ECLI:NL:RBROT:2025:14280

ECLI:NL:RBROT:2025:14280, Rechtbank Rotterdam, 24-11-2025, 10.299769.20; 10.320188.21 (ttz gevoegd)/ TUL VV: 10.172551.17

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 24-11-2025
Datum publicatie 08-12-2025
Zaaknummer 10.299769.20; 10.320188.21 (ttz gevoegd)/ TUL VV: 10.172551.17
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0008800 BWBR0008804 CELEX:32000X1218 EU:32000X1218

Samenvatting

De verdachte is schuldig bevonden aan belediging, bedreiging en bezit van een imitatievuurwapen. Nu de redelijke termijn in deze zaak met ruim twee jaar is overschreden, legt de rechtbank de verdachte een geheel voorwaardelijke taakstraf op.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummers: 10.299769.20; 10.320188.21 (ttz gevoegd)

Parketnummer vordering TUL VV: 10.172551.17

Datum uitspraak: 24 november 2025

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] , [postcode] [woonplaats] ,

raadsman mr. E. Jobse, waarnemend voor mr. A. Dogan, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 november 2025.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.T. den Uil heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Bewijswaardering

Standpunt verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde, mishandeling, bedreiging en het bezit van een (namaak)vuurwapen, vanwege een gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de straf te matigen tot een geheel voorwaardelijke straf, omdat de redelijke termijn ernstig is overschreden.

Beoordeling

De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij de aangeefster, met wie hij voorafgaand aan de periode van het ten laste gelegde een tumultueuze relatie had gehad, heeft bedreigd, mishandeld en beledigd. Tevens is bij de doorzoeking van zijn woning een namaakvuurwapen aangetroffen.

Feit 1 subsidiair en 2 - Belediging en bedreiging (augustus tot en met november 2020)

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de aangeefster in een reeks berichten in augustus 2020 en in een voicemailbericht op 19 november 2020 heeft beledigd. De screenshots van de berichten en het proces-verbaal waarin de verbalisant het voicemail-audiofragment uitluistert laten daarover weinig ruimte tot twijfel. De verdediging heeft op dat punt ook geen verweer gevoerd.

Ook komt de rechtbank tot een bewezenverklaring met betrekking tot de bedreiging ten laste gelegd onder feit 2, op grond van hetgeen de verdachte tegen het slachtoffer zegt in eerdergenoemde screenshots en het betrokken voicemailbericht.

Feit 3 - Mishandeling

De verdachte zou op 20 september 2020 de aangeefster hebben mishandeld, door haar bij de keel vast te pakken en te knijpen. Er is, naast de aangifte, enkel een verklaring van de moeder van de aangeefster. Die verklaring sluit onvoldoende aan op hetgeen de aangeefster in haar aangifte heeft verklaard. De rechtbank acht voor dit derde feit derhalve onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig en spreekt verdachte van dit feit vrij.

Feit 4 – Bezit imitatievuurwapen

De rechtbank acht het bezit van een imitatievuurwapen, te weten een balletjespistool, wettig en overtuigend bewezen. Dit balletjespistool is in de woning van de verdachte aangetroffen. Daarnaast vindt de bewezenverklaring steun in een filmpje dat verdachte van zichzelf heeft gemaakt waarop een wapen te zien is dat erg lijkt op het wapen dat in de woning is aangetroffen.

Parketnummer 10-320188-21; bedreiging (16 september 2021); hierna feit 5

Tot slot is de verdachte ten laste gelegd dat hij op 16 september 2021 de aangeefster wederom zou hebben bedreigd. De aangeefster heeft verklaard dat zij met een vriendin uit eten wilde gaan bij restaurant [naam horecagelegenheid] . Kort nadat zij de auto parkeerde, hoorde zij geschreeuw en zag zij de verdachte, die bij een vriend in de auto zat. De verdachte schreeuwde, zo verklaart zowel de aangeefster als haar vriendin, vanuit de auto enkele bedreigingen naar de aangeefster. De verklaringen van de aangeefster en haar vriendin komen overeen wat betreft de inhoud, plaats en timing van de bedreiging. De rechtbank acht de ten laste gelegde bedreiging dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat per abuis in de aangifte de ‘Mauritsstraat’ is opgenomen waar evident de ‘Mauritsweg’ wordt bedoeld:. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de straat bij de Kruiskade waar (zoals ook de vriendin van aangeefster heeft verklaard) restaurant [naam horecagelegenheid] zich aan bevindt de “Mauritsweg” is.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte het onder 1 subsidiair en het onder 2, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

feit 1 subsidiair

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 augustus

2020 tot en met 24 november 2020 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,

opzettelijk

[slachtoffer] ,

in haar tegenwoordigheid,

mondeling en/of door feitelijkheden,

heeft beledigd,

door die [slachtoffer] meermalen een voicemailbericht en/of een tekstbericht te

sturen en die [slachtoffer] middels deze berichten de woorden toe te voegen:

"Kankerhoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

feit 2

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 augustus

2020 tot en met 24 november 2020 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,

[slachtoffer] heeft bedreigd met

- verkrachting, en/of

- feitelijke aanranding van de eerbaarheid, en/of

- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- gijzeling, en/of

- zware mishandeling, en/of

- brandstichting,

door

- een voicemailbericht naar die [slachtoffer] te sturen met daarin de volgende tekst:

"luister dan vuile kankerhond. Vieze, vuile hoerenkind dat jij bent ja. Door

jou...dat je mij zoveel kanker hoofdpijn en ellende bezorgt...kanker...voor jou

kanker ex probleem ja. Vieze, vuile kankerhoer ja...vuile kankerhoofd helemaal

geneukt daarom ga ik komende tien jaar jou kop ook neuken ja jou kop ga ik je

neuken ja en ik ga een stok in je reet douwen ja ik ga een stok in je kankerkont

douwen vieze, vuile kankerhoer dat je bent ja jij gaat kankerlevenslang jij gaat

levenslang nog stress van mij krijgen kankerhoer vieze, vuile kankerhoer.", althans

teksten van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een of meerdere tekstberichten naar die [slachtoffer] te sturen met daarin de

teksten:

*"Als er politie bij mij de huis in komt. Voor jou. Ben jij 14 dagn na mij arrestatie.

Weg van deze aarde." en/of

* "ik ga je kapot slaan" en/of

* "ik gooi een granaat in je balkon" en/of

* "ik snij de remmen van je auto door",

althans teksten van gelijke dreigende aard en/of strekking;

feit 4

hij op of omstreeks 24 november 2020 te Rotterdam,

(een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 7º van de Wet wapens

en munitie gelet op 3, onder a van de Regeling wapens en munitie,

te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen

gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een:

nabootsing van een vuurwapen, te weten een:

nabootsing van een pistool,

welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met

een vuurwapen, namelijk een pistool merk Walther, type P99,

voorhanden heeft gehad;

feit 5

hij op of omstreeks 16 september 2021 te Rotterdam

[slachtoffer] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "ik ga jou vermoorden",

en/of "ik ga op je huis schieten, jij gaat het zien, wacht maar" althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Eendaadse samenloop van feit 1 en 2:

1. eenvoudige belediging

4. handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

5. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging en bedreiging van zijn ex-partner. Hij heeft zich op respectloze wijze naar haar geuit waarmee hij haar angst heeft aangejaagd en gevoelens van onveiligheid heeft veroorzaakt. Hij heeft daarbij de grenzen van de betamelijkheid in de richting van aangeefster grof overschreden. Daarnaast heeft de verdachte een imitatievuurwapen in bezit gehad. Het bezit en vertoon van dergelijke wapens kan leiden tot escalatie en gevoelens van onveiligheid binnen de samenleving.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 september 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Sinds de periode waarin de ten laste gelegde feiten zich hebben afgespeeld is de verdachte niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie.

Rapportages en verklaring ter terechtzitting

Reclassering Nederland heeft twee rapporten over de verdachte opgemaakt, gedateerd eind 2021 en eind 2022. Ter terechtzitting hebben de verdachte en zijn raadsman verklaard dat het leven van de verdachte in positieve zin flink is veranderd sinds het opstellen van deze rapporten. In 2022 constateerde de reclassering reeds een opwaartse lijn in het leven van de verdachte, welke zich in de erop volgende jaren heeft voortgezet aldus de verdachte. De verdachte heeft werk als taxichauffeur, staat sterk in zijn schoenen en heeft al jaren geen contact meer met zijn ex-partner. Ook de ex-partner van verdachte heeft, via een door haar raadsman voorgelezen slachtofferverklaring, aangegeven dat zij inmiddels een eigen leven heeft opgebouwd en dat zij geen contact meer heeft en wenst met verdachte.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Op grond van artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (HGEU) en artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) dient de verdachte binnen een redelijke termijn te worden berecht. De redelijke termijn bedraagt twee jaar en is in dit geval voor de hoofdzaak gestart op 18 juni 2021, toen de zaak voor het laatst is aangehouden. De laatste onderzoekshandelingen voor de tweede dagvaarding (10-320188-21) dateren van 28 november 2021.

Tot aan de datum van dit vonnis is een periode van ruim vier jaar verstreken, zodat de redelijke termijn met ruim twee jaar is overschreden.

