RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/708085 / HA ZA 25-889
Vonnis in incident van 17 december 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
ERFOLG S.R.O.,
vestigingsplaats: Michalovce (Slowakije),
eisende partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
advocaat: mr. J.P. Eckoldt,
tegen
1. HEGELMANN EXPRESS GMBH,
vestigingsplaats: Bruchsal (Duitsland),2. A.S. CARGO EXPRESS SP.Z.O.O.,
vestigingsplaats: PoznaĆ (Polen),
gedaagde partijen in de hoofdzaak,
verwerende partijen in het incident,
advocaat: mr. R.L. Latten.
Partijen worden hierna Erfolg, Hegelmann en Cargo Express genoemd. Hegelmann en Cargo Express worden samen Hegelmann c.s. genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 13 maart 2025, met een incidentele vordering, en de daarbij gevoegde buitenlandse betekeningsstukken;
de akte overlegging producties tevens akte vermindering van eis, met bijlagen E1 tot en met E11;
de akte tot referte in het incident van Hegelmann c.s..
2. De beoordeling in het incident
Erfolg vordert in het incident om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de hoofdzaak vanwege verknochtheid te voegen met de zaak met zaaknummer C/10/708448 / HA ZA 25-913, met veroordeling van Hegelmann c.s. in de proceskosten in het incident. Hegelmann c.s. refereren zich in het incident aan het oordeel van de rechtbank.
Op grond van artikel 222 Rv kan onder meer voeging worden gevorderd als voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn. Van verknochtheid is sprake wanneer feitelijke of juridische geschilpunten in de ene zaak identiek zijn aan die in de andere zaak, dan wel daarmee zodanige samenhang vertonen dat consistentie van de uitspraken wenselijk is.
De rechtbank constateert dat Erfolg in de zaak met zaaknummer C/10/708448 / HA ZA 25-913 door Samskip HF is gedagvaard ter zake van de vergoeding van schade die het gevolg is van een verloren gegane lading bevroren vis die Erfolg in opdracht van Samskip HF van Rotterdam naar Rungis (Frankrijk) moest vervoeren. Erfolg heeft in de hoofdzaak de door haar voor het uitvoeren van die opdracht ingeschakelde vervoerder, Hegelmann, en de door die vervoerder ingeschakelde (onder)vervoerder, Cargo Express, gedagvaard. In beide zaken gaat het dus over dezelfde opdracht tot het vervoeren van een lading bevroren vis en, in het verlengde daarvan, wie (uiteindelijk) de schade als gevolg van de verloren gegane lading moet dragen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat beide zaken feitelijk en juridisch verknocht zijn, althans dat beide zaken een zodanige samenhang vertonen dat consistentie van de uitspraken wenselijk is. Aangezien Hegelmann c.s. zich bovendien aan het oordeel van de rechtbank hebben gerefereerd, wijst de rechtbank de incidentele vordering tot voeging van de zaken toe.
Geen van partijen heeft in het incident te gelden als de in het ongelijk gestelde partij. Daarom worden de proceskosten in het incident gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten in het incident moet betalen.
3. De beslissing
De rechtbank:
in het incident
wijst de vordering toe;
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;
in de hoofdzaak
voegt de zaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaaknummer C/10/708448 / HA ZA 25-913;
bepaalt dat de zaak weer op de rol komt van 28 januari 2026 voor conclusie van antwoord;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.D. Olden. Het is ondertekend door de rolrechter en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.3349 / 3669