hem in zijn ontwikkeling te ondersteunen. Deze verwachting is niet uitgekomen; de zorgen zijn juist toegenomen. De zorgen hebben betrekking op zijn middelengebruik, een antisociaal netwerk, het feit dat [minderjarige] nauwelijks onderwijs volgt en onveilig gedrag vertoont richting groepsgenoten, de begeleiding en zichzelf. Een open setting is te onveilig voor [minderjarige] . Hij moet werken aan zijn weerbaarheid, controle krijgen op zijn middelengebruik en er moet zicht komen op zijn sociale netwerk. Er wordt gezocht naar een passende vervolgplek, maar in de tussentijd kan [minderjarige] niet bij [naam instelling] blijven. Indien het verzoek wordt toegewezen, is het [minderjarige] wens om terug te keren naar Schakenbosch. De kans dat plaatsing daar niet mogelijk is, is reëel. Het verblijf van zijn broer [naam 3] daar vormt een obstakel.
4. Het standpunt van de ouders
De ouders brengen naar voren dat zij [minderjarige] het beste gunnen, maar niet weten hoe dat bereikt kan worden. [minderjarige] maakt zijn eigen keuzes; of hij nu gesloten geplaatst is of niet, hij vindt altijd een gaatje in het hek. Het is te begrijpen dat [minderjarige] het bij [naam instelling] niet naar zijn zin heeft, maar hij is zelf degene die het werkend kan maken. Het is een keuze. Als [minderjarige] via een hybride machtiging wordt geplaatst, dan kan hij zichzelf bewijzen en als het uit de hand loopt kan hij alsnog gesloten worden geplaatst. Het oorspronkelijke plan moet doorgang vinden. [minderjarige] moet naar een langdurige plek waar hij vooruit kan. Desnoods blijft hij tot het einde van de machtiging bij [naam instelling] , om daarna door te stromen naar een goede plek.
5. Het standpunt van [minderjarige]
Door en namens [minderjarige] wordt naar voren gebracht dat aan het criterium voor een gesloten plaatsing is voldaan, maar de verwachting bestaat dat een nieuwe gesloten plaatsing de situatie niet zal verbeteren. [minderjarige] is langere tijd gesloten geplaatst geweest, zonder dat dit tot verbetering heeft geleid. [minderjarige] heeft moeite met veranderingen, zoals het wennen aan nieuwe begeleiding, andere regels, nieuwe mensen en nieuw onderwijs. Juist het voortdurende gesleep heeft negatieve gevolgen. Het beveiligen van [minderjarige] voor opnieuw zes maanden roept de vraag op: wat daarna? Er zou juist ingezet moeten worden op plaatsing in een kleinschalige voorziening in de regio, dichtbij zijn familie. Zulke plekken zijn schaars, maar vormen wel de gewenste stip op de horizon die in het belang van [minderjarige] is.
6. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
Op de zitting van 6 december 2024 is een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend, waarbij is besproken dat [minderjarige] zal worden overgeplaatst naar een open groep bij [naam instelling] , omdat hij het bij Schakenbosch goed had gedaan en toe was aan een volgende stap. Op 10 februari 2025 is [minderjarige] geplaatst bij [naam instelling] . Vanuit [naam instelling] zou worden gezocht naar een passende vervolgplek voor langdurig verblijf. Kort na zijn aankomst in [naam instelling] heeft [minderjarige] een terugval laten zien in zijn oude gedragspatronen. Hij vertoont zelfbepalend en grensoverschrijdend gedrag. Bovendien gaat [minderjarige] weinig naar school en is hierin moeilijk te motiveren. Daarnaast is zijn middelengebruik toegenomen, is hij meerdere keren weggelopen en zijn er ernstige vermoedens dat hij zich in het criminele milieu begeeft. Wanneer [minderjarige] wordt begrensd, reageert hij met verbaal, fysiek en dreigend gedrag richting de begeleiding. In mei 2025 vonden er vijftien verschillende incidenten plaats, wat de ernst van de situatie benadrukt. [minderjarige] geeft aan dat hij wel op een open groep wil blijven, mits dit niet bij [naam instelling] is. Indien hij bij [naam instelling] moet blijven, zal hij zijn gedrag niet veranderen. Hij spreekt de voorkeur uit voor een gesloten plaatsing bij Schakenbosch boven het verblijf bij [naam instelling] .
De kinderrechter acht het noodzakelijk dat [minderjarige] geplaatst wordt in een gesloten setting, waar hij de benodigde structuur en duidelijke kaders krijgt. Hoewel het steeds wisselen van verblijfsplekken niet wenselijk is, is dit op dit moment onvermijdelijk. [minderjarige] geeft zelf aan zijn gedrag niet te zullen veranderen als hij bij [naam instelling] moet blijven. Gezien er op dit moment geen beschikbare plek is op een andere, passende, open groep en [minderjarige] anders bij [naam instelling] zou moeten blijven in afwachting van een passende plek, acht de kinderrechter zijn eigen veiligheid en die van anderen alleen gewaarborgd als hij gesloten geplaatst wordt. De kinderrechter wil [minderjarige] meegeven dat hij moet leren zijn weg te vinden in een omgeving met minder regels dan in de gesloten jeugdhulp. [minderjarige] kan niet tot zijn achttiende in geslotenheid verblijven om vervolgens volledig losgelaten te worden. Het is de verantwoordelijkheid van [minderjarige] om te laten zien dat hij zich aan regels kan houden, ook op een plek waar hij zich minder op zijn plek voelt. Alleen zo kan hij uiteindelijk doorstromen naar een passende plek.
De kinderrechter machtigt de GI om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Een machtiging kan niet langer duren dan voor de duur van de ondertoezichtstelling. De machtiging wordt daarom verleend tot 21 december 2025. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
7. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 11 juli 2025 tot 21 december 2025;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2025 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 18 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.