ECLI:NL:RBROT:2025:14628

ECLI:NL:RBROT:2025:14628, Rechtbank Rotterdam, 10-12-2025, ROT 25/9086 en ROT 25/9165

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer ROT 25/9086 en ROT 25/9165
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). Voorlopige voorziening. Intrekking van de toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden. Het spoedeisend belang is niet voldoende onderbouwd. Verzoeken afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 december 2025 in de zaken tussen

[verzoeker] , uit Rotterdam,

de korpschef van politie, eenheid Rotterdam, de korpschef

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummers: ROT 25/9086 en ROT 25/9165

[verzoeker] h.o.d.n. [bedrijf X], uit Rotterdam,

hierna samen te noemen: verzoeker,

(gemachtigde: mr. V.D.E.M. Amesz),

en

(gemachtigde: mr. A. Maessen).

1. Deze uitspraak gaat over de intrekking van de toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden door verzoeker op grond van de Wet particuliere beveiligers en recherchebureaus (Wpbr). De toestemming is ingetrokken omdat verzoeker wordt verdacht van rijden onder invloed en daarom niet meer voldoet aan de vereisten die voor de toestemming nodig zijn. Verzoeker is het niet eens met de intrekking. Hij heeft de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen tot op het bezwaar is beslist.

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Het spoedeisend belang is niet voldoende onderbouwd. Ook verwacht de voorzieningenrechter dat de bestreden besluiten in bezwaar stand zullen houden. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.

Procesverloop

2. Op 20 april 2023 heeft de korpschef aan verzoeker toestemming verleend voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden door verzoeker op grond van de Wpbr.

Met het besluit van 16 september 2025 heeft de korpschef de toestemming van verzoeker ingetrokken. Met een tweede besluit van dezelfde datum is de eenmanszaak van verzoeker hiervan op de hoogte gesteld. Op 22 oktober 2025 heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen de bestreden besluiten. Op 12 november 2025 heeft verzoeker de voorzieningenrechter gevraagd de werking van de bestreden besluiten op te schorten tot op het bezwaar is besloten.

De korpschef heeft op de verzoeken gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van de korpschef en de heer [persoon A] namens de korpschef.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Inleiding

3. De korpschef heeft de bestreden besluiten gebaseerd op hem ambtshalve bekend geworden feiten en omstandigheden, onder meer blijkend uit het proces-verbaal van 2 februari 2025. Daaruit volgt dat verzoeker op 1 februari 2025 onder invloed een auto zou hebben bestuurd. In het proces-verbaal staat dat een ademtest op straat een alcoholindicatie ‘A’ aangaf. Op het politiebureau is een speekseltest afgenomen die een indicatie voor opiaten/heroïne/morfine en cocaïne/crack aangaf. Verzoeker is daarop aangehouden. De forensisch arts heeft toen bloed afgenomen. Het Maasstad Ziekenhuis heeft op 20 februari 2025 aangegeven dat in het bloed van verzoeker 71 microgram cocaïne per liter bloed en 0,51 milligram ethanol per milliliter bloed is aangetroffen.

Omdat deze gehaltes hoger zijn dan wettelijk toegestaan heeft de korpschef op 11 maart 2025 aan verzoeker het voornemen gestuurd om de toestemming op grond van de Wpbr in te trekken. Daarbij geeft de korpschef aan dat op particuliere beveiligers een zware verantwoordelijkheid rust en daarom aan de betrouwbaarheid van beveiligers zwaardere eisen worden gesteld dan aan medewerkers in andere branches. Omdat het rijden onder invloed wordt gezien als ernstige aantasting van de rechtsorde, is er aanleiding om de toestemming voor verzoeker om beveiligingswerkzaamheden te verrichten in te trekken.

Over het voornemen heeft een zienswijzegesprek plaatsgevonden. De zienswijze heeft niet geleid tot een andere uitkomst dan hiervoor beschreven.

