RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11867273 CV EXPL 25-19029
datum uitspraak: 5 december 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonplus Schiedam,
vestigingsplaats: Schiedam,
eiseres,
gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Woonplus’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[gedaagde] huurt een woning van Woonplus. De huur is nu € 581,04 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand. Woonplus eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet een huurachterstand van € 835,84 betalen
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 835,84 aan Woonplus te betalen. Volgens Woonplus was er tot en met 21 augustus 2025 een huurachterstand van € 985,84. [gedaagde] heeft dit niet betwist. Na 21 augustus 2025 is er door [gedaagde] drie keer een betaling van € 50,- gedaan. Woonplus heeft daarom € 150,- op haar eis in mindering gebracht. [gedaagde] wordt veroordeeld om dit bedrag in één keer te betalen. De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Woonplus namelijk toestemming geven en dat heeft zij niet gedaan (artikel 6:29 BW).
[gedaagde] hoeft geen incassokosten en rente te betalen
De kantonrechter wijst de incassokosten en de rente af. In artikel 13.3 van de algemene huurvoorwaarden van Woonplus staat hierover namelijk een oneerlijke bepaling. Omdat die bepaling oneerlijk is, mag Woonplus daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat [gedaagde] een boete moet betalen als hij niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst voldoet. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur. Op grond van de wet zou [gedaagde] als hij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. Woonplus wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk.
Verder geen oneerlijke bepalingen
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonplus moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 340,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 822,95. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonplus dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonplus te betalen € 835,84;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonplus worden begroot op € 835,84;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
51909