RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/701014 / JE RK 25-1155
Datum uitspraak: 16 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over vervangende toestemming paspoort
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant,
gevestigd in Tilburg, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in Roemenië.
1. Het verloop van de procedure
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van mei 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 30 mei 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder (telefonisch);
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de partner van de moeder (telefonisch).
Ter zitting is gebleken dat de tolk voor de moeder heeft afgezegd. Een tolk is van belang, omdat de moeder de Nederlandse taal onvoldoende machtig is. Met instemming van partijen heeft de partner van de moeder tijdens de zitting voor de moeder vertaald wat er gezegd is.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
2. De feiten
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
Bij beschikking van 2 april 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 3 maart 2026. Bij die beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 31 oktober 2025
3. Het verzoek
De GI verzoekt primair vervangende toestemming te verlenen voor het krijgen van een Roemeens paspoort ten behoeve van [minderjarige] op grond van artikel 31 lid 1 Paspoortwet. De GI verzoekt subsidiair het onderhavige geschil te beslechten door vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag van en Roemeens paspoort op grond van artikel 1: 262b BW. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [minderjarige] paspoort is sinds 15 juni 2025 verlopen en dat beperkt hem in zijn mogelijkheden. Zo kan hij nu niet meer met het pleeggezin met vakantie naar het buitenland. Met veel moeite is het gelukt om een school voor [minderjarige] te regelen, waar hij het nieuwe schooljaar kan beginnen. [minderjarige] heeft het paspoort ook nodig voor medische behandelingen, mocht hij ziek worden. De GI is al sinds januari 2025 bezig om de moeder te bewegen om een paspoort voor [minderjarige] aan te vragen. De moeder wil daar echter niet aan meewerken.
4. Het standpunt van de moeder
De moeder voert verweer tegen het verzoek omdat het pleeggezin eerder zonder haar toestemming met [minderjarige] naar Marokko is gereisd. De moeder heeft geen bezwaar tegen vakantie, zolang deze binnen Europa plaatsvindt. De moeder maakt zich zorgen over [minderjarige] gezondheid vanwege zijn astma en acht het daarom risicovol dat hij buiten Europa reist. Voor andere zaken zoals school is de moeder bereid toestemming te geven en haar handtekening te zetten.
5. De beoordeling
Ingevolge artikel 36, eerste lid, Paspoortwet kan bij de aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, eerste lid, Paspoortwet, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd. Blijkens het tweede lid van eerstgenoemd artikel kan een verklaring van toestemming worden afgegeven op verzoek van een gecertificeerde instelling, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. De kinderrechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De GI verzoekt vervangende toestemming voor de aanvraag van een Roemeens paspoort voor [minderjarige] , omdat de ouders hiervoor geen toestemming geven. De moeder heeft tijdens de zitting herhaaldelijk verklaard niet in te stemmen met de aanvraag, uit vrees dat de pleegouders met [minderjarige] buiten Europa op vakantie gaan. Zij zou wel akkoord kunnen gaan met een aanvraag voor een Europese ID-kaart, maar onbekend is of Roemenië die verstrekt.
De kinderrechter zal het verzoek tot vervangende toestemming voor de aanvraag van een paspoort voor [minderjarige] toewijzen. Het is immers in het belang van [minderjarige] dat hij op korte termijn over een geldig identiteitsbewijs beschikt, met name voor situaties waarin hij medische zorg nodig heeft. De identificatieplicht binnen de zorg geldt immers vanaf de geboorte. Tegelijkertijd verzoekt de kinderrechter de GI, indien mogelijk, te volstaan met het aanvragen van een Europees identiteitsbewijs in plaats van een paspoort, om de zorgen van de moeder met betrekking tot reizen buiten Europa weg te nemen. Waar de onderhavige toestemming is voor het meerdere – een paspoort – gaat zij er van uit dat deze toestemming ook voor het mindere – een Europese ID-kaart – kan worden gebruikt. De kinderrechter wijst de moeder er op dat zij, indien de GI ooit toestemming zou geven voor een reis naar een land dat zij gevaarlijk acht voor [minderjarige] , er sprake is van een geschil in de zin van artikel 1:262b BW, dat zij aan de kinderrechter kan voorleggen.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant vervangende toestemming voor het aanvragen van paspoort voor [minderjarige] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2025 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 31 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.