Toetsingskader

4. De korpschef kan aan personen toestemming verlenen voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden. Die toestemming kan worden ingetrokken als zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de toestemming niet zou zijn verleend, indien zij zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest op het tijdstip waarop de toestemming werd verleend. Die omstandigheden of feiten kunnen onder meer blijken uit processen-verbaal voor zover er nog steeds een serieuze verdenking (of bedenking) bestaat.

Het is verboden om te rijden onder invloed. Als sprake is van gebruik van meer stoffen geldt het volgende totale gehalte per stof:

Cocaïne: 10 microgram cocaïne per liter bloed

Alcohol: 0,2 milligram ethanol per millimeter bloed of 88 microgram ethanol per liter uitgeademde lucht

De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Heeft verzoeker een spoedeisend belang?

5. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor de beslissing op het bezwaar of het beroep niet kan worden afgewacht.

Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft omdat zonder de toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden zijn eenmanszaak geen omzet maakt en verzoeker zelf geen inkomen heeft. Het gaat om ongeveer € 7.700,- per maand. Verzoeker kan op dit moment geen ander werk vinden aangezien dit enige voorbereidingstijd vereist.

De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van een spoedeisend belang. Uit vaste rechtspraak volgt dat een financieel belang in beginsel onvoldoende is om een voorlopige voorziening te treffen. Dat is alleen anders als verzoeker aannemelijk kan maken dat hij in een financiële noodsituatie terecht zal komen. De voorzieningenrechter volgt de korpschef dat verzoeker de financiële noodsituatie niet met stukken heeft onderbouwd. Omdat er tussen de uiterste beslistermijn van de voorzieningenrechter en de door de korpschef aangekondigde datum van de beslissing op bezwaar halverwege december 2025 slechts enkele dagen zal zitten, acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat zich in die periode een financiële noodsituatie zal voordoen. Daarbij speelt mee dat verzoeker pas na twee maanden heeft verzocht om een voorlopige voorziening. Niet is gebleken dat verzoeker de resterende dagen tot aan de beslissing op bezwaar niet ook zou kunnen overbruggen. De enkele omstandigheid dat de korpschef de beslistermijn voor de beslissing op bezwaar kan uitstellen – zoals verzoeker ter zitting heeft aangevoerd, maar door de korpschef is ontkracht – leidt er niet toe dat wel een spoedeisend belang wordt aangenomen.

Omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft, kan de gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als de bestreden besluiten evident onrechtmatig zijn. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door de korpschef ingenomen standpunt juist is en of het besluit in bezwaar in stand zal blijven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat op basis van de nu bekende stukken niet evident is dat de bestreden besluiten geen stand zullen houden. De voorzieningenrechter merkt daartoe op dat zij op dit moment geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de inhoudelijke juistheid van de processen-verbaal, de getuigenverklaringen en de laboratoriumuitslagen, noch ziet zij – voorlopig oordelend – grond voor het oordeel dat de korpschef met een minder ingrijpend middel had moeten volstaan.

Conclusie en gevolgen

6. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Er is daarnaast geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P. Heijne, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.D.F. Oskam, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage

Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer

Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wbpr)

Artikel 7

(…)

2. Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau als bedoeld in het eerste lid stelt geen personen te werk die belast zullen worden met werkzaamheden, anders dan bedoeld in het eerste lid, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van de korpschef. Indien de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau dan wel een onderdeel daarvan is gevestigd op een luchtvaartterrein, wordt de toestemming, bedoeld in de eerste volzin, verleend door de commandant van de Koninklijke marechaussee.

(…)

4. De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt onthouden indien de desbetreffende persoon niet beschikt over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die nodig zijn voor het te verrichten werk. Indien de desbetreffende persoon een ambtenaar is als bedoeld in artikel 5, derde lid, wordt de toestemming slechts onthouden indien deze persoon niet beschikt over de benodigde bekwaamheid. Voor de tewerkstelling van de overige opsporingsambtenaren wordt de toestemming slechts verleend na het overleggen van de ontheffing, bedoeld in artikel 5, vierde lid, en indien de desbetreffende persoon beschikt over de benodigde bekwaamheid.