De rechtbank zal daar rekening mee houden in de hierna te noemen strafmaat. Waar in soortgelijke gevallen een onvoorwaardelijke taakstraf wordt opgelegd, zal de rechtbank in dit geval kiezen voor een geheel voorwaardelijke taakstraf, waarbij de proeftijd op één jaar zal worden gesteld nu verdachte na deze feiten niet langer met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vordering tenuitvoerlegging

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 11 september 2020 van de politierechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van het medeplegen van opzetheling veroordeeld voor zover van belang tot een taakstraf van 90 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

De proeftijd is ingegaan op 26 september 2020.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Gezien het gegeven dat het feiten uit 2017 betreft en de proeftijd drie jaren geleden is afgelopen, is de rechtbank met de raadsman en de officier van justitie van oordeel dat het niet meer opportuun is om de tenuitvoerlegging te gelasten. De rechtbank wijst de vordering tenuitvoerlegging dan ook af.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55, 57, 266, 285 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 13 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair en onder 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 subsidiair, 2, 4 en 5 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 36 (zesendertig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 18 (achttien) dagen;

bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 1 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 11 september 2020 van de politierechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel, voorzitter,

en mrs. C.M. Derijks en L. den Teuling, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.C.A. Speelman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

10.299769.20

feit 1 primair

hij in of omstreeks 01 augustus 2020 tot en met 24 november 2020 te Rotterdam,

in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] ,

door

- die [slachtoffer] een (groot) aantal keren (anoniem) te bellen en/of

- die [slachtoffer] een (groot) aantal (tekst)berichten te sturen met daarin onder

andere de volgende teksten:

* "you are mine love nobody can stop me" en/of

* "reageer anders kom je makkelijk van me af" en/of

* "en zoek die tracker onder je auto" en/of

* "van mij kom je niet af" en/of

- die [slachtoffer] een (groot) aantal voicemailberichten te sturen met daarin ondere

andere de volgende teksten:

* "vieze vuile kankerhoer" en/of

* "je moet je kankertelefoon opnemen" en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met zijn auto te volgen en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal bij haar school en/of haar woning

op te wachten en/of op te zoeken

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden

en/of vrees aan te jagen;

feit 1 subsidiair

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 augustus

2020 tot en met 24 november 2020 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,

opzettelijk

[slachtoffer] ,

in haar tegenwoordigheid,

mondeling en/of door feitelijkheden,

heeft beledigd,

door die [slachtoffer] meermalen een voicemailbericht en/of een tekstbericht te

sturen en die [slachtoffer] middels deze berichten de woorden toe te voegen:

"Kankerhoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

feit 2

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 augustus

2020 tot en met 24 november 2020 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,

[slachtoffer] heeft bedreigd met

- verkrachting, en/of

- feitelijke aanranding van de eerbaarheid, en/of

- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- gijzeling, en/of

- zware mishandeling, en/of

- brandstichting,

door

- een voicemailbericht naar die [slachtoffer] te sturen met daarin de volgende tekst:

"luister dan vuile kankerhond. Vieze, vuile hoerenkind dat jij bent ja. Door

jou...dat je mij zoveel kanker hoofdpijn en ellende bezorgt...kanker...voor jou

kanker ex probleem ja. Vieze, vuile kankerhoer ja...vuile kankerhoofd helemaal

geneukt daarom ga ik komende tien jaar jou kop ook neuken ja jou kop ga ik je

neuken ja en ik ga een stok in je reet douwen ja ik ga een stok in je kankerkont

douwen vieze, vuile kankerhoer dat je bent ja jij gaat kankerlevenslang jij gaat

levenslang nog stress van mij krijgen kankerhoer vieze, vuile kankerhoer.", althans

teksten van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een of meerdere tekstberichten naar die [slachtoffer] te sturen met daarin de

teksten:

*"Als er politie bij mij de huis in komt. Voor jou. Ben jij 14 dagn na mij arrestatie.

Weg van deze aarde." en/of

* "ik ga je kapot slaan" en/of

* "ik gooi een granaat in je balkon" en/of

* "ik snij de remmen van je auto door",

althans teksten van gelijke dreigende aard en/of strekking;

feit 3

hij op of omstreeks 20 september 2020 te Rotterdam

[slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] (met kracht) bij haar

keel/nek vast te pakken en/of (vervolgens) in die keel/nek te knijpen;

feit 4

hij op of omstreeks 24 november 2020 te Rotterdam,

(een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 7º van de Wet wapens

en munitie gelet op

gelet op 3, onder a van de Regeling wapens en munitie,

te weten

een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen

gelijkt dat het voor

bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een:

nabootsing van een vuurwapen, te weten een:

nabootsing van een pistool,

welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met

een vuurwapen, namelijk een pistool merk Walther, type P99,

voorhanden heeft gehad;

10.320188.21

feit 5

hij op of omstreeks 16 september 2021 te Rotterdam

[slachtoffer] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "ik ga jou vermoorden",

en/of "ik ga op je huis schieten, jij gaat het zien, wacht maar" althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?