RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11619397 CV EXPL 25-8012
datum uitspraak: 7 november 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] , die handelt onder de naam [handelsnaam],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.B. Visser,
tegen
[gedaagde] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: de heer [persoon A] .
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 12 maart 2025, met bijlagen;
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord, met bijlagen;
- de e-mail van mr. Visser van 26 september 2025, met bijlage.
Op 7 oktober 2025 is de zaak tijdens een zitting met mr. Visser en de heer [persoon A] besproken.
2. De beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
[eiseres] en [gedaagde] hebben op 20 december 2022 een overeenkomst gesloten op grond waarvan [eiseres] tussen 21 december 2022 en 20 november 2023 gas heeft geleverd aan [gedaagde] voor een variabele prijs.
[eiseres] heeft in die periode maandelijks voorschotfacturen aan [gedaagde] gestuurd. Ook heeft [eiseres] in juli 2023 een jaarafrekening en in maart 2024 een eindafrekening gestuurd.
[eiseres] eist in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van in totaal negen door [eiseres] aan [gedaagde] verstuurde facturen. Deze facturen hebben een totaalbedrag van € 12.243,46.
[gedaagde] is het niet eens met de eis. Zij betwist de hoogte van de facturen en heeft aangevoerd dat [eiseres] de eindafrekening heeft gebaseerd op een onjuiste eindmeterstand. [gedaagde] vindt ook dat de facturen onbegrijpelijk zijn.
[gedaagde] moet het openstaande bedrag aan [eiseres] betalen
[eiseres] heeft toegelicht hoe de facturen zijn opgebouwd. Zij heeft uitgelegd (i) dat het totale verbruik van [gedaagde] is berekend op basis van het verschil tussen de beginstand en de eindstand van de gasmeter en (ii) hoe de variabele prijs voor het totale verbruik is berekend. Ook heeft zij toegelicht dat de eindmeterstand van 20 november 2023, na een correctie, is gebaseerd op de meterstand die de nieuwe leverancier van [gedaagde] heeft vastgesteld in januari 2024. Die meterstand heeft [eiseres] onderbouwd met een uitdraai van het Toegankelijk Meetdataregister (TMR).
[gedaagde] heeft hiertegenover niets concreets aangevoerd waaruit blijkt dat de facturen of de meterstanden niet kloppen. Zij stelt dat de voorschotnota’s te hoog waren. Dit is echter niet relevant doordat er een eindafrekening is gemaakt, waarbij uitgegaan is van de eindmeterstand. Eventueel te hoge voorschotnota’s worden hierdoor weer gecorrigeerd.
[gedaagde] stelt verder dat zij op 23 november 2023 via de mail een foto met een lagere eindstand aan [eiseres] heeft gestuurd. [eiseres] betwist dat zij een dergelijke mail met foto heeft ontvangen. [gedaagde] heeft deze mail en deze foto niet voor de zitting ingediend en ook op de zitting kon [persoon A] de mail en de foto niet laten zien. De kantonrechter kan daarom niet anders dan er vanuit gaan dat [eiseres] de eindafrekening heeft gebaseerd op een juiste eindmeterstand. [gedaagde] zal de facturen daarom moeten betalen.
De kantonrechter wijst er wel op dat het factuuroverzicht uit randnummer 5 van de dagvaarding niet klopt. De daarin genoemde bedragen tellen namelijk op tot een bedrag van €13.415,14. De daadwerkelijk verstuurde facturen (die als bijlage 5 bij de dagvaarding zijn ingediend) tellen op tot een bedrag van € 12.243,46. Dit is ook het bedrag dat [eiseres] eist. Die eis wordt daarom toegewezen. Ter zitting heeft de advocaat van [eiseres] wel toegezegd dat [eiseres] de eindafrekening alsnog zal aanpassen als [gedaagde] kan aantonen dat de eindmeterstand op 20 november 2023 lager was dan de meterstand die in de eindafrekening staat (164926).
[gedaagde] moet incassokosten van € 897,43 betalen
De incassokosten van € 897,43 worden toegewezen, omdat [eiseres] heeft aangetoond dat zij incassohandelingen heeft verricht. [gedaagde] heeft dit niet betwist. Dit betekent dat is voldaan aan de vereisten om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
[gedaagde] moet wettelijke rente betalen
De wettelijke rente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald. [gedaagde] heeft dat niet betwist.
De kantonrechter wijst erop dat het hiervoor genoemde factuuroverzicht uit randnummer 5 van de dagvaarding niet kan worden gebruikt voor de berekening van de verschuldigde rente. In dat overzicht staat namelijk een onjuist bedrag en een onjuiste vervaldatum bij de voorschotfactuur van november 2023 met factuurnummer 230757771.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 812,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 406) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.530,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 12.243,46 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente telkens vanaf de vervaldata van de facturen, tot de dag der algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 897,43, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 juni 2024 tot de dag der algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 2.530,35;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Vos en in het openbaar uitgesproken.
66727