ECLI:NL:RBROT:2025:14854

ECLI:NL:RBROT:2025:14854, Rechtbank Rotterdam, 22-12-2025, ROT 25/5906 en ROT 25/5909

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 22-12-2025
Datum publicatie 12-01-2026
Zaaknummer ROT 25/5906 en ROT 25/5909
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over het niet-ontvankelijk verklaren van de bezwaren van eiser door het UWV. De bezwaren zijn niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser volgens het UWV het bezwaarschrift niet tijdig heeft ingediend. De rechtbank komt in deze uitspraken tot het oordeel dat het UWV de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De beroepen zijn daarmee ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaken tussen

[eiser], uit Hoogvliet Rotterdam, eiser,

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, UWV,

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummers: ROT 25/5906 en ROT 25/5909

en

(gemachtigde: [naam]).

1. Deze uitspraak gaat over het niet-ontvankelijk verklaren van de bezwaren van eiser door het UWV. De bezwaren zijn niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser volgens het UWV het bezwaarschrift niet tijdig heeft ingediend. De rechtbank komt in deze uitspraken tot het oordeel dat het UWV de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De beroepen zijn daarmee ongegrond.

Procesverloop

2. Met het besluit van 25 maart 2025 (het primaire besluit in ROT 25/5906) heeft het UWV een bedrag van € 2.228,90 bruto aan te veel betaalde uitkering op grond van de Werkloosheidwet (WW) over de maanden november en december 2024 teruggevorderd.

Met het besluit van tevens 25 maart 2025 (het primaire besluit in ROT 25/5909) heeft het UWV een bedrag van € 2.154,85 ingevorderd.

Eiser heeft bezwaren gemaakt tegen de primaire besluiten. Met de ontvangstbevestigingen van 13 mei 2025 is eiser in de gelegenheid gesteld om een reden te geven voor de niet tijdige indiening van zijn bezwaarschriften. Eiser heeft hierop gereageerd.

Met de twee bestreden besluiten van 18 juni 2025 (25/5906 en 25/5909) heeft het UWV de bezwaren van eiser niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

Het UWV heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek op 15 december 2025 gesloten en de zaken niet behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. Aan eiser is vanaf 1 oktober 2024 een WW-uitkering toegekend. Eiser heeft een vakantieperiode van 2 november 2024 tot en met 8 december 2024 aan het UWV doorgegeven. Omdat eiser 5 vakantiedagen had en een vakantieperiode van 25 dagen heeft opgenomen, wordt over die opgenomen dagen een WW-uitkering toegekend en verschuift de einddatum van de WW. Met een besluit van 5 maart 2025 is door het UWV bepaald dat eiser een bedrag van € 2.228,90 bruto te veel ontvangen WW-uitkering dient terug te betalen.

Vervolgens zijn de besluiten genomen zoals in het procesverloop onder rechtsoverweging 2. en verder is genoemd.

4. De rechtbank beoordeelt of het UWV de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

De rechtbank is van oordeel dat de beroepen ongegrond zijn. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Toetsingskader

5. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag nadat het besluit aan de belanghebbende is toegezonden of uitgereikt.

Een bezwaarschrift is in ieder geval op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn door het bestuursorgaan is ontvangen. Wanneer het bezwaarschrift met de gewone post is verstuurd, is het bij ontvangst ná het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. Die voorwaarden zijn dat het bezwaarschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan en dat het niet later dan een week na de afloop van de termijn bij het bestuursorgaan is ontvangen. Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren.

Is het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard?

6. De rechtbank stelt vast dat de primaire besluiten zijn verzonden op 25 maart 2025. Dit betekent dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde op

6 mei 2025. Het dossier bevat een tweetal bezwaarschriften die door eiser op 8 mei 2025 digitaal zijn ingediend en per die datum door het UWV in ontvangst zijn genomen. Daarmee zijn de bezwaarschriften buiten de bezwaartermijn ingediend en ontvangen.

Het is ook niet in geschil dat de bezwaarschriften van 8 mei 2025 te laat zijn ingediend. Het standpunt van eiser is echter dat hij eerder wel tijdig bezwaar heeft gemaakt via de telefoon en dat zijn bezwaren daarom ontvankelijk moeten worden verklaard. Eiser stelt dat hij binnen de wettelijke bezwaartermijn telefonisch contact heeft gehad met een medewerker van het UWV en daarbij expliciet bezwaar heeft gemaakt. Deze medewerker zou tijdens het gesprek bevestigd hebben dat het bezwaar geregistreerd was en dat eiser dit schriftelijk kon onderbouwen, welke onderbouwing op 8 mei 2025 volgde.

De rechtbank is van oordeel dat eiser de stelling dat hij al eerder en dus tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de primaire besluiten niet voldoende aannemelijk heeft kunnen maken. Het UWV heeft de contacthistorie van het Klanten Contact Centrum (KCC) overgelegd, waarin de geregistreerde telefoongesprekken tussen eiser en het UWV zijn opgenomen. Uit deze telefoonnotities blijkt niet expliciet dat eiser telefonisch bezwaar heeft gemaakt tegen de bestreden besluiten. Ook blijkt hieruit niet dat een medewerker van het UWV het telefonische bezwaar of bezwaren geregistreerd zou hebben en dat eiser dit later schriftelijk kon onderbouwen. Daarnaast is in beide primaire besluiten van 25 maart 2025 het volgende overwogen:

Niet eens met deze beslissing?

Als u het niet eens bent met onze beslissing kunt u binnen 6 weken na de datum bovenaan deze brief een bezwaarschrift indienen. Ook als u bezwaar maakt moet u het bedrag toch eerst binnen 6 weken betalen. Als wij beslissen dat u gelijk heeft, dan krijgt u het bedrag terug.

Bezwaar maken kan digitaal. Ga daarvoor naar uwv.nl/bezwaarmaken. U kunt alleen zélf digitaal bezwaar maken. Uw eventuele gemachtigde kan dit dus niet namens u doen. Om digitaal bezwaar te maken heeft u een DigiD nodig. Schrijft u liever een brief? Stuur uw bezwaar naar het adres dat linksboven op de brief staat. Zet in uw brief uw telefoonnummer en stuur ook een kopie van deze brief mee. Wij kunnen u dan sneller helpen.”

Eiser heeft in beroep geen bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat zijn bezwaren eerder dan 8 mei 2025 zijn ingediend, zoals een ontvangstbevestiging van een eerder gemaakt bezwaar. Ook in de formulering van de op 8 mei 2025 ingediende bezwaarschriften ziet de rechtbank niets hierover terug.

De rechtbank is van oordeel dat het UWV de bezwaren van eiser dan ook terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Conclusie en gevolgen

7. De beroepen zijn ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van

mr. M. Damen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2025.

De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Zoethout

Griffier

  • mr. M. Damen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?