ECLI:NL:RBROT:2025:14931

ECLI:NL:RBROT:2025:14931, Rechtbank Rotterdam, 05-12-2025, C/10/709297 / JE RK 25-2231

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 05-12-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer C/10/709297 / JE RK 25-2231
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

een machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/709297 / JE RK 25-2231

Datum uitspraak: 5 december 2025

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. F. Laros, kantoorhoudende te Rotterdam.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 15 oktober 2025, door de rechtbank ontvangen op 30 oktober 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 december 2025. Daarbij waren aanwezig:

de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .

Aangezien de moeder een auditieve beperking heeft, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van R. Kemeling, doventolk. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft

hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling

heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben

daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

[voornaam minderjarige] woont bij zijn moeder.2.3. Bij beschikking van 18 juli 2025 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI, met ingang van 18 juli 2025 tot 18 juli 2026.

3. Het (gewijzigde) verzoek

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een gezinsgerichte accommodatie (de kinderrechter begrijpt gezinsgerichte voorziening) te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI heeft het verzoek op de zitting mondeling gewijzigd, in die zin dat de GI verzoekt om een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

GI handhaaft het gewijzigde verzoek op de zitting. De opvoeding van [voornaam minderjarige] vraagt veel van de moeder. De moeder heeft eerder aangegeven dat zij het ergens prettig vindt dat [voornaam minderjarige] doordeweeks elders verblijft zodat zij vooral de leuke momenten met hem kan delen. De GI merkt dat de moeder angstig is voor wat er mogelijk gaat gebeuren door de verzochte uithuisplaating. Om die reden probeert de GI in overleg met de moeder en [voornaam minderjarige] afspraken te maken om rust te bewaren. De GI is momenteel hard op zoek naar een passende plek voor [voornaam minderjarige] . Het is belangrijk dat hij een plek krijgt die hem de benodigde structuur kan bieden, vergelijkbaar met de structuur die hij eerder ontving van zijn voormalige pleegouders. Op dit moment is er nog geen concrete plek voor [voornaam minderjarige] beschikbaar. Wel is recent gebleken dat er een pleegouder is die openstaat voor een kennismakingsgesprek met [voornaam minderjarige] . Dit is een stap in de goede richting. De GI vindt het noodzakelijk dat er nu een machtiging wordt afgegeven om de plaatsing daadwerkelijk mogelijk te maken en om de zoektocht naar een passende pleegouder te kunnen voortzetten. Daarom heeft de GI tijdens de zitting het verzoek mondeling gewijzigd. De GI benadrukt dat het ook bij een uithuisplaatsing altijd de bedoeling blijft dat [voornaam minderjarige] geregeld contact heeft met de moeder.

4. Het standpunt door en namens de moeder

Door en namens de moeder wordt op de zitting het volgende naar voren gebracht. Een uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] roept bij de moeder ernstige angst op. Zij is bang dat [voornaam minderjarige] plotseling bij haar wordt weggehaald en dat zij alleen achterblijft. Deze angst zorgt voor veel stress en lichamelijke spanningsklachten bij haar. De eerdere uithuisplaatsingen van haar andere kinderen spelen hierin ook een rol. De thuissituatie van de moeder is de afgelopen maanden verbeterd. De samenwerking met de hulpverlening verloopt beter dan voorheen. Ook is de relatie tussen [voornaam minderjarige] en de moeder stabieler geworden. [voornaam minderjarige] ontvangt begeleiding, is bezig met het zoeken naar een bijbaan en werkt aan meer structuur in zijn leven. In de overgelegde stukken van de GI worden zorgen uit het verleden benoemd. De moeder ervaart dit als een beschuldiging dat zij een slechte ouder zou zijn. Zij vindt het moeilijk dat de vader in de stukken positiever lijkt te worden neergezet dan haar eigen rol, terwijl zij degene is die feitelijk voor [voornaam minderjarige] zorgt. De moeder is alleenstaand en neemt de dagelijkse zorg van [voornaam minderjarige] volledig op zich. De moeder staat wel open voor ondersteuning door een nieuwe pleegouder, vergelijkbaar met de eerdere pleegouders die een ondersteunende rol hadden. Zij wil hieraan meewerken in het vrijwillig kader, dus zonder een machtiging tot uithuisplaatsing. Deze machtiging is niet nodig, zolang er sprake is van samenwerking en bereidheid. Daarom wordt verzocht het gewijzigde verzoek van de GI af te wijzen.

5. De beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

[voornaam minderjarige] is op 18 juli 2025 onder toezicht gesteld wegens ernstige zorgen over zijn ontwikkeling en opvoedsituatie bij de moeder. De opvoeding van [voornaam minderjarige] vraagt veel van moeder en er zijn spanningen binnen de thuissituatie waarbij soms sprake is van fysieke escalaties. Nu ligt de vraag voor over [voornaam minderjarige] vanwege de aanhoudende zorgen tijdelijk uit huis geplaatst dient te worden. Gezien de voorgeschiedenis begrijpt de kinderrechter de angst en onrust die de term “uithuisplaatsing” bij de moeder oproept. Tegelijkertijd wordt vastgesteld dat haar thuissituatie kwetsbaar blijft. Hoewel er sprake is van positieve ontwikkelingen is blijvende ondersteuning noodzakelijk om de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] te waarborgen.

Het verzoek van GI is ter zitting gewijzigd van een gezinsgerichte voorziening naar een voorziening voor pleegzorg. Door en namens de moeder is ter zitting akkoord gegaan met deze wijziging omdat zij, als het nodig is dat [voornaam minderjarige] uit huis wordt geplaatst, liever heeft dat hij bij een pleeggezin verblijft. De kinderrechter acht het van belang dat [voornaam minderjarige] kan beschikken over een stabiele opvoedomgeving waarin hij structuur krijgt. Het is daarbij belangrijk dat het contact met de moeder behouden blijft. Plaatsing bij een pleegouder in combinatie met geregeld verblijf bij de moeder kan daaraan bijdragen. De bereidheid van de moeder om mee te werken in het vrijwillig kader is positief. Dit biedt echter op zichzelf onvoldoende waarborg om de noodzakelijke ondersteuning structureel te waarborgen. Daarnaast is door de lopende ondertoezichtstelling het verlenen van de machtiging tot uithuisplaatsing juridisch noodzakelijk om de daadwerkelijke plaatsing bij een pleegouder mogelijk te maken. De kinderrechter zal het gewijzigde verzoek van de GI dan ook toewijzen. De kinderrechter benadrukt dat dit niet betekent dat de moeder uit het leven van [voornaam minderjarige] wordt weggenomen. Het doel is juist om de moeder te ontlasten en tegelijkertijd [voornaam minderjarige] de benodigde structuur te bieden. Het is van belang dat de GI de moeder actief zal blijven betrekken in het gehele plaatsingstraject.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, met ingang van 5 december 2025 tot 18 juli 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, kinderrechter, in aanwezigheid van A.L.I. Janssens als griffier, en op schrift gesteld op 19 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?