ECLI:NL:RBROT:2025:14716

ECLI:NL:RBROT:2025:14716, Rechtbank Rotterdam, 27-11-2025, C/10/710435 / JE RK 25-2390 en C/10/710676 / JE RK 25-2424

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-11-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer C/10/710435 / JE RK 25-2390 en C/10/710676 / JE RK 25-2424
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

ondertoezichtstelling ongeboren kind

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummers: C/10/710435 / JE RK 25-2390 en C/10/710676 / JE RK 25-2424

Datum uitspraak: 27 november 2025

Beschikking van de kinderrechter over een (voorlopige) ondertoezichtstelling

in de zaken van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. M.P. Kloppenburg, kantoorhoudende in Rotterdam.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

ten aanzien van C/10/710435 / JE RK 25-2390

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 20 november 2025;

ten aanzien van C/10/710676 / JE RK 25-2424

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 25 november 2025.

2. De verzoeken

Op 20 november 2025 verzoekt de Raad [minderjarige] met spoed voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden en daar op te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

Op 25 november 2025 verzoekt de Raad [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3. De standpunten

De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht.

Het is in het belang van het ongeboren kind dat een jeugdbeschermer in het kader van een ondertoezichtstelling de situatie en de veiligheidsafspraken monitort zodat indien nodig direct kan worden ingegrepen. De Raad zal zich niet verzetten als de ondertoezichtstelling voor zes maanden wordt verleend en het overige verzochte wordt aangehouden.

De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund.

Namens en door de moeder is ter zitting primair verzocht om de verzoeken van de Raad af te wijzen. Subsidiair is verzocht om de duur van de ondertoezichtstelling te beperken tot zes maanden. Ter onderbouwing hiervan is het volgende aangevoerd.

De moeder vindt dat de vader van het ongeboren kind een kans verdient. De moeder zal aan de bel trekken als er iets gebeurt. Veilig Thuis kan de veiligheid goed inschatten en zo nodig een melding maken. De moeder heeft haar cannabisgebruik sterk verminderd. Het wijkteam kan daar zicht op houden. Ook volgt de moeder een traject bij Antes. Momenteel vinden de afspraken bij Antes vanwege de zwangerschap van de moeder telefonisch plaats. Na de bevalling zullen er bij Antes fysieke afspraken volgen. Al een geruime periode heeft de moeder geen last meer gehad van conversieaanvallen. De moeder accepteert hulpverlening in het vrijwillig kader. Ook is er in het kader van de ondertoezichtstelling van haar dochter [naam] zicht op de moeder. Het is dan ook de vraag wat de toegevoegde waarde is van een ondertoezichtstelling van de ongeboren baby.

Desgevraagd heeft de moeder ter zitting verklaard dat zij op 26 november 2025 Aware heeft ingeleverd, dat de relatie van de ouders niet is hersteld en dat zij daar beiden ook geen behoefte aan hebben.

4. De beoordeling

De kinderrechter kan een ongeboren kind als geboren beschouwen als dit in zijn belang is. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat het ongeboren kind ernstig in de ontwikkeling wordt bedreigd. Er zijn zorgen over het middelengebruik van de moeder. Daar komt bij dat in de relatie tussen de ouders sprake is geweest van huiselijk geweld. Door de recente geweldsincidenten van de vader naar de moeder toe is de moeder tijdens de zwangerschap in het ziekenhuis opgenomen geweest. De moeder heeft aangifte gedaan. De vader bestrijdt het huiselijk geweld grotendeels. Op 10 november 2025 heeft een zitting plaatsgevonden. Er is echter nog geen uitspraak in de zaak van de vader bekend. Tegen de adviezen van Team Intensieve Hulp (IH) en de Raad in wenst de moeder de vader tijdens de kraamtijd te betrekken. Daardoor kan de moeder geen gebruik meer maken van het Aware-systeem. Er is nog onvoldoende zicht op de problematiek van de vader, de interactie tussen de ouders en het effect daarvan op de (ongeboren) baby. Daarbij is het gedrag van de vader onvoorspelbaar en blijft het risico op geweld bestaan. De moeder is dan ook nog niet zelfstandig in staat om de bedreigde ontwikkeling van de (ongeboren) kwetsbare baby af te wenden en de veiligheid in haar thuissituatie te waarborgen.

Gelet op al het voorgaande kan de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ondertoezichtstelling is daarom nodig. De kinderrechter ziet wel aanleiding om de duur van de ondertoezichtstelling te beperken tot zes maanden en de verzoeken voor het overige af te wijzen. Daarbij houdt de kinderrechter rekening met de volgende omstandigheden. Tot nu toe verloopt de zwangerschap van de moeder zonder duidelijke complicaties. Het ongeboren kind lijkt zich goed te ontwikkelen. Na augustus 2024 zijn er geen meldingen meer gedaan van (acute) situaties als gevolg van de conversiestoornis waarmee de moeder kampt. De moeder verleent haar medewerking aan de hulpverlening. De komende periode is het wel in het belang van het ongeboren kind dat de moeder de gemaakte veiligheidsafspraken blijft nakomen.

De kinderrechter verklaart de beslissing tot ondertoezichtstelling uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Nu op het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt beslist, heeft de Raad geen belang meer bij het verzoek tot een voorlopige ondertoezichtstelling. Dit laatste verzoek zal daarom worden afgewezen.

5. De beslissing

De kinderrechter:

ten aanzien van C/10/710676 / JE RK 25-2424

beschouwt [minderjarige] als geboren;

stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, met ingang van 27 november 2025 tot 27 mei 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

ten aanzien van C/10/710435 / JE RK 25-2390 en C/10/710676 / JE RK 25-2424

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 15 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?