RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11882729 VV EXPL 25-547
datum uitspraak: 1 december 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonplus Schiedam,
vestigingsplaats: Schiedam,
eiseres,
gemachtigde: mr. K.A.M. Jaspers,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: Schiedam,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Woonplus’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 3 oktober 2025, met bijlagen.
Op 17 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. [gedaagde] is daarbij niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
Woonplus verhuurt een woning aan [gedaagde]. Woonplus wil onderhouds- en renovatiewerkzaamheden uitvoeren in deze woning. Ze heeft [gedaagde] op verschillende manieren benaderd, met de vraag of zij daaraan mee wil werken. [gedaagde] heeft nergens op gereageerd.
Woonplus vraagt de kantonrechter nu [gedaagde] te veroordelen om toe te laten dat Woonplus de werkzaamheden in de woning uitvoert. Voor het geval [gedaagde] niet binnen drie dagen na de betekening van dit vonnis aan die veroordeling voldoet, eist Woonplus dat zij wordt veroordeeld om de woning te ontruimen.
De eis van Woonplus heeft spoed
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van Woonplus volgt dat deze spoed aanwezig is. Ze heeft namelijk gesteld dat de werkzaamheden onderdeel zijn van een groot project dat in februari 2026 start. Als het bouwbedrijf later speciaal voor [gedaagde] moeten terugkomen, dan leidt dat tot extra kosten, moeite en hinder.
[gedaagde] moet toelaten dat Woonplus de werkzaamheden uitvoert
[gedaagde] wordt veroordeeld om toe te laten dat Woonplus de werkzaamheden uitvoert, omdat die eis niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv).
Woonplus eist dat [gedaagde] ook wordt veroordeeld om haar toe te laten om ‘de hiermee samenhangende werkzaamheden, zoals de vooropname’ uit te voeren. Tijdens de zitting heeft zij toegelicht dat het daarbij naast de vooropname gaat om eventuele opruim- of schoonmaakwerkzaamheden, als de woning te vol of te vervuild is om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren, en om het inmeten van de woning. Met die toelichting vindt de kantonrechter de eis voldoende specifiek en wijst zij die toe.
[gedaagde] moet de woning ontruimen als zij niet aan de veroordeling voldoet
Woonplus wil dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning te ontruimen, als zij niet binnen drie dagen na de betekening aan de veroordeling voldoet. Die termijn vindt de kantonrechter te kort, ook omdat de werkzaamheden pas voor februari 2026 gepland staan. Zij stelt die termijn op 14 dagen. Voor het overige lijkt ook deze eis niet ongegrond of onrechtmatig en wordt die toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat de eis wordt toegewezen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonplus moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 958,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard , omdat Woonplus dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om toe te laten dat Woonplus, of een door Woonplus ingeschakelde derde, de volgende werkzaamheden en de daarmee samenhangende werkzaamheden zoals toegelicht in 2.5, uitvoert in of aan de woning op het adres [adres]:
isoleren van de buitenmuren aan de binnenzijde met een voorzetwand;
verminderen van tocht rondom kozijnen van ramen en deuren;
vervangen van de enkele beglazing door dubbel glas;
aanbrengen of aanpassen van de mechanische ventilatie, inclusief CO2-sensor in de slaapkamer en woonkamer;
aanbrengen van cv-ketels waar dit nog ontbreekt;
werkzaamheden aan de meterkast wanneer [gedaagde] kiest voor zonnepanelen.
brandwerend afwerken van doorvoeren van de mechanische ventilatie;
brandwerend afwerken van doorvoeren van de meterkasten;
brandwerend maken van elektrapunten in de plafonds;
aanbrengen van gipsplatenplafonds als deze nog ontbreken.
isoleren van het dak aan de buitenzijde inclusief vervangen en hergebruiken van dakpannen;
vervangen van dakkapellen door geïsoleerde kunststof dakkapellen met draai- kiepramen;
aftimmeren van de dakkapellen aan de binnenzijde;
vervangen van bestaande dakramen;
opnieuw aansluiten van doorvoeren van de cv-ketel en de mechanische ventilatie;
aanbrengen van zonnepanelen, wanneer [gedaagde] hiervoor kiest;
vervangen van ongeïsoleerde panelen in de kozijnen aan de achterkant van de woning;
isoleren onderzijde plafonds boven het balkon;
herstellen van slechte voegen en eventuele scheuren in de buitenmuur;
verbeteren van ventilatie onder de begane grondvloer;
veroordeelt [gedaagde], als zij niet binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend aan de veroordeling onder 3.1 voldoet, om de woning te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van Woonplus, dan wel een door Woonplus ingeschakelde derde te stellen, voor zover, zo vaak en zo lang dat noodzakelijk is om de werkzaamheden uit 3.1 uit te voeren;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonplus worden begroot op € 958,45 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken.
33394