Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 26 november 2025
afwijzen gedwongen schuldregeling
in de zaak van:
[verzoekster] ,
wonende te [adres]
[postcode] [plaatsnaam],
verzoekster.
1. De procedure
Verzoekster heeft op 25 juli 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een schuldeiser, te weten:
- Zilveren Kruis Achmea, hierna te noemen: Zilveren Kruis;
die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Zilveren Kruis heeft op 11 november 2025 een verweerschrift ingediend.
Ter zitting van 19 november 2025 zijn verschenen en gehoord:
De schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. Het verzoek
Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift drie concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 1.741,10 van verzoekster te vorderen.
Verzoekster heeft bij brief van 24 april 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 64,27% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit die ten grondslag ligt aan het aanbod tegen finale kwijting van 24 april 2025 is gebaseerd op de maandelijkse inleg vanuit het zogenoemde JES-traject. Binnen dit traject voldoet de gemeente de maandelijkse aflossing op het saneringskrediet, terwijl verzoekster dit bedrag aan de gemeente terugbetaalt in de vorm of waarde van een tegenprestatie. Verzoekster beschikt zelf niet over inkomen waaruit afloscapaciteit kan worden afgeleid, nu zij uitsluitend studiefinanciering ontvangt. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door de gemeente ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar budgetbeheerder voldaan.
Twee schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Zilveren Kruis stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 830,62 op verzoekster.
3. Het verweer
Zilveren Kruis verzoekt om afwijzing van het dwangakkoord, omdat zij volledige betaling van de vordering verlangt. Zij heeft meegewerkt aan de stabilisatieperiode en aanvullende achterstanden uit coulance aan de schuldregeling toegevoegd. Het aangeboden percentage accepteert Zilveren Kruis niet, omdat verzoekster volgens haar over voldoende afloscapaciteit beschikt om haar volledige schuldenlast binnen 36 maanden af te lossen.
Volgens Zilveren Kruis verkeert verzoekster daardoor niet in een problematische schuldsituatie. Ook zijn volgens Zilveren Kruis alternatieven zoals herfinanciering of een saneringskrediet met een looptijd van 36 maanden niet onderzocht. Zilveren Kruis concludeert dat het voorstel niet het maximaal haalbare is en dat geen sprake is van een uitzonderlijke situatie die finale kwijting rechtvaardigt. Daarom verzoekt zij de rechtbank het dwangakkoord af te wijzen en is zij enkel bereid mee te werken aan een regeling gericht op volledige aflossing binnen 36 maanden.
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Zilveren Kruis geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.
4. De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Zilveren Kruis bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Zilveren Kruis in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de vordering van Zilveren Kruis een aanzienlijk aandeel vormt in de totale schuldenlast (te weten 47,7 % daarvan). Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat Zilveren Kruis in redelijkheid niet kon weigeren om met de schuldregeling in te stemmen.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Verzoekster volgt tot op heden nog de opleiding Retail Medewerker. Verzoekster ontvangt studiefinanciering en toeslagen van de Belastingdienst. Verzoekster heeft geen betaald werk en voldoet daarmee niet aan de eis om minimaal 36 uur per week te werken. Gedurende haar opleiding zal zij hier naar verwachting ook niet aan kunnen voldoen. Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat zij haar opleiding op zeer korte termijn verwacht af te ronden. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende aannemelijk geworden dat verzoekster niet in staat zou zijn om een inkomen te genereren dat zou leiden tot een hogere afloscapaciteit en wellicht een volledige aflossing van haar schuldenlast.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Zilveren Kruis als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoekster of de overige schuldeisers. Het verzoek om Zilveren Kruis te bevelen in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.
5. De beslissing
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Tideman, rechter, en in aanwezigheid van A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.