RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/709492 / JE RK 25-2259
Datum uitspraak: 8 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank onbekend adres, volgens de Basisregistratie Personen (BRP) geregistreerd in België.
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] (Duitsland),
[opa (mz)] ,
hierna te noemen: de opa moederszijde (mz), wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 3 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ;
de opa mz.
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven bij de opa mz.
Bij beschikking van 12 december 2024 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 23 december 2025. Bij deze beschikking heeft de kinderrechter tevens de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de opa mz, verlengd tot 23 december 2025.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. De Raad voor de Kinderbescherming is gestart met een onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel. De moeder wil niet langer belast worden met het gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en houdt contact af. De vader woont in het buitenland en kan hierdoor de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] ook niet op zich nemen. De vader is het eens met de plaatsing van de kinderen bij de opa mz. Het is in het belang van de kinderen dat zij bij de opa mz verblijven. De Raad heeft een toetsingsbesluit genomen en stemt in met een verlenging van de maatregel. De GI heeft dit toetsingsbesluit per abuis niet bij de rechtbank ingediend.
De opa mz stemt in met het verzoek van de GI. De opa mz heeft geen contact met de moeder. Er is wel contact tussen de opa mz en de vader. De vader komt een weekend per maand naar Rotterdam. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben dan ook contact met hun twee broertjes. De kinderen ontwikkelen zich goed bij de opa mz. [voornaam minderjarige 2] heeft baat gehad bij de inzet van dramatherapie en de zorgen over de incontinentie problematiek van [voornaam minderjarige 1] zijn afgenomen. De opa mz ervaart het contact met de GI en pleegzorg als positief.
5. De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] al geruime tijd bij de opa mz verblijven. Zij ontwikkelen zich hier positief en willen hier graag blijven. Er is geen contact tussen de kinderen en de moeder. De moeder houdt ook contact met de GI af en heeft aangegeven niet langer belast te willen zijn met het gezag over de kinderen. De vader woont in Duitsland en heeft een weekend per maand contact met de kinderen. De vader staat achter een plaatsing van de kinderen bij de opa mz. Gelet op het voorgaande is het van belang dat het verblijf van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] bij de opa mz gecontinueerd wordt.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderen kunnen niet bij hun ouders – of een van hen – verblijven en kunnen niet door (een van) de ouders worden opgevoed en dat brengt al met zich mee dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging als er geen voorziening wordt getroffen. Een kinderbeschermingsmaatregel is dan ook noodzakelijk. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengen voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de opa mz, verlengen voor de duur van een jaar.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 23 december 2026;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de opa moederszijde, tot 23 december 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2025 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van L.M. Buurman als griffier, en op schrift gesteld op 17 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.