ECLI:NL:RBROT:2025:14332

ECLI:NL:RBROT:2025:14332, Rechtbank Rotterdam, 28-10-2025, C/10/692196 / JE RK 25-31

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 28-10-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer C/10/692196 / JE RK 25-31
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/692196 / JE RK 25-31

Datum uitspraak: 28 oktober 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. T. Abbo, kantoorhoudende in Middelharnis.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] .

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de beschikking van 2 mei 2025, en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

de briefrapportage van de GI van 16 september 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 30 september 2025.

Op 28 oktober 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

de moeder met haar advocaat;

de vader;

- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [naam 1] .

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de Poolse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam 2] , tolk in de Poolse taal voor de moeder, en [naam 3] , tolk in de Poolse taal voor de vader. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolken zijn beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij een kleinschalige woongroep.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 februari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 14 februari 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 mei 2025 de machtiging verlengd [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 1 november 2025. De beslissing is voor het overig verzochte aangehouden.

3. Het aangehouden verzoek

De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Er dient nog te worden beslist over een periode tot 14 februari 2026.

Ter zitting heeft de GI het resterende deel van het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. De GI maakt zich nog altijd ernstig zorgen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De jongens zijn aangemeld voor een plaatsing in een pleeggezin en de GI is nog in afwachting van reacties. De moeder heeft hiervoor haar toestemming gegeven. De afgelopen periode is de hulpverlening voor de moeder gestagneerd. De moeder komt haar afspraken bij de hulpverlening en de gemeente niet (voldoende) na. De hulpverlening heeft aangegeven dat het niet goed gaat met de moeder thuis. De moeder is opgenomen geweest, maar heeft de kliniek vroegtijdig verlaten. Daarnaast zijn de contactmomenten tussen de moeder, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gestagneerd. Zo komt de moeder regelmatig niet opdagen, waardoor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] teleurgesteld zijn en hun moeder moeten missen. De omgangsmomenten tussen de vader, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlopen positief en zullen binnenkort worden uitgebreid naar het weekend. De GI zal hiervoor het vervoer regelen. Verder wil de GI de komende periode starten met de video interactie begeleiding (VIB). Aanstaande vrijdag staat het intakegesprek met de moeder gepland en op een later moment zal dit ook voor de vader worden georganiseerd. Verder is het belangrijk dat de moeder haar contactmomenten en de afspraken bij de gemeente en de hulpverlening nakomt. Tot slot zal de GI de vader begeleiden bij het proberen om zijn vaderschap juridisch vast te leggen.

4. Het standpunt van de moeder

Door en namens de moeder is ter zitting het volgende meegedeeld. De moeder verzet zich niet tegen het verzoek, maar hoopt uiteindelijk dat zij weer voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kan zorgen. Het lukt de moeder niet altijd om op bezoek te gaan bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , omdat zij veel ziek is geweest. Nu de moeder beter is, kan zij de contactmomenten weer oppakken. De moeder komt moeilijk in contact met de hulpverlening, waardoor het haar niet lukt om afspraken te maken. Ook worden de afspraken door de hulpverlening afgezegd. Haar (nieuwe) advocaat zal haar ondersteunen.

5. De informant

Ter zitting heeft de vader het volgende meegedeeld. De vader wil graag dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] terugkomen naar huis. De vader wil niet dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een pleeggezin worden geplaatst en hij was niet op de hoogte van deze plannen. De vader zou voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kunnen zorgen met ondersteuning van de hulpverlening, maar hij wordt belemmerd door zijn onregelmatige werktijden.

6. De beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben een belast verleden waarbij zij meerdere woonplekken hebben gekend. Er was sprake van een instabiele en onveilige woonsituatie bij de moeder en de stiefvader. In april 2023 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vanwege alcoholmisbruik en huiselijk geweld tussen de moeder en de stiefvader uit huis geplaatst en na enige tijd weer teruggeplaatst. In maart 2024 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] opnieuw uit huis geplaatst. Inmiddels verblijven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij een kleinschalige woongroep. Hier gaat het naar omstandigheden goed en zij zijn gestart met therapie van Enver. De afgelopen periode is de hulpverlening van de moeder helaas gestagneerd. Ook komt de moeder de bezoekmomenten met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onvoldoende na. Dit leidt tot verdriet en teleurstelling bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , want zij missen de moeder. De omgangsmomenten tussen de vader, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlopen positief.

Gelet op alle zorgen kunnen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig niet terug naar de moeder. De jongens maken een positieve ontwikkeling door bij de kleinschalige woongroep en zijn gebaat bij de stabiliteit, structuur en hulpverlening die hun daar wordt geboden. Zij komen hier aan hun ontwikkelingstaken toe. De komende periode is het van belang dat de VIB voor beide ouders start; zij moeten hieraan hun medewerking verlenen. Ook is het erg belangrijk dat de moeder de bezoekmomenten met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] oppakt; de jongens moeten op de moeder kunnen vertrouwen. Verder behoort de moeder haar andere afspraken met de gemeente en de hulpverlening na te komen. Tot slot dient de GI de komende tijd een plaatsing bij de vader te onderzoeken; plaatsing bij een van de ouders – als dat mogelijk is – gaat immers voor op plaatsing in een pleeggezin.

Gelet op al het bovenstaande verlengt de kinderrechter de – niet weersproken – machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 14 februari 2026.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 14 februari 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 18 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K.F.G. van Leeuwen als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?