ECLI:NL:RBROT:2025:14160

ECLI:NL:RBROT:2025:14160, Rechtbank Rotterdam, 14-11-2025, 11600502 CV EXPL 25-6401

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 14-11-2025
Datum publicatie 08-12-2025
Zaaknummer 11600502 CV EXPL 25-6401
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005290

Samenvatting

Toedeling huurrecht op grond van artikel 7:267 lid 7 BW.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11600502 CV EXPL 25-6401

datum uitspraak: 14 november 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[persoon A] ,

woonplaats: [woonplaats A] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. J. van Egmond,

tegen

[persoon B] ,

woonplaats: [woonplaats B] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. M.B. Visser.

De partijen worden hierna ‘ [persoon A] ’ en ‘ [persoon B] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 6 maart 2025, met producties;

de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende eis in reconventie met producties;

de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte aanvullende producties.

Op 28 oktober 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [persoon A] , met mr. J. van Egmond en [persoon B] , met mr. L. Hofman (kantoorgenoot van mr. M.B. Visser).

Tijdens de zitting op 28 oktober 2025 hebben partijen de geldvorderingen over en weer ingetrokken. Voorts hebben partijen afgesproken dat zij elkaar over en weer finale kwijting verlenen en dat ieder de eigen proceskosten zal dragen.

Partijen hebben de kantonrechter verzocht vonnis te wijzen over de toedeling van het huurrecht van de woning.

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

Partijen hebben tot januari 2024 een affectieve relatie gehad en zijn contractueel medehuurder van de woning aan de [adres] te Hoogvliet Rotterdam. [persoon A] is medio januari 2024 uit de woning vertrokken. Tussen partijen is onenigheid ontstaan over de afwikkeling van een aantal zaken. Na intrekking van de geldvorderingen over en weer, gaat de zaak nog over het toedelen van het huurrecht van de woning aan [persoon B] op grond van artikel 7:267 lid 7 BW.

Het huurrecht van de woning wordt toegewezen aan [persoon B]

Volgens rechtspraak is artikel 7:267 lid 7 BW van overeenkomstige toepassing in het geval contractuele medehuurders uit elkaar gaan. Het gaat dan om gevallen waarin twee of meer personen gezamenlijk een huurovereenkomst met de verhuurder hebben gesloten en zij – anders dan in de door artikel 7:266 BW en artikel 7:267 BW bedoelde gevallen – allen partij zijn bij die overeenkomst. De overeenkomstige toepassing van artikel 7:267 lid 7 BW op gezamenlijke huur strekt zich blijkens die rechtspraak ook uit tot de werking tegenover de verhuurder. Als artikel 7:267 lid 7 BW wordt toegepast, eindigt de huurovereenkomst dus ten aanzien van de vertrekkende huurder(s) op de door de rechter bepaalde dag en wordt de huurovereenkomst ten aanzien van de achterblijvende huurder(s) voortgezet.

Omdat partijen het met elkaar eens zijn dat het huurrecht van de woning aan [persoon B] moet worden toegedeeld, zal de kantonrechter het huurrecht aan [persoon B] toewijzen. De ingangsdatum wordt op 1 december 2025 gesteld. Hoewel de wet zich niet lijkt te verzetten tegen het toewijzen van huurrechten met terugwerkende kracht acht de kantonrechter dat toch onwenselijk vanwege de positie van de verhuurder, die geen partij is bij deze procedure. Omdat partijen het erover eens zijn dat [persoon A] vanaf 1 april 2024 niet meer bij hoefde te dragen aan het betalen van de huur en dat [persoon B] sinds die datum de gehele huur heeft betaald, hebben partijen ook geen belang bij toewijzing met terugwerkende kracht.

Proceskosten

Partijen hebben afgesproken dat ieder de eigen proceskosten zal dragen, zodat een proceskostenveroordeling niet nodig is.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3. De beslissing

De kantonrechter:

bepaalt dat het huurrecht van de woning aan de [adres] te ( [postcode] ) Hoogvliet Rotterdam wordt toegewezen aan [persoon B] met ingang van 1 december 2025 en dat [persoon A] de huur met ingang van die datum niet langer zal voortzetten;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.

754

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?