5. De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid kan worden ingetrokken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de toestemming niet zou zijn verleend, indien zij zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest op het tijdstip waarop de toestemming werd verleend.

Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Bpbr)

De toestemming aan een beveiligingsorganisatie of recherchebureau om personen te werk stellen, zoals bedoeld in artikel 7, eerste, tweede en derde lid, van de wet wordt onthouden indien bij het onderzoek naar de betrouwbaarheid blijkt van:

(…)

b. andere omtrent de aanvrager bekende feiten.

Ad b. (andere omtrent de aanvrager bekende feiten)

De toestemming kan ook worden geweigerd wanneer op grond van andere omtrent betrokkene bekende en relevante feiten kan worden aangenomen dat deze onvoldoende betrouwbaar is om voor een beveiligingsorganisatie of een recherchebureau werkzaamheden te verrichten dan wel onvoldoende betrouwbaar is om de belangen van de veiligheidszorg of de goede naam van de bedrijfstak niet te schaden. Dit zal met name -maar niet uitsluitend- het geval zijn wanneer betrokkene er blijk van heeft gegeven rechtsregels naast zich neer te leggen waarvan de overtreding kan worden beschouwd als een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde.

Sepots, processen-verbaal en mutaties

Zo kunnen (tegen betrokkene) opgemaakte processen-verbaal of (dag/mutatie)rapporten ertoe leiden dat betrokkene onvoldoende betrouwbaar of geschikt wordt geacht om voor een beveiligingsorganisatie of een recherchebureau te werken. Uiteraard is daarbij van belang dat tegen betrokkene nog altijd een serieuze verdenking (of bedenking) bestaat.

(…)

Wegenverkeerswet 1994 (Wvw)

Artikel 8

1. Het is een ieder verboden een voertuig te besturen, als bestuurder te doen besturen of als begeleider op te treden, terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen of tot behoorlijk te begeleiden in staat moet worden geacht.

(…)

5. Het is een ieder verboden een voertuig te besturen, als bestuurder te doen besturen of als begeleider op te treden na gebruik van een of meer van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen als bedoeld in het eerste lid, waardoor het gehalte in zijn bloed van de bij de stof vermelde meetbare stof, of in geval van gebruik van meer stoffen als bedoeld in het eerste lid die bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zijn als groep, het totale gehalte in zijn bloed van de bij die stoffen vermelde meetbare stoffen, bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan de daarbij vermelde grenswaarde. Indien een van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen of alcohol in combinatie wordt gebruikt met een of meer andere van deze aangewezen stoffen of met een van de stoffen als bedoeld in het eerste lid die niet bij deze algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, geldt voor iedere aangewezen stof of alcohol afzonderlijk een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen grenswaarde. Die grenswaarde is gelijk aan de laagst meetbare hoeveelheid van die stof of alcohol die niet op natuurlijke wijze in het bloed aanwezig kan zijn.

Artikel 2

Als stoffen als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 worden aangewezen: amfetamine, methamfetamine, cocaïne, MDMA, MDEA, MDA, cannabis, heroïne, morfine, GHB, gamma butyrolacton en 1,4-butaandiol.

Artikel 3

Indien een van de in artikel 2 aangewezen stoffen is gebruikt en gemeten in combinatie met een of meer andere van deze stoffen, alcohol of met een andere stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, is de grenswaarde voor iedere in het eerste lid genoemde stof en alcohol in geval van:

(…)

c. cocaïne, heroïne en morfine: 10 microgram cocaïne of morfine per liter bloed;

(…)

e. alcohol: 0,2 milligram ethanol per milliliter bloed of 88 microgram ethanol per liter uitgeademde lucht.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?